WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Kaper

Jan Baert: Al die willen te kaperen varen, moeten die Fransman zijn?

Op 27 april 1702 overleed in Duinkerke de beroemde Frans-Vlaamse kaper Jan Baert. Hij werd er geboren in 1650 en maakte, net als de dichter Michiel de Swaen (1654–1707), tijdens zijn leven woelige tijden mee.

In 1658 werd Duinkerke door de Franse troepen van Turenne veroverd. Enkele jaren later, op 10 november 1659, werden de Duinkerkenaars wakker als Zuid-Nederlandse onderdanen, om tegen de middag Frans te zijn, waarna de Fransen de stad ’s avonds aan de Engelsen verkochten. Het is niet zeker dat de inwoners die dag goed en wel begrepen wat er gebeurd was. Ze bleven intussen de Vlamingen die ze waren. Ook in 1662, toen Frankrijk Duinkerke van de Engelsen terugkocht. Il faut le faire…

Terwijl de hele streek rond Duinkerke, van Artesië tot Rijsel en Zuidwest-Vlaanderen, overspoeld werd door de Franse soldateska, met moord en brand als gevolg voor de plaatselijke bevolking, suggereren Franse geschiedenisboeken soms een gewilde “terugkeer” naar Frankrijk. Een eufemisme dat de bloedbaden van toen handig verdoezelt. Historici als Lambin en anderen hebben nochtans aangetoond dat de Fransen in Rijsel, Sint-Omaars en Duinkerke allerminst als bevrijders werden onthaald.

Er waren ook mensen die, zoals Jan Baert, hun kennis van de Noordzee en hun militair talent als een soort huurlingen te gelde maakten, op zoek naar roem, avontuur en fortuin.

Het belet niet dat Jan Baert werd opgeleid door diegenen die hij later zou bestrijden. Hij genoot zijn maritieme vorming onder het kundig bevel van de Nederlandse admiraal De Ruyter, voor hij ervoor koos zijn kunde — met succes — aan Franse zijde in te zetten. De haat tegen het perfide Albion, die hij in Engelse kerkers had opgedaan, deed wellicht de rest.

Jan Baert: held of collaborateur? De geschiedenis — en het volk — onthielden vooral de heldhaftigheid van het personage. Dat woog in zijn tijd blijkbaar zwaarder dan morele verontwaardiging vanuit het ene of het andere kamp.

Men mag daarom niet te snel concluderen dat de motieven van Jan Baert louter politiek waren. Hij had evengoed kunnen doen wat zijn Duinkerkse tijdgenoot Michiel de Swaen deed: de verbondenheid met de Nederlanden blijven bezingen, waartoe beiden door taal, cultuur en afkomst behoorden. Maar soldaten zijn zelden dichters en kiezen vaker voor de weg van de glorie.

Wat Jan Baert wel gemeen had met Michiel de Swaen, was zijn Nederlandse moedertaal. Volgens de overlevering sprak hij nauwelijks Frans en communiceerde hij met de Franse koning via een tolk. Zijn naam werd door de Fransen bovendien verbasterd tot Jean Bart. Hij kon dus uit volle borst meezingen van “Al die willen te kaperen varen”, zij het in een nieuwe versie: “moeten die dan Fransman zijn?”

Toen de Fransen Duinkerke in handen kregen, namen ze al snel maatregelen ten gunste van de Franse taal. Zo werden bijvoorbeeld Vlaamse geestelijken vervangen door Franstaligen. Alleen: de bevolking kon men niet vervangen. Net als Jan Baert bleef zij stoïcijns haar moedertaal spreken. De Vlaamse paters keerden na enkele maanden terug, en het dagelijkse leven liep nog eeuwen voort zoals in de tijd van deze dappere Vlaamse zeeheld.

Gepubliceerd

27.04.2026

Kernwoorden
Reacties

Jan Bart: een beroemde Duinkerkse kaper

Op 21 oktober 1650 werd in de havenstad Duinkerke de beroemde kaper en zeeheld Jan Bart geboren. Hij schreef zijn naam zelf als Jan Bart en niet als Jean Bart, zoals blijkt uit zijn handtekening en uit de akte van zijn tweede huwelijk.

Jan Bart stamde uit een befaamd geslacht van kapers, zeehelden en militairen, zowel langs vaders- als langs moederszijde. Zijn moeder, geboren Janssen — een familienaam die vaak voorkomt onder Duinkerkse kapers — was een afstammelinge van Michiel Jacobsen, bijgenaamd de sluwe Duinkerkse zeevos, viceadmiraal van de Zuidelijke Nederlanden in dienst van de Spaanse koning. Tot diezelfde familie behoorde ook Jan Jacobsen, die zich in 1623 tijdens een zeeslag met een Nederlandse vloot met schip en bemanning opblies, liever dan zich over te geven. Moed, gekoppeld aan een grote dosis lef, bleek het handelsmerk van dit geslacht zeehelden.

Jan Bart leefde in een bijzonder woelige periode, waarin de militaire en politieke situatie voortdurend veranderde, soms zelfs van dag tot dag. Zo ontwaakte de jonge Jan Bart — en met hem alle Duinkerkenaars — op één en dezelfde dag als Spaanse Vlaming, zat hij ’s middags aan tafel als Fransman en ging hij ’s avonds slapen als Engelsman. Dat gebeurde op 25 juni 1658, na de Slag bij de Duinen.

Deze grillige context verklaart wellicht waarom Jan Bart zonder problemen eerst kon worden opgeleid bij de Nederlandse zeemacht en later in dienst trad van de Franse kroon. Bovenal beschouwde hij zichzelf echter als een Duinkerkse kaper, die zich aanpaste aan de snel wisselende politieke omstandigheden van zijn tijd en dienst deed voor wie hem de middelen verschafte om uit te varen.

Gepubliceerd

21.10.2024

Kernwoorden
Reacties