WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 9, 2026

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Op 1 maart 1814 beslissen de grote mogendheden in Wenen tot de hereniging van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Met ook Luxemburg erbij ontstaat onder koning Willem I een uitgestrekt koninkrijk van meer dan 70.000 km² en circa zes miljoen inwoners. Door de combinatie van noordelijke handel en zuidelijke industrie behoort het nieuwe rijk tot de economisch sterkere staten van continentaal Europa.

Gepubliceerd

01.03.2026

Kernwoorden
Reacties

Liliane Wouters: vertalen is een kunst

Tien jaar geleden, op 28 februari 2016, overleed in Gilly (Henegouwen) Liliane Wouters, Franstalig dichteres, toneelschrijfster en vertaalster van Vlaamse afkomst. Ze werd geboren in Elsene in 1930 en groeide uit tot een markante figuur in het Belgische literaire landschap.

Wouters verwierf bijzondere faam als vertaalster van Nederlandstalige literatuur en poëzie naar het Frans. Tot haar indrukwekkende oeuvre behoren onder meer Van den vos Reynaerde en het werk van Guido Gezelle. Ook hedendaagse auteurs als Hugo Raes en Jozef Deleu konden rekenen op haar literaire precisie en taalgevoeligheid.

Daarnaast stelde zij meerdere gezaghebbende anthologieën samen over Vlaamse en Franstalige poëzie, waaronder Belles heures de Flandre (1961) en Bréviaire des Pays-Bas (1973).
Met deze publicaties maakte ze de Nederlandse poëzie en literatuur bekend voor een Franstalig publiek.

Ook als romanschrijfster liet Wouters haar stem horen. Haar autobiografisch geïnspireerde roman, gebaseerd op haar opleiding aan de normaalschool in Gijzegem, nabij Aalst, verscheen in het Nederlands onder de titel Vlaams landschap met nonnen.

Onderstaand fragment uit haar poëzie vat haar zelfbeeld en levenshouding kernachtig samen:

CHARUE JE SUIS ET RESTERAI…
« Les Flamands, ces charrues qui croient en
Dieu »
disait, pour s’en moquer, un pamphlétaire.
Charrue je suis et resterai,
Monsieur,
les pieds solidement plantés en terre,
de la tristesse plein les yeux
mais le rire éclatant, l’appétit, gargantuesque,
priant aussi souvent que je travaille, ou presque,
— ora et labora, joie, joie, joie —

Ik heb de vertaalster dan maar zelf in het Nederlands vertaald 😊 :

PLOEGSCHARE BEN IK EN BLIJF IK…
‘De Vlamingen, die ploegen die in
God geloven’
zei, spottend, een pamflettist.
Ploegscharen ben ik,
ploegscharen blijf ik,
Mijnheer,
de voeten diep in de aarde geplant,
de ogen vol droefheid,
maar de lach luidop, de honger, gulzig en groot,
ik bid zo vaak als ik werk, of bijna,
ora et labora, vreugde, vreugde, vreugde —

Gepubliceerd

28.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Toen oude handschriften munitie werden

Op 27 februari 1793, midden in de Franse Revolutie, formuleert de Franse minister van Binnenlandse Zaken Dominique Joseph Garat (1749-1833) een nietsontziende visie op het verleden:

“Alle oude documenten en teksten in gotisch schrift zijn niets anders dan titels van feodaliteit, van de onderwerping van de zwakke aan de sterke, en politieke regelingen die ingaan tegen rede, menselijkheid en rechtvaardigheid. Men doet er beter aan deze belachelijke paperassen te vervangen door de Verklaring van de Rechten van de Mens.”

Wat deze woorden in de praktijk betekenden, liet niet lang op zich wachten. Oude handschriften en archiefstukken, eeuwenlang bewaard als dragers van bestuurlijk, juridisch en cultureel geheugen, waren in één beweging verdacht. Ze werden voortaan gezien als restanten van een verwerpelijk verleden.

De gevolgen waren tastbaar. De historicus Edmond de Coussemaker (1805-1876) noteert later:

“In Rijsel voerden driehonderd wagens ‘oud papier’ naar het arsenaal om er kardoezen van te maken. Hetzelfde gebeurde in Atrecht en andere steden en zelfs in de abdijen.”

Die kardoezen waren papieren patroonhulzen, vervaardigd uit versnipperde handschriften en archieven. Ze dienden als omhulsel voor buskruit en vormden een essentieel onderdeel van de munitieproductie. Zo werd schriftelijk erfgoed letterlijk herleid tot oorlogsmateriaal.

Een uitspraak die wordt toegeschreven aan de Britse staatsman en romanschrijver Benjamin Disraeli (1804-1881) vat deze vernietigingsdrang scherp samen:

“Zij namen wraak op de tirannie door de beschaving te vernietigen.”

Gepubliceerd

27.02.2026

Kernwoorden
Reacties

De Vlaardingse toiletmoord en gevolgen tot in Bonen

Op 26 februari 1076 overleed in Utrecht Godfried III met de Bult, hertog van Neder-Lotharingen. Zijn dood was het gevolg van een politieke moordaanslag die de geschiedenis is ingegaan als de “Vlaardingse toiletmoord.”

In de elfde eeuw waren toiletten in kastelen en versterkte huizen vaak aangebracht als een uitbouw in de buitenmuur. Tijdens zo’n kwetsbaar moment werd Godfried aangevallen: via de opening van het privaat werd hij met een speer of zwaard dodelijk verwond.

De aanslag werd waarschijnlijk beraamd door de Vlaamse graaf Robrecht de Fries en diens stiefzoon Dirk van Holland. Godfried met de Bult was een bondgenoot van de Duitse keizer Hendrik IV in de strijd om de Hollandse erfenis en stond hun politieke ambities in de weg.

Hoewel hij zwaargewond raakte, werd Godfried nog per schip naar Utrecht vervoerd. Daar bezweek hij op 26 februari 1076 aan zijn verwondingen.

Godfried met de Bult was de broer van Ida, gravin van Bonen en moeder van Godfried van Bouillon. Hun vader was Godfried met de Baard, die volgens oude overleveringen werd vereenzelvigd met de legendarische Zwaanridder.

Godfried met de Bult nam zijn neef Godfried van Bouillon aan als erfgenaam. Daardoor droeg deze eerder diens naam, tot hij later Bouillon erfde, evenals het markgraafschap Antwerpen. Volgens een kerkelijk document uit het bisdom Terwaan werd Godfried van Bouillon daar gedoopt, wat erop wijst dat hij vermoedelijk in of nabij Bonen werd geboren.

Na het overlijden van Godfried met de Bult werd hij als hertog van Neder-Lotharingen opgevolgd door Koenraad, zoon van keizer Hendrik IV. Toen Koenraad later tot Rooms-koning werd gekroond, ging het hertogdom Neder-Lotharingen over op Godfried van Bouillon — waarmee een moord in Vlaardingen gevolgen kreeg tot in Bonen.

Gepubliceerd

26.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Pruisen moest verdwijnen maar de Pruisische geest keerde terug

Met Wet nr. 46 van 25 februari 1945 hief de Geallieerde Controleraad de staat Pruisen formeel op. Daarmee werd een politieke macht ontbonden die eeuwenlang een beslissende rol had gespeeld in de Duitse en Europese geschiedenis. In geallieerde ogen gold Pruisen als de bakermat van het militarisme dat tot twee wereldoorlogen had geleid (zoals Winston Churchill het scherp formuleerde: “the root of the evil”).

Nog vóór deze officiële opheffing had Pruisen zijn oostelijke gebieden verloren. Silezië en Oost-Pruisen, met als historische hoofdstad Koningsbergen (het huidige Kaliningrad), kwamen na de vastlegging van de Oder-Neissegrens onder Pools en Sovjetbestuur. Het resterende grondgebied werd opgesplitst en geïntegreerd in verschillende nieuw gevormde Duitse deelstaten.

De ineenstorting van nazi-Duitsland ging in deze regio’s gepaard met grootschalig geweld tegen de Duitse burgerbevolking. Tijdens de opmars van het Rode Leger werden honderdduizenden burgers gedood, verkracht of naar het westen verdreven. Deze dramatische volksverhuizing voltrok zich in een klimaat van vergelding en chaos.

Ook het communistische regime van de Duitse Democratische Republiek probeerde aanvankelijk alle zichtbare herinneringen aan Pruisen uit te wissen. Monumenten verdwenen uit het straatbeeld en het Pruisische verleden werd officieel voorgesteld als reactionair en militaristisch erfgoed dat niet paste binnen de socialistische staat.

Toch voltrok zich in de jaren zeventig en tachtig een opmerkelijke wending. In beide Duitslanden ontstond een zogeheten ‘Preussenwelle’: een hernieuwde belangstelling voor het Pruisische verleden en een debat over de zogenoemde Pruisische deugden — bescheidenheid, discipline, plichtsgetrouwheid, zelfopoffering, tolerantie voor minderheden, sociale rechtvaardigheid, kwaliteitsvol onderwijs en een integere bureaucratie.

Aan de andere zijde van het IJzeren Gordijn liet ook Genosse partijvoorzitter Erich Honecker zich in Oost-Duitsland niet onbetuigd. Onder zijn bewind werd het ruiterstandbeeld van Frederik de Grote gerestaureerd en opnieuw geplaatst aan Unter den Linden in Oost-Berlijn.

Die opmerkelijke rehabilitatie werd ideologisch onderbouwd door wat men binnen het systeem formuleerde als een herwaardering van het “nationale erfgoed” (Socialistische Aneignung des nationales Erbes). In die geest klonk het dat “de geschiedenis van Pruisen tegenstrijdigheden bevat, maar ook progressieve elementen die deel uitmaken van het historische erfgoed van het Duitse volk.” Frederik werd daarbij voorgesteld als een progressieve vorst die de staat moderniseerde, het bestuur rationaliseerde en — selectief geïnterpreteerd — religieuze tolerantie bevorderde.

Zo werd Pruisen als staat in 1945 ontbonden, maar keerde de Pruisische geest decennia later, in aangepaste en ideologisch herschreven vorm, terug in het verdeelde Duitsland.

Gepubliceerd

25.02.2026

Kernwoorden
Reacties

De Franse koning geeft zich over

Op 24 februari 1525, op het beroemde slagveld van Pavia in Lombardije, komt een van de meest dramatische momenten uit de Italiaanse Oorlogen tot stand. Karel van Lannoy, in dienst van keizer Karel V, neemt daar de overgave in ontvangst van de Franse koning Frans I. De vorst staat symbolisch zijn zwaard af voordat hij gevangen wordt genomen.

De nederlaag bij Pavia vormt een keerpunt in de Italiaanse Oorlogen. Frankrijk verliest definitief zijn greep op Italië, terwijl Karel V zijn hegemonie in Europa aanzienlijk versterkt.

Karel van Lannoy (1485–1527) werd geboren in Valencijn, als telg van een vooraanstaand adellijk geslacht uit Rijsels-Vlaanderen. Hij gold als een vertrouweling van keizer Karel V en was diens opperbevelhebber tijdens de Italiaanse Oorlog van 1521–1526. Als graaf van het Heilig Roomse Rijk onderscheidde hij zich in meerdere militaire campagnes, wat hem later de benoeming opleverde tot onderkoning van Napels en tot eerste prins van Sulmona en Ortonamare.

Na zijn gevangenneming werd Frans I naar Spanje overgebracht. Daar werd hij gedwongen de Vrede van Madrid te aanvaarden. Hij zag af van zijn aanspraken op het hertogdom Milaan, het koninkrijk Napels, Franche-Comté, Kroon-Vlaanderen en het graafschap Artesië.

De Franse koning zwoer plechtig het verdrag na zijn vrijlating te zullen naleven. Ook tegenover Van Lannoy, die de eed namens Karel V in ontvangst nam, bevestigde hij zijn belofte. Eenmaal terug in Parijs maakte Frans I echter haast met het breken van zijn woord, waarna de oorlog al snel opnieuw oplaaide.

Pas drie jaar later werden de belangrijkste bepalingen van de Vrede van Madrid opnieuw bevestigd in de Damesvrede van Kamerijk. Dit akkoord zorgde voor een tijdelijke vermindering van de diplomatieke spanningen en bestendigde de machtsverhoudingen in Europa, duidelijk in het voordeel van het keizerlijke Rijk.

Gepubliceerd

24.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Jacques Presser: “Het fascime, als het ooit terugkeert…”

Op 24 februari 1899 werd in Amsterdam de grote Nederlands-Joodse historicus, hoogleraar, schrijver en dichter Jacques Presser (Jacob Presser) geboren. Als onorthodox marxist was hij een opvallende figuur: hij schreef niet vanuit absolute waarheden of ideologische dogma’s, maar met een scherpe, betrokken en persoonlijke pen.

In de naoorlogse periode, gekenmerkt door ideologische polarisatie en de verwerking van de oorlogservaring, formuleerde Presser een uitspraak die later een eigen leven zou gaan leiden. Het volgende citaat wordt vaak — maar ten onrechte — toegeschreven aan Winston Churchill; in werkelijkheid is het afkomstig van Jacques Presser:

“Het fascisme, als het ooit terugkeert, zal zichzelf ongetwijfeld aandienen in het gewaad van het antifascisme.”

Presser was een vernieuwer binnen de geschiedschrijving door zijn aandacht voor persoonlijke getuigenissen en anekdotes. In de jaren vijftig introduceerde hij het begrip egodocument, waarmee hij het belang benadrukte van dagboeken, brieven, memoires en herinneringen als historische bron.

Hij is onder meer de auteur van het tweedelige standaardwerk ‘Ondergang, over de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom (1940–1945)’. Jacques Presser overleed in Amsterdam op 30 april 1970.

Gepubliceerd

24.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Maurice Thorez over collaboratie met de Sovjets na de oorlog

Op 23 februari 1949 verklaarde Maurice Thorez (1900–1964), algemeen secretaris van de Franse Communistische Partij, tijdens een vergadering van het centraal comité van zijn partij:

“In het geval dat het Sovjetleger, dat de zaak van de volkeren verdedigt – dat wil zeggen de zaak van het socialisme – zou worden gedwongen de agressors tot op ons grondgebied te achtervolgen, zouden de Franse communisten zich aansluiten bij een politiek van collaboratie.”

Maurice Thorez werd geboren in de Artesische gemeente Noyelles-Godault, gelegen in de mijnstreek nabij Lens. Ook zijn partner Jeannette Vermeersch (1910–2001) werd geboren in La Madeleine, bij Rijsel. Zoals hun familienamen en geboorteplaatsen verraden, hadden beiden Vlaamse wortels.

Over dit uitgesproken stalinistische koppel werd in 1937 de propagandafilm Fils du peuple gemaakt, ter gelegenheid van de promotie van het gelijknamige boek van Maurice Thorez. De film werd geregisseerd door niemand minder dan Jean Renoir, die later zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste cineasten van de twintigste eeuw.

Gepubliceerd

23.02.2026

Kernwoorden
Reacties