Op 7 maart 1948 hield de Franse president Charles de Gaulle een toespraak in Compiègne, in de Franse regio Picardië. Daar gaf hij commentaar op de communistische staatsgreep in Praag en op de strategie van de Sovjet-Unie.
De Gaulle zei toen het volgende:
“De ideologie die als voorhoede van de Sovjet-Unie optreedt, verenigt de duistere aantrekkingskracht van opstand, van de termietenhoop en van de verovering van de wanhoop. Daardoor beschikt zij in elk land ter wereld over de steun van separatisten die uitsluitend haar bevelen volgen en wier volledige activiteit erop gericht is de staat in handen te krijgen.”
Vandaag lijkt er in dat opzicht weinig veranderd. Rusland bouwt nog steeds voort op tactieken die al in de Sovjettijd werden toegepast. De Russische avant-garde in de Donbas en elders – waaronder bevolkingsgroepen die tijdens de Sovjetperiode werden ingeplant en vaak de plaats innamen van autochtone inwoners die massaal richting de Goelag werden gedeporteerd – speelde in Oekraïne een vergelijkbare rol.
Het valt niet uit te sluiten dat een gelijkaardige strategie ook in de Baltische staten zou worden ingezet indien de omstandigheden dat toelaten. Ook daar heeft Rusland er in de loop van de tijd voor gezorgd dat aanzienlijke Russische gemeenschappen zich hebben gevestigd.
De vraag dringt zich op of een deel van deze gemeenschappen, wanneer het erop aankomt, als een modern Paard van Troje kan worden geactiveerd. In die visie zijn ze geen klassieke minderheden, maar pionnen op een geopolitiek schaakbord.
De Gaulle – zelf in de eerste plaats een militair – meende dat mechanisme al in zijn tijd scherp te hebben herkend.
07.03.2026