Op 12 juli 1536 overleed Desiderius Erasmus in het Zwitserse Bazel. De beroemdste humanist uit de Nederlanden tijdens de renaissance werd omstreeks 1466 in Rotterdam geboren. Zijn oorspronkelijke naam was Geert Geerts (of Gerrit Gerritszoon). Hij was de buitenechtelijke zoon van een priester en diens huishoudster.
Erasmus groeide uit tot de belangrijkste vertegenwoordiger van het christelijk humanisme in Europa. Hij pleitte voor verdraagzaamheid, kritisch denken en een terugkeer naar de oorspronkelijke bronnen van het christendom. Als internationaal gerenommeerd geleerde onderhield hij een uitgebreide briefwisseling met pausen, vorsten, bisschoppen en intellectuelen uit heel Europa.
Hij stond in nauw contact met het Bourgondisch-Habsburgse hof en was adviseur en leermeester van de jonge prins Karel, de latere keizer Karel V. Voor hem schreef hij in 1516 zijn beroemde opvoedkundige en politieke traktaat Institutio Principis Christiani (De opvoeding van de christelijke vorst), waarin hij uiteenzet hoe een vorst rechtvaardig, gematigd en in dienst van het algemeen belang moet regeren.
Zijn invloed op het intellectuele en religieuze leven van de zestiende eeuw was bijzonder groot. Zijn naam leeft vandaag voort in onder meer de Erasmus Universiteit Rotterdam en het Erasmus+-programma, het Europese uitwisselingsprogramma voor studenten en docenten.
Tot zijn bekendste werken behoort Lof der Zotheid (Moriae Encomium, 1509), een satirisch meesterwerk waarin hij op geestige maar vlijmscherpe wijze de menselijke ijdelheid, het bijgeloof en de misbruiken binnen Kerk en samenleving aan de kaak stelt. Daarnaast verwierf hij grote faam met de Adagia, een verzameling en toelichting van duizenden klassieke spreekwoorden, en de Colloquia, levendige dialogen die niet alleen werden gebruikt voor het onderwijs in het Latijn, maar ook een krachtig middel waren om zijn humanistische ideeën te verspreiden. Van blijvende betekenis was bovendien zijn kritische uitgave van het Griekse Nieuwe Testament (1516), die de studie van de Bijbel grondig vernieuwde en zowel de katholieke hervormingsbeweging als de Reformatie diepgaand beïnvloedde.
ERASMUS IN DE FRANSE NEDERLANDEN
Bekend is dat Erasmus tijdens een van zijn reizen ook Waten bezocht. Daar raadpleegde hij de rijke bibliotheek van de abdij op de Watenberg, die in zijn tijd een vermaarde verzameling handschriften en boeken bezat. Bij die gelegenheid bezocht hij eveneens de Sint-Bertijnsabdij in Sint-Omaars, een van de belangrijkste intellectuele en religieuze centra van de toenmalige Nederlanden.
Vijf eeuwen na zijn overlijden blijft Erasmus opmerkelijk actueel. Zijn pleidooi voor verdraagzaamheid, kritisch denken en een verantwoord gebruik van macht spreekt nog steeds tot de verbeelding. In De opvoeding van de christelijke vorst (Institutio Principis Christiani, 1516), geschreven voor de jonge prins Karel, benadrukt hij dat een vorst niet voor eigen eer of voordeel mag regeren, maar uitsluitend ten dienste van het algemeen welzijn.
Zijn politieke filosofie wordt kernachtig samengevat in deze uitspraak:
“Wie het roer van het schip van staat hanteert, moet slechts het algemeen belang en niet zichzelf dienen.”
Daarnaast waarschuwde Erasmus herhaaldelijk voor machtsmisbruik en onderdrukking. Zo schreef hij ook:
“Hij die onderdrukking toelaat, deelt in de schuld.”
Vijf eeuwen later hebben deze woorden niets aan actualiteit verloren. In een wereld waarin macht al te vaak wordt verward met eigenbelang, herinnert Erasmus ons eraan dat gezag slechts geloofwaardig is wanneer het wordt uitgeoefend in dienst van de gemeenschap. Juist daarin schuilt de blijvende kracht van zijn boodschap.
12.07.2026
Ik wens al mijn lezers een strijdvaardige elfjuliviering. Voor mij is 11 juli vooral een dag van bezinning. Daarom laat ik alle vragen om een toespraak of een lezing op die dag steevast aan mij voorbijgaan.
Ik verkies de stille reflectie. In de luwte van Vlaamse pensenkermissen. Tussen zwaaiers met de Vlaamse leeuw die één dag per jaar hun identiteit bovenhalen — liefst op een datum die netjes past in de agenda van de Vlaming‑aan‑de‑macht.
Drie punten van aandacht bij mijn overpeinzingen, vooral gericht aan de deftige dames en heren mandatarissen van de V‑partij en de Vlaamse elite aan de macht:
STARTVAK
Als ‘buitenstaander’ observeer ik al een halve eeuw de Vlaamse en Belgische samenleving. Als een V‑partij vindt dat de Vlaamse Beweging voorbijgestreefd is, dat politiek niet verder reikt dan een status quo of een verhogingsstrategie (op onze kosten), en dat wij dat allemaal moeten blijven slikken maar wel betalen, dan is het tijd voor terug naar af.
Ik acht de Vlaamse politiek niet in staat om de onafhankelijkheid uit te roepen — na uit te roepen: ‘nu niet en later ook niet’ — noch om de Vlaamse meerderheid in dit land haar juiste plaats te geven. Wat rest, is opnieuw beginnen bij het startvak. En in de geest van 1815 nieuwe vormen van samenwerking bedenken met Nederland.
EEN CITAAT VAN ALAIN DE BENOIST
Een uitspraak van de Franse nieuwrechtse filosoof en essayist Alain de Benoist over liberaal-conservatieve partijen die vandaag in verschillende Europese landen aan de macht zijn, lijkt ook van toepassing op Vlaanderen.
De Benoist schrijft: “Er bestaat een groot verschil tussen aan de macht komen omdat je verkiezingen hebt gewonnen en een einde maken aan de dominante ideologie. Een linkse vertegenwoordiger van het systeem vervangen door een rechtse vertegenwoordiger van hetzelfde systeem betekent niet dat je het systeem verlaat. Dat kan alleen door een echte breuk met dat systeem tot stand te brengen. Om zo’n breukstrategie te ontwikkelen en daadwerkelijk invloed uit te oefenen op het historische moment, zijn mensen nodig die worden gedragen door een gemeenschappelijke visie op de wereld, de mens en de samenleving. Precies daaraan ontbreekt het vandaag.”
11.07.2026
Op 10 juli 1940 stemde het Franse parlement over de volmachten voor maarschalk Philippe Pétain (1856–1951). Frankrijk had twee weken eerder gecapituleerd. Het land was verdeeld in een bezette noordelijke zone en een onbezette zuidelijke zone.
Het parlement telde 907 verkozen volksvertegenwoordigers en senatoren. Door oorlog, mobilisatie, krijgsgevangenschap en politieke uitsluitingen waren er minder aanwezig. Slechts 670 bereikten Vichy maar dat was voldoende voor een geldige stemming. 649 van hen brachten effectief hun stem uit: 569 vóór, 80 tegen, 20 onthoudingen. Daarmee kreeg Pétain de volmachten met een comfortabele meerderheid en viel de Derde Republiek.
Na de stemming verhuisde het parlement definitief naar Vichy, het kuuroord dat zijn naam gaf aan het nieuwe regime.
Pétain was een Artesiër, geboren in Cauchy-à-la-Tour. Charles de Gaulle (1890–1970) kwam uit Rijsel. Twee militairen, twee mannen uit de Franse Nederlanden, twee hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog — maar met totaal verschillende eindbestemmingen. De geschiedenisboeken vergeten dikwijls zulke spiegelingen en dat is jammer.
Voor ze tegenstanders werden, bewonderde de jonge officier de Gaulle zijn leermeester Pétain. Die bewondering was groot: zijn zoon Philippe kreeg Pétains naam. Later werd de Gaulle de man van Londen, Pétain de man van Vichy. De ene werd het symbool van verzet, de andere van collaboratie. Paradoxen genoeg — en beide mannen droegen ze in zich.
De Frans-Vlaamse historicus Nicolas Bourgeois (1896–1982) vertelde me ooit dat de jonge de Gaulle in zijn kazerne publicaties van Action Française binnensmokkelde. Ook dat is zo’n merkwaardige kronkel: de latere held van de republiek die als jonge officier sympathie had voor een monarchistische, nationalistische beweging.
En dan François Mitterrand (1916–1996). Hij ontving in zijn jonge jaren de Francisque, een Vichy-onderscheiding. Later werd hij president van Frankrijk. En zolang hij president was, bleef het een traditie dat het graf van Pétain jaarlijks bloemen kreeg van de Franse regering. Collaborateur of verzetsman? Beide, op verschillende momenten. Ook dat is een schouwspel van paradoxen.
De geschiedenis is geen strijdtoneel van helden en schurken. Ze is een verzameling levens die door omstandigheden worden gevormd, gebroken, verleid of gedwongen. Goed en kwaad lopen door elkaar. En elke actor draagt zijn deel.
10.07.2026
Op 9 juli 1898 werd in Londerzeel romanschrijver Gerard Walschap geboren. Veel romans lees ik niet. Maar ik beschouw zijn Houtekiet, genoemd naar de oermens die in zijn dorp Deps vrij leeft, wars van beschaving, adel, kerk en moraal, als een hoogtepunt van de Vlaamse literatuur.
Dat de wortels van de auteur van Houtekiet in Frans-Vlaanderen liggen, heeft Walschap ooit zelf uitgelegd. Dat deed hij in zijn artikel “Hoe ik Frans-Vlaming werd”, verschenen in jaargang 5 (1961-1962) van het tijdschrift Ons Erfdeel.
In die tekst verwijst Walschap naar een verre voorouder: ridder Rogerus de Walonis Capella, die rond 1218 leefde. Van deze Rogerus stamde François-Joseph de Walloncapelle af, geboren in Sint-Omaars. Hij was er kanunnik van de kathedraal en werd later de tweede bisschop van Namen. Zijn broer Pierre was benedictijnerabt in Sint-Winoksbergen. Beiden leefden in de zestiende eeuw. Ook de Walschaps uit Londerzeel zouden van deze Rogerus afstammen. En in Nederland had je ook Jacob van Walscapelle de Nederlandse schilder van bloemstillevens uit de Gouden Eeuw .
In de archieven van Londerzeel vond Walschap twee akten over Henric van Walsschappele, die in 1559 en 1568 telkens een stukje bos kocht. Zijn zoon werd ingeschreven als Cornelis Walschap.
Hieruit blijkt duidelijk dat de naam Walschap een afleiding is van Walskapel, het huidige Frans-Vlaamse dorp op vijf kilometer van Hazebroek en ongeveer tien kilometer van Sint-Omaars.
Gerard Walschap bezocht ooit het dorp van zijn adellijke voorouders. Het is niet bekend of hij daar inspiratie vond voor Deps, het oerdorp dat door Houtekiet werd gesticht.
Maar dat dit hoogtepunt van de Vlaamse literatuur Frans-Vlaamse wortels heeft, staat even stevig als de kerk van Deps.
09.07.2026
Op 8 juli 1914 reden de renners in de Ronde van Frankrijk de zesde etappe. Ook toen trok het peloton door de Pyreneeën, van Bayonne naar Luchon. Deze heroïsche rit was maar liefst 326 kilometer lang. Stel je dat eens voor!
Die dag kleurden een Vlaming en een Waal de wedstrijd. Marcel Buysse kwam als eerste boven op de eerste beklimming van de dag. Daarna nam Firmin Lambot het initiatief en won hij de zware Pyreneeënrit in 14 uur en 33 minuten.
De Ronde van Frankrijk van 1914 werd voor het tweede jaar op rij gewonnen door de Anderlechtenaar Philippe Thys. Hij zou de Tour nog een derde keer op zijn naam schrijven, in 1920.
De editie van 1914 was de laatste vóór de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de oorlogsjaren werd de Tour niet georganiseerd. Firmin Lambot zou later zelf de Ronde van Frankrijk winnen, in 1919 en 1922. Bij die tweede eindzege was hij 36 jaar oud. Tot op vandaag is hij daarmee de oudste Tourwinnaar ooit.
Ook voor Marcel Buysse was 1914 een uitzonderlijk jaar. Enkele maanden vóór de Tour had hij de tweede editie van de Ronde van Vlaanderen gewonnen.
Aan de start stond ook Charles Crupelandt, de legendarische “Stier van het Noorden” uit Wattrelos. Hij had in het voorjaar van 1914 voor de tweede keer Parijs-Roubaix gewonnen, na een eerdere zege in 1912. Na de Tour trok hij naar het front. Hij overleefde de oorlog en werd onderscheiden met het Croix de Guerre voor zijn moed. Nog altijd draagt de laan die naar de iconische velodroom in Roubaix leidt zijn naam: Avenue Charles Crupelandt.
De Tour van 1914 kreeg achteraf een tragische betekenis. Enkele weken na de aankomst brak de Eerste Wereldoorlog uit. Van de 145 renners die dat jaar aan de start verschenen, zouden minstens vijftien de oorlog niet overleven. Onder hen waren ritwinnaar Émile Engel en oud-Tourwinnaar, de Luxemburger François Faber. Achter de heroïsche sportverhalen schuilde een generatie die enkele maanden later door de geschiedenis werd meegesleurd.
08.07.2026
Honderd jaar geleden, in juli 1926, stond de Belgische staat in een financiële storm die je vandaag bijna zou vergeten. De Belgische frank zakte sneller weg dan een ijsje op een zomerdag, De inflatie liep op, en de staatsschuld hing als een donderwolk boven het land.
De regering-Poullet, een centrum-rechtse coalitie van katholieken en liberalen, was al in het voorjaar gecrasht. De nieuwe regering-Jaspar, een katholiek-liberaal- socialistische tripartite maar met een flinke technocratische toets, moest het land stabiliseren. Alleen… dat liep niet bepaald van een leien dakje:
Wat we vergeten zijn: die crisis leidde tot een radicale ingreep. Premier Henri Jaspar en oud-premier Georges Theunis voerden in september 1926 een monetaire operatie uit die de frank devalueerde én opnieuw verankerde. Het vertrouwen keerde terug, met het vertrouwen, en België kon weer ademen.
En vandaag? We zitten niet in een devaluatie, want de euro houdt ons stevig vast. Maar de parallellen zijn moeilijk te negeren: een hoge staatsschuld, een structureel tekort, en de voortdurende vraag hoe lang een land boven zijn stand kan leven.
De les van 1926? Financiële stabiliteit is geen natuurwet. Het is een keuze — en soms een moedige ingreep.
Of zoals de Oostenrijkse econoom Ludwig von Mises (1881–1973) het in zijn tijd kernachtig zei: “Inflatie is geen natuurramp. Ze is altijd het gevolg van menselijk beleid.”
07.07.2026
Juli is ook de maand van Sint Godelieve van Gistel. Godelieve werd geboren op 6 juli in Londesvoorde bij Heinfriedswilre (Wiere Effroy) in het graafschap Bonen. In Gistel werd ze gewurgd op 30 juli 1070, waarna haar lijk in een put werd geworpen. De grond waarop Godelieve werd gewurgd veranderde een witte steen. Het water van de put waarin ze werd gegooid werd voortaan glashelder en geneeskrachtig. Gebeden tot Godelieve genazen de blinde Edith die opnieuw kon zien. De plaats van de moord waar de abdij Ten Putte werd gebouwd op de plaats van de moord heette de Kraaiberg.
Alle elementen van een natuurgodsdienstige voorgeschiedenis zijn aanwezig rond de cultus van Godelieve. (kraaien, de bron, witte steen, geneeskrachtige put, water en bron, blinde oogmotief, weven, enz.). De symboliek van het weven doet zich voor in en rond de kapel en bron van Heinfriedswilre. Deze bron heeft Godelieve volgens de legende doen ontspringen met haar spinstok. Ook het weven brengt Godelieve in verband met de schikgodinnen die de levensdraad van de stervelingen spinnen, meten en afknippen. Ze bepalen de lotsbestemming van de mensen. Opvallend, het uiterlijk van Godelieve – ze had volgens de volksoverlevering een donker uiterlijk, zwart haar en zwarte ogen – verbindt haar aan de voorchristelijke cultus rond een drievuldige schrikgodin.
06.07.2026