WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 22, 2026

Daar waar my Sarie woon!

Op 31 mei 1902 legde Groot-Brittannië de Boeren in Zuid-Afrika de Vrede van Vereeniging op. Daarmee kwam een einde aan de Boerenoorlog (1899-1902), het tweede grote Boerenepos van de negentiende eeuw, na de Grote Trek. Die zogenaamde vrede werd genoemd naar de stad Vereeniging, aan de Vaalrivier in Transvaal.

Tijdens de Boerenoorlog mobiliseerden de Boeren in Transvaal en de Oranje-Vrijstaat ongeveer 35.000 strijders. Een nooit geziene inspanning, goed voor zowat 14,5% van een bevolking van amper 240.000 mensen. Het volstond om de Britten te dwingen de grote middelen boven te halen: uiteindelijk zetten zij een leger van ongeveer 500.000 man in.

De Britse tactiek was er een van de verschroeide aarde. De burgerbevolking werd geterroriseerd en boerderijen systematisch platgebrand. Vrouwen, kinderen en bejaarden werden opgesloten in concentratiekampen, een systeem dat door de Britten op grote schaal werd toegepast. Meer dan 26.000 Boerenvrouwen en -kinderen stierven er door ziekte, honger en ontbering. Minder bekend is dat ook zwarte Afrikanen in afzonderlijke kampen werden ondergebracht, waar nog eens minstens 14.000 mensen het leven verloren.

De oorlog eiste een zware menselijke tol. Aan Boerenzijde kwamen ongeveer 6.000 à 7.000 strijders om, naast de tienduizenden burgers die de kampen niet overleefden. De Britten verloren op hun beurt ongeveer 22.000 militairen, velen door ziekte eerder dan door gevechtshandelingen.

De Vrede van Vereeniging kwam er dus na een bijzonder wrede oorlog. De Zuid-Afrikaanse republieken Transvaal en Oranje-Vrijstaat verloren hun onafhankelijkheid.

President Paul Kruger vertrok in ballingschap naar Zwitserland. Hij zou zijn vaderland nooit meer terugzien en overleed er twee jaar later.

De Boeren, de underdog die weigerde te buigen voor de Britse overmacht, konden destijds rekenen op veel sympathie in Europa. Dat gold ook aan beide kanten van de Schreve. Geef vandaag de naam Transvaal in op internet en je botst nog altijd op cafés, horecazaken, straten, pleinen en wijken die naar Transvaal of Paul Kruger zijn genoemd, zowel in Vlaanderen als in Nederland.

Nu weet je waarom Sarie Marais ‘so bang was dat die kakies my sou vang’ en waarom iedereen toen zong:

O bring my t’rug na die ou Transvaal,
Daar waar my Sarie woon.
Daar onder in die mielies
By die groen doringboom,
Daar woon my Sarie Marais.

De Britse militaire arrogantie en zelfvoldaanheid kregen later nog een opmerkelijk vervolg. In 1953 namen de Royal Marines de melodie van Sarie Marais aan als officiële mars. De overwinnaars hadden blijkbaar niet alleen het land ingepalmd, maar ook de soundtrack.

Wee de overwonnenen, zeker. Maar toch: poten af van Sarie Marais.

Gepubliceerd

31.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Wat moet ik met het portret van Fénelon?

Op 30 mei 1695 schrijft François de Salignac de La Motte-Fénelon (1651-1715), aartsbisschop van Kamerijk, zijn Remontrances aan de Franse koning Lodewijk XIV, waarin hij hem zijn oorlogen en gebiedsveroveringen in de Nederlanden verwijt.

Hij schrijft:

« Sire, on fit entreprendre à Votre Majesté, en 1672, la guerre de Hollande, pour votre gloire et pour punir les Hollandois, qui avoient fait quelque railleries, dans le chagrin où on les avoit mis en troublant les règles du commerce établies par le cardinal de Richelieu. Je cite en particulier cette guerre parce qu’elle a été la source de toutes les autres. Elle n’a eu pour fondement qu’un motif de gloire et de vengeance, ce qui ne peut jamais rendre une guerre juste ; d’où il s’ensuit que toutes les frontières que vous avez étendues par cette guerre sont injustement acquises dans l’origine. »

(Sire, men heeft Uwe Majesteit in 1672 de oorlog tegen Holland laten beginnen omwille van uw roem en om de Hollanders te straffen, die zich spottende opmerkingen hadden veroorloofd nadat men hen had benadeeld door de handelsregels van kardinaal Richelieu te verstoren. Ik vermeld juist deze oorlog omdat hij de bron is geweest van alle andere. Hij was uitsluitend gebaseerd op eerzucht en wraakzucht, en dat kan een oorlog nooit rechtvaardig maken. Daaruit volgt dat alle grenzen die u door deze oorlog hebt uitgebreid, oorspronkelijk op onrechtmatige wijze zijn verworven.)

De conclusie van Fénelon was niet mals: alle nieuwe gebieden en grenzen die uit deze oorlog voortkwamen, waren volgens hem op oneerlijke wijze veroverd.

Dat soort kritiek op de Franse koning bleef natuurlijk niet zonder gevolgen. Fénelon kon zich nog een tijd beschermen achter zijn gezag als hoge geestelijke en achter de anonimiteit waarmee zijn kritiek werd verspreid, maar uiteindelijk viel hij toch in ongenade aan het hof. Na zijn verwijdering uit Versailles bleef hij in zijn aartsbisdom Kamerijk, waar hij zich verder wijdde aan bestuur, studie en schrijven.

EEN PORTRET

Het laatste voorwerp dat ik ontving van onze betreurde vriend Maurits Cailliau (1938-2025), de bezieler van de vereniging Zannekin, was een ouderwets ingelijst portret van… Fénelon.

Maurits had het op zijn beurt geërfd van zijn voorganger als secretaris van Zannekin, Edmond Camerlynck (1915-1970). Waarom een portret van een aartsbisschop van Kamerijk ooit een Vlaamse huiskamer sierde, en waarom men vond dat het niet verloren mocht gaan, begrijpt u wellicht na bovenstaand citaat.

Zelf zag ik het niet meteen gebeuren dat een bisschop mijn woonkamer zou blijven bewaken. Daarom bood ik het portret aan het Huis van de Slag in Noordpene aan. Helaas bleek ook daar geen plaats meer aan de muur beschikbaar.

Dus hierbij een oproep. Wie in Frans-Vlaanderen een zinvolle bestemming weet voor dit portret — mét verhaal, geschiedenis en pedigree — mag zich altijd melden.

Wie geeft Fénelon een nieuw thuis? 😊

Gepubliceerd

30.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Duinkerke: De prijs van de ‘gezonde’ zee-lucht

Deze week passeerde ik in De Panne en nam ik onderstaande foto van de haven van Duinkerke in de verte. Wat je van die stad nog het duidelijkst ziet, ondanks de korte afstand, is een verdachte, vettige rookwolk en een grauwe mist boven het industriële gebied. Een vervuiling die zich als een paddenstoel boven de industriezone uitspreidt over de horizon.

Voor alle duidelijkheid: deze foto werd dinsdag rond 11 uur ’s morgens genomen. Op hetzelfde moment liepen families en kinderen op de stranden van Bray-Dunes en De Panne te pootjebaden en te genieten van de “gezonde” zeelucht.

Ook dat is blijkbaar een gevolg van 350 jaar Franse annexatie: de overwonnenen krijgen het vuilste van het vuilste voorgeschoteld. Duinkerke is intussen op sommige dagen zowat de Franse hoofdstad van de pollutie geworden, dankzij een uitzonderlijk hoge concentratie zware industrie en SEVESO-bedrijven. En dan zwijgen we nog over de grote kerncentrale van Grevelingen, de grootste van Frankrijk, enkele kilometers verderop.

Afhankelijk van de windrichting ademt niet alleen Duinkerke, maar ook een groot deel van Frans- en West-Vlaanderen deze lucht dagelijks in. Wat de provincie West-Vlaanderen hierover te zeggen heeft? Welke veiligheidsafspraken bestaan er over de schreve heen? Welke vervuilingsgegevens worden gedeeld? Welke metingen gebeuren er in de Westhoek? En welke gezondheidsrisico’s nemen we er gratis bij?

Dat blijft opvallend stil.

Men maakt zich — terecht — druk over PFAS in het drinkwater, maar over de luchtkwaliteit rond Duinkerke wordt in alle talen gezwegen. Hoe zou dat toch komen?

Veel inwoners van Duinkerke lijken de situatie intussen als normaal te beschouwen. De vervuiling wordt vaak weggewuifd met het klassieke argument: “Ach, het valt best mee” — terwijl de rookpluim letterlijk boven de stad hangt — “en die bedrijven zorgen tenminste voor werk.” Je kan natuurlijk niet alles hebben.

Uiteraard is het puur toeval dat zulke concentraties industrie en vervuiling netjes tegen de grens worden geplaatst, waar de buren weinig of niets te zeggen hebben.

Wie zich zorgen maakt, kan de dagelijkse luchtvervuiling gelukkig online volgen. Goed voor het Frans. Verder: ramen dicht houden… en vooral ook de mond.

Gepubliceerd

29.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Een Vlaamse universiteit en haar angst voor de Franse Nederlanden

Op 28 mei 1968 overleed de priester en Frans-Vlaamse voorman Jean-Marie Gantois in Holke bij Waten. Zijn plotselinge overlijden doet vermoeden dat hij het slachtoffer werd van een hartstoornis. Dat gebeurde tijdens een van zijn geliefde wandelingen langs de Holke, een symbolische plaats voor de man die “zijn” Waten zo lyrisch had beschreven, op de historische grens tussen de oude graafschappen Vlaanderen en Artesië.

Sommigen kozen graag voor de sensatietoer en alludeerden, zonder enig bewijs, op zelfmoord of zelfs op een aanslag. Een priester die zichzelf van het leven zou beroven en een zogenaamd vergeten leider die vermoord zou zijn: naar de normen van Contador bedraagt de kans op dergelijke fabels amper 0,000001 procent.

Toch roepen de omstandigheden van toen het beeld op van het einde van een tijdperk. Moeder Gantois was een week eerder begraven en heel Frankrijk verkeerde in mei ’68 in rep en roer. De wekenlange stakingen van het overheidsapparaat maakten dat er geen postbedeling was, waardoor het nieuws van zijn overlijden traag en laattijdig bekend raakte.

Zijn vrienden van de vereniging Zannekin zouden later, in samenspraak met de familie, ervoor zorgen dat de unieke bibliotheek van Jean-Marie Gantois bijeenbleef en niet verloren ging. Na allerlei tribulaties vond de collectie in 1972 een nieuwe thuishaven in de bibliotheek van de KULAK in Kortrijk, als fundament voor een heuse bibliotheek van de Franse Nederlanden.

Typisch voor de sluipende aftocht van de Vlaamse universiteiten in de voorbije decennia werd het na enkele jaren stil rond dit unieke project. Het werk van bekwame historici als Erik Defoort en Michiel Nuyttens, die zich hadden ingezet voor een deskundige inventarisatie en wetenschappelijke ontsluiting van de bibliotheek van de Franse Nederlanden, werd niet verdergezet. Contractuele afspraken werden niet langer nageleefd, investeringen in nieuwe boeken bleven uit en door derden geschonken documenten bleken niet noodzakelijk nog terug te vinden.

De universiteit in Kortrijk, die een baken had moeten zijn voor de contacten met de Franse Nederlanden, lijkt vandaag te lijden aan pleinvrees of agorafobie: een angststoornis tegenover de eigen omgeving aan weerszijden van de schreve.

NIEUWE PROJECTEN

Nu mijn boek TAALMOORD. Over taal, gemeenschap en identiteit af is, begin ik met het schrijven van een brochure over de ideologische evolutie van Jean-Marie Gantois, met het oog op een publicatie in eigen beheer volgend jaar. Parallel werk ik ook aan een studie over dierensymboliek in de geschiedenis. Meer nieuws over deze projecten en hun vorderingen kunt u volgen op mijn Facebookpagina.

Gepubliceerd

28.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Hoe Napoleon met veldkrekels rondliep

Op 27 mei 1653 werd in Doornik, tijdens de afbraak van een huis, het graf ontdekt van de Merovingische koning Childerik (ca. 436–481). Het bevond zich amper dertig meter van de Sint-Brixiuskerk. De vondst was uitzonderlijk: een volledige wapenuitrusting, een muntschat en talrijke juwelen kwamen aan het licht, waaronder de zegelring van de koning met de gegraveerde tekst Childerici Regis.

Childerik geldt doorgaans als de laatste uitgesproken heidense Frankische koning. Dat blijkt onder meer uit de gouden ossenkop met zonnemotief die in zijn graf werd gevonden, mogelijk een verwijzing naar Germaanse heidense symboliek die door sommige historici met de cultus van Thor in verband wordt gebracht. Naast de beenderen van Childerik en de schedel van zijn strijdros werden ook zwaarden (spathae), messen, scramasaxen (grote steekmessen), een werpbijl, een speer en een schild opgegraven.

Daarnaast ontdekte men een ware schat aan gouden munten en juwelen, waaronder een driehonderdtal kleine gouden ornamenten die traditioneel als “bijen” worden omschreven. Toch hoeft men die juweeltjes maar aandachtig te bekijken om te zien dat er iets niet klopt met die interpretatie. Anatomisch lijken de figuurtjes immers veel minder op bijen dan op cicaden of veldkrekels. Vermoedelijk sierden ze de mantel (paludamentum) van de koning.

De vondst kreeg eeuwen later een opmerkelijk vervolg toen Napoleon de vermeende gouden “bijen” overnam als symbool van zijn Eerste Keizerrijk. Net als koning Childerik liet hij ze verwerken in zijn kroningsmantel. Had Napoleon beseft dat zijn vermeende keizerlijke bijen in werkelijkheid wellicht veldkrekels waren, dan had hij misschien toch liever adelaars gekozen.

De arts en archeoloog Jean-Jacques Chifflet was de eerste die in zijn verslag uit 1653 melding maakte van deze “bijen”. Daarmee lag hij aan de oorsprong van een historische interpretatie die eeuwenlang zou blijven voortleven. Tegelijk schreef Chifflet ook een van de vroegste archeologische opgravingsverslagen uit de geschiedenis.

De ornamenten van koning Childerik werden in de 19de eeuw in Parijs gestolen. Een deel van de buit belandde tijdens de vlucht van de dieven in de Seine. Van de oorspronkelijke driehonderd exemplaren bestaan er vandaag nog slechts twee.

Childeriks zoon Chlodowech — beter bekend als Clovis — liet zich later als eerste Frankische koning dopen. Hij verruilde Doornik als Frankische hoofdstad voor Parijs. In die tijd sprak men in Doornik overigens nog geen Frans in zijn huidige vorm, maar vermoedelijk een weinig  laat-Latijn en voornamelijk Frankische Germaanse dialecten, waarvan varianten later mee aan de basis zouden liggen van het Nederlands.

Meer informatie over Childerik en zijn “krekels” vindt u in mijn boek Frans en toch Vlaams. Meer info op widopedia.eu.

Gepubliceerd

27.05.2026

Kernwoorden
Reacties

De eerste woordbreuk van Pietje XIV in Duinkerke was niet de laatste

Op 26 mei 1663 stuurde de Franse koning Lodewijk XIV een brief aan de magistraten van Duinkerke. Daarin schreef hij:

“Met deze brief laten wij u weten dat het onze bedoeling is dat voortaan alle verordeningen, vonnissen en uitspraken die door u worden uitgevaardigd, evenals alle akten en procedures die daaruit voortvloeien, in het Frans worden opgesteld.”

Nochtans had Lodewijk XIV slechts enkele maanden eerder, op 17 oktober 1662, de Vlaamse havenstad Duinkerke van de Engelse koning Karel II gekocht voor de som van vijf miljoen pond. In de verkoopakte was uitdrukkelijk vastgelegd dat het Nederlands de taal van het gerecht zou blijven. De Franse koning verbrak dus al snel zijn woord.

Amper twee dagen na de officiële overdracht, op 27 november 1662, stuurde Lodewijk XIV zijn intendant Jean-Baptiste Colbert naar Duinkerke.

Colbert riep de pastoor van Duinkerke en de oversten van de kloosters samen en eiste dat voortaan al het godsdienstonderricht uitsluitend in het Frans zou gebeuren.

De Vlaamse kapucijnen en recollecten werden vervangen door Franse paters. Dat experiment draaide echter op niets uit. Twee jaar later moesten de Franse paters vertrekken en keerden de Vlaamse geestelijken terug, want in Duinkerke sprak bijna niemand Frans.

Nog voor de inkt van de verkoopakte droog was, begon Lodewijk XIV zijn beloften in Duinkerke naast zich neer te leggen.

Gepubliceerd

26.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Een  Oekraïense leider vermoord in Parijs

Op 25 mei 1926 — vandaag exact 100 jaar geleden — wordt in het Quartier Latin, hartje Parijs, de Oekraïense nationalistische politicus en journalist Symon Petlioera op straat neergeschoten. Petlioera was niet de eerste de beste: tussen 1917 en 1920 leidde hij de kortstondige Volksrepubliek Oekraïne.

Zijn moordenaar wordt onmiddellijk door omstaanders tegengehouden en gearresteerd. Het gaat om Scholem Schwarzbard, een Jood afkomstig uit Bessarabië met de Russische nationaliteit. Hij stond bekend als anarchist, maar had ook banden met communistische kringen. Schwarzbard verklaarde dat hij uit wraak handelde. Tijdens de anti-Joodse pogroms in Oekraïne verloor hij verschillende familieleden.

Onder het bewind van Petlioera vonden grootschalige pogroms plaats, gepleegd door uiteenlopende gewapende formaties tijdens de Russische Burgeroorlog — die voor veel Oekraïners tegelijk een onafhankelijkheidsoorlog was. Tienduizenden Joden kwamen daarbij om. Historici discussiëren nog steeds over de mate waarin Petlioera persoonlijk verantwoordelijk was voor het geweld, al werden zijn troepen vaak met de pogroms geassocieerd.

Het proces in Parijs in 1927 groeide uit tot een mediaspektakel. Het proces over de moord op Petlioera werd in feite ook een proces over de anti-Joodse pogroms zelf. Schwarzbard, hoewel hij de moord had bekend, werd uiteindelijk vrijgesproken.

Welke rol de Sovjets achter de schermen speelden, blijft onderwerp van debat. Verschillende historici vermoeden contacten tussen Schwarzbard en de Sovjetdiensten, maar sluitend bewijs voor directe aansturing ontbreekt. Vast staat wel dat Moskou propagandistisch gebruik maakte van de zaak om het Oekraïense nationalisme internationaal in diskrediet te brengen, in een periode waarin Frankrijk net de Sovjet-Unie diplomatiek had erkend.

Historici blijven verdeeld over de vraag of Schwarzbard uitsluitend uit persoonlijke wraak handelde, dan wel ook banden had met de Sovjetdiensten. Mogelijk maakte precies die combinatie hem, bewust of onbewust, tot een bruikbare bondgenoot voor Moskou bij het uitschakelen van een gevaarlijke politieke tegenstander.

Gepubliceerd

25.05.2026

Kernwoorden
Reacties