Sommige Vlaamse academici en universiteitsprofessoren gedragen zich weleens als intolerante kwezels. In naam van het vrij onderzoek, uiteraard. Tegelijk treden ze op als verdedigers van het kosmopolitische mercantilisme wanneer het gaat over het gebruik van onze taal aan onze universiteiten.
Ik herinner me nog het betoog van de toenmalige rector van de KU Leuven, Luc Sels, van ongeveer drie jaar geleden, rond deze periode. Om zijn pleidooi voor méér Engels kracht bij te zetten, had hij het plots over het “identitair denken dat de ontwikkeling van Vlaanderen niet mocht hinderen”. In Nederland wordt dat soort kritiek op verengelsing tegenwoordig weggezet als “nativisme”.
Je moedertaal als hinder en als ernstige pathologie. Stel je voor.
Als aanval op het gebruik van onze taal aan de universiteit kan dat tellen. Een cordon sanitaire rond de taal van 25 miljoen Vlamingen en Nederlanders ontbreekt er nog aan.
De achterkleinkinderen van de taalstrijders van weleer lijken er ondertussen in te slagen de Nederlandse taal in versneld tempo van de universitaire campus te vegen. In naam van de diversiteit, uiteraard. En met de zegen van een imam aan de katholieke universiteit.
Vanuit mijn eigen afkomst weet ik wat het betekent om Nederlands te leren. Daarom stel ik me weleens de vraag hoe het komt dat hoogopgeleide, briljante intellectuelen uit het buitenland blijkbaar niet in staat zouden zijn onze taal te leren.
Gediplomeerde en niet-geconventioneerde artsen in onze ziekenhuizen, gastprofessoren en andere knappe koppen die hier komen werken en lesgeven: waarom zou dat voor hen onmogelijk zijn?
In mijn ogen heeft dat in de eerste plaats te maken met een complete onverschilligheid tegenover de gemeenschap die hen omringt. Een onverschilligheid die mede wordt veroorzaakt door een Vlaamse overheid die er onvoldoende in slaagt onze taal en cultuur aantrekkelijk en zelfbewust uit te dragen. Het heet dat nieuwkomers moeten integreren, maar de elite niet.
Deze internationale elite van zelfverklaarde wereldburgers — ik reken daar ook de rijkelijk betaalde Europese verkozenen, ambtenaren en andere expats toe — leeft grotendeels in een ivoren toren.
In afgeschermde villa’s, beveiligd met camera’s en gesloten poorten. De kinderen gaan naar internationale scholen. Men vliegt voortdurend heen en weer: voor een zonnebehandeling naar Saint-Tropez, een bergwandeling in het Himalayagebergte of een middagje shoppen in Parijs, Londen of New York.
Maar ik was begonnen bij de hoogleraren. Uit mijn goedgevulde citatenboek wil ik daarom nog één passend citaat van Gerard Walschap bovenhalen. In het Nieuw Vlaams Tijdschrift (jaargang 25) schreef hij:
“We signaleren met strakke ernst dat al de sensationele slogans, hetzes, drijverijen en gewelddadigheden van onze dagen gepredikt en gepatroneerd worden door hoogleraren. Deze schande moet schuldiger worden geacht naarmate ze met groter talent en reputatie wordt bedekt.”
Walschap schreef dit in 1972. Meer dan een halve eeuw later klinkt het citaat, helaas, nog altijd opvallend actueel.
Meer hierover in mijn boek TAALMOORD. Nu in elke boekhandel. Voor een gesigneerd exemplaar kan je bij mij terecht.
22.09.2026