Het idee dat het Frans snel de overheersende taal werd in Frans-Vlaanderen strookt niet altijd met de werkelijkheid. Er werden ook interessante initiatieven genomen om de taal van de Vlamingen te onderwijzen.
In zijn boek ‘De ontdekking van Frankrijk’ maakt de Britse schrijver en Frankrijkkenner Graham Robb melding van zo’n initiatief. Hij schrijft:
“In Noord-Frankrijk, waar het Vlaams zich volgens de cijfers geleidelijk terugtrok voor de vloedgolf van het Frans, wilden veel Franssprekende net zo graag als de Vlaamssprekende de tweede taal leren. In stadjes en steden aan de grenzen van het Vlaamse gebied- Rijsel, Dowaai, Kamerijk en Avennr – was bijna iedereen tweetalig.”
De Franstalige, of juister gezegd de Picardisch sprekende bevolking van toen die handel wilde drijven of in contact kwam met de Vlaamse gewesten in Frankrijk en in de Nederlanden kon niet anders dan een woordje Nederlands spreken. Cyriel Moeyaert, die de historische taaltoestand van de stad Sint-Omaars deskundig heeft bestudeerd, maakt daar ook melding van. Hij geeft het voorbeeld van de scholen en van de seminarie van de stad moesten de toekomstige priesters afkomstig uit Artesië grondig Nederlands leren met het oog om in een Vlaamse parochie te worden benoemd en te kunnen preken in de taal van de plaatselijke bevolking.
De Franstalige, of juister gezegd de Picardisch sprekende bevolking van toen, die handel wilde drijven of in contact kwam met de Vlaamse gewesten in Frankrijk en de Nederlanden, kon niet anders dan een woordje Nederlands spreken. Cyriel Moeyaert, die de historische taaltoestand van de stad Sint-Omaars deskundig heeft bestudeerd, maakt daar ook melding van. Hij geeft het voorbeeld dat in scholen en in het seminarie van de stad de toekomstige priesters afkomstig uit Artesië grondig Nederlands moesten leren, met het oog op een benoeming in een Vlaamse parochie en om in de taal van de plaatselijke bevolking te kunnen preken.
Het is opvallend dat hierover nooit veel geschreven wordt. Alle boeken over de taalkwestie in Frans-Vlaanderen gaan meestal over de eenrichtingsweg in de geschiedenis, namelijk de weg van de verfransing. En dat is blijkbaar de gang der dingen. Ten onrechte dus. Het is ook vreemd dat wat in de 19e eeuw nog logisch en noodzakelijk was, in de 21e eeuw, met nog meer uitwisselingen en contacten, niet meer geldt.
23.04.2025