WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 21, 2026

Een bezoek aan de kerktoren van Lo

Vandaag beklommen we de kerktoren van Lo. Die is vanaf nu te bezichtigen, nu de prachtige buitenrestauratie van de kerk voltooid is. Boven wacht een uitzonderlijk panorama om te ontdekken. Bij helder weer zie je Frans-Vlaanderen, de IJzertoren en de West-Vlaamse bergen. En uiteraard ook het stadje Lo zelf: een unieke ervaring. Let wel op dat je niet in de klokkenruimte staat wanneer de klokken luiden.

De hallenkerk van Lo wordt al vermeld in 1119 en behoorde toen tot de Sint-Pietersabdij. Ze werd ooit gebouwd in opdracht van de beruchte Willem van Lo, van wie de resten in deze kerk rusten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de kerktoren opgeblazen en de kerk volledig verwoest. Na de oorlog werd alles in de oorspronkelijke staat heropgebouwd.

Voortaan kan je de kerktoren van Lo beklimmen, al zingend of declamerend op het lied van de legendarische Lonaar Schammelen Djoos. Het eerste couplet klinkt zo:

Waar leeft de Vlaamsche leute nog

In volle gans en zwier!

Waar drinkt men vrij van vreemd bedrog

Het edele Vlaamsche bier.

(…)

Te Lo! zei Pierlala papa

Te Lo! Zei Pierlala

Gepubliceerd

24.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Denkend aan Cyriel  Moeyaert…

Op 23 mei 1920 werd taalkundige, Frans-Vlaanderenkenner, pedagoog en goede vriend Cyriel Moeyaert geboren. Hij werd 100 jaar en overleed in 2020.

Cyriel was ook jarenlang voorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen. Bij zijn aanstelling als voorzitter in 1993 schreef auteur André Demedts (1906-1992) deze woorden, die Cyriel Moeyaert treffend typeren:

“Onze nieuwe voorzitter heeft zich tal van jaren voor Frans-Vlaanderen ingespannen en kent als weinigen mensen en toestanden. Hij heeft er zowel als bij ons en in Nederland talrijke vrienden van uiteenlopende opinies en strekkingen die even trouw aan hem gehecht zijn. Omdat hij hun genegenheid en waardering afdwingt door zijn velerlei talenten, onbeperkte dienstwilligheid en onweerstaanbare eenvoud.”

Een bekende uitspraak van Cyriel Moeyaert luidt:

“In Frans-Vlaanderen pleegde de Franse staat een ware linguicide. Het juiste woord is taalmoord.”

Die woorden zijn mij altijd bijgebleven. Daarom krijgt dit citaat later dit jaar ook een bijzonder vervolg: Taalmoord is de titel van mijn nieuwste boek, dat in augustus verschijnt bij uitgeverij Ertsberg. Het boek gaat over taal, maar ook over gemeenschap en identiteit.

Dit citaat krijgt nog  dit jaar een staartje:  ‘TAALMOORD’ is  de titel van mijn nieuwste boek dat in augustus verschijnt bij uitgeverij Ertsberg. TAALMOORD gaat over taal maar ook over gemeenschap en identiteit.

Gepubliceerd

23.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Hergé: Klare lijn en klare wijn

Op 22 mei 1907 werd in Etterbeek Hergé geboren, het pseudoniem van Georges Remi, gevormd door zijn initialen om te keren.

De man hoeft nauwelijks nog te worden voorgesteld. Hij is een van de grootste striptekenaars van de twintigste eeuw, meester van de klare lijn en schepper — naast vele andere stripverhalen — van de avonturen van Kuifje en zijn hond Bobbie. Kuifje was, net als Hergé, tegelijk een kind van het Brusselse katholieke milieu waarin hij opgroeide én een ontsnappingsroute uit diezelfde wereld: eerst via het scoutisme, later via de avonturen van een wijze, jonge reporter.

Kuifje is een nieuwsgierige, moedige en rechtvaardige journalist die samen met zijn trouwe hond Bobbie de wereld rondreist. In elk avontuur belandt hij in spannende en vaak gevaarlijke situaties, waarin hij mysteries oplost, misstanden blootlegt en internationale complotten verijdelt. De verhalen combineren actie, humor en vriendschap en laten hem telkens opnieuw kennismaken met nieuwe culturen, mensen en uitdagingen. Volgens de beroemde formule: voor lezers van 7 tot 77 jaar.

Uiteraard leefde Hergé, samen met Kuifje, in de tijd van toen. Dat was, wat mij betreft, zijn natuurlijke biotoop en tegelijk zijn beste periode. Maar het stond in de sterren geschreven dat zelfverklaarde cultuurrechters hem achteraf het avontuurlijke conservatisme van zijn hoofdpersonage zouden verwijten. De beschuldigingen aan het adres van Hergé klinken als een vroege voorbode van de hedendaagse ideologische herlezing van kunst en cultuur: anticommunisme, antisemitisme, racisme, kolonialisme, collaboratie. Ik las zelfs verwijzingen naar fascisme en nog andere “ismen”.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog bood sommigen de gelegenheid om met dit geniale talent af te rekenen. Hergé had immers gewerkt voor de bezette krant Le Soir. Zelfs tekenen voor de jeugd werd in die context verdacht gemaakt. Hoewel hij na de oorlog werd onderzocht, volgde uiteindelijk geen veroordeling.

Na de oorlog zou het werk van Hergé nooit meer helemaal hetzelfde zijn. De kritiek, de veranderende tijdsgeest en de poging om Kuifje overeind te houden, maakten dat sommige albums en nieuwe personages universeler en introspectiever werden, maar soms ook minder spontaan avontuurlijk. Kuifje met het vredesteken op zijn motorhelm — u kent het beeld wel.

Hergé formuleerde het later zo: “Politiek interesseert me niet. Ik vind de ontwikkeling van de beschaving interessanter. Ik sta open voor alles wat er in de wereld gebeurt — en ik geef daar een persoonlijke interpretatie aan, die men vervolgens in Kuifje terugvindt.”

Hij schreef ook: “Elke vorm van dictatuur is verwerpelijk, of ze nu van links of van rechts komt.”

In de biografie Hergé. Levenslijnen (2008) van Philippe Goddin vond ik ook dit citaat van Carl Gustav Jung:

“Het is evident dat een artiest vanuit zijn kunst moet worden begrepen en verklaard, en dat niet zozeer naar de tekortkomingen van zijn karakter of naar zijn persoonlijke problemen moet worden gepeild; deze zijn vaak niet meer dan het betreurenswaardige gevolg van het feit dat hij een artiest is, dat wil zeggen een mens die door het lot is opgezadeld met een last die zwaarder is dan die van de gewone sterveling. Ongewone talenten verschaffen buitengewone krachten en vereisen buitengewoon veel energie; het is daarom onvermijdelijk dat een positieve balans op het ene vlak samenvalt met een negatieve balans op een ander vlak.”

Gepubliceerd

22.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Ook naar de Afspraak gekeken?

Al twee dagen gaat het over die zogenaamde “foto van Vlaanderen”: zijn de cijfers representatief of vervalst? En uiteraard ook over de vertrouwde kunstjes van de VRT-nieuwsdiensten: halve waarheden, selectieve verontwaardiging, verhalen opblazen of juist netjes onder het tapijt schuiven — al naargelang het gewenste narratief.

Wat ik niet begrijp: hoe kan een panel vol professoren, experts en een VRT-directielid nog altijd zo ver naast de essentie zitten?

De realiteit is nochtans vrij eenvoudig. Die enquête, waaruit blijkt dat een deel van de Vlaamse jeugd minder begrip toont voor genderkwesties en de positie van vrouwen, is wel degelijk representatief.

Wat men gemakshalve “vergeet” — bewust of onbewust — is dat veel jongeren met allochtone roots hier niet pas gisteren zijn aangekomen. Het gaat vaak om kinderen en kleinkinderen van migranten die jaren geleden naar Europa kwamen. Je moet hen dus niet gaan zoeken in de categorie “andere nationaliteiten”. De meesten hebben gewoon de Belgische nationaliteit.

En dáár zit precies een deel van de verklaring voor waarom de tolerantie tegenover vrouwenrechten en genderproblematiek bij jongeren achteruitgaat.

Petra zei dat ze ongerust was over de cijfers. Zou ik ook zijn in haar plaats. Alleen moet iemand haar misschien nog zachtjes influisteren waarom die cijfers eruitzien zoals ze eruitzien.

En die stunt met het briefje uit de hoed van Baudry? Dat verdient hoogstens de prijs voor het mediakabaaltje van de week. Verder is het een lege hoed.

Gepubliceerd

21.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Het bloedbad van Abbeville: een Frans-Belgische combine?

Op 20 mei 1940 worden in Abbeville eenentwintig mensen vermoord. Zij maakten deel uit van een grotere groep zogenaamde “verdachten” die enkele dagen eerder op Belgisch grondgebied waren gearresteerd en vervolgens onwettig aan de Franse autoriteiten werden overgedragen.

De bekendste slachtoffers waren Verdinaso-leider Joris van Severen en zijn rechterhand Jan Ryckoort.

Onder de andere slachtoffers bevonden zich nog zes personen met de Belgische nationaliteit: Louis Caestecker en Lucien Monami (communist), René Wéry (rexist), Jean Henri De Bruyn en Hector Vanderkelen (gelinkt aan de Abwehr), evenals Maria Geerolf-Ceuterick, die werd gearresteerd in de plaats van haar Nederlandse schoonzoon.

De overige slachtoffers vertegenwoordigden samen zeven nationaliteiten: vier Duitsers, één Canadees, één Hongaarse en één Tsjecho-Slowaakse Jood, vier Italianen en twee Nederlanders.

HET VERRAAD VAN DE BELGISCHE STAAT’

Dat een staat mensen op eigen grondgebied arresteert en overdraagt aan een andere staat, is uitzonderlijk. Dat dit bovendien gebeurde met eigen staatsburgers en zonder behoorlijke gerechtelijke procedure, maakt de zaak des te zwaarder. Historicus Luc Pauwels omschreef dit niet toevallig als “het verraad van de Belgische staat”.

De Belgische aanloop naar het drama van Abbeville is door historici uitvoerig gereconstrueerd. Daarbij duiken onder meer de namen op van auditeur-generaal Walter Ganshof van der Meersch en staatsveiligheidschef Robert de Foy. De verdediging van Ganshof is bekend: hij verwees naar bevelen van hogerhand, in het bijzonder van minister van Justitie Paul-Emile Janson, die op zijn beurt de verantwoordelijkheid doorschoof naar premier Hubert Pierlot.

DE ROL VAN FRANKRIJK

Dat de slachting in Abbeville werd uitgevoerd door Franse militairen die handelden in chaos, paniek en oorlogshysterie, is slechts één zijde van het verhaal.

De Franse invloed op Belgische aangelegenheden bestond al lang vóór de Tweede Wereldoorlog. Ook in het interbellum lagen Franse nood- en bezettingsplannen voor Belgisch grondgebied klaar. Historicus Carlos Vlaemynck schrijft in zijn boek Dossier Abbeville (1977) dat de Franse autoriteiten eveneens uit waren op “de arrestatie van beide Dinaso’s” — Van Severen en Ryckoort — evenals van verschillende Bruggelingen. Volgens Vlaemynck zouden die namenlijsten zijn opgesteld met medewerking van plaatselijke Franskiljonse kringen.

Michel Nyckees, toenmalig gewestleider van het Verdinaso in Brugge, verklaarde later dat hij in de Brugse straten een celwagen met Franse nummerplaat had gezien. Hij stelde bovendien dat hij door de lokale politie in het Frans werd ondervraagd, in aanwezigheid van een Franse adjudant van de Gardes mobiles.

Franse troepen waren reeds in Brugge aanwezig toen op 10 mei 1940 de arrestaties begonnen en de verdachten over de grens werden gebracht. Historicus Pieterjan Verstraete verwijst daarbij naar de getuigenis van Pol Le Roy, die op de dag van de arrestatie nog samen met Van Severen en Ryckoort over de Markt van Brugge wandelde: “Wij zagen Franse troepen, tanks, gevechtswagens en gemotoriseerde infanterie. Die moesten dus al klaar hebben gestaan.”

Ik deel de stelling dat het bloedbad van Abbeville niet louter een Franse ontsporing was, maar het resultaat van een Frans-Belgische samenwerking.

TOT VANDAAG

Kunnen we iets leren uit dit verleden? Tot vandaag blijven de actieve bemoeienissen van Frankrijk in de coulissen van de Belgische macht bestaan, zij het in andere gedaanten. De Franse staat beschouwt België nog steeds al te vaak als een natuurlijke invloedsfeer. De Franstalige politieke en administratieve netwerken doen de rest.

Ook vandaag bestaan lijsten van “verdachten”, net zoals in het interbellum. Waar toen vooral nationalisten, rexisten, communisten of vermeende spionnen werden geviseerd, kan men zich vandaag veiligheidshalve niet anders dan richten op islamfundamentalisten, die men voor politiek-correcte doeleinden vermengt met extreemrechts, terwijl tegelijk ook bredere conservatieve en Vlaamsgezinde milieus onder verhoogde aandacht komen te staan.

In Frankrijk zelf worden, als camouflagepak voor de echte gevaren, ook autonomistische en separatistische bewegingen nauwlettend gevolgd. De vraag blijft in welke mate bepaalde methodes van Franse en Belgische diensten verenigbaar zijn met de principes van de rechtsstaat — en, in het geval van Frankrijk tegenover België, met de houding die men van een bevriende staat mag verwachten.

Hoe dergelijke mechanismen in crisistijden kunnen ontsporen, weten we sinds 20 mei 1940.

Gepubliceerd

20.05.2026

Kernwoorden
Reacties

🐓 Over de gevolgen en betekenis van een kraaiende haan

In Zuid-Frankrijk daagde een vrouw haar buren voor de rechter omdat ze het gekraai van hun haan niet langer kon verdragen. Haar eis? De haan moest verdwijnen én er werd 4.500 euro schadevergoeding gevraagd wegens geluidsoverlast.

Maar de uitspraak draaide anders uit dan verwacht.

De klacht werd afgewezen. Sterker nog: de klagende partij moet nu zelf 2.500 euro betalen voor morele schade, bovenop 1.500 euro juridische kosten voor de tegenpartij.

De zaak lokte heel wat reacties uit. Een petitie ter ondersteuning van de haan — en van zijn recht op een stevige “kukeleku” — verzamelde meer dan 33.000 handtekeningen. Voor velen ging het niet alleen over geluid, maar ook over het behoud van het landelijke leven en zijn tradities.

Soms haalt gezond boerenverstand het toch nog van absolute stilte. 🐓

DE HAAN ALS SYMBOOL

Dat de haan het symbool van Frankrijk werd, berust wellicht op een historische woordspeling. Het symbool van de Galliërs was oorspronkelijk niet de haan, maar de leeuwerik. De Romeinen vonden het amusant dat de bewoners van Gallië dezelfde naam droegen als het Latijnse woord voor haan: gallus. Zo belandde de haan uiteindelijk op de Franse mesthoop — én in de nationale symboliek.

Ook op christelijke kerktorens prijkt vaak een haan. Daar staat hij symbool voor Christus, die de nieuwe dag van het geloof laat aanbreken. Volgens de christelijke traditie verwijst hij ook naar de verloochening van Petrus: het driemaal kraaien van de haan herinnert aan menselijke zwakheid en waarschuwt tegen zelfoverschatting.

Maar de haan heeft een veel oudere, voorchristelijke oorsprong en is al eeuwenlang omgeven door tradities en bijgeloof. In de oudheid gold hij als zonnedier, gewijd aan de zonnegod Apollo. Ook in de Germaanse mythologie speelt hij een rol: de haan Goudkam bewaakt de regenboogbrug naar het verblijf van de goden. Een andere haan, Vidofnir, zit boven in de wereldboom Yggdrasil en symboliseert als vogel van het licht de zon, warmte en levenskracht.

Als symbool van de zon beschermde de vergulde haan op kerktorens tegen bliksem en brand. Zo ontstond ook de windhaan.

De “rode haan” gold dan weer als voorbode van rampspoed: vuur, bliksem en vlammen die van huis tot huis slaan. In vele culturen staat de hanenkam symbool voor vuur en zon. Ook de band met de wind is oeroud: de Grieken offerden hanen om de winden gunstig te stemmen.

Daarom plaatsten onze heidense voorouders vaak een rode haan op hun dak of aan hun huis, in de hoop onheil op afstand te houden.

De zwarte haan had een donkerdere betekenis. Hij gold als offerdier voor onderaardse machten en als vogel van dood, duisternis en nacht. In Frans-Vlaanderen was “haentje-pek” zelfs een bijnaam voor de duivel — voorgesteld als een zwarte haan.

De haan kondigt niet alleen de dageraad aan, maar ook nieuw leven en het onthullende licht. Hij staat symbool voor vruchtbaarheid, geluk, vrede én de nieuwe lente. Daarom werd vroeger vaak een haan bovenaan een Palmpasenstok geplaatst.

En natuurlijk voorspelt de haan volgens het volksgeloof ook het weer:

🐓 Kraait de haan vroeg in de morgen? Mooi weer.
🐓 Kraait hij overdag én ’s nachts? Regen op komst.
🐓 Kraait hij luid en klapwiekt hij hevig? Ook regen op komst.

Misschien wist die rechter in Frankrijk niet dat je een haan niet alleen bij dageraad hoort, maar soms ook overdag en midden in de nacht. Maar ach… daar kraait nu geen haan meer naar. 🐓

Gepubliceerd

19.05.2026

Kernwoorden
Reacties

In memoriam Dr. Jan Goris  – “Wie es eigentlich gewesen”

Een goed gevuld leven in dienst van de geschiedenis en het patrimonium van zijn stad en van de Kempen. Zo kan men het leven – tot zijn laatste dag – samenvatten van dr. Jan Goris, historicus en ere-archivaris van de stad Herentals. Jan Goris overleed vorige week. Hij werd 83 jaar.

Ik heb Jan leren kennen toen ik in Herentals woonde (1977-1982). Zijn belangstelling voor Frans-Vlaanderen was groot en hij volgde sinds die – lang vervlogen – tijden al mijn publicaties, zoals ik ook de zijne volgde. Later bezocht ik hem wel eens in zijn biotoop: het archief van Herentals in de oude brandweerkazerne, die hij met kennis van zaken had omgetoverd tot een uniek documentatiecentrum. Nog vorig jaar gaf hij mij enkele oude publicaties over Frans-Vlaanderen cadeau, met de opmerking dat ik ze langer dan hij zou kunnen gebruiken.

De vele publicaties van Jan over Herentals en de Kempen zijn bekend. Ik herinner mij nog uit mijn Brepolsuitgevers-tijd het ontstaan van een toeristische uitgave over de Kempen en de legendarische discussies van Jan met zijn Turnhoutse homoloog Harry de Kok. Het ging over de vraag welke stad in de Kempen – Turnhout of Herentals – eigenlijk de titel van hoofdstad van de Kempen mocht dragen. Een botsing tussen Kempense titanen, dat wel, waarbij Jan nooit losliet en met eindeloze argumenten de balans in de richting van Herentals deed overhellen.

Men herinnert zich ook zijn deskundige, maar soms ondankbare inzet voor de bescherming van het bouwpatrimonium in zijn stad; zijn historische inbreng voor zinvolle straatnamen; zijn publicaties rond Kempense heemkunde; en de grandioze herdenking van de Boerenkrijg in de Kempen. Allemaal onderwerpen waarover hij, naast zijn inzet, uitvoerig publiceerde in artikels, tijdschriften en boeken.

Een bijzondere vermelding verdient zijn doctoraat, later gepubliceerd in boekvorm: een werk van 600 pagina’s onder de titel “België en de Boerenrepublieken. Belgisch-Zuidafrikaanse betrekkingen (ca. 1835-1895)”. Zijn interesse voor de geschiedenis van de Boeren, voor Sarie Marais en voor “Hoera vir die Boer, hoera” was aangewakkerd door zijn onderzoek in oude Kempense kranten uit de negentiende eeuw. Jan vroeg zich af waarom zijn Kempense buurman Bobbejaan zong over de Boeren die “op die berg klommen om die rooinek te vererg”. En de geprikkelde historicus maakte er een monumentaal werk van.

Opgelet: Jan Goris was een nuchtere historicus. Een uitspraak uit de periode van zijn Zuid-Afrika-boek typeert zijn volledige werk: “De bronnen heb ik zo onpartijdig mogelijk onderzocht en de resultaten in alle sereniteit neergeschreven, met het oude maar nog altijd actuele ideaal van Leopold von Ranke voor ogen: ‘wie es eigentlich gewesen’.”

Jan Goris was ook de oprichter van Herentaldum, de historische kring van Herentals, in 1972.

Gepubliceerd

18.05.2026

Kernwoorden
Reacties