Op 23 augustus 1914 gebruikten de Fransen voor het eerst gasgranaten als wapen in een oorlogsconflict. De beslissing om gas als wapen in te zetten, werd genomen door de Franse generaal, later Maarschalk Joseph Joffre. Gas werd ook effectief ingezet tijdens de tweede slag om de stad Mülhausen (Mulhouse) in de Elzas. Reeds in 1905 was een Franse geheime commissie opgericht om te bepalen welke chemische stoffen geschikt waren voor gebruik in een militair kader.
De Duitsers waren verrast door deze aanval. Als reactie gaven ze de Duitse-Joodse chemicus Fritz Haber de opdracht om gifgas te ontwikkelen. Haber ontwikkelde eerst chloorgas, dat al in april 1915 in Ieper werd ingezet. Volgens de fel overdreven cijfers van de geallieerde propaganda stierven bij die eerste gasaanval 5.000 soldaten onmiddellijk, en nog eens 10.000 werden getroffen door het chloorgas. Tegenwoordig worden deze cijfers door onderzoekers genuanceerder weergegeven: ongeveer 1.000 tot 1.200 doden en 2.500 tot 3.000 gewonden. Hoe dan ook, het waren duizenden doden en gewonden te veel.
Haber was ook verantwoordelijk voor de productie van mosterdgas (Yperiet), dat vanaf 1917 in de Westhoek werd ingezet. Hij werd door de geallieerden als oorlogsmisdadiger beschouwd, volgens de afspraken tijdens de Vredesconferentie van Den Haag. Haber vluchtte tijdelijk naar Zwitserland, maar werd verder nooit vervolgd.
Opmerkelijk is dat zijn oorlogsactiviteiten geen obstakel vormden om in 1918 de Nobelprijs voor chemie voor zijn onderzoek rond de synthese van ammoniak in ontvangst te nemen. Haber overleed in 1934.
Joffre, de pionier van de inzet van gas aan het front, werd uiteraard nooit als potentiële oorlogsmisdadiger genoemd, maar beschouwd als een held van de Franse geschiedenis. Hij overleed in 1931. ‘De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars’ is volgens sommigen een bekende uitspraak van Georges Orwell, terwijl anderen die toeschrijven aan Winston Churchill.
23.08.2025