De laatste keer dat ik iets over klimaat schreef, kreeg ik meteen een hoop verwijten. Blijkbaar ben je tegenwoordig al een klimaatontkenner zodra je zegt dat de geschiedenis vol sporen zit van droge zomers, natte zomers, stormen, omweders en kleine ijstijden. Zolang je maar langs de juiste kant van de geschiedenis staat. Maar zoals Wout van Aert het zo heerlijk rechtuit zegt: “Ik moet just nieks.” En dus schrijf ik waar ik zin in heb.
In mijn archief vond ik een nota uit het dagboek van Nicolas van Pradelles (1564–1637). Waar ik het ooit gelezen heb, weet ik niet meer. Over Nicolas zelf is nauwelijks iets bekend. Hij zou een schildknaap zijn geweest, afkomstig uit een Hazebroekse familie van kleine adel. Hij verwijst naar het Hofland, vandaag een toponiem, maar in de 16de eeuw een oud domein of heerlijkheidsgebied binnen de Kastelrij Kassel.
Wat hij beschrijft, is wél historisch gedocumenteerd. De droge zomer van 1580 komt voor in Artesische en Vlaamse kronieken. Op 5 april 1580 trof een aardbeving onze streek, in een periode waarin de Tachtigjarige Oorlog de regio al zwaar teisterde. In 1581 volgde een zware pestepidemie rond Sint-Omaars en Hazebroek. En in 1586 veroorzaakten zomerstormen grote schade, volgens kronieken uit Kassel en Belle.
Hier volgt de originele tekst zoals ik hem terugvond:
“Den somer van 1580 was een drooghen somer sonder reghen (…) In’t jaer 1580 was een groote eerdebevinghe in dit quartier (…) In’t jaer 1581 was te Hazebrouck een seer grote peste dannof wy door de gratie Godts beseermt waeren, anders danne ons joncwyf dannof gheinfecteert was, die wy deden in ons ovecot, en ghinghen wonen op t’huus ten Hoflande, en va daer t’huus commende, vonden meesten al ons ghebueren doot (…) Den Wedemaent 1586, hevet gemaect te Hazebrouck een groot tempeest van donder en daer vielen haghelsteenen van de grote van henne eyeren die bedorben alle de coornen, ruggghe ende boonen (…)”
Wie vandaag snel klaagt over de ongemakken van een warme zomer — en terecht — vergeet soms dat Nicolas nog veel rampzaliger tijden beschrijft.
Alleen één probleem: mijn nota over de bron is verdwenen. Weet iemand van mijn lezers waar deze tekst ooit is gepubliceerd?
16.08.2026