Op 28 juni 1918 werd Cyriel Coupé geboren in Moerbeke-Waas. Onder het pseudoniem Antoon van Wilderode verwierf hij grote bekendheid als dichter, vertaler, tekstschrijver en veelgevraagd redenaar binnen de Vlaamse Beweging.
Van Wilderode studeerde klassieke filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en werd priester-leraar aan het Sint-Jozefscollege in Sint-Niklaas. Als dichter vond hij zijn inspiratie vooral in het Waasland, het landschap van zijn jeugd.
Tot zijn bekendste dichtbundels behoren De moerbeitoppen ruisten (1944), Het land der mensen (1953) en Dorp zonder ouders (1980), waarvoor hij in 1981 de Staatsprijs ontving. Zijn Verzamelde gedichten 1943-1973 verschenen in 1974. Voor zijn vertalingen van Vergilius’ Bucolica en Aeneis ontving hij in 1975 een eredoctoraat van de KU Leuven.
Wie ‘Lied van mijn land’ zingt, zingt een tekst van Antoon van Wilderode.
LIED VAN MIJN LAND
keerzang:
Liefelijk land, in de bruisende horen
hoor ik u Vlaand’ren en zing en zing.
Liefelijk land, in de bruisende horen
hoor ik u Vlaand’ren en zing en zing.
En ook zijn ‘Verweer’ klinkt als een levensmotto:
VERWEER
…..
Ik ben niet zozeer uit op een gevecht,
maar wat niet goed is, vrienden, noem ik slecht
en wat mijn tegenstanders ook beweren
ik ga, zolang ik leef, mijn eigen weg!
Antoon van Wilderode overleed op 15 juni 1998 in Sint-Niklaas.
28.06.2026
Ik heb geen wiskundige knobbel. Maar in mijn vroegere werk in de direct marketing leefde ik dagelijks tussen cijfers, statistieken en gemiddelden. Ik leerde snel analyseren, patronen herkennen en beslissingen nemen op basis van data.
En ik leerde vooral dit: een gemiddelde is een handig hulpmiddel, maar geen waarheid op zichzelf. Achter elk cijfer zit een verhaal — en dat verhaal is vaak belangrijker dan het gemiddelde zelf.
Nu sommige geleerde professoren mij rangschikken als een “onwetenschappelijke en ideologische klimaatontkenner”, ben ik plichtsbewust eens gaan neuzen in de cijfers van de experten en het KMI.
Het gaat opnieuw over warmte. Laat dat duidelijk zijn: ik ontken niet dat het deze dagen warm is hé. Ik ontken ook niet dat de mens een rol speelt in de evolutie van het klimaat.
Maar misschien mag Jan en Piet ook erkennen dat de klimaatgeschiedenis altijd cycli van warme en koude periodes heeft gekend. Wie wat wil afkoelen, kan altijd eens kijken naar de wintertaferelen van Breugel. 😉
Een veelgebruikte formulering bij het KMI om warmte- of kouderecords aan te kondigen is: “sinds het begin van de waarnemingen”.
Dat klinkt bijna alsof we spreken over “het begin der tijden”, maar eigenlijk gaat het over de periode waarin we beschikken over systematische en betrouwbare metingen: vanaf 1892.
Dat betekent uiteraard niet dat er voordien geen klimaat bestond of geen extreme weersituaties waren. De geschiedenis kende ook vroeger warme en koude periodes. Alleen zijn ze niet vertegenwoordigd in de cijfers van vandaag.
Dat de laatste dagen uitzonderlijk warm zijn, voelt iedereen. Dat we in de eerste helft van juni ook heel wat koelere of ‘normale’ dagen kenden, wordt niet meer gesproken.
Maar ze komen wel voor in het maandgemiddelde. Volgens de cijfers van het KMI in Ukkel bedraagt de gemiddelde maximale temperatuur voor juni 2026 tot vandaag 23,8 °C.
Vergelijken we dat met de voorbije jaren:
Jaar | Gemiddelde maximumtemperatuur juni – Ukkel
2016 | 22,0 °C
2017 | 24,1 °C
2018 | 23,9 °C
2019 | 24,1 °C
2020 | 23,3 °C
2021 | 21,9 °C
2022 | 25,0 °C
2023 | 23,4 °C
2024 | 20,9 °C
2025 | 24,5 °C
2026 | 23,8 °C (tot vandaag)
Een juni-gemiddelde bewijst op zichzelf natuurlijk niets over de volledige klimaatontwikkeling. Maar het toont wel dat een gevoel van “alles breekt records” soms wat meer context verdient.
Mijn punt?
Cijfers spreken niet vanzelf. De gekozen periode, de vergelijking en de manier waarop gegevens worden voorgesteld, bepalen mee welk verhaal mensen eruit halen.
Wetenschappers en experten mogen uiteraard waarschuwen en analyseren. Maar wie grote conclusies trekt en vooral met rampscenario’s communiceert, moet niet tegelijk beweren dat alleen de eigen boodschap objectief en wetenschappelijk is. Ook wetenschap heeft nood aan nuance.
Nee, het einde van de wereld is nog niet in zicht.
Ja, het einde van deze hittegolf waarschijnlijk wel. 😉
En om Wout van Aert te parafraseren:
“Inzake klimaat ontken ik just nieks.”
27.06.2026
📰 In de Nieuwsbrief van de Andries Stevenkring (juni 2026, nr. 2) verscheen mijn tweetalige oproep aan de Frans-Vlaamse onderwijs- en politieke overheden:
“De taal van de Vlamingen in al haar vormen erkennen: een absolute noodzaak.”
Daarnaast vindt u er boeiende bijdragen over wijlen prof. emeritus Alexander Karel Evrard, een eerbetoon aan Antoon Lowyck en nog veel meer.
👉 Een exemplaar aanvragen?
Mail naar: andries.steven.kring@gmail.com
📖 In Neerlandia
In Neerlandia, het tijdschrift van het ANV (jaargang 130, nr. 2 – 2026), verscheen mijn recensie:
“Albert Derolez over zijn Liber Floridus – een boek over het wereldberoemde Vlaamse handschrift uit 1121.”
👉 Meer informatie over Neerlandia:
www.anv.nl
🌐 Op mijn blog Widopedia
Op Widopedia verzamel ik al mijn Facebookteksten overzichtelijk op één plaats. Zo kunt u gemakkelijk oudere bijdragen en thema’s terugvinden.
De blog wordt wekelijks bijgewerkt.
👉 Meer lezen?
www.widopedia.eu
⛪ Een Vlaamse veldkapel krijgt nieuw leven
Een enthousiaste groep jongeren uit Kaaster in Frans-Vlaanderen, onder leiding van Eva Bourel, nam het prachtige initiatief om de vervallen veldkapel van de Hondennest te restaureren.
Meer aandacht voor dit kleine religieuze erfgoed — soms met een heidense voorgeschiedenis — verdient alle steun. Daarom zal ik graag aanwezig zijn op de feestelijke inauguratie op 5 september in Kaaster.
EUVO zorgt daarbij, zoals steeds, voor het herstel van de historisch Nederlandstalige naam van de kapel.Hoed af voor Karel Appelmans en alle vrijwilligers die zich hiervoor inzetten.
👉 Misschien zien we elkaar op 5 september? U bent van harte welkom!
📚 Mijn nieuwste boek: TAALBOEK
In augustus verschijnt bij uitgeverij Ertsberg mijn nieuwe boek TAALBOEK.
Het volledige lezingenprogramma is nog in opbouw, maar deze data staan alvast vast:
📍 6 september – Première in Kassel tijdens het jaarlijkse banket van de Michiel de Swaenkring.
📍 8 september – Lezing voor Marnixring Diest.
📍 3 oktober – Orde van de Prince, Edingen.
📍 26 november – Seniorenforum Antwerpen.
Andere uitnodigingen zijn momenteel nog in bespreking.
👉 Volg mijn agenda op deze Facebookpagina voor nieuwe data.
👉 Geïnteresseerd in een lezing over TAALBOEK, TAALMOORD of over taal en identiteit?
Neem gerust contact op om tijdig een datum te reserveren.
26.06.2026
“Grijs, beste vriend, is alle theorie,
en groen is de gouden boom des levens.”
— Johann Wolfgang von Goethe
Mijn grootvader was een buitenmens. Van hem leerde ik de maan en de zon lezen, het gedrag van dieren en vogels observeren als voorbode van regen en storm. Van hem erfde ik mijn belangstelling voor weer en klimaat. Later verslond ik talloze boeken over weersfenomenen en klimaatschommelingen door de eeuwen heen.
Op school, in het Lycée des Flandres in Hazebroek, was ik medeverantwoordelijk voor een klein weerstation. Wekelijkse metingen, controles en registraties maakten deel uit van mijn takenpakket.
Wat later, als medestichter van de vereniging voor opbouwwerk en volkscultuur Hekkerschreeuwen, werd ook het milieu – in de betekenis van “wat de aarde ons heeft bewaard” – een belangrijk aandachtspunt. Mensen als Alfred den Ouden of mijn vriend Luc Janssens, die die periode nog hebben meegemaakt, kunnen bevestigen dat ons actieprogramma niet uitsluitend draaide rond taal, volksmuziek en bouwkundig erfgoed.
We hadden ook een heus milieuplan: het beschermen en aanplanten van inheemse bomen en traditionele hagen, het gratis ter beschikking stellen van fietsen in Frans-Vlaamse steden – een idee dat we in Nederland hadden gezien en dat toen nog vrijwel nergens bestond.
Er moeten nog ergens vergeelde krantenfoto’s bestaan van Hekkerschreeuwers die demonstreerden tegen de geplande kerncentrale van Grevelingen, de grootste van Europa, in onze achtertuin. Toegegeven: dat laatste zou me vandaag wellicht niet meer overkomen. Maar we waren jong en wilden de wereld behouden. En verbeteren, zoals dat gaat.
Ik geef ook toe dat ik met de jaren steeds kritischer ben geworden voor de apocalyptische en soms ronduit hysterische communicatie rond het klimaat. Een communicatiestijl die geregeld meer weg heeft van een slecht geschreven rampscenario dan van een wetenschappelijk debat. De manipulatieve technieken lagen er vaak zo dik bovenop dat ze groter leken dan het gat in de ozonlaag zelf.
Prof. dr. Jan Dumolyn, historicus aan de UGent, voelde zich deze week geroepen om naar aanleiding van mijn vorige stuk in de pen te kruipen. Als ridder van de Wetenschap beschreef hij mijn woorden en die van enkele instemmende lezers als – ik citeer – “cafépraat” en “domheid”. Blijkbaar beheerst Jan als mediëvist ook de klimaatwetenschap tot in de finesse. Dat siert hem.
GROEN EN CONSERVATISME
Als volleerde marxist rook Jan bloed aan de cafétoog. Groen, klimaat en milieu: de plaats is bezet door links, net zoals zijn universiteit en zijn stad. De verdediging is simpel: noem de tegenstander een klimaatontkenner en suggereer dat hij ongeletterd is.
En nu een beetje theorie voor wie de tegenstander graag afzet als een dommerik.
De conservatieve ecologie doet een beroep op de Britse filosoof Roger Scruton.
Scruton heeft dat kernachtig samengevat:
“Conservatisme en behoud zijn twee aspecten van hetzelfde langetermijnbeleid.”
De gedachte daarachter is dat een conservatief niet alleen instellingen en tradities bewaart, maar ook landschappen, ecosystemen en natuurlijke hulpbronnen voor toekomstige generaties.
Scruton schrijft ook:
“Conservatief zijn betekent onze erfenis in bewaring houden en haar doorgeven aan onze nakomelingen. Natuurbeschermer zijn betekent hetzelfde doen met ons ecologisch erfgoed.”
Zie daar een definitie van ecologie als conservatieve houding.
Scruton baseert milieuzorg op wat hij “oikophilia”, de liefde voor het eigene, noemt: liefde voor huis, streek, landschap en leefomgeving.
Milieubescherming moet voortkomen uit liefde voor de eigen omgeving, het besef dat we zorg dragen voor wat ons vertrouwd en dierbaar is.
Samengevat: we beschermen wat we liefhebben.
Nog een bekende uitspraak van Scruton:
“Goede dingen zijn gemakkelijk te vernietigen, maar niet gemakkelijk te scheppen.”
Toegepast op de natuur:
• een eeuwenoud bos kun je in een week kappen;
• een verdwenen soort krijg je niet terug;
• een vernield landschap herstel je niet zomaar.
Dat is een typisch conservatief argument vóór natuurbehoud.
De groene gedachte is in wezen een conservatieve gedachte. Zij vertrekt van de overtuiging dat wat waardevol is – bossen, soorten, landschappen en leefmilieus – niet achteloos mag worden vernietigd, maar bewaard en doorgegeven aan volgende generaties.
Groen is ouder dan links.
Als gewone sterveling – Wido-die-Zwiet, zeg maar – onthoud ik mij verder van grote wetenschappelijke uitspraken. Maar dat wilde ik nog even kwijt, Jan.
BROODGELEERDEN
Deze discussie raakt ook aan een ander favoriet onderwerp: de verhouding tussen de verlichte amateur en de gecertificeerde expert.
De autodidact beroept zich vaak op inzicht, ervaring en onafhankelijk denken. De academicus op methode, erkenning en institutionele legitimiteit. Beide hebben hun waarde. Het probleem ontstaat wanneer een van beide categorieën denkt een monopolie op de waarheid te bezitten.
Bij wijze van voorlopige afsluiting haal ik nog drie citaten uit mijn spreekwoordelijke citatentrommel.
Friedrich Nietzsche (1844–1900):
“Men vergist geleerdheid voor wijsheid.”
Leszek Kołakowski (1927–2009), gewezen marxist:
“Ideologie begint waar vragen verboden worden.”
En ten slotte Arthur Schopenhauer (1788–1860):
“De waarheid heeft zelden iets gewonnen bij de professorale filosofie.”
Schopenhauer koesterde een bijna obsessieve afkeer van universiteitsprofessoren. Zijn favoriete scheldwoord was Brottgelehrte – in het Nederlands doorgaans vertaald als “broodgeleerden”: mensen die niet denken in dienst van de waarheid, maar in dienst van hun salaris. Bij sommigen gebeurt dat ook in dienst van een dogma of een ideologie.
Misschien was Schopenhauer onrechtvaardig. Misschien ook niet helemaal.
Dat laat ik graag over aan Jan en zijn geleerde collega’s.
25.06.2026
26 juni 1548 geldt als een belangrijke datum in de geschiedenis van de Nederlanden. Op die dag bekrachtigde keizer Karel V tijdens de Rijksdag van Augsburg de samenvoeging van de zeventien Nederlandse gewesten in de Bourgondische Kreits. Daartoe behoorden ook de in de voorafgaande decennia onder Habsburgs gezag gebrachte gewesten Utrecht, Overijssel en Gelre. De regeling verleende de Nederlanden een bijzondere status binnen het Heilige Roomse Rijk, waardoor hun politieke samenhang werd versterkt en zij een verregaande mate van staatkundige zelfstandigheid verwierven.
Deze overeenkomst ging de geschiedenis in als de Transactie van Augsburg. Zij vormde een belangrijke stap in de staatkundige ontwikkeling van de Nederlanden en legde mee de grondslag voor hun latere afzonderlijke positie in Europa.
De juridische en politieke architect van deze regeling was de Friese rechtsgeleerde Wigle van Aytta van Zwichem (1507–1577), beter bekend onder zijn verlatijnste naam Viglius ab Aytta Zuichemus. Als een van de belangrijkste raadgevers van keizer Karel V speelde hij een sleutelrol bij de totstandkoming van de overeenkomst die de Nederlanden een uitzonderlijke plaats binnen het Rijk gaf.
24.06.2026
Nog maar de eerste dag rond de 30°C, en daar waren ze weer: de klimaatpredikers en politieke ecologen, als muggen bij valavond. Volgens de weerman was het meteen een wereldrecord, de warmste dag sinds het begin der metingen, en bovendien dreigde er verdrinkingsgevaar voor kinderen die in rivieren en kanalen gingen zwemmen. De weerkaarten kleurden rood tot donkerrood. Ik meende zelfs bruine tot donkerbruine kaarten te zien: donkerbruin voor gebieden waar alles zou verbranden, en de rest was blijkbaar op weg naar woestijnvorming.
Ik geef toe: ik kan niet goed tegen warmte. Maar van die uitleg alleen al begin ik te zweten. Zeker wanneer beroepsmatige onheilsprofeten deze week suggereren dat meer mensen met een zwakke gezondheid zullen sterven. Dat klopt natuurlijk, maar het is niet meer dan een vaststelling bij hoge temperaturen. Zonder die experten zouden we blijkbaar niet weten dat we meer moeten drinken, fysiek rustig moeten blijven, de schaduw moeten opzoeken en best geen bontmuts dragen.
Niemand ontkent dat er doorheen de geschiedenis klimaatcycli en verschuivingen zijn geweest. Mijn dagklapper staat vol historische stormen en tornado’s, verdronken polderlandschappen en verlaten dorpen aan de Noordzeekust. En men hoeft maar naar de schilderijen van Bruegel te kijken om te zien hoe een koude periode er in de 16de eeuw uitzag.
Door de eeuwen heen zijn er meer dan genoeg sporen van klimaatveranderingen en extremen terug te vinden om te besluiten dat de mens – laat staan enkel de blanke mens – niet de enige factor kan zijn in het huidige klimaatverhaal. Dat betekent niet dat de mens geen invloed heeft, maar wel dat enige historische redelijkheid op haar plaats is.
Eind vorige eeuw stonden de kranten wekenlang vol over het ‘gat in de ozonlaag’. De toon was vaak even apocalyptisch als vandaag. Er werd gesproken over verboden, drastische maatregelen en de dreiging van een steeds groter wordend gat. Wat mij vooral is bijgebleven, is hoe weinig nuance er toen was. Achteraf bleek dat er grote onzekerheden bestonden over de omvang en de evolutie van het probleem, terwijl die in het publieke debat nauwelijks aan bod kwamen. De les die ik daaruit trok, is niet dat milieuproblemen niet bestaan, maar wel dat absolute zekerheden en rampscenario’s soms sneller worden verspreid dan de feiten zelf. Ter zake trouwens, want ik ben oprecht benieuwd: waar is dat gat in de ozonlaag eigenlijk gebleven? Ik hoor er de laatste jaren merkwaardig weinig over.
Wie zich mijn jeugdjaren met Hekkerschreeuwen en andere activiteiten herinnert, weet dat ik altijd open heb gestaan voor milieuthema’s, zolang ze niet worden gekaapt door doorgedraaide kosmopolitische ecologen. Respect voor de natuur vindt voor mij zijn voedingsbodem in tradities, culturen, landschappen en volkeren die ergens geworteld zijn. Ik heb nooit goed begrepen waarom de zogenaamd groene medemens de mond vol heeft van biodiversiteit bij planten en dieren, maar tegelijk vindt dat alle mensen dezelfde moeten worden, behalve wanneer het over exotische volkeren en identiteiten gaat.
Het klimaatverhaal en de politieke ecologie zijn voor velen uitgegroeid tot een seculiere godsdienst. Een overtuiging die de apocalyptische angst voor het einde van de wereld gebruikt – en soms misbruikt – om mensen beter te sturen, te controleren en in de pas te laten lopen.
23.06.2026
Op 22 juni 1890, 75 jaar na de Slag bij Waterloo, trokken jonge Vlaamsgezinde Brusselaars samen met enkele Engelsen en Duitsers naar het slagveld om de nederlaag van Napoleon te herdenken. Fransgezinde tegenbetogers stonden hen op te wachten met kreten als « À bas les faux Belges ! » en « Vive la France ! ».
De Waalse historicus Jean Stengers merkte ooit op dat de herinnering aan Waterloo in Franstalig België altijd wat dubbelzinnig is geweest. De Belgische staat bestond in 1815 immers nog niet. Daarom wordt soms gezegd: “Waterloo is een Franse nederlaag, maar geen Belgische overwinning.” Of nog scherper: “Waterloo? De overwinning van anderen op onze bodem.”
Voor sommige Franstalige Belgen valt er dus weinig te vieren. Maar ook aan Vlaamse kant is het geheugen soms selectief. Napoleon liet in Antwerpen dokken bouwen en maakte de Schelde opnieuw toegankelijk voor de (Franse) scheepvaart. Plots wordt de waardering voor de vroegere Franse machthebber een stuk begrijpelijker…
Jaren geleden wees ik burgemeester van Tongeren en toenmalige minister van Cultuur Patrick Dewael erop dat Napoleon maatregelen had genomen die de Franse wijnbouw bevoordeelden, waardoor vele Limburgse wijngaarden verdwenen. Ik stelde voor om de buste van Napoleon in het Tongerse stadhuis naar een museum te verhuizen.
Dewael reageerde zoals een notaris betaamt: vriendelijk verontwaardigd: “Napoleon heeft toch ook goede dingen gedaan. U vergeet dat we aan hem het Burgerlijk Wetboek te danken hebben.”
Ik vertegenwoordigde toen mijn firma en moest mij diplomatisch gedragen in het bijzijn van de verzamelde pers. Maar eerlijk gezegd heb ik er nog altijd een beetje spijt van dat ik die buste niet gewoon heb vastgenomen en op de grond gegooid.
Meer dan twee eeuwen later blijft Waterloo een merkwaardige episode in onze geschiedenis. Voor de Britten, Nederlanders, Pruisen en hun bondgenoten was het een glorieuze overwinning op Napoleon. Voor de Fransen was het een pijnlijke nederlaag. Voor de inwoners van een staat dat toen nog niet bestond blijft het een moeilijk verhaal zoals blijkt uit die Vlaamse betoging in 1890. De kreten van de Fransgezinde tegenbetogers waren niet alleen gericht tegen de herdenking zelf, maar verwezen naar een diepere tegenstelling: de ene groep zag Waterloo door een Franse bril, de andere vanuit een eigen Europese kijk — in een tijd waarin de staten zelf nog volop in ontwikkeling waren.
22.06.2026