Op 8 maart 1937 overlijdt in Noordwijk aan Zee de Nederlandse dichter, essayist en vertaler Albert Verwey (1865–1937). Hij was een vooraanstaand lid van de vernieuwende kring van de Tachtigers en medeoprichter van het tijdschrift De Nieuwe Gids. Later werd hij een invloedrijk criticus en redacteur van De Beweging, en hoogleraar Nederlandse letterkunde in Leiden.
Verwey voelde zich verwant met de Duitse dichter Stefan George (1868–1933), die in zijn eigen kring een vergelijkbaar ideaal van verheven, vormbewuste poëzie nastreefde. Beide dichters zagen kunst als een kracht die de mens geestelijk kon verheffen.
In Verwey’s poëzie keert vaak het motief van lente en vernieuwing terug — niet alleen als natuurbeeld, maar ook als symbool van innerlijke hergeboorte. Zoals hij schreef:
“En in de jonge lente staat de tuin
vol licht en bloei die stil de ziel verheugt.”
08.03.2026