WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Jan Baert: toen Jan, Piet, Tjores en Corneel nog Vlaamsch klapten

Op 21 oktober 1650 werd in de havenstad Duinkerke de beroemde kaper en zeeheld Jan Baert geboren. Zelf schreef hij zijn naam als Jan Baert, niet als Jean Bart, de gebruikelijke Franse schrijfwijze van zijn naam. Dat blijkt uit zijn handtekening en uit de akte van zijn tweede huwelijk.

Jan Baert stamde uit een befaamd geslacht van kapers, zeehelden en militairen, zowel van vaders- als van moederskant. Zijn moeder, geboren Janssen — eveneens een bekende familienaam onder de Duinkerke kapers — stamde af van Michiel Jacobsen, bijgenaamd de sluwe Duinkerkse zeevos. Hij was viceadmiraal van de Zuidelijke Nederlanden in dienst van de Spaanse koning. Ook Jan Jacobsen behoorde tot deze familie. In 1623 koos hij er tijdens een zeeslag met een Nederlandse vloot voor om zichzelf, zijn schip en zijn bemanning op te blazen, liever dan zich over te geven. Moed, gekoppeld aan een flinke dosis lef, bleek het handelsmerk van dit geslacht van zeehelden.

Jan Baert leefde in een woelige periode, waarin de militaire situatie voortdurend veranderde, soms zelfs van dag tot dag. Zo ontwaakte de jonge Jan Baert, net als alle andere Duinkerkenaars, op één dag als onderdaan van de ene macht, zat hij ’s middags onder een ander gezag en ging hij ’s avonds slapen onder weer een andere politieke vlag. Maar hoe vaak de machthebbers ook wisselden, zijn Vlaamse identiteit bleef dezelfde.

Deze bijzondere situatie verklaart wellicht waarom hij zonder problemen eerst bij de Nederlandse zeemacht kon worden opgeleid en nadien in dienst van de Franse kroon kon treden. Jan Baert beschouwde zichzelf wellicht in de eerste plaats als een Duinkerkse kaper, die zich aanpaste aan de veranderende politieke omstandigheden van zijn tijd en aan wie hem de middelen verschafte om naar zee te gaan.

DE TAAL VAN JAN

De bewering dat Jan Baert zich niet of slechts moeilijk in het Frans kon uitdrukken, is meer dan zomaar een anekdote. Duinkerke maakte deel uit van de Zuidelijke Nederlanden en kwam uiteindelijk, in 1662, onder het gezag van de Franse koning Lodewijk XIV. De stad werd daardoor politiek Frans, maar veranderde niet plotseling van taal. Jan Baert evenmin.

Wellicht deed hij pogingen om wat Frans te leren om zijn maritieme carrière vooruit te helpen. Maar een taalwonder was hij overduidelijk niet.

Hoe goed — of moet ik schrijven: hoe slecht — Jan Baert het Frans werkelijk sprak, is vandaag moeilijk vast te stellen, al wijzen verschillende aanwijzingen in dezelfde richting.

De Vlaamse auteurs Lieselot en Frits Pittery schrijven in hun bijdrage Duinkerke, verschenen in Ons Erfdeel in 1965-1966, dat Baert zo weinig Frans kende dat hij zijn hele leven een tolk nodig had om zich verstaanbaar te maken.

Een oudere Franse biografische traditie probeert dat beeld uiteraard te nuanceren. In het negentiende-eeuwse Grand dictionnaire universel du XIXe siècle wordt Baert beschreven als iemand die weinig sprak. Dat lijkt een verbloemde manier om te zeggen dat hij zich bij voorkeur stilhield in de taal van Molière.

Deze bron suggereert bovendien dat hij Frans sprak dat doorspekt was met talrijke Vlaamse uitdrukkingen. Dat is op zich niet zo verwonderlijk: het Vlaams bleef in Duinkerke immers tot het begin van de twintigste eeuw in gebruik, en tijdens het Duinkerkse carnaval klinkt het zelfs vandaag nog.

Ik citeer ook graag prof. dr. Vital Celen, die in zijn bijzonder interessante boekje Het Nederlands te Duinkerke door de eeuwen heen (1951) terecht opmerkt:

“Jan Bart, de beroemde zeeheld (…) kende in 1700 nog steeds weinig Frans. (…) Hij was twaalf jaar, toen de inlijving (bij Frankrijk) plaats had en het had hem dus niet aan tijd ontbroken om Frans te leren.”

VERSLAGEN AAN DE FRANSE ADMIRALITEIT

Dat Baert zelfs verslagen voor de Franse admiraliteit in het Nederlands opstelde, is inderdaad een opvallende bewering. Ik vond ze terug in het artikel De verfransing in Noord-Frankrijk, gepubliceerd in het taalkundige tijdschrift Naamkunde (1972). De auteur voert dit aan als voorbeeld van het sterke overwicht dat het Nederlands destijds nog in Duinkerke had.

Schrijver Luc Devoldere citeert daarentegen in zijn bijdrage Fiere bewakers van de stedelijke vrijheid (2011) een Franstalig rapport van Baert over de zeeslag van 29 juni 1694. Maar een Franstalig rapport bewijst op zichzelf natuurlijk niet dat Baert zelfstandig in het Frans kon schrijven.

In datzelfde jaar, 1694, veroverde Baert een grote graanvloot die door de Nederlanders werd begeleid. Zijn optreden droeg bij aan de bevoorrading van Frankrijk in een periode van voedselschaarste. Als beloning ontving hij koninklijke eerbewijzen. In 1697 werd hij bevorderd tot chef d’escadre, een hoge rang binnen de Franse marine.

De Franse taal was voor zijn carrière echter van ondergeschikt belang. Baert was niet in dienst genomen om zijn talenkennis of omdat hij een begaafd hoveling was, maar omdat hij op zee uitzonderlijk succesvol was.

DE TAALGESCHIEDENIS VAN DUINKERKE

In mijn boek TAALMOORD lees je meer over de taalgeschiedenis van Duinkerke en van de Nederlanden die vandaag in Frankrijk liggen.

Het verhaal van Baert is vooral interessant omdat het laat zien dat zelfs een vooraanstaande Duinkerkenaar in dienst van de Franse koning na de annexatie nog geen of amper Frans kende. Die taal was kennelijk geen noodzakelijke voorwaarde om carrière te maken binnen de koninklijke instellingen.

Baert koos zijn manschappen om hun kennis van de zee. En al die wilden te kapren varen, zoals Pier, Tjores en Corneel, klapten uitsluitend de taal van Jan: het Vlaamsch van Dunkerke.

Gepubliceerd

21.10.2026

Kernwoorden
Reacties