WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Hevige gevechten in Kaaster: Jan Camerlynck en twaalf bosgeuzen aangehouden

Op 28 september 1568, na een verwoed gevecht, wordt Jan Camerlynck, een van de eerste kapiteins van de Bosgeuzen, samen met twaalf van zijn gezellen in Kaaster aangehouden.

Camerlynck was een sajetwerker, geboren in Hondschote rond 1528. Na de dood van zijn echtgenote en zoon aan de pest moet hij zich tot het nieuwe geloof hebben bekeerd. Zijn aanwezigheid wordt al vroeg gesignaleerd bij de eerste hagenpreken in de streek.

Hij moet een zware, indrukwekkende kerel zijn geweest, want hij werd aangeduid als lijfwacht van de beruchte predikant Sebastiaan Matte. In Steenvoorde liep hij op 10 augustus 1566 voorop bij de aanvang van de Beeldenstorm, gewapend met een hellebaard. In de dagen daarna escaleerde de situatie met de verwoesting van beelden in de kerken van Ieper, Diksmuide en Brugge, en weldra in heel de Nederlanden.

Voor Camerlynck werd het in het Westkwartier al snel te heet onder de voeten. Hij vluchtte naar Londen en Sandwich, waar hij werd aangeduid om een invasie van zijn geboortestreek voor te bereiden. Later zal hij nog een tweede keer naar Engeland vluchten, maar ook dan snel terugkeren voor de uitvoering van zijn gewelddadige plannen.

Het vervolg van zijn daden werd in zijn latere proces uitvoerig uit de doeken gedaan. Het dossier van het proces is bewaard en bevindt zich in het Rijksarchief te Kortrijk. Tussen november 1567 en zijn arrestatie in september 1568 volgde een periode van terreur en escalatie van geweld, met talloze plunderingen, brandstichtingen en verwoestingen, alsook mishandelingen en moorden op priesters en gerechtsdienaren. Het summum van de gruweldaden werd bereikt op 12 januari 1568, met de foltering en moord op drie geestelijken. Enkele dagen voordien waren in Roesbrugge ook acht gerechtsdienaren door de bende gedood.

Het geweld van de Bosgeuzen moet bovendien geplaatst worden in een bredere context van meedogenloze repressie. Jarenlang hadden de plakkaten tegen de ketterij, de vervolgingen en de harde aanpak van andersgelovigen door de inquisitie en de autoriteiten een klimaat geschapen waarin radicalisering aan beide zijden welig tierde. In zekere zin volgden de Bosgeuzen het slechte voorbeeld van hoe men met andersdenkenden omging.

Jan Camerlynck en zijn Bosgeuzen waren intussen opgejaagd wild voor de autoriteiten; hun arrestatie was een kwestie van tijd. Door verraad—na foltering van een van de gevangengenomen leden van de bende—werd Camerlynck samen met een twaalftal Bosgeuzen in de buurt van het kerkhof van Kaaster verrast en na een hevig gevecht gearresteerd.

Het proces van Jan Camerlynck en zijn kompanen volgde in Ieper op 20 november 1568. Makkers probeerden hen nog uit de gevangenis van Ieper te bevrijden, maar dat mislukte. Camerlynck en zijn geloofsgenoten eindigden op de brandstapel, na vreselijke folteringen te hebben ondergaan. Hun terechtstelling betekende het einde van twee jaren van gewelddaden van de Bosgeuzen in de Westhoek.

Gepubliceerd

28.09.2026

Kernwoorden
Reacties