WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 20, 2026

Aanslag in Straatburg: de sigaren van de prefectuur

Op 17 mei 1957 kostte een aanslag op de prefectuur van het departement Bas-Rhin, in de Elzas, aan één persoon het leven. De aanslag werd meteen opgeëist door een zogenaamde pangermanistische beweging: het “Kampfverband für unabhängiges Deutschland”.

De bom was verborgen in een sigarendoos, wat de aanslag zijn bijnaam gaf: “de sigaren van de prefectuur”. Vermoedelijk was het de bedoeling de internationale gasten die in het gebouw aanwezig waren te treffen. Maar het was uiteindelijk de echtgenote van de prefect, Henriette Trémeaud, die het pakje opende en daarbij om het leven kwam. Verschillende anderen raakten gewond.

Straatsburg was in die jaren uitgegroeid tot een belangrijk symbool van de Frans-Duitse verzoening en van het ontluikende Europese project. Net daardoor had de stad een grote politieke en propagandistische waarde tijdens de Koude Oorlog.

Aanvankelijk werd de aanslag toegeschreven aan radicale pangermanistische kringen. Pas tientallen jaren later wezen vrijgegeven archieven en historisch onderzoek erop dat de operatie in werkelijkheid door de KGB was georganiseerd, met steun van de Tsjechoslowaakse geheime diensten. Het doel was de relaties tussen Frankrijk en West-Duitsland te ondermijnen en wantrouwen te zaaien tegenover de Europese samenwerking.

De affaire bevatte alle klassieke ingrediënten van een spionageroman: manipulatie, valse sporen, desinformatie en politieke terreur.

De methode doet denken aan de “bonbonaanslag” in Rotterdam in 1938, waarbij de Oekraïense nationalist Jevhen Konovalets werd vermoord met een bom verborgen in een doos chocolade, overhandigd door een Sovjetagent.

Gepubliceerd

17.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Tussen kelders, coulissen en kunstkapsones

Op zijn fb-pagina schrijft Paul Cordy vandaag een zeer leesbaar en aanbevolen stuk over het negentiende-eeuwse Salon des Refusés in Parijs: een succesvolle tentoonstelling van alle werken die niét geselecteerd waren voor de Salon van de Académie des Beaux-Arts.

Eigenlijk nog zo’n slecht idee niet voor onze musea: toon systematisch ook eens alle werken die vandaag uit het zicht worden gehouden. Niet enkel laten opduiken bij thematische tentoonstellingen of als handig materiaal voor bruikleen, maar gewoon: zichtbaar maken.

De negentiende eeuw heeft een brede rug. Maar de vraag blijft of alles, honderdvijftig jaar later, op kunstvlak werkelijk beter en anders is geworden. Ik betwijfel het wanneer ik kijk naar de toestand in de musea — ook de Vlaamse — en naar de talloze werken die in kelders en coulissen van de kunst verdwenen zijn.

Plaatsgebrek is van alle tijden. Maar gaat het alleen om plaatsgebrek? Vandaag merk je meer dan ooit dat het verwijderen, verhuizen naar reserves of simpelweg verwaarlozen van kunstwerken gebeurt volgens de esthetische normen én de morele en politieke verontwaardiging van het moment.

De selectiecriteria worden tegenwoordig bepaald door kosmopolitisch georiënteerde en zogenaamd “verbindende” cultuurbonzen, die hun eigen — soms ronduit ziekelijke — voorkeuren opleggen aan het publiek. Uiteraard op kosten van de gemeenschap, maar zonder ooit datzelfde publiek naar zijn mening te vragen.

AL MIJMEREND IN MIDDELHEIM

Onlangs wandelde ik door het Middelheimpark in Antwerpen. Links en rechts van de tweehonderd meter lange rode kalklijn voor Gaza — ook kunst — observeerde ik de nieuwe opstellingen, de beelden die naar het depot zijn verbannen en de recente aankopen waarvan, nota bene, nauwelijks nog één werk in onze taal — het Nederlands, voor wie het vergeten is — wordt weergegeven.

Om in de Parijse sfeer van PC te blijven: in het Middelheimpark passeerde ik onder de “Arc de Triomphe” — alweer geen Nederlands maar Frans — afkomstig van een Oostenrijks collectief waarvan de naam mij gelukkig ontsnapt. Het werk stelt een achterovergebogen naakte man voor met wat sommigen een “opvallende” en anderen een “triomfalistische” erectie noemen.

Lang geleden bezocht ik het Centre Georges Pompidou, vroeger beter bekend als het Centre Beaubourg, eveneens in Parijs. Daar werd ik “getroffen” door een plastisch kunstwerk met de titel: C’est un tas de merde.

Inderdaad.

Gepubliceerd

16.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Münster: vrede voor het noorden, onheil voor het zuiden

Op 15 mei 1648 werd de Vrede van Münster officieel afgekondigd en bekrachtigd. Daarmee kwam een einde aan de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Spanje, dat koste wat het kost een einde wilde maken aan de slepende oorlog, erkende formeel de Republiek als soevereine staat. In het kader van de bredere Vrede van Westfalen kreeg die onafhankelijkheid ook internationale erkenning.

Spanje en de Republiek sloten deze afzonderlijke vrede buiten Frankrijk om, aangezien de Franse onderhandelaars steeds nieuwe eisen bleven stellen.

De onderhandelingen vonden plaats in het huis van het Kramersgilde in Münster, vandaag toepasselijk het ‘Haus der Niederlande’ genoemd. Het gebouw bestaat nog steeds, is verbonden aan de Universiteit van Münster en herbergt het Zentrum für Niederlande-Studien, het Institut für Niederländische Philologie en de grootste verzameling boeken en publicaties over de Nederlandse literatuur op Duits grondgebied.

De tekst van de Vrede van Münster was reeds op 30 januari 1648 vastgelegd, zowel in het Frans als in het Nederlands. Het Nationaal Archief in Den Haag bewaart van elke taal een exemplaar.

Deze vrede kwam echter ten koste van de eenheid van de Nederlanden. Voor de Zuidelijke Nederlanden was de nieuwe grens, getrokken op basis van de militaire situatie van dat ogenblik, een ware catastrofe. In Limburg werd die grens pas in 1661 definitief vastgelegd met het Partagetractaat, dat verschillende gebieden tussen beide staten verdeelde.

De monding van de Schelde kwam volledig in handen van het Noorden, waardoor de scheepvaart van en naar Antwerpen sterk werd gecontroleerd en beperkt. Voor Antwerpen betekende dit een economische ramp, met gevolgen die nog tot diep in de negentiende eeuw voelbaar zouden blijven. Pas in 1863 werd de Scheldetol definitief afgekocht.

Terwijl de Noordelijke Nederlanden volop hun Gouden Eeuw beleefden, raakten de Zuidelijke Nederlanden steeds verder achterop onder Spaans bestuur en de strenge contrareformatorische politiek.

Verzwakt door decennia van oorlog, politiek getouwtrek en economische neergang werden delen van de Zuidelijke Nederlanden enkele tientallen jaren later een gewilde prooi van het expansionistische Frankrijk.

Gepubliceerd

15.05.2026

Kernwoorden
Reacties

1948: Het ontstaan van Israël en het begin van een blijvend conflict

Op 14 mei 1948 roept David Ben-Gurion de onafhankelijkheid uit van de staat Israël als “Joodse staat in het Land Israël” — de Nederlandse weergave van het historische begrip Eretz Israël.

De jonge staat wordt nog diezelfde dag de facto erkend door de Verenigde Staten, en enkele dagen later de jure door de Sovjet-Unie.

Een dag later, op 15 mei 1948 trekken de legers van onder meer Egypte, Jordanië, Syrië, Irak en Libanon het voormalige Britse mandaatgebied binnen. Daarmee begint de eerste Arabisch-Israëlische oorlog.

De oorlog eindigt in 1949 met wapenstilstandsakkoorden tussen Israël en de betrokken buurlanden. Israël blijft bestaan en controleert uiteindelijk een groter gebied dan voorzien in het verdelingsplan van 1947 van de Verenigde Naties. De zogenoemde “Groene Lijn” wordt de feitelijke wapenstilstandslijn tot 1967.

De oorlog heeft ingrijpende gevolgen voor verschillende bevolkingsgroepen:

honderdduizenden Palestijnse Arabieren verlaten hun woongebieden of worden ontheemd (Nakba in de Arabische wereld), terwijl ook veel Joden uit Arabische landen in dezelfde periode vertrekken of worden verdreven.

Jeruzalem wordt verdeeld: West-Jeruzalem komt onder Israëlische controle, Oost-Jeruzalem onder Jordaanse controle.

Zie daar de basisgegevens van een omstreden hoofdstuk in de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten dat nog steeds onderwerp is van uiteenlopende interpretaties en voortdurende geschiedkundige en politieke discussie.

Gepubliceerd

14.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Taalmoord

Reacties
Koen De Vadder
13.05.2026 - 17:29

Graag een gehandtekend exemplaar voor Koen

Antwoord
jef moerman
13.05.2026 - 23:05

Een gehandtekend exemplaar voor Jef.

Antwoord

📚 Eerste drukproef van TAALMOORD is binnen

Van mijn uitgever Karl Drabbe van uitgeverij ERTSBERG ontving ik vandaag de eerste drukproef van mijn nieuwste boek:

Taalmoord
Over taal, gemeenschap en identiteit

In dit essay schrijf ik over de geschiedenis van onze taal in het gebied van de historische Franse Nederlanden, het huidige Frans-Vlaanderen; over de zwanenzang van de streektaal en de confrontatie met de standaardtaal, en hoe ik dit persoonlijk heb beleefd; en ten slotte over het debat rond streektaal en standaardtaal, en over wat de toekomst voor onze taal brengt.

Een (anoniem) citaat uit Taalmoord:

‘Talen zijn bruggen; wie ze niet spreekt blijft aan de overkant.’

👉 Het boek telt 183 pagina’s en verschijnt in september bij uitgeverij Ertsberg.

Volg regelmatig mijn Facebookpagina en op mijn blog widopedia.eu voor meer informatie over TAALMOORD.

Met bijzondere dank aan Karl Drabbe en het team van Ertsberg.

Gepubliceerd

13.05.2026

Kernwoorden
Reacties

Georfes Blachon, de Occitaniër die Vlaanderen liefhad

Op 12 mei 1857 werd Georges Blachon geboren in Castillonnès, een bastidedorp in de streek tussen Agen en Bergerac. Hij was een geboren Occitaniër, telg uit een familie van scheepbevrachters met wortels in Bordeaux.

Blachon maakte carrière als hoog ambtenaar en werd in het interbellum een naaste medewerker van de Franse minister van Marine Georges Leygues, met wie hij bevriend was. Telkens Leygues opnieuw in de buurt van de macht kwam, dook ook Blachon als medewerker op.

In 1912 werd hij, na verschillende benoemingen als prefect en onderprefect in heel Frankrijk, aangesteld als hoofdontvanger van de belastingen in Rijsel. Dat ambt was in die tijd belangrijk én financieel aantrekkelijk: eigenlijk een soort erepost voor een ambtenaar na een rijkgevulde loopbaan.

Uit die periode dateert zijn liefde voor Vlaanderen en het Noorden. Een beroemde uitspraak van hem luidde:

“Alleen in het Noorden kan men zich opwarmen.”

En hij maakte die woorden ook waar: terwijl anderen in de winter de zon van het Zuiden opzochten, verkoos Blachon Rijsel als winterverblijf.

Blachon schreef het merkwaardige boek Waarom ik Vlaanderen liefheb, vertaald door niemand minder dan Stijn Streuvels. Hij was een theoreticus van het zogenaamde “nordisme”: de gedachte dat Frankrijk mede gevormd was door Frankische en noordelijke invloeden. Daarmee keerde hij zich tegen de latinomanie die volgens hem heerste bij veel van zijn Occitaanse streekgenoten, én tegen de antigermanistische denkbeelden van auteurs als Charles Maurras.

Zijn denken draagt duidelijk de stempel van zijn tijd en moet historisch gelezen worden, zonder het automatisch te vereenzelvigen met de ideologieën die later in Europa zouden opduiken.

Blachon schreef onder meer het “Choral des Flandres”, dat in oktober 1919 in Parijs werd gezongen op muziek van Francis Casadesus en toen enig succes kende:

Nous descendons des Frances,
Ancêtre de la France !
On nous fait tort depuis mille ans !
Ô Flandre, souviens-toi !
Au pied des vieux beffrois !
Ô Flandre, souviens-toi !

Daarnaast stichtte hij verschillende verenigingen en publicaties die vandaag grotendeels vergeten zijn, zoals de Ligue des droits du Nord en het tijdschrift Boréal. Ook in Frans-Vlaamse bladen als Mercure de Flandre en Lion de Flandre verschenen talrijke teksten van zijn hand, vaak polemisch van toon en soms gepubliceerd onder pseudoniemen als Cinéas en Sigebert.

WOORDENSCHAT: HELIOTROPISME

Georges Blachon inspireerde ook Frans-Vlamingen zoals Nicolas Bourgeois tot het gebruik van het neologisme ‘heliotropisme’.

Heliotropisme is het vermogen van een plant — of figuurlijk ook van een mens — om zich naar de zon te richten. Volgens Blachon leed de moderne mens al in het begin van de twintigste eeuw aan een soort “ziekte van de zon”: een overdreven fascinatie voor het Zuiden, voor zonlicht en voor alles wat met de mediterrane beschaving verbonden werd.

Daartegenover plaatste hij zijn liefde voor het clair-obscur van het Noorden, voor de zachte Vlaamse regen en de noordenwind.

In diezelfde geest zong de Nederlandse cabaretier Paul van Vliet later in zijn lied Het Noorden:

“Ik hou niet van die zinderende hitte van ’t Zuiden,
Van die indringende zon die alles ontdekt…”

Georges Blachon, de man die gefascineerd was door Vlaanderen en het noorderlicht, overleed op 13 augustus 1940 op het familiedomein in Castillonnès.

Gepubliceerd

12.05.2026

Kernwoorden
Reacties

De slag bij Fontenoy: “Heren Engelsen, schiet maar eerst” —  een Franse mythe?

Op 11 mei 1745 behalen de Franse troepen, onder leiding van maarschalk Maurits van Saksen, een grote overwinning op een coalitie van Britten, Nederlanders, Oostenrijkers en Hannoveranen. De slag vindt plaats in het Henegouwse dorp Fontenoy, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog.

Maurits van Saksen — eigenlijk een Saksische prins in Franse dienst — geldt als een van de briljantste veldheren van zijn tijd. Zijn overwinning bij Fontenoy opent voor Frankrijk de weg naar een reeks veroveringen in de Oostenrijkse Nederlanden.

De Fransen laten het daar niet bij. In de maanden die volgen vallen ook verschillende zogenaamde Barrièresteden: een gordel van versterkte plaatsen die zich uitstrekt van de Noordzee tot aan de Maas. Onder meer Nieuwpoort, Veurne, Ieper, Menen, Dendermonde, Doornik, Roermond, Venlo, Geldern en Weert komen uiteindelijk in Franse handen terecht.

Volgens Voltaire (1694–1778), de officiële historiograaf van Frankrijk, zou zich bij het begin van de slag een opmerkelijke woordenwisseling hebben voorgedaan tussen Charles Hay, kapitein van de Engelse garde, en de graaf van Anterroches, officier bij de Franse gardegrenadiers:

-Kapitein Hay:
“Heren van de Franse garde, schiet!”

-Graaf van Anterroches:
“De Franse garde schiet nooit als eerste. Schiet u maar.”

-Kapitein Hay:
“Heren, vuur!”

Of deze scène werkelijk heeft plaatsgevonden, blijft echter zeer twijfelachtig. Sommige ooggetuigen spreken elkaar tegen, en een anonieme brief uit die tijd beweert zelfs dat de Fransen als eersten schoten. Toch groeide het verhaal uit tot een van de bekendste legendes uit de Franse militaire geschiedenis.

Via het onderwijs raakte vooral de verkorte versie diep verankerd in het Franse collectieve geheugen:

“Messieurs les Anglais, tirez les premiers.”
(“Heren Engelsen, schiet maar eerst.”)

Waar of niet, de uitspraak paste perfect in de eeuwenlange psychologische en politieke rivaliteit tussen Frankrijk en Engeland — het latere “Perfide Albion”.

Gepubliceerd

11.05.2026

Kernwoorden
Reacties