WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

🎨 Hoe Pharaon de Winter aan zijn voornaam kwam

Op 21 juni 1924 overleed in Rijsel de Frans-Vlaamse schilder Pharaon de Winter. Hij werd geboren in Belle in 1849. Eigenlijk had hij Faron moeten heten, maar een koppige ambtenaar van de burgerlijke stand maakte er Pharaon van. Met die vergissing zou hij de geschiedenis ingaan als een van de belangrijkste Frans-Vlaamse schilders van zijn tijd.

De Winter was de zoon van een klompenmaker. Via een tante die het hotel Le Panier d’Or in Brugge uitbaatte, kwam hij als jonge man in de stad terecht. Daar verbleef en werkte hij zes jaar. Zijn talent bleef niet onopgemerkt. De schilder Henri-Julien De Stoop nam hem onder zijn vleugels en bezorgde hem een opleiding aan de Brugse Academie. Met succes: al in 1865 behaalde hij er een zilveren medaille.

Na een triomftocht langs de lokale prijskampen in Belle trok hij naar Rijsel om er verder te studeren bij Alphonse Colas. Vanaf 1872 vervolmaakte hij zich in Parijs. Intussen gaf hij ook tekenles aan een privéschool in Rijsel.

Zijn eerste grote tentoonstelling volgde in 1875. Op de prestigieuze Salon van de Société des Artistes Français stelde hij onder meer een portret en een naakt van Sint-Sebastiaan tentoon. Dat laatste werk werd aangekocht door de Franse staat en hangt vandaag in het museum van Belle.

De Winter bleef zijn hele leven diep geworteld in zijn Vlaamse afkomst. Hij schilderde portretten, landschappen, interieurs en religieuze taferelen. Zijn inspiratie vond hij bij de mensen van de Westhoek. Vooral zijn portretten vallen op: ze tonen niet alleen een gezicht, maar lijken ook iets van het innerlijk van de geportretteerde prijs te geven. Daarom wordt hij wel eens een schilder van de Vlaamse ziel genoemd.

Vanaf 1880 groeide zijn faam in Frans-Vlaanderen. Hij kreeg prestigieuze portretopdrachten en werd bevriend met de bekende Frans-Vlaamse cultuurfiguur Edmond de Coussemaker.

Toen zijn leermeester Alphonse Colas in 1887 overleed, volgde De Winter hem op aan de School voor Schone Kunsten van Rijsel. Ook als docent bleek hij een succes. Verschillende van zijn leerlingen vielen in de prijzen, onder wie Charles Moulin en Arthur Mayeur, beiden laureaten van de prestigieuze Prix de Rome.

In 1911 kreeg hij een grote overzichtstentoonstelling in Robeke, waar tachtig van zijn werken werden samengebracht. Maar niet lang daarna sloeg het noodlot toe. Vanaf 1912 kreeg hij ernstige gezichtsproblemen. Tijdens de oorlog onderging hij maar liefst zes oogoperaties, zonder blijvend succes.

Alsof dat nog niet genoeg was, werd zijn geboortestad Belle tijdens het Duitse offensief van 1918 vrijwel volledig verwoest. Ook zijn atelier ging in vlammen op. Daar lagen honderden werken opgeslagen, bestemd voor een museum dat hij zelf wilde oprichten. Van de 252 werken die we van hem kennen, overleefden er amper een vijftigtal de brand.

Na de oorlog was niets nog hetzelfde. De Winter kon niet meer schilderen. De tijd van de grote salons was voorbij en de kunstwereld had zich intussen bekeerd tot nieuwe stromingen. Zijn realistische stijl, ooit zo bewonderd, gold plots als ouderwets.

Toch blijft Pharaon de Winter een indrukwekkende figuur: een meesterlijk vakman, geworteld in de Vlaamse traditie, die met verf en penseel het leven van gewone mensen wist vast te leggen. Niet de kunst van het spektakel, maar de kunst van de mens. Dat maakt zijn werk vandaag nog altijd bijzonder.

Gepubliceerd

21.06.2026

Kernwoorden
Reacties