WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Politiek misdrijf of niet?  Een verijdelde aanslag op Napoleon III  

Op 12 september 1854 bestond er een algemeen gerucht dat de Franse keizer Napoleon III per trein naar Doornik zou reizen. Hij had kort voordien in Kales koning Leopold I ontmoet en men verwachtte hem in Doornik voor de feestelijkheden.

In de nacht van 10 op 11 september was langs de spoorlijn tussen Rijsel en Kales, in de omgeving van Pérenchies en Lambersart, een zogenaamde machine infernale onder de rails geplaatst. Het explosief was verbonden met een ontstekingsmechanisme dat vanuit een nabijgelegen veld kon worden bediend.

Op maandag 11 september, rond vijf uur ’s morgens, ontdekte een spoorarbeider het tuig. De aanslag werd daardoor verijdeld. Napoleon III zou de volgende dag echter niet naar Doornik reizen.

De Franse autoriteiten brachten de aanslag in verband met republikeinse tegenstanders van het keizerrijk. Onder de verdachten bevonden zich Jules-Nicolas Jacquin en Célestin-Nicolas Jacquin, twee Fransen die naar Brussel waren gevlucht. Jules Jacquin was ingenieur en zou betrokken zijn geweest bij de vervaardiging van de bom. Hoewel zij in sommige oudere bronnen als de gebroeders Jacquin werden aangeduid, waren zij geen broers.

Bijna een jaar na de feiten werden de twee mannen door de Franse rechtbank bij verstek ter dood veroordeeld. Frankrijk vroeg België vervolgens om hun uitlevering.

Daar ontstond een belangrijke juridische discussie. Volgens de Belgische uitleveringswet van 1 oktober 1833 konden personen niet worden uitgeleverd wanneer het ging om een politiek misdrijf. De Belgische rechter moest daarom bepalen of een aanslag op het leven van een buitenlands staatshoofd als een politiek misdrijf moest worden beschouwd.

De kamer van inbeschuldigingstelling bij het hof van beroep te Brussel oordeelde dat de aanslag een politiek karakter had. Het Hof van Cassatie vernietigde deze beslissing, waarna de zaak opnieuw werd onderzocht. Ook het hof van beroep te Luik oordeelde dat het niet om een politiek misdrijf ging. Uiteindelijk werd in Brussel het politieke karakter van de aanslag opnieuw aanvaard.

Frankrijk ergerde zich sterk aan de Belgische houding en trok uiteindelijk zijn verzoek tot uitlevering in.

DE ATTENTAATSCLAUSULE

De zaak maakte duidelijk dat de Belgische uitleveringswet van 1833 een probleem bevatte. Een persoon die in het buitenland werd vervolgd voor een aanslag op een staatshoofd, kon zich onder bepaalde omstandigheden beroepen op het politieke karakter van zijn daad.

Daarom nam de Belgische regering het initiatief om de uitleveringswet aan te passen. Op 22 maart 1856 werd een aanvullende wet aangenomen. Daarin werd bepaald dat een aanslag op het hoofd van een buitenlandse regering of op leden van diens familie voortaan niet meer als een politiek misdrijf werd beschouwd wanneer het ging om moord, poging tot moord met voorbedachten rade of vergiftiging.

Deze bepaling werd bekend als de attentaatsclausule of Belgische clausule. Ze werd later in talrijke uitleveringsverdragen overgenomen.

WAT GEBEURDE ER MET DE TWEE DADERS?

Jules-Nicolas Jacquin werd ondanks zijn doodvonnis nooit geëxecuteerd. Na zijn vlucht verbleef hij onder meer in Engeland en trok vervolgens naar de Verenigde Staten. In 1860 trouwde hij in New York met Louise Marie Seghers. Later keerde hij terug naar Europa en vestigde hij zich in Zwitserland. Volgens genealogische gegevens overleed hij op 24 november 1914 in Évian-les-Bains, 89 jaar oud.

Ook Célestin-Nicolas Jacquin ontsnapte aan de Franse justitie. Hij verbleef eerst in Engeland en duikt vervolgens op in New York. In de New Yorkse stadsgids van 1859-1860 staat hij vermeld als draaier, wonende aan West 30th Street. Zijn verdere levensloop is veel moeilijker te achterhalen en een betrouwbare overlijdensdatum is voorlopig niet gevonden.

Zo eindigde de geschiedenis van de twee mannen die in 1855 bij verstek ter dood werden veroordeeld heel anders dan het vonnis deed vermoeden. Geen van beiden werd geëxecuteerd. De mislukte aanslag op Napoleon III kreeg bovendien een betekenis die veel verder reikte dan de aanslag zelf. De zaak droeg bij tot een belangrijke wijziging in het Belgische uitleveringsrecht en tot een duidelijker onderscheid tussen politieke misdrijven en gewone misdrijven.

Gepubliceerd

12.09.2026

Kernwoorden
Reacties