Het debat over streektaal en standaardtaal leeft al lang in Frans-Vlaanderen. In tegenstelling met wat sommigen ons vandaag willen doen geloven – recent nog de Nederlandse prof. Jan Pekelder – waren er altijd stemmen om de twee visies te verzoenen zonder aan het essentiële te raken, namelijk de functie van de standaardtaal in twijfel te trekken. Hier volgt de mening van een ‘grijze eminentie’, de Frans-Vlaamse schrijver Nicolas Bourgeois (1896-1982), uit een brief gedateerd in augustus 1976:
‘Het is ongetwijfeld zo dat de streektaal, de volkstaal dus, in haar rijkdom oorspronkelijker, levendiger en smakelijker klinkt dan de standaardtaal van de zogenaamde verfijnde samenleving. Dit is geen specifiek Vlaams of Nederlands fenomeen, maar een universeel verschijnsel. Praktisch gezien is het echter niet te ontkennen dat de eenwording van onze taal door de eeuwen heen noodzakelijk werd gemaakt door spelling, scholing en de opkomst en ontwikkeling van geschreven- en audiovisuele media. Dit was nodig om een oneindige fragmentatie en uiteindelijk onbegrijpelijkheid te voorkomen. Het Vlaamse volk heeft te veel geleden onder de verfransing en de achterliggende gedachten van zijn ‘voogden’, waardoor het zich onder welk voorwendsel dan ook niet wil laten meeslepen in een strijd tussen volkstaal en standaardtaal.’
Een gelijkaardig standpunt publiceerde Nicolas ook in het KFV-mededelingen van maart 1977.
20.08.2025