WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 8, 2026

Vandaag geboren: Arthur Schopenauer

Een citaat van de filosoof Arthur Schopenhauer (1788–1860), geboren op 22 februari 1788 in Danzig:

“Elke waarheid doorloopt drie stadia. Eerst wordt ze belachelijk gemaakt. Dan wordt ze hevig bestreden. Tenslotte wordt ze vanzelfsprekend aangenomen.”

Schopenhauer stond voor een pessimistisch-realistische wereldbeschouwing, die hij verwoordde met een bijzonder gevoel voor humor. Hij was een bewonderaar van Shakespeare en Homerus. Zijn denken had grote invloed op psychologen zoals Sigmund Freud, filosofen als Friedrich Nietzsche en Ludwig Wittgenstein, en musici zoals Richard Wagner.

Arthur Schopenhauer schreef onder meer Über das Sehen und die Farben, Die Welt als Wille und Vorstellung en Über den Willen in der Natur. Hij overleed in 1860 in Frankfurt, op 72-jarige leeftijd.

Gepubliceerd

22.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Gelezen in de  Liber Floridus

In de Liber Floridus – letterlijk het ‘gebloemde boek’- de beroemde geïllustreerde encyclopedie uit 1121, ontstaan in Sint-Omaars, noteert Lambert van Sint-Omaars — auteur én tekenaar — voor elke maand richtlijnen voor een gezond leven. Daar horen ook aanbevelingen bij over welke drankjes men best nuttigt.

Voor deze periode luidt zijn advies:

‘IN FEBRUARI moet men welriekende en scherpe spijzen gebruiken, het lichaam door werk oefenen, bloed laten uit de duim; uw drankje weze agrimonia en selderij.’

Wie zich al wil voorbereiden op de volgende maand, kan dit onthouden:

‘IN MAART moet men radijs eten, niet baden, geen bloed laten en geen purgeermiddel gebruiken; uw drankje weze wijnruit, levisticum (lavas of maggiplant), polei; eet zoetigheden.’

Tot zover de aanbevelingen van oom Lambert.

De drankjes mag je gerust innemen — ook als je nog met de auto moet rijden. 😉

Gepubliceerd

21.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Gherard van Meckeren – een vergeten zeeheld uit Sint-Winoksbergen

Op 20 februari 1528 wordt Gherard van Meckeren, ook geschreven als Van Meckere en bijgenaamd Batenborg, benoemd tot kapitein-generaal — of viceadmiraal — van de Vlaamse vloot onder het bestuur van Keizer Karel V. De historicus Sanderus noemt hem “prefect van de Vlaamse zee”. Zijn voornaamste opdracht bestaat erin de Vlaamse kust en haar scheepvaart te beschermen.

Van Meckeren werd geboren in Sint-Winoksbergen. Zijn exacte geboortedatum is onbekend, maar kan vermoedelijk worden gesitueerd op het einde van de vijftiende of het begin van de zestiende eeuw, in een tijd waarin zeeschepen nog tot in Sint-Winoksbergen konden varen. Zijn voornaam verschijnt in de bronnen in uiteenlopende schrijfwijzen, waaronder Geraert, Gerit, Geeraert, Gheraerdt en Gherard. Hij overleed in 1562. Naast zijn maritieme loopbaan bekleedde hij ook een stedelijk ambt: als poortmeester stond hij tijdelijk mee aan het hoofd van de stad.

In een Nederlandstalige passage, geciteerd door Lodewijk de Baecker, wordt zijn woonplaats nauwkeurig beschreven:

“in Sinte-Maertins prochie op de noortzijde van Laenderstraete, tusschen de huyse van jonckheere Nicollaes Daesus van oosten ende den waterloop deser stede van weste.”

DE EERSTE KAPER

Gherard van Meckeren gold als de meest bekwame zee-aanvoerder van zijn tijd. Hij was een vertrouwensman van de keizer en van diens admiraal-ter-zee Maximiliaan van Bourgondië. Naast zijn taak als hoofdbewaker van de Vlaamse kust werd hij belast met talrijke vertrouwelijke opdrachten. Maximiliaan van Bourgondië omschreef hem als een man “met onwrikbare trouw aan zijn keizer” en prees zijn ruime militaire ervaring op zee.

Van Meckeren kan worden beschouwd als de man die de latere dynastie van de Vlaamse kapers uit Duinkerke inluidde. Tijdens langdurige missies in dienst van Keizer Karel beschermde hij Vlaamse vissers- en koopvaardijschepen langs de kust. Hij lag mee aan de basis van de tactiek die het succes van de Vlaamse kaperij verklaart: verrassingsaanvallen op vijandelijke handels- en oorlogsschepen, gebaseerd op snelheid en een superieure kennis van de Noordzee. De bewuste keuze voor een vloot van kleine en middelgrote, sterk bewapende maar uiterst wendbare schepen droeg zijn stempel. Zelfs de scheepsnamen weerspiegelden deze aanpak: De Adelaar, De Draak, De Zwaluw, De Sperwer en De Valk.

ZEEHELD VAN DE KEIZER

Van Meckeren voerde namens — en soms in het gezelschap van — zijn keizer de keizerlijke vloot aan naar de vele havens waar oorlogen en politieke opdrachten hem brachten. Schriftelijke bronnen getuigen van zijn bijna permanente aanwezigheid op zee, met expedities naar Italië, Denemarken, Frankrijk en Groot-Brittannië, van de Oostzee tot de Atlantische Oceaan. Ook enkele van zijn exploten tegen Frankrijk haalden de geschiedenisboeken. Zo liet hij in mei 1543, tijdens vergeefse pogingen om de haven van La Rochelle in te nemen, talrijke schepen geladen met Bordeauxwijn verbranden en nam hij een twintigtal andere in beslag. Tussen 1553 en 1554 veroverde hij bovendien 28 Franse schepen.

Toen Keizer Karel afstand deed van de macht ten gunste van zijn zoon, was het Gherard van Meckeren die als kapitein op het schip De Olifant werd aangeduid om de vorst naar zijn rustoord in Spanje te begeleiden — een duidelijk teken van uitzonderlijk vertrouwen. Deze zeereis duurde toen elf dagen.

LODEWIJK DE BAECKER

Onze kennis over deze zeeofficier is grotendeels te danken aan het speurwerk van de Frans-Vlaming Lodewijk de Baecker (1814–1896), die in West-Vlaanderen — bij pastoor Van de Putte in Boesinge — een deel van de familiearchieven van zijn stadsgenoot Van Meckeren kon raadplegen. Zijn studie is integraal online beschikbaar onder de titel Gherard van Meckeren, vice-amiral de Flandre sous Charles Quint (Brugge, 1849).

Ik heb me afgevraagd waarom een grote naam in zijn tijd als Gherard van Meckeren tussen de mazen van de geschiedenis viel. Ik zie daarvoor vier belangrijke redenen. Van Meckeren was in de eerste plaats een dienaar van de staat, geen vorst of pronkfiguur die zijn eigen daden liet vastleggen, maar een uitvoerder van het beleid van Keizer Karel V. Daarnaast zijn veel maritieme en administratieve archieven uit zijn werkgebied door oorlogen en verwoestingen verloren gegaan. Een derde reden ligt in het vertrouwelijke karakter van zijn opdrachten, die vaak mondeling werden gegeven en nauwelijks sporen nalieten in de geschreven bronnen. Tot slot stierf hij niet in een heroïsche zeeslag die tot legendevorming leidde, maar verdween hij stil uit het openbare leven, zoals zovele bekwame mannen van zijn tijd.

VERGETEN?

Van Meckeren oefende zijn ambt uit in een woelige periode, waarin de Noordzee en het Kanaal geen veilige handelsroutes waren, maar strategische frontlinies geteisterd door oorlog en kaapvaart. Met zijn ervaring en gezag droeg hij bij tot een professionelere organisatie van de Vlaamse vloot. Het is opvallend dat hij na de terugtrekking van Keizer Karel uit de actieve bronnen verdwijnt. Men weet dat hij toen ziek was en dat hij nooit volledig herstelde van de dood van zijn enige zoon Cornil in 1558. Vandaar mijn hypothese dat hij zich, na een lange loopbaan in dienst van de kroon — samen met zijn keizer — heeft teruggetrokken uit het openbare en militaire leven. Na zijn overlijden in 1562 raakte zijn naam geleidelijk in de vergetelheid, maar zijn loopbaan toont hoe ook Vlaamse zeeofficieren een sleutelrol speelden in het maritieme machtssysteem van hun tijd.

Gepubliceerd

20.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Carolus Clusius,  telg uit een calvinistische familie

Op 19 februari 1526 werd in Atrecht Carolus Clusius (Charles de l’Escluse) geboren, een encyclopedische geest: humanist, arts en botanicus. Met de medewerking van Ogier van Busbeke, die hem plantmateriaal toestuurde, plantte hij als een van de eersten in Europa de aardappel, de tulp, de hyacint, de anemoon en de paardenkastanje. In zijn verzamelde werken, Rariorum Plantarum Historia (1601), beschreef hij honderd nieuwe plantensoorten. Zijn Exoticorum Libri Decem (1605) is een repertorium van exotische planten.

CALVINISTISCHE FAMILIE UIT HET LEIEDAL

Carolus Clusius werd geboren in Atrecht, omdat zijn vader een ambt bekleedde aan het hof van Artesië. De familie de l’Escluse was in feite een vooraanstaand patriciërsgeslacht uit het Leiedal en het Land van het Vrijleen, meer bepaald uit de gemeente Gorge (La Gorgue). Zijn vader Michel was heer van Watten en behoorde samen met zijn broer François tot de eerste invloedrijke Calvinisten in Gorge en omstreken.

François, oom van Carolus, werd in 1542 in Betun opgehangen vanwege zijn Calvinistische overtuiging. Zijn twee zonen, Israël en Antoine, neven van Carolus, werden met de vinger gewezen toen een schout en zestien van diens soldaten in een hinderlaag werden gedood. Kort daarop werd de pastoor van Lestrem door de Geuzen aangevallen en voor dood achtergelaten. Ook hier werden de twee neven, terecht of onterecht, als mededaders aangewezen.

Zelfs de vader van Carolus werd, één jaar na de Beeldenstorm, in 1567 ter dood veroordeeld vanwege zijn godsdienstovertuiging. Net als zijn broer enkele jaren eerder, werd hij op de markt van Betun terechtgesteld.

Deze dramatische omstandigheden maakten dat Carolus voor zijn studies en beroepsloopbaan aan verschillende Europese hoven een reis door Europa begon die zijn verder leven zou bepalen.

HORTUS CLUSIUS

In Leiden is nog steeds de botanische tuin te bezoeken die Carolus Clusius voor de universiteit oprichtte. Een bezoek waard. In 1592 werd hij aangetrokken en benoemd tot Horti Praefectus van de Universiteit Leiden. Hij gebruikte zijn reputatie en netwerk als wetenschapper om nieuw en uniek plantmateriaal naar Leiden te halen. De aanleg van zijn beroemde medicinale tuin begon in mei 1593. Voor de uitvoering van de werken deed hij een beroep op apotheker Dirck Outgaertsz. Cluyt (1546-1598).

Carolus Clusius overleed in Leiden op 4 april 1609.

Gepubliceerd

19.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Het usschekruusje

Het zijn van die woorden in ons Oudvlaamsch die je nooit vergeet. Op Aswoensdag, ‘Usschenwuensdag’ volgens mijn grootmoeder, moest de hele familie, een “usschekruusje” halen. Dat is Koasters Oudvlaamsch voor een askruisje. Ook in het Frans trouwens want ons moeder stuurde ons dan staande pede naar de kerk met de opdracht: ‘Va chercher ton usschekruusje’.

Wist ik toen veel hoe zo een ding in het Frans heette. Er waren trouwens nog veel meer van die Vlaamse woorden en uitdrukkingen die mijn ouders gebruikten als ze met de kinderen Frans spraken. Mijn Franse taal was bezaaid met Oudvlaamsche woorden waarvan ik het Franse equivalent niet altijd kende. Kwam ik dieper in Frankrijk, dan werd me wel meer dan eens gevraagd wat ik bedoelde. Ik kon er toen niet zo maar komen op wat een ‘kot’, laat staan een keunekot, een koekestute, of een ‘kateverik’ (viezerik) in het Frans was.

Dit fenomeen van woorden die worden meegenomen in de andere taal verklaart ook waarom je zoveel Vlaamse woorden in het Picardisch treft. In de streek van Béziers, in het verre Occitanië, woonde een oudoom die tijdens wereldoorlog I voor de oorlog had moeten vluchten maar niet was teruggekeerd. Hij had daar de plaatselijke Occitaanse streektaal geleerd maar zeer opvallend: ook zijn Occitaans was gekleurd met Oudvlaamse woorden.

Gepubliceerd

18.02.2026

Kernwoorden
Reacties

Ernst Jünger in Torkonje (Tourcoing)

Op 17 februari 1998 overleed de Duitse conservatief-revolutionaire schrijver Ernst Jünger. Hij werd 102 jaar oud (geboren in 1895).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte Jünger kennis met Frans-Vlaanderen . Die ervaring liet blijvende sporen na in zijn herinneringen en zijn werk. In 1971 werd hij door zijn Franse vertaler Henri Plard aangesproken op ‘Tourcoing’, nadat Plard had vermeld dat zijn zoon getrouwd was met een meisje uit Torkonje.

Jünger antwoordde:

“U vraagt mij of ik Tourcoing ken — vanzelfsprekend, want tijdens de Slag om Vlaanderen (bataille des Flandres) werden wij behoorlijk heen en weer gesleurd in de rokerige driehoek Lille-Roubaix-Tourcoing (Rijsel-Robeke-Torkonje).

Tot op vandaag word ik nog lastiggevallen door de herinnering aan een fiasco dat nooit werd rechtgezet: een gemiste kans ‘in Venere’.

In Tourcoing was ik als luitenant bijzonder elegant ingekwartierd, bij een industrieel die met zijn familie de streek was ontvlucht, maar wiens conciërge was gebleven.

Op een avond dat ik laat op stap was, ontmoette ik op de Grote Markt kameraden die meisjes hadden aangesproken — daaraan was in Tourcoing geen gebrek. In die tijd was er nog geen verduistering en in het felle licht zag ik er één, van Vlaams of misschien eerder Waals bloed, die mij op buitengewone wijze trof.”

(…)

De afspraak ging niet door wegens dienstverplichtingen. Een slechte herinnering voor Ernst Jünger, die zeventig jaar later nog altijd bezighield: hij probeerde die mislukt verlopen verovering etymologisch te verklaren met ‘Tourcoing, coing, coincer’. Zijn afspraak had inderdaad coincé en was in het water gevallen.

Toen ik hem later ontmoette op een boekenbeurs, herinnerde ik hem aan die woorden. Ik zei hem dat hij in Torkonje — door de Vlaamse migraties daar — wellicht een Vlaams meisje had ontmoet, en dat Tourcoing in het Nederlands Torkonje heet. Ik suggereerde hem een even flauw memotrucje als het zijne, met ‘Torkonje’ en ‘Eau de Cologne’.

Hij kon er hartelijk om lachen en vertelde me nog even over zijn oorlogsherinneringen in Rijsel en omstreken.

Op mijn opmerking dat hij de grote slachtingen had overleefd citeerde hij de Pruisische veldmaarschalk Helmuth von Moltke: ‘Glück had auf die Dauer nur der Tüchtige. “Op de lange duur heeft slechts de bekwame geluk.”

Gepubliceerd

17.02.2026

Kernwoorden
Reacties

🗓️ 16 FEBRUARI

Vandaag is niet alleen mijn verjaardag, maar ook de geboortedag van:

  • In 1497 – Philipp Melanchthon, Duitse humanist, filosoof en kerkhervormer, rechterhand van Luther uit de Duitse Palts.
  • In 1514 – Georg Joachim Rheticus, Duitse wiskundige en astronoom, leerling van Copernicus.
  • In 1519 – Gaspard de  Coligny, Frans prostetants leider.
  • In 1761 – Jean-Charles Pichegru, Frans-Bourgondische generaal die met zijn legers Nederland bezette.
  • In 1797 – Henry Adams, Amerikaanse historicus, schrijver en politiek denker.
  • In 1812 – Henry Walter Bates, Britse natuuronderzoeker en bioloog.
  • In 1822 – Francis Galton, Engelse psycholoog, naturist en bioloog.
  • In 1834 – Ernst Heinrich Philipp August Haeckel, Duits-Brandenburgse zoöloog en filosoof.
  • In 1845 – Hugo de Vries, Nederlands geneticus.
  • In 1848 – Octave Mirbeau, Frans-Normandische schrijver, criticus en journalist.
  • In 1852 – Charles Taze Russel, Amerikaans adventist en stichter van de Jehova’s Getuigen
  • In 1884 – Hugo Gernsback, Luxemburgs-Amerikaanse schrijver, uitgever en uitvinder, grondlegger van de sciencefiction.

In 1888 – Georges Bernanos, Franse romanschrijver en essayist.

  • In 1891 – Hans Friedrich Karl Günther, Duitse antropoloog uit Baden-Württemberg.
  • In 1898 – Otto Stern, Duits-Amerikaanse natuurkundige, Nobelprijswinnaar (1943).
  • In 1914 – Octavio Paz, Mexicaans dichter en essayist, Nobelprijswinnaar voor Literatuur (1990).
  • In 1920 – Hubert van Herreweghen, Brabantse dichter.
  • In 1944 – Sigiswald Kuijken, Brabantse violist en dirigent.
  • In 1952 – Jan Kerouac, Amerikaans schrijfster.
  • In 1959 – John McEnroe, Amerikaanse tennisser.
  • In 1962 – Wouter Vandenhaute, Vlaamse sportjournalist en programmamaker.
  • In 1964 – Hein Vanhaezebrouck, Vlaamse voetbaltrainer.
  • In 1978 – Tia Hellebaut, Antwerpse meerkampster en hoogspringster.
  • In 1986 – Josje Huisman, Noord-Brabantse zangeres, ex-K3-lid.

Enzovoorts: deze lijst is uiteraard ver van exhaustief.

En ook een citaat, vrij naar Marcus Aurelius:

“Ieder mens is een verzameling dagen; wat we ermee doen, geeft betekenis.”

Gepubliceerd

16.02.2026

Kernwoorden
Reacties