WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 35, 2026

De week van de debatten

Een taalmoord is een linguïcide   — En een linguïcide is een taalmoord

Aanstaande woensdag 2 september ga ik in Kortrijk in debat naar aanleiding van de lancering van mijn boek:

TAALMOORD — Over taal, identiteit en gemeenschap

Samen met voormalig minister-president Geert Bourgeois en taalkundige prof. Freek Van de Velde ga ik in gesprek over taal, identiteit en gemeenschap.

📍 Oranjezaal, Centrale Bibliotheek van Kortrijk
🕢 Welkom vanaf 19.30 uur

En drie dagen later, op zaterdag 5 september, volgt een tweede debat — ditmaal in het Frans, in Frans-Vlaanderen.

Daar staat een prangende vraag centraal:

Is Frans-Vlaanderen het slachtoffer van een taalmoord?

In het stadhuis van Kassel ga ik hierover in gesprek met Damien Top, voorzitter van de Andries Stevenkring.

📍 Stadhuis van Kassel – Eresalon
🕔 Aanvang om 17 uur

La Voix du Nord besteedt vandaag aandacht aan het debat in Kassel en aan de problematiek van taal, identiteit en het Nederlands in Frans-Vlaanderen.

Na afloop van beide debatten is er gelegenheid om mijn boek te laten signeren.

Twee debatten, twee talen, één centraal thema: de strijd om taal, identiteit en gemeenschap.

U komt toch ook?

Gepubliceerd

30.08.2026

Kernwoorden
Reacties

🌿 Hermann Löns  – De dichter van de heide

Op 29 augustus 1866 werd Hermann Löns geboren in Kulm, het huidige Chełmno in Polen, toen gelegen in West-Pruisen.

Löns werd bekend als schrijver en heidedichter. Hij was daarnaast een fervent jager en natuurliefhebber. Veel van zijn werk is geïnspireerd door de Lüneburger Heide en het landschap en leven daar. Tegenwoordig is dit een beschermd natuurgebied in Nedersaksen.

Löns schreef talrijke gedichten die later als volksliederen op muziek werden gezet. Zijn bekendste roman, Der Wehrwolf, speelt zich af tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618–1648). Het boek vertelt over Nedersaksische boeren die zich met geweld verzetten tegen plunderende soldaten.

In 1911 was Löns een belangrijke pleitbezorger voor de bescherming van de Lüneburger Heide. Hij zette zich in voor het behoud van het bijzondere heidelandschap. De uiteindelijke bescherming kwam tot stand dankzij de inzet van meerdere personen en organisaties.

Ondanks zijn leeftijd meldde Löns zich bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog als vrijwilliger. Op 26 september 1914 sneuvelde hij bij Loivre, ten noordwesten van Reims in de Champagne. Hij was 48 jaar oud.

De bekende Duitse speelfilm Grün ist die Heide uit 1951 bracht de Lüneburger Heide opnieuw sterk onder de aandacht. De film werd in 1972 opnieuw verfilmd. Het werk van Hermann Löns en zijn beschrijvingen van het heidelandschap vormden een belangrijke inspiratiebron voor de beeldvorming rond de Lüneburger Heide.

Gepubliceerd

29.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Woorden hebben wortels …

Vandaag: identiteit en verworteling

In mijn nieuwste boek TAALMOORD gebruik ik meermaals het woord ‘identiteit’.

Wat ik daaronder versta, heeft niets te maken met het lelijke Franse woord dat me onmiddellijk doet denken aan een gelijkvormigheidsdocument dat moet bewijzen dat ik ben wie ik ben.

Er zijn tegenwoordig ‘identiteiten’ in overvloed. En die verschuiving van betekenis wordt stilaan lastig.

Denk aan gender — met alle letters van hun alfabet. Aan politiek — bont en blauw gekleurd. Tot zelfs de hooligans, bijvoorbeeld die van een voetbalclub.

Met identiteit bedoel ik dus: verworteling.

Mijn identiteit is geworteld in een DNA. In een volk. In een gemeenschap. In een traditie. In een geschiedenis. In een leefwereld waarmee ik vandaag naar de toekomst kijk.

In die betekenis sluit mijn begrip van identiteit nauw aan bij wat de Frans-Joodse anarchistische filosofe Simone Weil (1909-1943) ‘enracinement’ noemde.

Weil schreef daarover haar boek L’Enracinement.

Ik las dat boek voor het eerst toen ik vijftien was. Het heeft me toen op mijn weg geholpen.

De stelling van Weil is dat een mens ‘wortelt’ doordat hij actief en natuurlijk deelneemt aan een gemeenschap. Een gemeenschap die waarden en schatten uit het verleden bewaart én een verwachting voor de toekomst draagt.

VERPLICHTINGEN

Maar bij Weil begint het niet bij de rechten van de mens.

Het begint bij zijn verplichtingen.

Weil formuleert het heel expliciet: de notie van verplichting gaat vooraf aan die van het recht. Een mens is niet alleen iemand die aanspraak kan maken op rechten. Hij is ook iemand die iets verschuldigd is aan anderen, aan de gemeenschap, aan het verleden en aan de toekomst.

Een recht heeft voor Weil pas betekenis omdat anderen de verplichting hebben dat recht te eerbiedigen. De verplichting is dus fundamenteler dan het recht.

Dat is vandaag een bijna vergeten gedachte.

We spreken voortdurend over onze rechten. Veel minder over onze plichten.

Voor Weil zijn die verplichtingen fundamenteel. Juist doordat een mens zich verbonden weet en verantwoordelijkheid draagt, kan hij werkelijk geworteld zijn.

ONTWORTELING

Daartegenover staat het woord ‘déracinement’, oftewel: ontworteling.

Voor Weil is dat niet alleen geografische of culturele ontheemding. Het is een fundamentele toestand waarin mensen hun verbinding verliezen met de gemeenschap, de geschiedenis, de cultuur, maar ook met de arbeid.

Zo statig als een eik, zoals in het Gebed voor het Vaderland, staat onze identiteit concreet verworteld.

En precies daardoor ervaart een mens verbondenheid, continuïteit, verantwoordelijkheid, originaliteit en betekenis.

Gepubliceerd

28.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Hendrik Carette: dichter en zwerver

Mijn Heel-Nederlandse vriend Hendrik Carette (°1946), met Brugse wortels, heeft aldus zijn cv in zijn leven wel vele stielen met of onder ongelukken uitgeoefend. Hij was achtereenvolgens barman, kelner, douanedeclarant, vertegenwoordiger, verkoper, tot kabinetsmedewerker van Hugo Schiltz en van de Schaerbeekse burgemeester Francis Duriau. Om waardig af te sluiten als politieambtenaar.

Al die jaren was Hendrik vooral zichzelf: een aristocratische dichter. Hij publiceerde verschillende dichtbundels, was ooit redacteur van het letterkundig tijdschrift Diogenes en heeft ook een blog op internet. In 2013 werd hij aangesteld tot de eerste en voorlopig enige Havendichter van Zeebrugge.

Ik kom hem wel eens tegen, ook in Frans-Vlaanderen, tot aan de kapel van de Drie Maagden in Kaaster, en op plaatsen van herinneringen die van de Nederlandse gedachte getuigen.

In 2020 publiceerde hij een lijst van de tien beste boeken in het verschrikkelijke Coronajaar. Mijn boek Nicolas Bourgeois en Frans-Vlaanderen – Confidenties in het Olmkasteel hoorde bij zijn lijst. Een hele eer vanwege deze dichter van stand.

Hendrik Carette stuurde me gisteren dit gedicht, typerend voor de verzen van deze dichterlijke zwerver door de Nederlanden. Dat ‘tot ver voorbij de dorst’ is niets gesponsord door de Vlaamse brouwers en dateert van vóór de nieuwe betuttelingsoekazes van de gesubsidieerde experten.

Missive voor Wido Bourel

Wij zijn als twee dolende ridders op één dravend paard.
De witte monniken en ridders van een oude kruisvaart.

In Wormhout, Winnezele, in Kassel op de horst
waren wij rond en drinken wij tot ver voorbij de dorst.

Geen heer of bisschop, ook niet de bisschop van Terwaan
heeft recht over ons als sceptische fantasten van de waan.

Geen vrouw kan ons weerhouden aan de warme haard.
Geen wonde kan ons weerhouden van het harde zwaard.

Hendrik Carette

Bedankt Hendrik.

Gepubliceerd

27.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Crécy: de Franse Nederlagen zijn onze overwinningen ⚔️

Op 26 augustus 1346 krijgt het Franse leger er bij Crécy, in Picardië, flink van langs.

Koning Edward III van Engeland verslaat er het Franse leger. Aan Engelse kant vechten vooral Engelsen en Welshmen, aangevuld met Bretoenen, Vlamingen en Duitse huurlingen.

De Fransen verliezen naar schatting 20.000 man.

En opnieuw blijkt: een indrukwekkende ruiterij is niet altijd zo indrukwekkend wanneer ze tegenover goed opgesteld voetvolk en Engelse boogschutters staat. De Franse ridders worden letterlijk uit het zadel geschoten.

Blijkbaar hadden de Fransen weinig opgestoken van eerdere nederlagen tegen voetvolk, zoals de Guldensporenslag van 1302. 😉

Bij Crécy zetten de Engelsen bovendien een van de vroegste vormen van buskruitwapens in Europa in: enkele primitieve kanonnen. Spectaculair misschien, maar militair gezien hebben ze nog nauwelijks invloed op het verloop van de slag.

De Amerikaanse historicus Joseph Dahmus, gespecialiseerd in middeleeuwse geschiedenis, rekent Crécy tot de zeven beslissende veldslagen van de middeleeuwen.

EN DAN DE GESCHIEDSCHRIJVING…

Op school in Frans-Vlaanderen leerde ik geschiedenis.

Franse geschiedenis, uiteraard. 😉

Ik hoorde over de jammerlijke nederlagen… en de verpletterende overwinningen van de Franse legers.

Over grote helden zoals de dappere ridder Bayard. Over Roland, onze Roeland, en de slag bij Roncevaux. En natuurlijk over de Drie Musketiers — de heldhaftige mannen uit de boeken van Alexandre Dumas.

Alleen… de historische musketiers waren geen vrolijke avonturiers die met hun degen voor recht en eer streden. Het waren elite-soldaten van de Franse kroon, die in de Lage Landen niet bepaald kwamen om bloemetjes uit te delen. Hun campagnes gingen gepaard met moord, plundering en verwoesting.

Maar dat verhaal kreeg ik op school niet te horen. 😉

Later las ik dezelfde geschiedenis in Vlaamse en Nederlandse geschiedenisboeken.

En toen viel me iets op.

Wat in de Franse geschiedenisboeken een glorieuze Franse overwinning was, bleek bij ons vaak een nederlaag.

En wat bij ons een schitterende Vlaamse overwinning was, werd in de Franse geschiedschrijving al snel afgedaan als een toevallig Frans ongelukje. Een tekortkoming. Een vergissing. Een slechte dag. 😏

Kortom: ik had op school vooral de verkeerde kant van de geschiedenis geleerd.

En toen ik besefte dat wij eeuwenlang in de handen van onze historische vijand waren gevallen, was één ding duidelijk:

Ik zou voor de rest van mijn leven een non-conformist blijven.

Gepubliceerd

26.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Taal in verval: Nietzsche over woorden en decadentie

Op 25 augustus 1900 overlijdt Friedrich Nietzsche in Weimar. Hij leed al elf jaar aan een verwoestende geestesziekte die hem langzaam maar volledig uit het leven trok. Terwijl zijn lichaam en geest aftakelden, bleven zijn teksten zich verspreiden en groeide zijn invloed. Nietzsche, die zelf in stilte wegzonk, had vóór zijn instorting een uitzonderlijk scherp oog voor taal als teken van culturele gezondheid — en vooral als signaal van decadentie.

Over taal en taaldecadentie noteerde ik deze aforismen:

  1. “Wanneer een cultuur in verval raakt, worden haar woorden eerst ziek.” Taal is voor Nietzsche het vroegste symptoom van beschavingsverval: woorden verliezen hun kracht en hun verbinding met het leven.
  2. “Decadentie drukt zich uit in een overvloed aan woorden en een gebrek aan kracht.” In tijden van verval wordt taal breedsprakig, moralistisch, sentimenteel — maar zonder innerlijke energie.
  3. “De decadente mens liegt niet omdat hij wil misleiden, maar omdat zijn woorden geen werkelijkheid meer hebben.” Woorden worden lege hulzen: ze benoemen niets, ze raken niets, ze zijn slechts geluid.
  4. “Onze moraal is een taal van verval: ze is het product van vermoeide mensen.” Moraal is volgens Nietzsche een taalsysteem dat niet uit vitaliteit komt, maar uit uitputting en ressentiment.
  5. “Woorden worden begrippen zodra ze niet langer herinneren aan het eenmalige van de ervaring.” Begrippen zijn versteende metaforen: ze hebben hun oorsprong verloren en functioneren als dode abstracties.

In deze aforismen wordt duidelijk hoe Nietzsche taal leest als diagnose-instrument. Waar woorden inflatie vertonen, waar begrippen bloedeloos worden, waar taal sentimenteel of moralistisch klinkt, daar ziet hij het teken van een cultuur die haar scheppende kracht kwijt is. Zijn eigen stijl — scherp, muzikaal, aforistisch — is precies het tegendeel: een poging om woorden opnieuw te laden, te hervormen, te verlevendigen.

Opvallend vandaag is hoe scherp deze aforismen raken: we leven in een tijd waarin woorden hun betekenis verliezen, begrippen vervagen en taal zich vult met sentiment in plaats van kracht — precies de symptomen die Nietzsche als tekenen van culturele decadentie herkende.

Gepubliceerd

25.08.2026

Kernwoorden
Reacties

Benno Barnard: Onze taal, Ons gedeeld belang

(en français ci-dessous)

Deze tekst publiceerde ik aan het begin van dit jaar. Maar de boodschap is voor herhaling vatbaar.

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Benno Barnard is een taalvirtuoos. Voor hij naar Sussex verhuisde, woonde hij ook jarenlang in Vlaanderen, in de buurt van de taalgrens. Hij spreekt dus met kennis van zaken over onze gemeenschappelijke taal. Een visie die Vlamingen en Frans-Vlamingen inderdaad best in het oog houden.

Benno Barnard schrijft:

“Nederlands is een huis met vele kamers. Er is niks tegen Vlaamse of Surinaamse woorden en uitdrukkingen die onze gemeenschappelijke taal verrijken, integendeel. Van het sensuele goesting (‘een broek vol’) tot het zinnenprikkelende ‘kuisvrouw’; van het theatrale ‘triestige plant’ tot het bonkige ‘en stoemelings’, dat een geniale improvisatiecultuur onthult – het behoort allemaal tot de weelde van het Nederlands. Maar het is natuurlijk wel nuttig als die taal, met meer dan twintig miljoen sprekers, en mede in Europees verband, inderdaad gemeenschappelijk blijft. Aan nog een Afrikaans hebben we weinig.
U hoeft niet van Hollanders te houden; u mag hun tongval onmelodieus vinden en hun humor als niet-grappig ervaren — ook al zou het heilzaam voor uw taalgevoel en uw algemene ontwikkeling zijn als u de Statenbijbel, de brieven van Gerard Reve en de verhalen van Heer Bommel las. Geheel zoals u verkiest.
Maar u doet er goed aan ons gezamenlijke belang in het oog te houden.”

Precies dat gezamenlijke belang staat ook centraal in mijn boek TAALMOORD: wat gebeurt er met een taal en met een gemeenschap wanneer een gemeenschappelijke taal geleidelijk terrein verliest?

OVER MIJN BOEK TAALMOORD

Benno was zo vriendelijk de épreuves van mijn boek TAALMOORD als eerste te lezen. Zijn reactie:

“Dit is een prachtig boek, een vlammend protest, een diepzinnige liefdesverklaring aan onze taal. En het komt nota bene uit Frankrijk.”

Werd er in Frans-Vlaanderen een ‘taalmoord’ gepleegd, zoals de titel van mijn boek suggereert? En wat betekent het wanneer een taal die eeuwenlang deel uitmaakte van het culturele landschap van een streek, daar vrijwel verdwijnt?

Dat zijn enkele van de vragen die ik op 2 september in Kortrijk ter discussie wil stellen.

Al mijn fb-vrienden zijn van harte welkom op het debat in de Centrale Bibliotheek van Kortrijk. Ik ga er in gesprek met gewezen Vlaams minister-president Geert Bourgeois en taalkundige Freek Van de Velde. Moderator is Flip Feyten, voormalig VRT-journalist.

Meer info op deze fb-pagina. Inschrijving vooraf is noodzakelijk.

U komt toch ook?


Benno Barnard – notre langue , notre intérêt commun

J’ai déjà publié ce texte au début de cette année. Mais son message mérite d’être répété.

Le poète, écrivain et traducteur néerlandais Benno Barnard est un virtuose de la langue néerlandaise. Avant de s’installer dans le Sussex, il a vécu pendant de nombreuses années en Flandre, à proximité de la frontière linguistique. Il parle donc de notre langue commune en connaissance de cause. Une réflexion que les Flamands et les Flamands de France feraient bien de garder à l’esprit.

Benno Barnard écrit :

« Le néerlandais est une maison à plusieurs étages. Il n’y a évidemment rien contre les expressions et mots flamands ou surinamais qui enrichissent notre langue commune, bien au contraire. Du sensuel ‘goesting’ (« plein le pantalon ») à la ‘kuisvrouw’ très suggestive ; et du théâtral ’triestige plant’ au pesant ‘en stoemelings’, voilà qui révèle une culture géniale de l’improvisation — tout cela représentant la richesse du néerlandais.
Mais il est tout de même utile que cette langue, parlée par plus de vingt millions de personnes dans un cadre européen, reste effectivement commune. Une variante supplémentaire ne s’impose pas vraiment : nous avons déjà l’afrikaans.
Vous n’êtes pas obligé d’aimer les Hollandais ; vous pouvez trouver leur accent détestable et leur humour de mauvais goût. Encore serait-il salutaire pour votre maitrise de la langue et aussi, pour votre culture générale, de lire la Bible des États, les lettres de Gerard Reve ou les histoires de Heer Bommel. Sans obligation aucune, cela va de soi.
Mais vous feriez bien de garder à l’esprit notre intérêt commun. »

C’est précisément cette notion d’intérêt commun qui est aussi au cœur de mon livre TAALMOORD : que devient une langue, et que devient une communauté, lorsqu’une langue commune perd progressivement du terrain ?

À PROPOS DE MON LIVRE TAALMOORD

Benno a eu la gentillesse d’être le premier à lire les épreuves de mon livre TAALMOORD. Sa réaction :

« C’est un livre magnifique, une protestation enflammée, une subtile déclaration d’amour envers notre langue. Nota bene il nous vient de France. »

La Flandre française a-t-elle été victime d’un « linguicide », comme le suggère le titre de mon livre ? Et que signifie la disparition presque complète d’une langue qui a fait pendant des siècles partie du paysage culturel d’une région ?

Ce sont quelques-unes des questions que je souhaite mettre en débat le 2 septembre à Courtrai.

Tous mes amis Facebook sont cordialement invités au débat qui aura lieu à la Bibliothèque centrale de Courtrai. J’y dialoguerai avec Geert Bourgeois, ancien ministre-président flamand, et Freek Van de Velde, linguiste. Le débat sera animé par Flip Feyten, ancien journaliste de la VRT.

Pour plus d’informations, consultez cette page Facebook. Inscription préalable obligatoire.

J’espère vous retrouver nombreux à Courtrai !

Gepubliceerd

24.08.2026

Kernwoorden
Reacties