Op 7 juni 1831 trok de aartsbisschop van Kamerijk, Louis Belmas, een streep door een eeuwenoude traditie in Bachy, een dorpje bij Rijsel.
Elk jaar, op de zondag die het dichtst bij 25 juni lag, vierde men er de ‘warme Sint-Elooi’ van Midzomere. Van heinde en verre kwamen boeren te paard naar de kerk. In stoet reden ze door het dorp, waarna de pastoor paarden en ruiters zegende met een opmerkelijk voorwerp: de hamer van Sint-Elooi.
Bachy was geen uitzondering. Paardenommegangen maakten eeuwenlang deel uit van het volksleven in Vlaanderen. Ook in Kanegem, Marke, Nederbrakel, Vosselare, Rijmenam, Herdersem, Tielrode, Opwijk en Sint-Amands trokken ruiters in processie door de straten. En dat is nog maar een greep uit het aanbod.
Waarom greep de aartsbisschop in? Omdat hij maar al te goed besefte dat achter deze christelijke viering oudere tradities schuilgingen. De paardenommegangen, het rituele rondrijden en zelfs de hamerwijding verwezen naar gebruiken die veel ouder waren dan het christendom.
De negentiende-eeuwse Kerk wilde na de Franse Revolutie de orthodoxie herstellen. Daarbij vergat ze een les die haar voorgangers beter hadden begrepen: oude rituelen verdwijnen zelden door ze te verbieden. Veel slimmer is het ze een nieuwe betekenis te geven.
En eerlijk: wie in Sint-Elooi niet ook iets van de Germaanse dondergod Thor herkent, met zijn beroemde hamer als symbool van kracht en bescherming, kijkt misschien iets te strikt naar de geschiedenis.
Soms galoppeert het heidendom gewoon verder, vermomd als traditie.
07.06.2026
Op 6 juni 1580 werd in Herk-de-Stad de Zuid-Nederlandse sterrenkundige Godfried of Govaert Wendelen geboren.
Al van jongs af aan hield Wendelen zich bezig met de studie van zons- en maansverduisteringen. Hij verdedigde de opvattingen van Copernicus in een tijd waarin die nog verre van algemeen aanvaard waren.
Wendelen verwierf internationale bekendheid door zijn astronomische waarnemingen en berekeningen. Sommige auteurs wijzen erop dat hij al vroeg inzichten formuleerde die sterk doen denken aan wat later bekend zou worden als de derde wet van Kepler, over het verband tussen de omlooptijd van planeten en hun afstand tot de zon. Vast staat dat Kepler veel waardering had voor Wendelens werk en dat beide geleerden met elkaars onderzoek vertrouwd waren.
Ook op het gebied van de natuurkunde was Wendelen zijn tijd vooruit. In zijn geschriften zijn ideeën terug te vinden over de onderlinge aantrekkingskracht van hemellichamen. Sommige historici zien daarin voorlopers van concepten die later door Newton zouden worden uitgewerkt in de zwaartekrachtstheorie.
Wendelen overleed op 24 oktober 1667 in Gent, op 87-jarige leeftijd.
Zijn leven en werk werden onder meer beschreven door de Provençaalse wiskundige Philippe Malburet in het boek L’ami flamand de Peiresc: Godfried Wendelen (1580-1667). Daarin komt ook zijn vriendschap aan bod met Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, een van de meest veelzijdige geleerden van zijn tijd, met een bijzondere belangstelling voor astronomie, anatomie, plantkunde, archeologie en taalkunde.
Godfried Wendelen: een opmerkelijke wetenschapper uit onze streken, vandaag minder bekend dan Kepler of Newton, maar die een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van de moderne astronomie.
06.06.2026
5 juni 1568 is een zwarte dag in de geschiedenis van de Nederlanden. Op de Brusselse Grote Markt worden de graven Lamoraal van Egmont en Filips van Horne, beiden ridders van het Gulden Vlies, onthoofd.
Samen met Willem van Oranje behoorden Egmont en Horne tot de belangrijkste stemmen tegen de toenemende Spaanse repressie. Toen koning Filips II de hertog van Alva naar Brussel stuurde om orde op zaken te stellen, koos Oranje voor de vlucht. Egmont en Horne bleven. Niet veel later werden ze gearresteerd.
Filips van Montmorency werd van Horne genoemd naar het stamkasteel van zijn familie in het Limburgse dorp Horn, tussen Roermond en Weert. Horne was onder meer aanvoerder van het Leger van Vlaanderen en admiraal van de Nederlanden. Daarnaast was hij heer van Hondschote, in het huidige Frans-Vlaanderen.
Lamoraal van Gavere, graaf van Egmont, werd geboren in Henegouwen en behoorde tot een van de invloedrijkste families van de Nederlanden. Als militair bevelhebber behaalde hij klinkende overwinningen op de Fransen bij Sint-Quentin en Grevelingen. Als beloning werd hij stadhouder van Vlaanderen en Artesië. Vooral in de Zuidelijke Nederlanden genoot Egmont een enorme populariteit. Hij bezat er tal van lenen, onder meer in Fiennes en Armentières.
Ook Niklaas van Landas, een trouwe vriend van Egmont én zijn advocaat tijdens het proces, had sterke banden met de Zuidelijke Nederlanden. Hij was namelijk grootbaljuw van Armentières.
De terechtstelling van Egmont en Horne wordt vaak beschouwd als het echte begin van de militaire opstand in de Nederlanden, die later de geschiedenis zou ingaan als de Tachtigjarige Oorlog.
EGMONT EN HORNE IN… HERENTALS?
Recent bezocht ik de prachtig gerestaureerde Lakenhal en voormalige stadhuis van Herentals. Alleen daarvoor al is een uitstap naar de Keizerstede de moeite waard.
Op de verdieping ontdekte ik bovendien een bijzondere verzameling voorontwerpen van de Herentalse beeldhouwer Charles-Auguste Fraikin (1817-1893). Fraikin is onder meer de maker van het beroemde standbeeld van Egmont en Horne op de Kleine Zavel in Brussel.
En daar wachtte een verrassing: tussen de maquettes stond een voorontwerp van dat Brusselse monument. Wie had gedacht dat Egmont en Horne zich ook op een zolderverdieping in Herentals schuilhielden?
Natuurlijk kon ik het niet laten om enkele foto’s te maken voor mijn lezers. Kijk maar mee…
05.06.2026
Op 4 juni 1941 overleed Wilhelm II, de laatste Duitse keizer. Na de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog en de Duitse Revolutie van 1918 moest hij afstand doen van de troon. Daarmee kwam een einde aan het Duitse Keizerrijk en werd Duitsland een republiek.
Wilhelm II vluchtte naar Nederland, dat tijdens de oorlog neutraal was gebleven. De geallieerden wilden hem na de oorlog laten berechten wegens zijn rol in het conflict, maar de Nederlandse regering weigerde hem uit te leveren. Daardoor kon hij in Nederland in ballingschap blijven.
Hij bracht zijn laatste jaren door in Kasteel Doorn, in de provincie Utrecht. Daar leidde hij een teruggetrokken leven, hield hij zich bezig met het beheer van het landgoed en ontving hij voormalige militairen en monarchistische sympathisanten. Hoewel hij bleef hopen op een herstel van de monarchie in Duitsland, speelde hij politiek nog nauwelijks een rol.
Wilhelm II overleed op 4 juni 1941 op 82-jarige leeftijd. Volgens zijn wens werd hij begraven in Doorn, waar hij nog steeds rust in afwachting van een hypothetisch herstel van de Duitse monarchie – een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden.
04.06.2026
Op 3 juni 1098 plantte Godfried van Bouillon – of beter gezegd: Godfried van Bonen – het vaandel van de kruisvaarders op de muren van Antiochië. Volgens de overlevering zou tijdens het beleg de heilige Sint-Joris aan de kruisvaarders zijn verschenen.
Godfried behoorde tot de voornaamste leiders van de Eerste Kruistocht. Mogelijk speelde daarbij ook een rol dat hij zowel het Romaans (Picardisch) als het Diets sprak, de taal die in het Bonense nog werd gesproken in de tijd dat Godfried leefde.
Na de verovering maakten de kruisvaarders van Antiochië de hoofdstad van het christelijke Vorstendom Antiochië, een van de zogenaamde kruisvaarderstaten. Het huidige Antiochië heet Antakya en ligt in het zuiden van Turkije, vlak bij de Syrische grens, op een strategisch belangrijke locatie.
Hoewel de geschiedenis hem kent als Godfried van Bouillon, valt er veel voor te zeggen om hem evenzeer met Bonen te verbinden. Hij werd geboren binnen het oude bisdom Terwaan, waartoe Bonen behoorde, en via zijn moeder Ida werd hij bovendien in verband gebracht met de legendarische Zwaanridder.
Bij zijn standbeeld in Brussel wordt vermeld dat hij geboren werd in Baisy-Thy (Waals-Brabant). Die identificatie berust op een historische traditie, maar men kan zich afvragen in hoeverre ook de negentiende-eeuwse behoefte om nationale helden een duidelijke geboorteplaats te geven daarbij heeft meegespeeld. Pas nadat Godfried Bouillon erfde, werd zijn naam duurzaam met die stad verbonden. Daarnaast was hij ook markgraaf van Antwerpen.
Dat Godfried in de herinnering van Bonen voortleeft, blijkt uit merkwaardige overblijfselen van dat verleden. Toch weten weinig Bonenaars nog waarom een zwaan hun stadswapen siert, noch waarom zich in de crypte van de basiliek een replica bevindt van het verdwenen grafmonument van Godfried uit Jeruzalem.
03.06.2026
Op 2 juni 1793 werd tijdens de Franse Revolutie de politieke groep van de Girondijnen definitief het zwijgen opgelegd. Negenentwintig van hun vertegenwoordigers in de Nationale Conventie werden gearresteerd en zouden in de maanden nadien op de ene of andere manier worden vermoord, geëxecuteerd of tot zelfmoord gedreven.
Van alle revolutionaire fracties waren de Girondijnen wellicht de meest gematigde én de meest interessante. Ze vormden ook het laatste serieuze obstakel voor de dictatuur van hun opponenten: de Jakobijnen.
Hun politieke ondergang werd versneld doordat velen onder hen zich verzetten tegen de onmiddellijke executie van koning Lodewijk XVI en pleitten voor meer gematigde oplossingen. Voor hun tegenstanders was dat voldoende bewijs dat zij de Revolutie zouden “afremmen” – een beschuldiging die in revolutionaire tijden meestal betekent dat je binnenkort je hoofd verliest.
De Girondijnen – genoemd naar de streek rond Bordeaux, waar verschillende van hun leden vandaan kwamen – waren voorstanders van decentralisatie. Ze verdedigden een vorm van federalisme: minder macht geconcentreerd in Parijs en meer autonomie voor de Franse regio’s. Economisch stonden ze eerder voor vrije handel dan voor dirigisme. Kortom: ze geloofden dat niet elk probleem een decreet uit de hoofdstad nodig had.
De machtsovername door de Jakobijnen, gesteund door de radicale Parijse sansculotten, luidde de Terreur in: een nietsontziend systeem waarin politieke tegenstanders op de guillotine belandden. Wie niet enthousiast genoeg applaudisseerde voor de Revolutie, liep het risico als vijand van het volk te eindigen. Stalin, Pol Pot en andere totalitaire leiders zouden later methodes toepassen die opvallende gelijkenissen vertoonden met deze bloedige periode.
Toen ontstond ook wat de gaullistische minister Alain Peyrefitte later le mal français zou noemen: de Franse ziekte. Alle macht werd geconcentreerd in Parijs, terwijl de provincies werden herleid tot administratieve departementen en kunstmatige regio’s. De historische namen en identiteiten van de oude provincies verdwenen en maakten plaats voor kleurloze benamingen, afgeleid van rivieren, bergen en andere geografische kenmerken. Centralisatie als nationale sport, zeg maar.
De filosoof en schrijver Michel Onfray geldt vandaag nog altijd als een van de laatste Girondijnen. Hij noemt zichzelf ook zo, als aanhanger van het federalistische gedachtegoed van Joseph Proudhon. De hardnekkigheid waarmee een deel van links de – nochtans eveneens linkse – Onfray bestrijdt, heeft wellicht meer te maken met deze oude Franse breuklijn dan men graag toegeeft. Met Mélenchon in de rol van opper-Jakobijn lijkt het alsof Frankrijk af en toe nog eens een rondje draait op dezelfde historische draaimolen – telkens met andere passagiers, maar opvallend vertrouwde discussies.
02.06.2026
Op 1 juni 1191 overleed Filips van den Elzas, graaf van Vlaanderen. Hij bezweek aan de gevolgen van een epidemie tijdens de Derde Kruistocht, meer bepaald tijdens het beleg van Akko (het huidige Akko in Israël).
Filips maakte van zijn graafschap een moderne staat avant la lettre. Onder zijn bewind groeide Vlaanderen uit tot een van de rijkste en best bestuurde vorstendommen van West-Europa. In Gent liet hij het Gravensteen bouwen en als eerste Vlaamse graaf voerde hij een zwarte leeuw op een gouden veld als wapenschild.
Die leeuw had toen nog geen rode tong en klauwen. Het inkleuren van tongen en klauwen raakte pas in de veertiende eeuw ingeburgerd. De Vlaamse vlag met slechts twee kleuren is dus historisch ouder dan de versie met rode tong en klauwen. Ze weerspiegelt een latere verfijning van de heraldiek. De bibliotheek van Kamerijk bezit trouwens een prachtige miniatuur uit circa 1260 waarop de Vlaamse leeuw volledig zwart is afgebeeld.
En neen, Filips van den Elzas was geen Vlaamse nationalist…
Over de Vlaamse vlag met twee en drie kleuren schreef ik uitvoerig in mijn boek Flandre. Des questions qui dérangent (2022). Sindsdien word ik in Noord-Frankrijk geregeld opgevoerd als dé deskundige inzake de Vlaamse leeuw.
Toen een onbekende een geel-zwarte vlag aan het stadhuis van Hazebroek had opgehangen, werd ik prompt opgebeld door een journaliste. Waarom werd die tweekleurige vlag als “fout” beschouwd? Ze had ergens over de schreve horen waaien dat het om een fascistische vlag zou gaan.
Daags nadien publiceerde La Voix du Nord mijn uitleg. Mijn conclusie was eenvoudig: Filips van den Elzas historisch onder het fascisme rangschikken, is een behoorlijk gewaagde oefening…
Voor wie Frans leest: ik heb nog enkele van de allerlaatste exemplaren van mijn rijk geïllustreerde boek Flandre. Des questions qui dérangent. Interesse? Meer info op mijn webstek: widopedia.eu.
01.06.2026