Op 30 mei 1695 schrijft François de Salignac de La Motte-Fénelon (1651-1715), aartsbisschop van Kamerijk, zijn Remontrances aan de Franse koning Lodewijk XIV, waarin hij hem zijn oorlogen en gebiedsveroveringen in de Nederlanden verwijt.
Hij schrijft:
« Sire, on fit entreprendre à Votre Majesté, en 1672, la guerre de Hollande, pour votre gloire et pour punir les Hollandois, qui avoient fait quelque railleries, dans le chagrin où on les avoit mis en troublant les règles du commerce établies par le cardinal de Richelieu. Je cite en particulier cette guerre parce qu’elle a été la source de toutes les autres. Elle n’a eu pour fondement qu’un motif de gloire et de vengeance, ce qui ne peut jamais rendre une guerre juste ; d’où il s’ensuit que toutes les frontières que vous avez étendues par cette guerre sont injustement acquises dans l’origine. »
(Sire, men heeft Uwe Majesteit in 1672 de oorlog tegen Holland laten beginnen omwille van uw roem en om de Hollanders te straffen, die zich spottende opmerkingen hadden veroorloofd nadat men hen had benadeeld door de handelsregels van kardinaal Richelieu te verstoren. Ik vermeld juist deze oorlog omdat hij de bron is geweest van alle andere. Hij was uitsluitend gebaseerd op eerzucht en wraakzucht, en dat kan een oorlog nooit rechtvaardig maken. Daaruit volgt dat alle grenzen die u door deze oorlog hebt uitgebreid, oorspronkelijk op onrechtmatige wijze zijn verworven.)
De conclusie van Fénelon was niet mals: alle nieuwe gebieden en grenzen die uit deze oorlog voortkwamen, waren volgens hem op oneerlijke wijze veroverd.
Dat soort kritiek op de Franse koning bleef natuurlijk niet zonder gevolgen. Fénelon kon zich nog een tijd beschermen achter zijn gezag als hoge geestelijke en achter de anonimiteit waarmee zijn kritiek werd verspreid, maar uiteindelijk viel hij toch in ongenade aan het hof. Na zijn verwijdering uit Versailles bleef hij in zijn aartsbisdom Kamerijk, waar hij zich verder wijdde aan bestuur, studie en schrijven.
EEN PORTRET
Het laatste voorwerp dat ik ontving van onze betreurde vriend Maurits Cailliau (1938-2025), de bezieler van de vereniging Zannekin, was een ouderwets ingelijst portret van… Fénelon.
Maurits had het op zijn beurt geërfd van zijn voorganger als secretaris van Zannekin, Edmond Camerlynck (1915-1970). Waarom een portret van een aartsbisschop van Kamerijk ooit een Vlaamse huiskamer sierde, en waarom men vond dat het niet verloren mocht gaan, begrijpt u wellicht na bovenstaand citaat.
Zelf zag ik het niet meteen gebeuren dat een bisschop mijn woonkamer zou blijven bewaken. Daarom bood ik het portret aan het Huis van de Slag in Noordpene aan. Helaas bleek ook daar geen plaats meer aan de muur beschikbaar.
Dus hierbij een oproep. Wie in Frans-Vlaanderen een zinvolle bestemming weet voor dit portret — mét verhaal, geschiedenis en pedigree — mag zich altijd melden.
Wie geeft Fénelon een nieuw thuis? 😊
30.05.2026