WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Woordenboek

Matthias de Vries: ‘met  genoegen volg ik den voortgang der Vlaamsche Beweging’

Op 9 augustus 1892 overlijdt in Leiden Matthias de Vries (1820-1892), taalkundige, hoogleraar en medeopsteller van het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’, een encyclopedisch project dat in 1864 werd aangevangen en pas eind 1998 voltooid was. Het telt maar liefst 40 banden en is daarmee het grootste woordenboek ter wereld.

Samen met dr. L. A. te Winkel ontwikkelde prof. De Vries een spelling voor dit woordenboekproject, naar hen genoemd: de De Vries-te Winkelspelling (DVTW).

Deze spelling werd in 1863 bekend en was gebaseerd op de volgende beginselen*:

  • Schrijven wat je in de standaardtaal uitspreekt;
  • Gelijkvormigheid van taal: een woordstam wordt zoveel mogelijk op dezelfde wijze geschreven;
  • Woorden die op dezelfde wijze gevormd zijn, worden op dezelfde wijze geschreven;
  • Etymologisch beginsel: zoveel mogelijk de oervorm van een woord weergeven.

Deze DVTW-spelling werd snel de heel-Nederlandse spelling. Opvallend is dat ze eerst officieel in Vlaanderen werd ingevoerd in 1864, en pas in 1883 in Nederland.

De Vries onderhield nauwe contacten met de Vlaamse Beweging. In een brief uit 1862 aan Ferdinand Snellaert schrijft hij: “Met genoegen volg ik den voortgang der Vlaamsche Beweging.”

Voor deze DVTW-spelling bestond er in 1767 de zogenaamde Kommissiespelling, gebaseerd op de voorstellen van de uit Den Haag afkomstige historicus en grammaticus Jan des Roches (1740-1787), maar wonend in Brussel, die aansloot bij oudere Brabantse spellingnormen. De spelling van Des Roches bleef overigens nog van toepassing voor plaatsnamen tot 1936 (bijvoorbeeld Coxyde, Schaerbeek, Merxem). Men kan dus stellen dat Vlaamse plaatsnamen in het Frans nog gebaseerd zijn op deze spelling.

Na de Belgische onafhankelijkheid en de keuze van het Frans als enige officiële taal in België, werd de spelling van Des Roches nog toegepast om Vlaams en Nederlands van elkaar te onderscheiden.

Het Taalcongres van 1841 zou hierin verandering brengen door te kiezen voor en te streven naar een eenheidsspelling. Deze eenheidsspelling vormde de basis voor het opnieuw verkrijgen van een officiële plaats voor het Nederlands in België, gesteund op de heel-Nederlandse visie van vooraanstaande figuren uit de Vlaamse Beweging, en niet op het Belgisch-Vlaams taalreductionisme.

(*Deze informatie over het spellingvraagstuk vond ik in publicatie “De Vier van Breda” van Koenraad Elst, in 1995 uitgegeven door Stichting Deltapers. Nog steeds het lezen waard.)

Gepubliceerd

09.08.2025

Kernwoorden
Reacties

Johan Hendrik van Dale, van de dikke van Dale

Op 19 mei 1872 overleed in Sluis Johan Hendrik van Dale, onderwijzer, stadsarchivaris en taalkundige, vooral beroemd als woordenboekmaker: het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, ook wel de Dikke Van Dale genoemd. Opvallend is dat Johan Hendrik van Dale geen ‘Hollander’ was, maar een Zeeuw die zijn hele leven in Sluis had gewoond.

Naast publicaties over lokale geschiedenis was Van Dale actief bezig met het schrijven van leerboeken over taalzuiverheid en spraakkunst. In 1866 kreeg hij zijn eerste lexicografische opdracht, namelijk de bewerking van een taalkundig handboek. Een jaar later werkte hij aan een herziening van het Nieuw woordenboek der Nederlandse taal, uitgegeven bij D.A. Thieme. Dit werk voltooide hij in vier jaar tijd. Johan Hendrik van Dale werkte aan de letter Z toen hij op 44-jarige leeftijd aan pokken overleed.

Zijn borstbeeld, vervaardigd door de beeldhouwer Pieter Puijpe, werd in Sluis in 1924 onthuld. De grootste eer die aan de noeste arbeid van Johan Hendrik van Dale werd toegekend, was het feit dat zijn familienaam vanaf de vierde druk werd gekoppeld aan het woordenboek. Vanaf dat moment droeg het woordenboek voortaan zijn familienaam: de Dikke Van Dale.

Gepubliceerd

19.05.2025

Kernwoorden
Reacties