WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 34, 2026

Vijftig jaar later: wat is er veranderd?  

Vandaag is er het IJzertreffen in Steenstraete. Het doet me terugdenken aan vijftig jaar geleden, aan de IJzerbedevaart van 1976.

Het thema was toen zelfbestuur, al verstond men daar niet noodzakelijk hetzelfde onder. Mij werd gevraagd om namens Frans-Vlaanderen even het woord te nemen.

Het werd een korte toespraak van amper twee minuten. Meer tijd kreeg Frans-Vlaanderen toen niet.

Ik herinner me nog dat ik waarschuwde voor wat ik toen de valse waarden noemde die de wereld bedreigden. Op de eerste plaats zette ik het geld. Daarna de totalitaire utopieën, zoals het marxisme.

Zelfbestuur voor Frans-Vlaanderen was toen nog een verre droom. Een droom die vorm kon krijgen via decentralisatie, lokale autonomie en de bescherming van taal, cultuur en identiteit.

Vijftig jaar later blijft de boodschap van toen eigenlijk verrassend actueel. Alleen zou ik het vandaag anders formuleren. De bedreigingen hebben andere vormen aangenomen.

Ik zou vandaag waarschuwen voor het individualisme en het ultraliberalisme, voor de kosmopolitische nivellering en voor Grote Broer in al zijn gedaanten: woke, digitale controle, bureaucratie en de steeds verdergaande bemoeienis met het persoonlijke en maatschappelijke leven.

Is er dan zo veel veranderd?

1976 was het jaar van de giframp van Seveso, van de lokettenkwestie in Schaarbeek en van de bevrijding van de gijzelaars in Entebbe door Israëlische commando’s. Het was ook het jaar van de dood van Mao Zedong.

De goede oude tijd zou ik het dus niet onmiddellijk noemen.

Gepubliceerd

23.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Werd er in Frans-Vlaanderen een taalmoord gepleegd?

Dat woord is misschien zwaar geladen. Ik naam het van mijn mentor Cyriel Moeyaert over die de laatste jaren van zijn leven het woord linguïcide, taalmoord dus gebruikte om de oorzaken van de zwanenzang van onze taal over de schreve te duiden. Hoe dat is kunnen gebeuren is een proces van drie eeuwen die ik als volg heb omschreven:

Om de andere talen dan het Frans in Frankrijk te doen verdwijnen, begon men met wetten en decreten. Die moesten het Frans opleggen.
De Revolutie zette alle andere talen aan de kant. Het Frans werd zogezegd de taal van de vrijheid.
Later kwam de schoolplicht in het Frans.
Onderwijs, religie, pers en publicaties in de andere talen werden verboden.
Waar men zich tegen die taalpolitiek verzette, werden ambtenaren rechters, onderwijzers, politie, militairen, douaniers en postbodes als bewuste en onbewuste verfransingsagenten ingezet
Talen en streektalen anders dan het Frans  werden voorgesteld als patois van eenvoudige mensen. Men beweerde dat ze niet meer konden worden geschreven en dat ze een obstakel waren om Frans te leren
Vanuit Parijs werd het volk geleerd zich ervoor te schamen.


Dit is wat ik noem een TAALMOORD.

Meer hierover? Ik ga op 2 september in Kortrijk in debat met voormalig minister-president Geert Bourgeois en taalkundige Freek Van de Velde. Info en inschrijving op deze pagina of op de webstek van uitgeverij Ertsberg. U komt toch ook?

Gepubliceerd

22.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Wie sprak Frans in Frankrijk?

Een vreemde vraag op het eerste gezicht. Je moet bijna een Engelsman zijn om ze te stellen.

Dat deed de Britse schrijver Graham Robb in zijn boek De ontdekking van Frankrijk (2008). Hij schrijft:

“Er was ook een Frankrijk waar, nog maar iets meer dan honderd jaar geleden, het Frans een vreemde taal was voor de overgrote meerderheid van de bevolking (…) Het officiële taaleigen van de Franse Republiek was een minderheidstaal.”

Wie sprak er Frans in Frankrijk? En hoe werd het Frans uiteindelijk de taal van de Fransen?

Daarover, en over nog veel meer, lees je in mijn nieuwe boek:

TAAMOORD. OVER TAAL, IDENTITEIT EN GEMEENSCHAP

📚 Vanaf 25 augustus in de boekhandel.

Wil je een gesigneerd exemplaar? Dan kan je rechtstreeks bij mij terecht.

Gepubliceerd

21.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Mijn nieuwste boek is aangekomen! 📚

Met gepaste trots: vandaag is mijn nieuwste boek aangekomen!

Altijd een bijzonder moment. Eentje dat, eerlijk gezegd, nog beter smaakt dan de Beaujolais nouveau. 😉

Een bijzondere dank aan Hanne Akkermans en uitgever Karl Drabbe van Ertsberg voor het puike werk.

No vijf keer slapen en Taalmoord ligt in de boekhandel.

Voor wie niet kan wachten en graag een gesigneerd exemplaar ontvangt: dat kan via mijn blog widopedia.eu, of gewoon met een berichtje via deze pagina of Messenger.

📅 Op 2 september ben ik bovendien te gast in de Bibliotheek van Kortrijk, waar ik over Taalmoord in debat ga met voormalig minister-president Geert Bourgeois en linguïst Freek Van de Velde.

Snel inschrijven is de boodschap!

👉 Inschrijven kan hier

Ik kijk ernaar uit om het boek met jullie te delen!

Gepubliceerd

20.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Zo bouw je een wereldrijk

Op 19 augustus 1493 neemt Maximiliaan van Oostenrijk als Rooms-Duits koning de regering van het Heilige Roomse Rijk zelfstandig over. Hij was al sinds 1486 Rooms-Duits koning en zou zich vanaf 1508 keizer van het Heilige Roomse Rijk noemen.

Maximiliaan was sinds 1477 getrouwd met Maria van Bourgondië, de dochter van Karel de Stoute. Maria was de erfgename van Bourgondië en van de meeste Nederlandse gouwen.

Na Maria’s overlijden in 1482 komen haar Bourgondische gebieden in handen van het huis Habsburg.

Wanneer Maximiliaan in 1519 overlijdt, wordt hij opgevolgd door zijn kleinzoon Karel V, onze Keizer Karel.

Zo ontstaat in drie generaties een wereldrijk.

Gepubliceerd

19.08.2026

Kernwoorden
Reacties

‘O mijn land van Vlaanderen’

De dichter Albert Samain

Op 18 augustus 1900 overlijdt de Frans-Vlaamse symbolistische dichter Albert Samain.

Samain werd in 1858 geboren in hartje Rijsel. Hij was de zoon van wijnhandelaars. Later verhuisde hij voor zijn werk naar Parijs. Toch bleef hij sterk verbonden met zijn geboortestreek. Vlaanderen bleef voor hem een belangrijke bron van inspiratie.

Een van zijn bekendste gedichten is Mon enfance captive. Het is een van de weinige gedichten over Vlaanderen die ik rond mijn twaalfde leerde op school, in de Franse, ondeelbare Republiek.

Dat Samain het noorden van Frankrijk Vlaanderen noemde, maakte op de een of andere manier indruk op mij. Verhaeren kende ik toen ook, maar hij schreef niet over Frans-Vlaanderen.

Misschien is dat wel het bijzondere aan Samain. Hij moest Rijsel verlaten om te ontdekken hoe diep hij er geworteld was. Wat hij als kind wilde ontvluchten, werd later een deel van zijn innerlijke landschap.

Zijn Vlaanderen lag niet alleen buiten hem. Hij droeg het als de Heimat met zich mee. De Heimat is niet altijd idyllisch en paradijselijk: je kan ook verlangen naar een grijze straat, een fabriekspand in een mistig industrieel landschap, als dat voor jou de plaats van je jeugdherinneringen is.

Daarom geef ik hier zijn gedicht in de oorspronkelijke Franse versie:

Mon enfance captive a vécu dans des pierres,
Dans la ville où sans fin, vomissant le charbon,
L’usine en feu dévore un peuple moribond.
Et pour voir des jardins je fermais les paupières…


J’ai grandi ; j’ai rêvé d’Orient, de lumières,
De rivages de fleurs où l’air tiède sent bon,
De cités aux noms d’or, et, seigneur vagabond,
De pavés florentins où traîner des rapières.


Puis je pris en dégoût le carton du décor
Et maintenant, j’entends en moi l’âme du Nord
Qui chante, et chaque jour j’aime d’un cœur plus fort


Ton air de sainte femme, ô ma terre de Flandre,
Ton peuple grave et droit, ennemi de l’esclandre,
Ta douceur de misère où le cœur se sent prendre,


Tes marais, tes prés verts où rouissent les lins,
Tes bateaux, ton ciel gris où tournent les moulins,
Et cette veuve en noir avec ses orphelins…

Gepubliceerd

18.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Het verraad van de notabelen?

Over taalmoord in Frans-Vlaanderen

Op 17 augustus 2023 publiceerde ik onderstaande tekst in het debat over de door Frankrijk gepleegde taalmoord in Frans-Vlaanderen. Enkele vaststellingen uit die tekst zijn vandaag nog altijd verrassend actueel.

Over de taal van Frans-Vlaanderen lees je weleens dat het volk de streektaal — het Vlaams — nog lange tijd bleef spreken, terwijl de notabelen “verraad pleegden” en het Frans gingen gebruiken. De burgerij als verfransende factor dus.

Maar klopt dat verhaal wel?

In Kaaster, waar ik vroeger woonde, spraken de plaatselijke notabelen die uit de streek afkomstig waren evengoed Vlaams als de andere inwoners. Wie de streektaal vaak níét kon spreken, waren juist de mensen die van buiten de Westhoek kwamen: juristen, ambtenaren, onderwijzers, douaniers, politiemensen, militairen, postbodes…

Wie ooit de film Bienvenue chez les Ch’tis zag, herkent het mechanisme. Een van de hoofdpersonages is een postbode die vanuit het zuiden van Frankrijk in Sint-Winoksbergen wordt geplaatst. Een komedie, maar achter die komedie zit een werkelijkheid die veel minder vrolijk is.

De verfransing van bovenaf

Denk vooral niet dat dit systeem tot het verleden behoort. De jakobijnse logica van de Franse ambtenarij werkt nog altijd door. Sinds de Franse Revolutie worden ambtenaren in Frankrijk vaak honderden kilometers van hun geboorte- of woonplaats benoemd.

Een terugkeer naar de eigen streek komt soms pas later, na bewezen diensten en met het pensioen in zicht.

De verfransing kwam dus niet noodzakelijk van de plaatselijke burgerij.

Ze kwam vaak van buitenaf, met de benoemingsbrieven van de Franse staat.

Niet zozeer de plaatselijke notabelen, maar het ambtenarenkorps was een belangrijke verfransende factor achter de schermen.

Een bekend voorbeeld is de Elzas. Na de Eerste Wereldoorlog werd het Duits officieel verboden in het openbare leven. Duitstalige publicaties werden stopgezet en tegenstanders van de nieuwe Franse politiek werden vervolgd en gevangen gezet. Ook het onderwijs werd grondig verfranst: Duitstalige leerkrachten verdwenen en werden vervangen door onderwijzers uit andere Franse departementen die uitsluitend Frans spraken.

Wie was daar nu eigenlijk de “verfransende burgerij”?

Het volk tegenover de notabelen?

Nog iets over de tegenstelling tussen de “taal van het volk” en de “taal van de notabelen”.

In Frans-Vlaanderen dook die voorstelling vooral op vanaf het einde van de jaren zeventig. Het was de neomarxistische prietpraat van groepen als Tegaere Toegaan, die het Vlaamse volk graag reduceerden tot Vlaamse proletariërs.

De streektaal als onderdeel van de klassenstrijd.

Hoe zeg je dat eigenlijk in het Frans-Vlaams?

No pasaran? 😉

De titel van dit stuk ontleende ik aan het bekende pamflet en filosofische werk La Trahison des clercs van de Franse schrijver en filosoof Julien Benda, dat in 1927 verscheen.

Gepubliceerd

17.08.2026

Kernwoorden
Reacties