WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Een taalkundige op bezoek…

Na ’t succes van “Frans en toch Vlaams” kwam mijn uitgever Karl Drabbe van uitgeverij Ertsberg met de suggestie om te schrijven aan een nieuw boek over taal en identiteit.

In dat verband ben ik alvast in mijn archief gedoken om artikels die ik ooit schreef, en ook in mijn documentatie en nota’s rond taal. Ik vond ook dit:

Op 12 juni 2022, vandaag drie jaar geleden, schreef ik over een tekst van Cyriel Moeyaert die het had over de taal van mijn ouders, ’t Vlaamsch van Kaaster, dus.

Cyriel kwam geregeld bij ons thuis op bezoek. De nota die volgt, schreef hij in 1974, een half eeuw terug dus. Ze verwijst naar zijn vele gesprekken met mijn vader in de periode 1972-1974, en ook naar mijn bescheiden taalwaarnemingen die ik Cyriel regelmatig meedeelde. Wat ik niet (meer) wist, en herontdekte, is dat deze tekst ooit werd gepubliceerd in Ons Erfdeel (jaargang 17, 1974).

Ik laat nu Cyriel aan ’t woord:

“Wido Bourel uit Kaaster is nu ook een gewaardeerd medewerker geworden. Z’n vader (en ook z’n moeder) spreken uitstekend z’n streektaal.

Dat Wido goed weet waar te nemen, blijkt duidelijk uit z’n aantekening: ‘Chuum pagelór’ met een misprijzende ‘ch’ voor: ‘gij’n knoeier’, met dat merkwaardige ’n na gie, hier uitgesproken als ‘chuu’.

‘Koekemoond’ is een levendige weergave van een tandeloze mond, en is een van de gevallen waarin in die streek ‘oo’ gehoord wordt in plaats van ‘oe’: ‘stool’ (stoel), ‘woonsdag’ (Steenvoorde), enzovoort. Dus vaak voor een ‘n’. Ons ‘noen’ komt ook van ‘nonae’, en het Boonse zegt nog altijd ‘après-noon’, ook in ’t Engels volgens de oorspronkelijke uitspraak ‘after-noon’ gespeld… Gezelle heeft ‘koekemond’ (uitgesproken als ‘koekemoend’) aangetekend in Zonnebeke, en hij verwijst naar het Kortrijkse ‘mokkemond’.

In Kaaster krijgen we ‘op’ i.p.v. ‘met’ in: ‘e lietje op e keeë’. ‘E bitje op e keeë’ zeggen ze alleen van brood, bijvoorbeeld (dus het oorspronkelijke ‘beetje’). In Winnezele is het eveneens het voorzetsel ‘op’: ‘je ku(t) gin tweeë (h)ózen slieëten op e keeë’ (je kunt geen twee hazen tegelijk schieten = geen twee klusjes tegelijk doen).

Nog in Kaaster: ‘je kiekt lik e sjuui’ betekent: je ziet eruit als een vogelverschrikker (schuw), gezegd tegen slordige langharigen bijvoorbeeld.

Het merkwaardigste uit Kaaster is het plaatselijk woord voor hagedis: ‘egetatse’. Het woord komt als ’t ware rechtstreeks uit het Middelnederlands Woordenboek, nl. ’egetetse’. Verdam schrijft ’egetisse’. Gezelle noemt het ook uit Poperinge, waarschijnlijk beïnvloed door het West-Vlaamse ‘lokketesse’, nl. ‘heketesse’, ten onrechte met begin-h, zoals De Vries in z’n Etymologisch Woordenboek laat vermoeden. In Broksele noemen ze dat dier vreemd genoeg ‘slangje’ (slangetje). De Vries zegt dat het eerste deel van dat woord, nl. ‘egi’, misschien verwant is met het Oudindisch ‘ahi’, en het Grieks ‘ophis’ = ‘slang’.”

In Kaaster ‘bachten de kapalle’ waren er toen genoeg zegslieden om Cyriel blij te maken. Als hij mijn vader hoorde zeggen: ‘j’het assan stouthalzen!’, kroop Cyriel meteen in zijn pen om dat middeleeuws woord ‘stouthals’, hier in de betekenis van ‘waaghals’, te noteren.

En de dag van Cyriel kon niet meer stuk als de Kaasternaars deze prachtige woorden voor hem toverden: “Koude kasse” voor koelkast; “kattieverik” voor vuil, gemene kerel; “verfbustelaore” voor verfkwast; “de buteweg kriigen” voor weggejaagd worden.

Dat was in de tijd dat het hele dorp nog Vlaams sprak. Lang vervlogen, maar onvergetelijke tijden.

Gepubliceerd

12.06.2025

Kernwoorden
Reacties