WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Lezen

Over lezen: waarom boeken mijn universiteit werden

In De vrolijke wetenschap schrijft Friedrich Nietzsche:

“Ik wil steeds meer leren om het noodzakelijke in de dingen als mooi te zien. Zo zal ik een van degenen worden die de dingen mooi maken. Amor fati: laat dat voortaan mijn liefde zijn!”

Gisteren ging het in Fara over lezen. In de kakofonie van het debat probeerde prof. Freek Van de Velde het belang van boeken te onderstrepen. Terecht. Lezen helpt ons beter begrijpen, ontleden, schrijven, onthouden en spreken.

“Alles wat ik weet, weet ik van een ander”, zong Herman van Veen. Als autodidact heb ik het meest geleerd uit boeken. Mijn leeshonger erfde ik van mijn vader, die ze op zijn beurt van zijn moeder had. Voor een arbeiderszoon was lezen zijn universiteit. En het zou ook de mijne worden.

Mijn vader las ongeveer één boek per dag. Hij werkte zijn hele leven bij de spoorwegen en bracht geregeld achtergelaten detectiveromans mee naar huis. Ik heb er later heel wat van gelezen.

Of leestalent erfelijk is weet ik niet. Feit is dat ik al heel vroeg kon lezen. In de lagere school van Kaaster was er een kleine bibliotheek met enkele honderden boeken. Ik heb ze bijna allemaal meermaals gelezen. Jules Verne, Alexandre Dumas, Jack London, Maxence Van der Meersch… Ik ruik die boeken nog. Ik zie de kaften nog voor me.

Na vijfentwintig jaar werken in zowel Vlaanderen als Nederland is mij altijd één verschil opgevallen: Nederlanders lijken meer te lezen. Wanneer ik er bij mensen thuis kom, zie ik wel eens een goed gevulde boekenkast. Boeken maken er meer deel uit van het dagelijkse leven. Misschien heeft de protestantse traditie, met haar nadruk op het gelezen woord, daar iets mee te maken.

Ook in het bedrijfsleven merkte ik het belang ervan. Lezen is meer dan woorden ontcijferen. Het is ook hoofdzaak van bijzaak onderscheiden zonder iets belangrijks te missen.

Daarom stelde ik sollicitanten vaak twee eenvoudige vragen: wanneer kocht u voor het laatst een boek? En wanneer las u voor het laatst een boek?

Wat me verbaasde, was hoe weinig universitair geschoolde kandidaten nog lazen. Soms gaf ik iedere kandidaat een boek mee over onze sector. Tijdens het volgende gesprek vroeg ik wie het gelezen had en wat eruit was bijgebleven. Bij gelijke diploma’s en ervaring kon dat doorslaggevend zijn.

LEESHONGER

Versta me niet verkeerd. Ieder leest zoals hij gebekt is. Maar nooit een boek lezen en kennis uitsluitend van schermen halen, zegt toch iets.

Mijn ideale leesweek bestaat uit vier of vijf boeken tegelijk: een herlezing uit mijn bibliotheek, een geschiedenis- of biografieboek, iets over taal en een filosofisch werk om de dag mee af te sluiten.

Ik onderstreep, noteer, vergelijk en zoek verder. Ik lees zelden van begin tot einde. Daardoor lees ik weinig romans. Boeken zijn voor mij eerst gesprekspartners en dan verhalen.

Op mijn leestafel liggen deze week onder meer Kurt Ravyts’ Wit zwart of vele tinten grijs?, Pieter Jan Verstraetes Hendrik Jozef Elias en het Oekraïens nationalisme, Michel Onfrays La sculpture de soi en Martien J.G. de Jongs Vadertaal en Moederland.

De titel van deze overpeinzing verwijst overigens nog altijd naar Nietzsche. In Ecce Homo wijdt hij een hoofdstuk aan de vraag: “Waarom ik zo slim ben.”

Wellicht omdat hij las.

Gepubliceerd

29.10.2026

Kernwoorden
Reacties