
In januari 1897 schreef de dichter Guido Gezelle dit prachtige wintergedicht:
Een witte spree
ligt overal
gespreid op ’s werelds akker;
geen mensche en is,
men zeggen zou,
geen levend herte wakker.
Het vogelvolk,
verlegen en
verlaten, in de takken
des perebooms
te piepen hangt,
daar niets en is te pakken!
’t Is even stille
en stom, alhier
aldaar; en, ondertusschen
en hoore ik maar
het kreunen meer ,
en ’t kriepen, van de musschen.
08.01.2026