
Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/een-vlaamse-windmolen-in-picardie
Stavele, een rustig, verscholen dorpje in de Westhoek. Ik kom er wel eens als keerpunt van een van mijn favoriete wandelingen langs de IJzer. Alleen in het weekend tref je wat leven aan taverne Amigo en bij Iris van ’t Hof van Commerce. Onlangs las ik over de Westmolen van Stavele en zocht er tevergeefs naar. Maar die staat al lang niet meer in Stavele, wel 153 km verder in…Picardië. Een verhaal over een verdwenen molen, over de nut van het erfgoed, en nog meer…
De Westmolen van Stavele in West-Vlaanderen is een mooi voorbeeld van een staakmolen, daterend uit 1662. In Stavele stond hij op het hoogste punt van de gemeente. Op de steenbalk, gebeiteld door een zeventiende eeuwse timmerman lees je: “Bewaer my hier van donder en vier lange sta ik hier”.
Je kon in die tijd, 1963, blijkbaar een uniek stuk Vlaams patrimonium uit de XVIIde eeuw verpatsen aan het buitenland
Maar het was niet donder en vuur, wel de desinteresse en het winstbejag van de mens, die maakte dat de molen in de jaren 1960 van vorige eeuw werd afgebroken. Hij werd verkocht aan een inwoner van het Franse Naours bij Amiens, in… Picardië. Je kon in die tijd, 1963, blijkbaar een uniek stuk Vlaams patrimonium uit de XVIIde eeuw verpatsen aan het buitenland zonder dat iemand, laat staan een overheid, er naar kraaide.
Hoe het met onze Vlaamse molen verder is vergaan? Het goede nieuws is: in Picardië heeft men er goed voor gezorgd. Drie jaar geleden werd de bouwvallige ‘ moulin de Stavèle’ om veiligheidsredenen afgebroken. Maar na een schitterende promotiecampagne werd de molen – in Frankrijk inmiddels een beschermd monument – volledig gerestaureerd en onlangs opnieuw opgetrokken. De vereniging Nord Patrimoine kreeg hiervoor de steun van de missie Stéphane Bern. In Frankrijk is Bern een bekende TV figuur die zich inzet voor de redding van waardevol patrimonium.
respect voor een stuk erfgoed dat Vlaanderen ooit in onverschilligheid liet vertrekken.
Voor de restauratie deed men beroep op een Nederlandse deskundige, de rondreizende timmerman Erwin Schriever. Een kostenplaatje van meer dan 500.000 euro, en een resultaat dat mag gezien worden. Paradox van de situatie: Picardisch respect voor een stuk erfgoed dat Vlaanderen ooit in onverschilligheid liet vertrekken.
Zoek dus niet verder naar de Westmolen in Stavele. Ga wel eens 150 km verder kijken, in Naours, een dorpje van 1000 inwoners dat ons een stille les geeft over hoe om te springen met waardevol erfgoed. Gelukkig gaan de Nederlanden historisch tot aan de Somme! Zo blijft de molen nog een beetje van ons.
Terloops nog een vraag: wanneer krijgen wij in Vlaanderen een actie als de missie van Stéphane Bern en een tv-programma die mensen en overheden wakker schudt om een waardevol stuk patrimonium te redden?
Johan Huizinga schrijft: “Het is de oorsprong van het nieuwe wat onze geest in ’t verleden zoekt”. Maar wat is het nut van de oorsprong ? Moeten wij al dat oude behouden? Voor de fanaten van de vooruitgang is een oude molen, en al de rest, een hindernis in de weg naar onze toekomst. In het beste geval willen ze het nut van erfgoed afwegen tegen hedendaagse, functionele behoeften.
Wij blijven in de Westhoek: ik stel me ook veel vragen over erfgoed aan de Vlaamse kust. Staan de allerlaatste villa’s in cottagestijl op de dijk in de weg van de vooruitgang en het bouwen van honderden appartementen? Waren die villa’s zo waardevol dat we ze moesten behouden? Of wilden we hiermee ook de einder, het zicht, de ziel van de Vlaamse kust zeg maar, behouden?
Zijn die architecturaal waardeloze betonnen dozen die in de plaats werden gebouwd dan de zogenaamde vooruitgang en, los van bouwpromotoren en vastgoedmakelaars, voor wie nog? En waarom dan, al die foto’s uit de oude doos in winkels, cafés en op elke hoek van de straat als herinnering aan “hoe het ooit was”?
Dat het erfgoed in de laatste honderd jaar vreselijke verwoestingen heeft doorstaan is niet alleen het gevolg van oorlogen. Veel is ook door toedoen of onwetendheid van de mens kapot gemaakt, afgebroken, of verloor aan zin en betekenis door nieuwe, storende, omgevende factoren. Geschiedenis en erfgoed gaan samen, en worden ook samen verwaarloosd en achtergesteld.
Een louter, mercantiele benadering over nut en kost van het erfgoed
Kinderen vertellen over de geschiedenis van de plaats waar ze wonen, ze doen dromen over de vroegere inwoners van een historisch gebouw of plaats, ze laten ontdekken hoe mensen leefden, werkten en dingen vervaardigden en gebruikten, blijft meer dan ooit een zinvolle pedagogische methode om interesse te wekken voor het verleden. Een louter, mercantiele benadering over nut en kost van het erfgoed, in combinatie met het beperken van de lesuren geschiedenis, is het beproefd recept van de moderniteit om elke identiteit te fnuiken.
Als je in Stavele verder loopt langs de IJzer kom je via de grensgemeente Roesbrugge in de Franse Westhoek. Net als hier in de Westhoek onderging de streek in 1914-1918 vele verwoestingen. Er moest worden heropgebouwd en er kwam een hevige discussie los over wie het voortouw ging nemen in een land waar alles in Parijs gecentraliseerd en beslist wordt.
Gelukkig voor Frans-Vlaanderen hadden een groep regionalistische architecten en jonge industriëlen zich voorbereid op de naoorlogse periode en over de aanpak van de heropbouw van de streek. Enkele van deze mensen zouden in de volgende decennia een bijzondere rol spelen in de regio. Ik beperk me hier tot twee leidende figuren: Louis Delepouille, die later de befaamde Rijselse jaarbeurs zou inrichten, én de bekende architect Louis Cordonnier, internationaal gewaardeerd voor o.m. het ontwerpen van het prestigieus Vredespaleis in Den Haag.
de streek heropbouwen in een regionale Vlaamse stijl
Rond deze mensen verzamelden zich heel wat bekende architecten uit de streek, met één motto: men zou de streek heropbouwen in een regionale Vlaamse stijl en de betonnen koten van de Parijse voorsteden niet toelaten. Het is dankzij de vastberadenheid van deze groep, tegen de bemoeienissen van Parijs in, dat vele verwoeste gemeenten in Frans-Vlaanderen vandaag nog een opvallende Vlaamse sfeer ademen. Erfgoed en architectuur als drager van onze identiteit, zeer zeker.
10.10.2021

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/vlaams-verzet-tegen-frans-windmolenpark-in-duinkerke
‘Hoe een arrogante Franse buur ons beperkt’ was ooit de titel van een rake column van wijlen senator Lode Claes in Trends. Ik dacht er nog eens aan bij het zien van de Franse plannen om, pal aan onze territoriale wateren, een windmolenpark in zee te installeren, met alle hinder voor Vlaanderen.
Waarover gaat het precies? Op minder dan 10 km van de Vlaamse kustlijn wil de Franse energiesector in een zone van 73 km², 46 reuze windmolens bouwen. Windmolens met een hoogte van 260 tot 300 meter: hoger bestaat wereldwijd niet op dit moment. De capaciteit van elke windmolen bedraagt 12 tot 16 MW, 600 MW in totaal, goed voor de voorziening van 1 miljoen huisgezinnen. Het project is niet bedoeld voor kleine jongens: het gaat hier om een investering van 1,4 miljard euro.
Dit betekent dat de veiligheidszone in Vlaamse territoriale wateren komt te liggen.
Geografisch zou dit windmolenpark komen tussen Duinkerke en de Frans-Belgische grens, met amper een bufferzone. Dit betekent dat de veiligheidszone in Vlaamse territoriale wateren komt te liggen. Er werd een grote show uitgevoerd met een publiek onderzoek en Franse beloftes, maar een ernstig bilateraal overleg met de grensgemeenten kwam er niet. Dat betreurt Bram Degrieck, burgemeester van De Panne, die ook de belangen van de gemeenten Koksijde en Nieuwpoort vertegenwoordigt in dit dossier.
De haven van Duinkerke wordt netjes ontweken. Alle nadelen komen op de schouders van de Frans-Vlaamse badsteden Malo-Bad, Bray-Duinen, alsook van verschillende West-Vlaamse kustgemeenten. Frankrijk concentreert nu al in de Duinkerkse haven verschillende Seveso bedrijven, en wat verder, in Grevelingen, een van de grootste atoomcentrales van Europa. De vervuiling en risico’s van deze situatie zijn voor de Frans-Vlaamse bevolking en voor de nabije West-Vlaamse buren. Ook dit gebeurde ooit zonder overleg. En nu komt er nog zo een megaproject bij.
De vooropgestelde visuele hinder met dit windmolenpark is evident. Momenteel staan de dichtst bij zijnde windmolens in Vlaamse wateren op 23 km van de kustlijn, twee maal zo ver dus. En toch zijn ze zichtbaar vanuit de Oostkust. Het gaat bij ons om constructies van 158 meter hoog, te vergelijken met het Frans project waar windmolens van 260 tot 300 meter worden vooropgesteld. Zoals het er nu voorstaat komen deze windmolens op amper 9,5 km van de kust, ter hoogte van de Panne. De grootst mogelijke visuele hinder, ook ‘s nachts met de veiligheidssignalisatie, is zo voorspelbaar.
In Koksijde moet je ook rekening houden met de luchtmachtbasis. Sinds de tv-reeks Windkracht 10 weten alle Vlamingen dat de helikopters van hieruit vertrekken voor reddingsoperaties op zee. Maar de Fransen gaan er vanuit dat de luchtmachtbasis in 2023 sluit. De luchtmachtbasis verhuist inderdaad naar Oostende. Maar alle opties voor de nieuwe bestemming van de vlieghaventerreinen moeten openblijven. En het komt de Franse autoriteiten niet toe om dit te bepalen of te beïnvloeden.
Er is ook niets geweten over mogelijke radarstoringen en de gevolgen voor de hele maritieme omgeving.
Het Franse windmolenpark staat gepland in de luchtruimte die België controleert. Obstakels tot 300 meter, zo kort bij een bestaande vlieghaven, zijn niet toegelaten, aldus internationale reglementering. Er is ook niets geweten over mogelijke radarstoringen en de gevolgen voor de hele maritieme omgeving. Als men telkens een windmolenpark van zulke omvang moet omzeilen betekent dit eveneens groot tijdverlies voor bepaalde reddingsoperaties op de Noordzee.
Ook in Oostende kan men niet lachen met het Franse voorstel. Twee historische vaarroutes tussen Oostende en Groot-Brittannië komen door dit project in gevaar. Met de problematiek van de brexit, en de nieuwe ontwikkelingen in de relatie tot Groot Brittannië, blijft de mogelijkheid open voor aangepaste nieuwe initiatieven. Waarom niet de Ferrylijn, in 2013 stopgezet, opnieuw openen? Het Duinkerkse windmolenpark, op de nu vooropgestelde plaats, hypothekeert bij voorbaat de rentabiliteit van zulke projecten doordat het tot grote omwegen verplicht. Het schendt bovendien het recht van onschuldige doorvaart, zoals bepaald in het VN-zeerechtverdrag.
De windmolens komen te liggen in een gebied dat grenst aan de door het Natura 2000 programma beschermd gebied van ‘de Vlaamse Banken’. Dit is dan weer gevoelige materie voor Europa en de milieuverenigingen. Ook hier dus voer voor een lange juridische strijd.
Ik heb het als Frans-Vlaming nooit begrepen. Maar het is een Belgische minister die in zijn portefeuille de verantwoordelijkheid draagt voor de Vlaamse kust. Vincent Van Quickenborne, bevoegd voor de Noordzee, heeft in het Parlement laten weten niets tegen windenergie te hebben maar wel tegen een hinderend windmolenpark zo kort bij de kustlijn. Franse kranten zoals La Voix du Nord interpreteerden het ‘als forse tegenwind vanwege de Belgische autoriteiten’.
De minister gaat nu tijd winnen tot de resultaten van de afgesloten publieksconsultatie bekend zijn.
Van Quickenborne maakte een synthese van de argumenten van kustburgemeesters die alternatieve locaties vooropstellen. Meer naar het noorden opschuiven betekent voor Vlaanderen het bewaren van de historische scheepvaartroutes, van de luchtruimte en het zeezicht. De minister gaat nu tijd winnen tot de resultaten van de afgesloten publieksconsultatie bekend zijn. Hij rekent verder op de diplomatie en op informeel bilateraal overleg om de zaak te deblokkeren. Dat klinkt vaag genoeg om zich ongerust te maken.
De belangen in de regio zijn enorm, en de beschikbare ruimte op zee, in een van de drukste vaarroutes ter wereld, is beperkt. Van zijn kant bouwt België in zijn territoriale wateren, eveneens grenzend aan de Franse wateren, maar op 33 km van de kust, een park van 281 km2 voor productie en opslag van windenergie die de naam van Prinses Elisabeth draagt.
Hoe en waar de nieuwe arrogante Franse plannen zonder kleerscheuren voor de Vlaamse kust zullen worden uitgerold blijft een open vraag. Is Quickie echt van plan de strijd aan te gaan met de goede neoliberale vrienden in Parijs? Zo niet welk nieuw pand van onze onafhankelijkheid gaan we prijsgeven als het komt tot een koehandel tussen de Franse plannen in Duinkerke en bestaande of nieuwe gemeenschappelijke initiatieven bij ons? Zoals ik dit stuk begon geef ik Lode Claes ook het laatste woord : ‘Franse arrogantie rendeert’. Vlaamse kustburgemeesters, let op uw zaak.
25.02.2021