WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Een oorverdovende stilte heerst in de Kortrijkse bibliotheek de Franse Nederlanden

Een slapende cultuurschat bij de Kulak

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/een-oorverdovende-stilte-heerst-in-de-kortrijkse-bibliotheek-de-franse-nederlanden/

Ooit gehoord van de bibliotheek de Franse Nederlanden? Vijftig jaar geleden werd deze unieke bibliotheek plechtig ingehuldigd in Kortrijk. Het moest een belangrijk centrum en archief worden voor de studie van Frans-Vlaanderen en de Nederlanden in Frankrijk. Resultaat van een halve eeuw Vlaamse universitaire emancipatie: een oorverdovende stilte én een slapende cultuurschat bij de Kulak.

De oprichting

Het was een bonte waaier van  intellectueel West-Vlaanderen die, in oktober 1972, verzameling had geblazen in het groot auditorium van een splinternieuwe Kulak in Kortrijk. Aanleiding was de academische zitting voor de oprichting van de bibliotheek De Franse Nederlanden. Prominent volk was aanwezig. Bekende namen als de schrijver André Demedts, Luc Verbeke de bezieler van het Komitee voor Frans-Vlaanderen, Jozef Deleu van de stichting Ons Erfdeel, historicus Dr. Eric Defoort. En ook verschillende vertegenwoordigers van de stichting Zannekin, zonder wie dit boekenfonds nooit in Kortrijk was terechtgekomen.

De kern van dit boekenfonds berustte op de overname van de bibliotheek van wijlen Jean-Marie Gantois (1904-1968). De bekende Frans-Vlaamse voorman was midden het tumult van mei ‘68 plots overleden. Om het te zeggen met de woorden van Dr. Eric Defoort in De Standaard van 28 oktober 1969: het ging om een erfenis van ‘140 lopende meters waardevolle boeken’. Een unieke en zeer waardevolle verzameling boeken en documenten allerlei over de Nederlanden in Frankrijk.

De stichting Zannekin had zich altijd geïnteresseerd in de geschiedenis van en ingespannen voor deze gebieden van de Nederlanden die vandaag buiten Vlaanderen en Nederland vallen. Zannekin was testamentair aangeduid als de verwerver van de bibliotheek en het archief van Gantois. De vereniging wou dit boekenfonds een nuttige bestemming geven. Er werd gezocht naar een waardevolle overnemer en een wervelend project. De stad Ieper was even in de running, maar liet het op het laatste moment afweten. De Kulak bleek uiteindelijk warm te lopen om een heuse bibliotheek over de Franse Nederlanden in Kortrijk te vestigen.

Jean-Marie Gantois

Ik heb me steeds afgevraagd waarom dit project niet ‘Jean-Marie Gantoisbibliotheek’ werd genoemd, naar de naam van de oorspronkelijke eigenaar. Dat was enigszins te begrijpen, om het project open te trekken en om de Kulak te profileren als een open poort aan de grens met Frans-Vlaanderen. Maar deze keuze paste vooral niet in het politiek-correct denken van toen. Men zag de boeken van Gantois graag komen, maar zijn naam kon men missen als kiespijn. Historische figuren voor de eeuwigheid de grond inboren in plaats van hun beweegredenen en de tijdsgeest trachten te begrijpen, weet je wel.

Het dossier Gantois ging voorbij aan de vraag naar schuld en onschuld van één persoon of één vereniging. Men had parallel het proces van de wandaden van het jakobijnse Frankrijk moeten voeren, die tot de Frans-Vlaamse etnocide en linguicide had geleid. De handhaving van culturele activiteiten in oorlogstijd zou dan als gevolg worden beoordeeld en niet als oorzaak.

Eric Defoort

De eerste jaren van de Bibliotheek de Franse Nederlanden waren veel belovend. Ook Frans-Vlamingen vonden de weg naar Kortrijk. De toen nog jonge Dr. Eric Defoort zette, als toenmalige bibliothecaris van de Kulak, zijn brede schouders onder het project. De boeken werden geïnventariseerd, waar nodig gebonden. Er volgden allerlei publicaties over de briefwisseling en het archief van Jean-Marie Gantois. Vele artikels over alle mogelijke figuren uit de kringen van Gantois werden gepubliceerd. De meeste verschenen in de publicaties van Ons Erfdeel, vandaag De Lage Landen.

De soms eenzijdige Hineininterpreterung van Eric Defoort met betrekking tot de figuur Jean-Marie Gantois bleek uiteindelijk geen beletsel om vorm te geven aan het project dat groeide van een geërfd boekenfonds tot een heuse bibliotheek en documentatiecentrum de Franse Nederlanden.

De neergang

De bibliotheek de Franse Nederlanden maakte in het begin vele vorsers en studenten gelukkig. Eric Defoort werd in 1982 benoemd als hoogleraar geschiedenis en hoofdbibliothecaris aan de Katholieke Universiteit Brussel. Of dat het begin van de neergang van het project luidde is niet duidelijk. Maar na enkele jaren naarstige arbeid werd het geleidelijk aan stiller rond de bibliotheek.

Ik heb er zeer mijn twijfels over dat de bibliotheek de Franse Nederlanden nog als dusdanig naar voren wordt gebracht door de Kulak, en dat ze nog even druk geraadpleegd wordt als in de beginjaren. Dat het fonds nog wordt aangevuld met nieuwe publicaties, zoals het uitdrukkelijk de bedoeling was, blijkt ook niet uit mijn persoonlijke ervaring.

Voor enkele van mijn persoonlijke publicaties die ik ooit de bibliotheek kosteloos stuurde kreeg ik zelfs geen dankwoord. Wie de mensen van de bibliotheek-commissie zijn die vandaag over dat alles moeten waken, conform het overnamecontract, mag Joost weten. Wordt het niet stilaan tijd dat de Kulak uit haar slaap ontwaakt?

Klachten

De ervaring die verschillende mensen met de Bibliotheek de Franse Nederlanden hebben bevestigen mijn ervaring. Ik weet van een verzameling Zuid-Afrikaboeken, onder meer uit het bezit van de schrijvers André Demedts en Jan Deloof, geschonken aan de bibliotheek de Franse Nederlanden. De gulle gevers hebben hier ook nooit meer van gehoord.

Ik weet dat, bij leven, de taalkundige en Frans-Vlaanderenspecialist Cyiel Moeyaert twijfelde of hij zijn papieren moest toevertrouwen aan de Kulak. Hij meldde me dat hij daar slechte ervaringen mee had en dat bepaalde van zijn vroegere giften spoorloos waren. Er bestaat een volledige inventaris van het archief van Gantois gemaakt door dr. Michiel Nuyttens. Zelfs de betrokkene twijfelt over wat er van het archiefmateriaal zelf geworden is.

De verantwoordelijkheid van een Vlaamse universiteit

Het archief van Jean-Marie Gantois is als het ware uniek en in die zin nog waardevoller dan zijn boeken. De Kulak heeft de plicht bekend te maken wat haar plannen zijn met dat archief dat ook alle Frans-Vlamingen aanbelangt. Het overnamecontract vijftig jaar geleden voorzag in duidelijke clausules over beheer en doelstellingen van het boekenfonds van Jean-Marie Gantois. Bepaalde voorwaarden worden duidelijk niet gerespecteerd.

Er is dringend nood aan meer transparantie over de werking, de plannen en ambities van de Kulak om de bibliotheek de Franse Nederlanden nieuw leven in te blazen. Vlaanderen kan zich niet permitteren zulk een fonds te verwerven, om dan jaren later dit patrimonium te verwaarlozen en het project in stilte te begraven. Frans-Vlaanderen verwacht snel een antwoord. Ik stel me tegelijk dezelfde vraag over de vele archieven en fondsen die bij Vlaamse Universitaire instellingen terechtkomen, hun toegankelijkheid los van de happy few, en hun veiligheid voor de toekomst.

Gepubliceerd

05.11.2022

Kernwoorden
Reacties

Groene gemeenteraad Straatsburg verbiedt kruisbeelden op kerstmarkt

Kerstmarkt is ‘seculiere en republikeinse organisatie’

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/groene-gemeenteraad-straatsburg-verbiedt-kruisbeelden-op-kerstmarkt/

Als onze vertegenwoordigers des volks in Europa bij hun maandelijkse verblijf in Straatsburg de kerstmarkt bezoeken, moeten ze vanaf dit jaar rekening houden met het nieuwe reglement. De groene gemeenteraad heeft beslist de verkoop van allerlei producten op de kerstmarkt te verbieden. Tot grote woede van handelaars en inwoners die protesteren tegen deze verregaande inmenging. Het begin van een afbraakpolitiek die moet leiden naar de verdwijning van de kerstmarkt?  

Lijst van verboden producten

Dit is de officiële lijst van voedingsproducten die vanaf dit jaar niet meer mogen worden verkocht op de kerstmarkt van Straatsburg. Het gaat om champagne, popcorn, kerstdonuts, tartiflette (op basis van aardappelen, kaas, spek en witte wijn), gebraden kip, en raclette.

Er is ook een lijst van verboden niet-voeding: haarbanden, kerstlaarzen, paraplu’s, vlechtwerk, poncho’s, petten, kerstartikelen voor honden en katten.

En dan is er ook nog een lijst ‘verboden onder voorbehoud’, wat dat ook moge betekenen. Het gaat om asbakken, flesopeners, broodplanken, kerstdassen, kruisbeelden, sneeuwbollen, kerstaffiches, postkaarten, kalenders, muismatten, tandpasta en onderhoudsproducten.

450 jaar oud

De aloude kerstmarkt van Straatsburg heet in het Elzassisch Christkindelmärik. Ze bestaat sinds 1570 en baadt in de sfeer van de Duitse traditionele kerstmarkten. De kerstmarkt begint op de eerste zaterdag van de advent en eindigt op 24 december. Meer dan twee miljoen bezoekers uit de hele wereld komen er jaarlijks op af.

Toegegeven, kerstmarkten van zulke omvang lijken soms meer op een kermis of op een supermarkt in openlucht. Meer lokale en artisanale producten zou wellicht beter zijn. Maar of die evolutie er zal komen door groene dictaten, verbodslijsten en politieke bemoeienissen allerlei?

Groene gemeenteraad

Men krijgt de verkozenen des volks die men verdient. Dat de groenen in Straatsburg  twee jaar geleden aan de macht kwamen, heeft vooral te maken met het absenteïsme, de enige overwinnaar van de verkiezingen in Frankrijk in de laatste jaren. In Straatsburg hebben maar 37 % van de inwoners gestemd voor de tweede ronde van de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Zo zijn de groenen van de linkse partij EELV, wat staat voor Europe-Ecologie-Les Verts, aan de macht gekomen.

Als je dan de Elzassers gaat dicteren wat mag en niet op hun kerstmarkt, is dat zoals spuwen op de zwijgende meerderheid én op een oeroude traditie

Bij het minste incident is er voor zo’n bestuur geen draagvlak, want men vertegenwoordigt maar een kleine minderheid van de bevolking. Hoeveel is  41% van 37 % van de stemmen zoals in Straatsburg het geval is? Als je dan de Elzassers gaat dicteren wat mag en niet op hun kerstmarkt, is dat zoals spuwen op de zwijgende meerderheid én op een oeroude traditie.

Mevrouw de burgemeester

De winnares van de gemeenteraadsverkiezingen van 2020, op de lijst van EELV, in Straatsburg, tevens huidige burgemeester, heet Jeanne Barseghian. Als vrouw, als groene, en nu als burgemeester van een grote stad, bezit ze het ideaal profiel voor latere nationale ambities. Barseghian  is 42 jaar oud en heeft een opleiding genoten als juriste. Ze kwam naar Straatsburg om milieurecht te studeren, en bleef er wonen. Ze studeerde ook in Münster en Berlijn en haar partner is Duits. Meer banden heeft ze niet met deze toch, historisch gezien, zeer bijzondere stad, en dat laat zich voelen. Ironisch genoeg werkte ze tijdens haar studies, als verkoopster op… de Straatsburgse kerstmarkt.

Militante sinds meer dan twintig jaar voor allerlei groene initiatieven, was haar eerste bestuursdaad als burgemeester het  formuleren van een ‘verklaring van klimatologische hoogdringendheid’ in Straatsburg. In feite is deze verklaring niets anders dan een uitgekiende communicatie. Voor het overige is het programma zogezegd typisch groen, meer bomen in de stad, stopzetten van alle grote projecten, meer betalen voor parkeren, meer belastingen voor B&B’ s, minder licht.

Een groen project dat geen groen licht kreeg, was het plan van de nieuwe gemeenteraad om een subsidie van 2,5 miljoen euro toe te kennen aan de Turkse vereniging Millî Görüs, voor de bouw van de Eyyub Sultanmoskee in Straatsburg. De subsidie werd in april jl. afgevoerd na zware druk van de Franse minister van binnenlandse zaken, Gérard Darmanin. Hij beschuldigde de Straatsburgse burgemeester ervan  ‘buitenlandse inmenging’ te subsidiëren.

Armeense roots

Zelf is Jeanne Barseghian geboren in een Parijse voorstad uit een Bretoense moeder en een vader met Armeense roots. Haar vader behoort tot de gemeenschap van Turkse Armeniërs. Sarkis Barseghian, haar overgrootvader, werd als een van de eerste Armeniërs  aangehouden en vermoord op 24 april 1915, samen met nog 250 andere Armeense intellectuelen en leiders in Istanboel. Deze datum geldt als het begin van de Armeense genocide. Het is haar grootmoeder, de schrijfster Berdjouhi Barseghian, ooit een van de drie eerste vrouwelijke volksvertegenwoordigers van de democratische republiek Armenië, die uiteindelijk in 1924 voor de Sovjets naar Frankrijk vluchtte.

Dat verklaart waarom Jeanne Barseghian Armeens studeerde. Ze hielp ook mee aan een documentaire over  Armenië voor ARTE. In Straatsburg richtte ze een afdeling van de vereniging SEVAK op, genoemmd naar de Armeense dichter en vertaler Parouir Sévak, die de socioculturele banden tussen Europa en Armenië wil versterken.

Een seculiere kerstmarkt

Straatsburg noemt zich graag ‘kersthoofdstad’. Zelfs een groene burgemeester kan dat niet negeren. En toch… Barseghian en haar team trachten na alle commotie de verbodsbepalingen te rechtvaardigen met de verklaring dat de kersmarkt ‘een republikeinse en seculiere organisatie is, maar met de magie van historische en traditionele wortels’.

De stad gaat nu, zoals dat heet, in gesprek met de handelaars en de inwoners om een en ander trachten uit te klaren. Het groene gemeentebestuur is zogezegd niet verbaasd over de polemiek maar ‘werkt naarstig verder’. Arrogantie en betweterij is eigen aan het groen activisme van hier tot in Straatsburg. Maar voor handelaars die hun voorraden voor de kerstmarkt maanden op voorhand moeten bestellen, zijn de investeringen al lang achter de rug. Ze kunnen zich na twee jaar covid geen nieuwe financieel fiasco veroorloven.

Wat ook in de lucht hangt, is een beperking van de kerstmarkt in duur en in tijd, omwille van de ‘energiecrisis’

Niet alle plannen van de stad zijn al uit de doeken gedaan. Wat ook in de lucht hangt, is een beperking van de kerstmarkt in duur en in tijd, omwille van de ‘energiecrisis’. Benieuwd of de groenen dàt nog gaan durven doordrukken na de ontstane polemiek.

Lachen of wenen?

Op sociale media maken heel wat Elzassers zich vrolijk over de heisa. Een kleine bloemlezing: ‘Is het verbod op champagne bedoeld als een promotie voor de Crémant d’Alsace?’, ‘Geen raclette meer in kaasland? Het einde van de wereld is nabij!’. Er zijn ook ernstigere reacties: ‘Het stadsbestuur moet zich enkel bezig houden met de huur van de standplaats. De handelaars zijn wijs genoeg om hun aanbod zelf te reguleren.’ Of ‘Geldt het verbod op kruisbeelden ook voor tekens en symbolen van andere religies, zoals de islamitische sluiers?’ En nog: ‘Binnenkort ook boeken of muziek verbieden?’

Verborgen agenda?

Het valt op hoe de groenen, overal in Europa en ook hier in Straatsburg, elke dag een beetje totalitairder te werk gaan om de gedragingen van mensen en instellingen naar hun hand te zetten. De echte vraag in Straatsburg is: bestaat er een verborgen groene agenda om de kerstmarkt op termijn te sluiten?

De krant Les dernières nouvelles d’Alsace  probeert de nieuwe ‘ideale wereld’, die onder onze ogen ontstaat, nog humoristisch te benaderen en blijft positief:  ‘We zijn gerustgesteld voor de volgende edities. Dankzij de verdwijning van petten en raclet, wordt de magie van de Straatsburgse kerstmarkt in ere hersteld.’

Gepubliceerd

20.10.2022

Kernwoorden
Reacties

De lotgevallen van een Bretoens volkslied in Oekraïne

Noch een proletarisch lied noch een nazilied

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/de-lotgevallen-van-een-bretoens-volkslied-in-oekraine/

Bij ons staat het lied bekend als de meezinger ‘wat zullen we drinken zeven dagen lang’. Weinig mensen weten dat het oorspronkelijk gaat om ‘Son ar chistr‘. Een Bretoens lied dat staat voor ‘het lied van de cider’. In het Bretoens, en ook in vele andere talen, werd het vele miljoenen keren gedraaid en beluisterd. Het lied is momenteel tot in Oekraïne populair. Dat laatste, zogezegd, tot ergernis van de Russen. Die klagen het lied aan alsof het om een ‘nazilied van de Luftwaffe’ gaat. Dat de wereld momenteel zot draait, is een vaststelling, spijtig genoeg, al meer dan ‘zeven dagen lang’.

Een versie voor de strijdcultuur

In onze taal werd dit Bretoense lied gezongen door Bots, een Nederlandse band opgericht in 1974 en als groep bekend om zijn links politiek activisme. Zelf noemden ze dat liever ‘strijdcultuur’. Dit laat zich voelen in de Nederlandse tekst. Die is geen vertaling, maar een versie met een sociaal-politieke boodschap die niets meer met het origineel Bretoense lied te maken heeft. De Nederlandse versie lijkt meer op een drinklied voor de vakbonden na een betoging. Het verzacht ongetwijfeld de zeden als achtergrondmuziek voor een PdvA-meeting. Voor de liefhebbers van oude lp’s: het staat op de A-kant van het album ‘Voor God en Vaderland’.

Het komt nog steeds voor in de hitparade van de zogenaamde nederpopklassiekers

‘Wat zullen we drinken’ werd een succes, dankzij de Bretoense volksmuziek. Het komt nog steeds voor in de hitparade van de zogenaamde nederpopklassiekers. Voor de liefhebbers van het pseudo-Keltische genre bestaat er een andere Nederlandstalige versie. Die wordt gezongen door de folkgroep Rapalje en brengt ons een beetje dichter bij de oorspronkelijke bedoeling en sfeer.

Het Bretoens origineel

Geef me dan maar het Bretoens origineel, een gezellig drinkliedje zonder pretentie. Voor de kenners eerst enkele verzen in het Bretoens:

Son Ar Chistr

Ev chistr ’ta Laou, rak chistr zo mat,

Ur blank, ur blank ar chopinad

Ar chistr zo graet ‘vit bout evet,

Hag ar merc’hed ‘vit bout karet

In het Nederlands letterlijk vertaald klinkt het ongeveer zo:

Het lied van de cider

Drink cider Laou want cider is lekker

Een cent, een cent voor een pint

Cider is gemaakt om te drinken 

En de meisjes om lief te hebben

Een Bretoense wereldhit

Wie denkt dat dit lied een oer-Keltische achtergrond heeft, is fout. Het werd in 1929 gecomponeerd door twee jonge Bretoense boeren, Jean-Bernard en Jean-Marie Prima. De twee broers maakten er een spel van om volkse deuntjes te componeren en liederen te schrijven die ze zongen tijdens de dagelijkse werkzaamheden op de boerderij. De oorspronkelijke tekst werd geschreven in het Bretoens van Bro-Gernev (Cornwall) en kende verschillende versies. Het lied werd in 1951 opgemerkt en genoteerd door de bekende Bretoense musicoloog Polig Monjarret. Het sudderde vele jaren in de Bretoense folkmilieus en werd gezongen door een half dozijn groepen. Wereldberoemd in Bretagne, een goed begin.

In 1970 bedacht Alan Stivell, de beroemde Bretoense harpist en zanger, een eigen interpretatie van ‘Son ar chistr’ voor zijn album Reflets. Het was in de periode dat Stivell zorgde voor een overdonderende doorbraak van de Keltische harp. Door zijn interpretatie maakte het lied snel furore in de Europese folkwereld. Het werd gecoverd door de Chieftains. Het inspireerde de Lombaardse Antonio Branduardi voor zijn prachtige ‘Gulliver’. Volgden nog vele vertalingen waarvan een Engelse, een Duitse die ook in de Duitstalige wereld werd gebracht door de Nederlandse groep Bots. ‘Son Ar Chistr‘ werd, als het ware, een Bretoense wereldhit.

officieuze hymne van de Luftwaffe, de luchtmacht van nazi-Duitsland

De titel van de Duitse versie, je raadt het, beste lezer, luidt ‘was wollen wir trinken, 7 Tage lang’. Deze trouwe vertaling van het ‘strijdbare’ Nederlandse lied heeft nu ook het Oekraïense volk bereikt en geïnspireerd. Er circuleert dezer dagen een video waar je een groep Oekraïense kinderen ziet optreden met een leuk danspasje op dit meeslepende deuntje. De onschuld zelve, zou je denken, ware het niet dat deze video onlangs op sociale media opdook met als verbazende Russische commentaar: Oekraïense kinderen zingen een ‘officieuze hymne van de Luftwaffe, de luchtmacht van nazi-Duitsland geleid door Herman Goering. Je zou denken dat muziek de zeden verzacht in oorlogstijden. Neen dus.

Luftwaffe-alarm

Bij een eenvoudige check op Google vond uw dienaar wel de ‘hymne van de Luftwaffe’, althans volgens een Russische versie. Bij ingave van de zoekterm ‘Luftwaffe march’, kwam onmiddellijk een ‘marching anthem — Luftwaffe SS’ tevoorschijn met de Duitse tekst van het lied ‘was wollen wir trinken 7 Tage lang’. Met andere woorden: de Russen doen alsof onze Nederlandse ‘wat zullen wij drinken’ en dus het Bretoense ‘Son ar chistr’ iets te maken hebben met de naziperiode. De Duitse tekst is vergezeld door een Russische vertaling die ik niet kan beoordelen. De marsmuziek die erbij hoort, wel. En die heeft evenmin met ons Bretoense liedje iets te maken. Ik herken de muziek van de Engelse film The battle of Britain ofte ‘Aces High March’ van de Britse componist en dirigent Ron Goodwin.

De Russen lachen in hun vuist

Dat de Russische bevolking wordt wijsgemaakt dat ‘was wollen wir trinken 7 Tage lang’ een officieuze hymne van de luchtmacht van nazi-Duitsland is, is wat het is. Dat deze manipulatietechnieken verder worden gebruikt om als een boemerang in ons gezicht terug te komen telkens de gelegenheid zich voordoet, hebben we aan onszelf te danken. Tijdens mijn summier onderzoek zag ik ook even het liedje ‘Erika’ passeren, eveneens voorzien van een Russische vertaling. Mijn hypothese is dat het incident rond het zogenaamde Duitse ‘nazilied Erika’ dat onlangs in de actualiteit kwam, ook van Russische oorsprong is. En dat Vlaamse en Westerse journalisten, gevangen in hun welbeproefde methode van de reductio ad Hitlerum, eringeluisd zijn. De Russen lachen in hun vuist.

Dat de wereld momenteel zot draait is een vaststelling, spijtig genoeg, al meer dan ‘zeven dagen lang’.

Gepubliceerd

08.10.2022

Kernwoorden
Reacties

Vlaamse stroomfactuur 41 % duurder dan de Franse

België, vazal van Frankrijk

Guy Verhofstadt.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/hoe-vlaanderen-een-vazal-van-frankrijk-werd/

Vorig jaar, in volle covidtijd, verraste een Frans-Vlaamse supermarkt in Halewijn (Halluin), dat is een gemeente bij het West-Vlaamse Menen, maar dan net over de grens, met een verwelkoming in de taal van de ‘grensklanten’. Het klonk zo: ‘Liebe Grenzkunden. Sie können weiterhin bei uns einkaufen!’. De Franse supermarkt werd er door zijn Vlaamse klanten vriendelijk op attent gemaakt dat de tekst op het reclamebord geen Nederlands, maar Duits was. Hoe zeg je dat, ‘ein Irrtum’ in het Frans? Het mocht al een wonder heten dat de Franse supermarkt ontdekte dat in Menen Nederlands werd gesproken. Een jaar later is een bord, deze keer in de juiste taal, terug van toepassing, maar met een aangepaste boodschap: ‘Beste grensklanten, in Frans-Vlaanderen is alles goedkoper’.

Tanken in de grensstreek lijkt op een processie van Echternach. De ene keer is de prijs aan de pomp aan deze kant van de schreve goedkoper. Maanden later is het omgekeerd. Voor de liefhebbers: je spaart momenteel 20% op benzine en 15% op diesel als je in Frans-Vlaanderen tankt (op basis van de gemiddelde prijzen op 16 september jl.).

Voor de prijzen in de supermarkt is de situatie duidelijk en standvastig. Tien jaar geleden waren er al verschillen te noteren tussen 10 en 20%, goedkoper aan Franse kant. Momenteel gaat het opnieuw om 15 tot 20 % goedkoper, en soms meer. Ik ken West-Vlamingen die al jaren trouwe klant zijn in de supermarkten in Duinkerke of in het Rijselse. Ze vinden het de moeite waard om daar alle basisproducten te kopen.

De schuld van Poetin

We horen dagelijks hetzelfde verhaal. Die hoge prijzen, dat is de brede rug van Poetin, de schuld van de oorlog met Oekraïne, de schaarste aan gas, en dus de dure verwarming, de onbetaalbare elektriciteit, de hoge transportkosten enzovoort. Over de kostprijs en de economische gevolgen van covid wordt vreemd genoeg gezwegen.

Tien jaar geleden was er wel gas, maar geen covid, en geen oorlog tussen Rusland en Oekraïne, maar de prijsverschillen bestonden toen al

Tien jaar geleden was er wel gas, maar geen covid, en geen oorlog tussen Rusland en Oekraïne, maar de prijsverschillen bestonden toen al.

Voor wat Frankrijk betreft wordt gewezen naar de prijsoorlog tussen de grote Franse supermarkten. Dat zal wel. Maar onze dochter, die in Nederland woont, vertelt ons hoeveel goedkoper sommige basisproducten in de Nederlandse supermarkt wel zijn in vergelijking met Vlaanderen. Als voor Nederland geen Franse prijsoorlog geldt, wat is er dan wel aan de hand?

De schuld van de schaalgrootte

Een ander argument is de schaalgrootte. België is klein. Nederland is groter, Frankrijk en Duitsland zijn reuzen. Uiteraard speelt de schaalgrootte een rol. Het is een waarheid als een koe dat men betere inkooprijzen bekomt voor grotere volumes. Alhoewel: de distributie negotieert en koopt op voorhand telkens het kan en vormt een buffer tegen de prijsverhogingen, verzacht ze en spreidt ze in de tijd. Grote groepen die centraal en dus beter inkopen zijn evenzeer aanwezig in België. Denk aan internationale bedrijven als Carrefour, Lidl, Aldi en Albert Heyn.

Een aparte problematiek vormen de grote merken die ook per land, hun prijzen dicteren. Daarvoor hebben de supermarkten eigen labels bedacht. Als dat niet alles opvangt is het toch een waardevol alternatief voor uw en mijn portemonnee. Er is voor alles een oplossing.

De schuld van de meertaligheid

De volgende post die prijzen duurder maakt is de promotie en marketing, zegt men. Voor grote afzetlanden met één taal is het leven op het eerste zicht vrij simpel. Een klein land met twee of meerdere talen betekent meer kosten. Specialisten gaan uit van 5 tot 7%. De oplagen van folders en catalogen zijn bescheiden, de kosten per stuk hoger. Bovenop, moet je in meerdere talen drukken. Idem voor de inrichtings- en functioneringskosten van een winkel. Maar de digitale wereld is dat deels aan het oplossen.

Het zijn vooral de grote internationale bedrijven die, vanuit de ivoren toren in de Europese hoofdkwartieren, de plaatselijke markten onderschatten en hun landelijke vestigingen op kosten jagen. Ze denken alles op te lossen met standaardoplossingen en met groot geld binnen de korstmogelijke tijd. Slimme bedrijven passen zich aan, zijn creatief, en zetten de tering naar de nering om meer voordelen te halen uit meerkosten. En ze respecteren uiteraard de taal van hun Vlaamse klanten.

Brutolonen en index

Natuurlijk heeft wat voorafging invloed op de prijzen. Maar er zijn andere oorzaken die fundamenteler zijn en waarvoor men in politiek en sociaal Belgiëland de ogen sluit.

De bruto loonkosten voor de werkgevers liggen in Vlaanderen 13 tot 15% hoger dan in Frankrijk en 21% hoger dan in Nederland

De bruto loonkosten voor de werkgevers liggen in Vlaanderen 13 tot 15% hoger dan in Frankrijk en 21% hoger dan in Nederland. De rekening is dan snel gemaakt.

Het automatisch systeem van de index, uniek in Europa, speelt hierbij een rol. Met de index is het als de vraag over de kip en het ei: komt er een indexering van de lonen omdat de prijzen van basisproducten verhogen? Of verhoogt de prijs van de basisproducten sneller dan in de omliggende landen omwille van de index?

Als ik even mag vergelijken met Frankrijk- waarmee ik niet bedoel dat men daar het paradijs op aarde aantreft – zou de komende dubbele index binnenkort nogmaals 7% gaan bedragen. De lonen in Frankrijk zullen terwijl misschien 2 tot 3% stijgen, en wel verspreid over een langere periode. De omvang, gekoppeld aan de snelheid van de weerslag op de reeds hogere loonkosten, en dus mede op de prijzen in de winkel, is voor alle partijen in Vlaanderen, sociaal en concurrentieel een vicieuze cirkel.

Mij gaat het niet over zin of onzin van de index. Maar wel over de kost van het totaal loonpakket voor de werkgever in dit land en het deel dat netto overblijft voor de werknemer. Ook dat is vrij uniek in Europa, maar dan wel in negatieve zin.

Energiekosten

Het ergste moet nog komen. Ik heb me gewaagd aan een snelle vergelijking van energiekosten in België en Frankrijk. Om een lang verhaal kort te maken kom ik tot de conclusie dat de energiefactuur voor een handelaar hier momenteel 41% duurder is dan voor een handelaar in Frans-Vlaanderen. Uiteraard subsidieert de Franse staat, heer en meester inzake eigen energie, royaal de energiefactuur van zijn onderdanen. Maar voor België geldt vanwege dezelfde Franse leveranciers de harde werkelijkheid van de marktprijzen en van het vrije ondernemerschap. En dat kost ons dus 41% meer.

Voor wie van precieze referenties houdt: voor dit onderdeel steun ik op gegevens van eind juli 2022 (Household Energie price index). Ik geef hier de gas- en stroomprijzen in euro per kwh in resp. België (B), Frankrijk (F), Nederland (NL) en Luxemburg (LUX):

Gasprijzen :

B 12,25 ; F 10,68 ; NL 23,19 ; LUX 10,54

Stroomprijzen :

B 35,05 ; F 24,83 ; NL 30,51 ; LUX 21,41

U leest het goed: uw stroomkosten liggen 41,15% hoger dan in Frankrijk, 14,88% hoger dan in Nederland en 63,70% hoger dan in het Groothertogdom Luxemburg. Dat laatste land is nochtans veel kleiner dan België.

Kort door de bocht is de hoofdoorzaak van dit alles, los van de vele taxen, het feit dat dit land zijn energiepoot aan Frankrijk heeft versast

Kort door de bocht is de hoofdoorzaak van dit alles, los van de vele taxen, het feit dat dit land zijn energiepoot aan Frankrijk heeft versast. Dat hebben wij niet te danken aan Poetin, maar wel aan de Paarse regering van liberalen en socialisten onder de lumineuze leiding van Verhofstadt II.

De slotsom van deze totale uitverkoop, of juister gezegd van deze criminele daad, speelde zich af in 2006. Onze Guy, op bezoek bij de Franse president Chirac, verklaarde toen, aldus de krant De Standaard, dat het voor hem ‘niet belangrijk was wie de aandeelhouder was van de kerncentrales van ons land en dat hij alleen maar bezorgd was om de consument’.

Vlaanderen als vazalstaat van Frankrijk, met dank aan ‘da joenk’. De ultraliberalen die, binnenkort, en samen met de socialisten, op kosten van de Vlamingen en van Deborah, ons ook het Waals faillissement door de strot zullen duwen, brengen Vlaanderen terug naar de middeleeuwen.

Gepubliceerd

23.09.2022

Kernwoorden
Reacties

De Savoie in alle staten

Ook in de Alpen luidt de oproep naar meer autonomie

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/de-savoie-in-alle-staten/

De Savoie bestaat vandaag uit twee Franse departementen in de Alpen waar de Fransen bij voorkeur op wintersport gaan. Vroeger was de Savoie een belangrijk hertogdom, een strategisch kruispunt in de Alpen. Sinds 1720 vormde de Savoie samen met Sardinië, het vorstendom Piëmont, het hertogdom Aosta, het graafschap Nizza (Nice) en Ligurië – dat is de streek van Genua – een heus koninkrijk. Het scheelde niet veel of de Mont-Blanc was niet de hoogste berg van Frankrijk geweest. De Franse president François Mitterrand, op bezoek in de regio, verklaarde op een onbewaakt moment: ‘De Savoie, dat is niet helemaal Frankrijk’.

Savoyers

Laurent Blondaz, voorzitter van de regionalistische beweging ‘Mouvement Région Savoie’, citeert in zijn boek ‘Savoie. Des questions qui dérangent’ de modale Parijzenaar die de Savoyards, dat zijn de inwoners van de Savoie, karikaturaal beschrijft. Hij vat de Parijse arrogantie op in een boutade: ‘De Savoyards leven in houten blokhutten, ze eten elke maaltijd fondue en ze verplaatsen zich altijd op ski’s’. Daarom gebruik ik hier de term ‘Savoyer’ om aan de clichés van de ‘Savoyards’ als achterlijk-boerenvolk-tussen-de-koeien-in-de-bergen te ontsnappen.

De allereerste eis van de Savoyers is kernachtig gevat in een citaat van een andere man uit de streek, Antoine Borrel (1878-1961): ‘Er zijn vandaag twee departementen die de naam Savoie dragen, maar er is maar één Savoie en dat is het land van onze voorouders’. Dat is meteen het voornaamste streven van alle autonomisten en regionalisten sinds de Savoie bij Frankrijk is toegevoegd. De noordelijke Savoie heet nu officieel Haute Savoie met steden als Annecy en Chamonix, en de andere, kortweg, Savoie met Chambéry en Albertville.

Vergeten geschiedenis

‘In de tijd dat de Savoie Italiaans was’, is een van die zinloze uitdrukkingen die je in Frankrijk wel eens hoort. De Savoie is nooit Italiaans geweest, om de eenvoudige reden dat Italië in 1860 nog niet bestond. Italië ontstond pas in maart 1861, bijna een jaar na de aanhechting van de Savoie bij Frankrijk. Het feit dat de eenheid van Italië het werk was van koning Victor Emmanuel II, familiaal, behorend tot het huis van Savoie, is misschien verwarrend maar verandert er niets aan. Integendeel, Victor Emmanuel II, die de Savoie en Nizza aan Frankrijk cadeau gaf in ruil voor steun bij het ontstaan van de nieuwe staat Italië, wordt door de Savoyers als een verrader beschouwd.

Toen de Savoie, samen met Nizza, op 14 juni 1860 bij Frankrijk werd aangehecht behoorde ze tot het soevereine koninkrijk van Piëmont-Sardinië. De Savoyers spreken ook graag van Stati Sabaudi. Een eerste poging van Frankrijk om de Savoie te annexeren had plaats in 1792, tijdens de Franse Revolutie. Dat deze poging geen goede herinnering heeft nagelaten getuigt het feit dat in 1892, op de viering van de honderdste verjaardag van deze brutale annexatie, alle volksvertegenwoordigers en senatoren uit de Savoie de feestelijkheden boycotten.

Een vodje papier

Chamonix, Mont-Blanc.

Bij de brutale annexatie van 1792 werd door de Franse staat bewust vermeden de Savoie opnieuw departement du Mont-Blanc te noemen. Deze naam, die de Franse revolutionairen aan de Savoie hadden gegeven, deed de bevolking te veel denken aan de bloedbaden aangericht door de Franse Revolutie. Alleen om die reden kon de Savoie haar historische naam behouden. Wel werd er bewust gekozen om ze onmiddellijk in twee departementen te splitsen, in een poging om de historische eenheid van de streek meteen te breken.

De Walen die hopen om ooit een bijzondere status binnen Frankrijk te krijgen zijn verwittigd: het beloofde Frans vaderland heeft nog nooit zijn engagementen gehouden als het gaat om decentralisatie en zelfbestuur

Het verdrag van Turijn, dat op 24 maart 1860 tussen Frankrijk en het koninkrijk Piëmont-Sardinië werd gesloten, hield ook bepaalde beperkingen in. De Savoie diende de status van een vrije zone te krijgen: het recht om eigen munt te slaan en uit te geven moest worden behouden, alsook als de eigen juridische en academische instellingen. Het onderwijs van de eigen geschiedenis dat later, in 1920 in alle stilte werd afgeschaft, diende te worden gegarandeerd. Met andere woorden: de Savoie had bij aanvang een bijzonder zelfstandige status moeten krijgen. Maar voor Frankrijk was dat onderdeel van het verdrag een vodje papier. De Walen die hopen om ooit een bijzondere status binnen Frankrijk te krijgen zijn verwittigd: het beloofde Frans vaderland heeft nog nooit zijn engagementen gehouden als het gaat om decentralisatie en zelfbestuur.

Independantisten, autonomisten en regionalisten

In 1995 werd de Ligue Savoisienne of Savoyaanse Liga opgericht. Vaststellend dat de volksraadpleging van 1860 werd vervalst met nul stemmen tegen de aanhechting bij Frankrijk, en dat Frankrijk zich niet hield aan de clausules van het Verdrag van Turijn, streefde de Liga naar een onafhankelijke staat Savoie. De Liga was aangesloten bij de Europese Vrije Alliantie. In oktober 2012 werd de beweging opgeheven. Sindsdien streven verschillende groepen voor onafhankelijkheid. Enkele namen: Etat Federal de Savoie, Confédération Savoisienne, Pour la Savoie, Savoie Libre Jeune.

Voor sommigen is de ultieme droom de restitutie van een heuse federale Alpenstaat met als naam Arpitanië

Voor sommigen is de ultieme droom de restitutie van een heuse federale Alpenstaat met als naam Arpitanië. Anderen voelen er meer voor om de streek als nieuw kanton bij de Zwitserse confederatie te laten aanleunen.

De autonomisten en regionalisten, verzameld rond de beweging Mouvement Régions Savoie, streven voornamelijk naar een regio met autonome status die de twee departementen samenbrengt. De beweging werd in de beginjaren beïnvloed door het ideeëngoed van de Zwitserse filosoof en schrijver Denis de Rougemont. Het steunt minder op historische eisen en verdedigt een federalisme naar Zwitserse en Italiaanse voorbeelden.

Eisen

Of ze nu aanhanger zijn van zelfbestuur of van onafhankelijkheid, de Savoyaanse verenigingen verzamelen rond enkele voorname eisen. Naast het samensmelten van de twee departementen op Frans grondgebied willen ze de erkenning en bescherming van hun streektaal, vroeger met de verwarrende naam Franco-Provencaals aangeduid maar die ze zelf Arpitaanse taal noemen. De Arpitaanse taal is in groot gevaar: amper 80.000 mensen spreken nog Arpitaans. Ze eisen het recht op onderwijs van de Savoyaanse geschiedenis, door Frankrijk discreet stopgezet in 1919. Een algemene klacht is ook het gebrek aan betaalbare woningen voor de eigen bewoners, de invasie van tweedeverblijvers en de smakeloze, wilde urbanisatie van de skioorden door investeerders uit de Franse hoofdstad. Talloze protesten hebben ook te maken met de milieuvervuiling door het wagen- en transportvervoer en met de aanleg van nieuwe wegeninfrastructuur om de Alpen te doorkruisen.

*Savoie. Des questions qui dérangent, Laurent Blondaz, Uitgeverij Yoran Embanner, 2022

Gepubliceerd

18.09.2022

Kernwoorden
Reacties

Was de eerste Vlaamse leeuw helemaal zwart?

Over de oorsprong en geschiedenis van onze vlag

Zwarte Vlaamse leeuwen uit de 14de eeuw in de Gravenkapel in Kortrijk.

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/was-de-eerste-vlaamse-leeuw-helemaal-zwart/

Telkens het anti-Vlaamse kamp het niet laten kan, wordt de strijdvlag van de Vlaamse beweging met zwarte leeuw op een gele achtergrond gretig  bezoedeld als ‘collaboratievlag’, ‘fascistisch’, en nog meer van dat fraais. Men beweert in een zelfde beweging dat de Vlaamse leeuw met rode klauwen ouder zou zijn dan de Vlaamse strijdvlag. Deze stelling is zelfs over de schreve tot in Frans-Vlaanderen overgewaaid, waar de Vlaamse leeuw nog  veelvuldig wappert, maar dan in een driekleurige versie wegens geen last met de Belgische ziekte. Tijd voor een beetje geschiedenis over de Vlaamse leeuw.

Luc Pauwels, in zijn dagelijkse, waardevolle dagklapper op Doorbraak, herinnert ons er aan dat op 6 juli 1973 de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap een decreet goedkeurde  ‘tot instelling van een eigen vlag, een eigen volkslied en een eigen feestdag van de Nederlandse cultuurgemeenschap’. De beschrijving van de Vlag van de Vlaamse Gemeenschap luidt als volgt:  een klimmende leeuw met als kleuren geel met een zwarte leeuw, rood  geklauwd en getongd. Ik bespaar onze lezers een lang betoog over het feit dat de vlag van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd niet werd weerhouden. Onthoud dat zonder het veto van de politieke voorvaders van Conner Rousseau de vlag van de Vlaamse gemeenschap wel degelijk de vlag van de Vlaamse beweging zou zijn geweest.

Hoe oud is onze Vlaamse leeuw?

De eerste Vlaamse leeuw die wij kennen dateert uit 1162. Hij stond op een zegelring van de latere Vlaamse graaf, Filips van de Elzas (1142-1191). Voor die tijd werd misschien een ander wapen gebruikt genaamd Oud-Vlaanderen, alhoewel dit onduidelijk is. In de Gravenkapel in Kortrijk, pas in de veertiende eeuw gebouwd,  kan je zien dat het Filips van de Elzas is die voor de eerste keer een schild met Vlaamse leeuw draagt met aan zijn voet het afgedankte Oud-Vlaanderen.

Oud-Vlaanderen wordt beschreven als een schild van twaalf stukken van lazuur (blauw) en goud (geel), met een hartschild van keel (rood). Het is nog steeds een onderdeel van het wapen van de provincie West-Vlaanderen. Historische bewijzen dat dit wapen werkelijk werd gebruikt zijn niet gevonden. Alle referenties naar Oud-Vlaanderen dateren, merkwaardig genoeg, van twee eeuwen later. Men verbindt Oud-Vlaanderen aan de Rijselse woudmeester Liederik, legendarische voorvader van de eerste Vlaamse graven. Maar het bestaan van dit mythische personage is al even mistig als zijn wapen.

Over de oorsprong van onze leeuw zijn verschillende versies in omloop. Het zou een verband hebben met de kruistochten, overgenomen  zijn van een sultan na een gevecht gewonnen door graaf Filips van de Elzas. Een andere mogelijkheid is dat de Vlaamse graaf de leeuw als wapen eerst zag bij  Willem van Ieper, ook bekend als Willem van Lo, de eerste om een gaande leeuw, helemaal zwart, in zijn blazoen te dragen. Willem had deze symboliek uit Engeland meegenomen, het land waar hij vele jaren oorlog voerde.

Twee of drie kleuren?

Ik zal de rabiate anti-Vlaamse medemens niet kunnen helpen want de allereerste bekende afbeeldingen van een Vlaamse leeuw zijn zwart, helemaal zwart. In het Liber Additamentarum van Matthaeus Parriensis, dat ongeveer van 1250 dateert, ziet men een zwarte leeuw, zonder klauwen en zonder tong. De Vlaamse heraldicus Ernest Warlop (1935-2003) merkte fijntjes op dat in de wapenkunde, tot in de veertiende eeuw, dieren zonder tong werden voorgesteld.

De bibliotheek van Kamerijk in Frans-Vlaanderen bezit een prachtige miniatuur uit 1260: een ridder met volledig zwarte leeuw. Geen spoor van rood. Het wapenboek Dering (1270-1280) laat de leeuw van Boudewijn van Dampierre zien, zoon van graaf Gwijde, eveneens met zwarte klauwen  maar zonder tong. In het wapenboek Wijnbergen dat van het eind van de dertiende eeuw dateert, zie men een volledige zwarte leeuw zonder klauwen en zonder tong.

Pas in de tweede helft van de veertiende eeuw verschijnt in het wapenboek Gelre, voor de eerste keer, een leeuw met rode klauwen en tong. De periode stemt overeen met een standaardisering en verfijning van de heraldiek in die tijd.

Een leeuw of een luipaard?

Nu we weten dat de oorspronkelijke vlag geel en zwart was, blijft nog de bijkomende vraag: was het een leeuw? In de dertiende en veertiende eeuw werd ook gesproken van een luipaard. De eerste tekeningen van onze leeuw zijn inderdaad aarzelend en doen meer denken aan een gaande luipaard die staand, een leeuw is geworden. De naam ‘Liebaards’,  de Vlamingen uit het Vlaamse kamp in de tijd van de slag der Gulden Sporen, suggereert ook dat onze oorspronkelijke leeuw mogelijk een luipaard was, in het Latijn, ‘leobardus’.

Collaboratievlag?

Bepaalde linkse en anarchistische kringen vinden het nodig uit te pakken met de geel-zwarte vlag als collaboratievlag om de huidige Vlaamse beweging in diskrediet te brengen. Voor een Frans-Vlaams publiek gebruik ik als argument dat niemand tot de gedachte kwam de Franse vlag te verbieden al werd de Franse driekleur algemeen gebruikt door de Franse collaboratie. Denk onder meer, maar niet alleen, aan het Vichy-régime onder Maarschalk Pétain. Idem voor de Belgische driekleur, wegens veelvuldig gebruik door de Rex-beweging en door het Waals Legioen, onder bevel van  le beau Léon.

Hendrik Vuye

Laat niemand zeggen dat de vlag van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd geen historische vlag is want de tweekleurige vlag is twee eeuwen ouder dan de vlag met rode tong en klauwen. En als iemand tot de intolerante gedachte komt om de Vlaamse strijdvlag te verbieden wegens het collaboratieverhaal heeft Hendrik Vuye, professor Staatsrecht, refererend naar de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de mens, dit enkele jaren geleden juridisch afgeblokt.

Vuye: ‘Men noemt dat polysemische symbolen, symbolen die meerdere betekenissen hebben. De vlag met de zwarte Vlaamse Leeuw heeft een andere betekenis wanneer ze zou opgehangen worden bij een herdenking van een of andere collaborateur dan wanneer ze gebruikt wordt binnen de Vlaamse Beweging. Zo’n polysemisch symbool gaan verbieden door het te herleiden tot een héél beperkte periode van de geschiedenis is een vrij flagrante inbreuk op de vrijheid van meningsuiting.’

Gepubliceerd

28.08.2022

Kernwoorden
Reacties

Wat niemand vertelt over Kales

Een andere stem uit de “jungle”

Illegale emigratie vanuit Noord-Afrika en Midden-Oosten nog steeds in trek .

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/wat-niemand-vertelt-over-kales/

Zeg niet Calais maar Kales, want in deze havenstad aan de Noordzee sprak men tot de vijftiende eeuw nog Nederlands.  Spreek niet  alleen over ‘de jungle van’: in Kales tellen de inwoners nog mee, inwoners met een mening over de toestand in en rond hun stad. 

Ik sprak met één van hen, Pieter,  een geboren Calaisien die boeiend kan vertellen over lief en leed in zijn stad. Pieter is een schuilnaam, want het is in Kales niet meer vanzelfsprekend om voor zijn mening uit te komen. Een afspraak met een stem uit de zwijgende meerderheid.

We hebben afgesproken voor de beeldengroep van de ‘zes burgers van Kales’, het beroemd werk van August Rodin.

‘Makkelijk te vinden om elkaar te treffen hé! Dit beeld herinnert er ons aan dat de Engelsen in Kales steeds een hoofdrol speelden. Engeland kwam in het bezit van de stad in 1347, na de slag bij Crécy, en dit voor twee eeuwen. De legers van de Engelse koning Eduard III wilden deze overwinning vieren met de plundering van de stad. Het standbeeld laat zes voorname burgers van Kales zien, die hun leven zouden opofferen om de stad te redden. Schaars gekleed en met de strop om de hals, overhandigden ze de sleutels van de stad aan de Engelse koning. Eduards echtgenote Filippa van Henegouwen smeekte toen haar man om hun leven te sparen, en zo geschiedde.’

Dichter bij Groot-Brittannië kan je niet komen. 

‘We bevinden ons hier op 30 km van de Engelse kust. Bij mooi weer kan je het kasteel van Dover, ‘de sleutel van Engeland’ goed zien. Kales, vandaag 72.500 inwoners, groeide uit schaarse vissershuisjes in de twaalfde eeuw. Een initiatief van de broer van de Vlaamse graaf Filips van de Elzas

Maar de glorietijd met de traditionele havenactiviteiten ligt inmiddels achter ons

, want Vlaanderen speelde tot in Artesië een voorname rol. Vandaar ook het stadhuis in neo-Vlaamse stijl met Belfort, ingehuldigd in 1925.  Kales was in de veertiende eeuw lid van de Londense Hanse. Maar de glorietijd met de traditionele havenactiviteiten ligt inmiddels achter ons. Dat heeft te maken met de bouw van de Kanaaltunnel op enkele kilometers van hier.’

Vlamingen denken dat de Kanaaltunnel in Kales begint en werk verschaft 

‘In realiteit begint de kanaaltunnel in het dorpje Coquelles, op een tiental kilometers van Kales. Dit heeft niet alleen de activiteiten in de haven van Kales drastisch veranderd. Ook de spoorweginfrastructuur is opgeschoven en het wegennet heeft sinds 1994 de regio onherkenbaar veranderd. De stad zelf telt meer dan 12 procent werklozen.’

Wie zegt Kales, zegt vluchtelingen… 

De naam “Kales” werkt als een magneet op alle vluchtelingen. Niet alleen de stad maar ook de hele kuststreek hier is hét verzamelpunt voor wie de overtocht wil wagen. De overlast is niet alleen fysisch maar ook psychisch: de situatie duurt nu al decennialang en de mensen zijn het beu. Er heerst een mengeling van frustratie, spanning, soms ook van geweld.’

Hoe veilig is het om in Kales en omgeving te wonen?

‘Het onveiligheidsgevoel overheerst. De directe omgeving van Kales lijkt stilaan op een grote gevangenis, met hoge hekken  rond de haven, en langs de wegen naar de Kanaaltunnel. Door deze maatregelen heeft de problematiek zich verspreid langs de 130 km lange kust tussen Bray-Duinen aan de grens, en Berck. Elke nacht ontvouwt zich een kat-en muisspel tussen vluchtelingen en politie. Het is dweilen met de kraan open en de politie laat regelmatig begaan. Dat speelt zich af op dezelfde stranden waar bij dag kinderen zandkastelen bouwen en ouders zonnebaden.’

En laat de bevolking begaan?

‘Zeker niet. De mensen zijn ongelukkig, maar ook woedend over de overlast, het geweld, het vuil. Ze beseffen wel dat dit boven de pet van de plaatselijke overheid is gegroeid met de politiek, van ‘wir schaffen das’, en van Parijs en Londen die elkaar de bal terugkaatsen. Ondertussen worden de mensensmokkelaars oppermachtig aan beide kanten van de Noordzee. De illegaliteit blijkt een ideale biotoop voor de moderne slavernij die hier en aan de overkant floreert als nooit tevoren.’

Toont de bevolking ook begrip voor de mensenellende?

‘Ja, uiteraard, als het gaat om het lot van vrouwen en kinderen, en van al die sukkelaars. Neen, want hoe kan je begrip tonen voor mensenhandel, prostitutie, drugshandel in je achtertuin?

De grote meerderheid hier heeft er genoeg van. Genoeg van de criminaliteit, genoeg van de verzwegen, soms gewapende conflicten met en onder groepen vluchtelingen, genoeg van de laffe houding van de overheid.

Een heel kleine minderheid helpt de migranten

Een heel kleine minderheid helpt de migranten. Ik moet u niet uitleggen dat er dan geen dialoog meer mogelijk is tussen de enkelingen die illegale migranten thuis ontvangen en de meerderheid die betoogt tegen de overlast.’

Kan men spreken van een georganiseerd verzet?

‘Er zijn groepen die zich hebben verzet met betogingen, bezettingen, petities. Tot in 2015 had je Sauvons Calais en sindsdien een groep Calaisiens en colère. Maar het protest wordt vakkundig gecounterd. Wie in het verleden onder zijn ware identiteit zijn nek uitstak werd snel afgeschilderd als een racist, een fascist, extreemrechts. Liefst voor de foto, met een spierbom met kort haar en een tattoo op zijn voorarm, weet je wel. Dat werkt, want het schrikt de modale burger af. Lokale verzetshaarden werken daarom in de anonimiteit, met schuilnamen, wisselende woordvoerders en strategieën.

Dit gezegd zijnde, het stemgedrag van de inwoners is een interessante barometer om te weten wat de bevolking echt denkt.’

Er waren onlangs presidentsverkiezingen in Frankrijk. Hoe heeft Kales gestemd? 

‘In de tweede ronde van de presidentsverkiezingen stemde 61,66 procent van  de inwoners van Kales voor Marine Le Pen tegen 38,34 procent voor Macron. Bovendien heeft ongeveer 40 procent niet, of ongeldig gestemd. Het zegt veel over de gemoedstoestand van de modale Calaisien en over de geloofwaardigheid van de politiek.’

Heeft men een idee van de omvang van de illegale migratie?

‘Enkele jaren geleden sprak men van 10.000 vluchtelingen in de “jungle”. Vandaag lees je cijfers als 3.000, maar niemand weet het. Volgens officiële Britse cijfers waren er in 2021 meer dan 28.000 migranten die Engeland bereikten. Dit voorjaar spreekt men over een stijging met 68 procent. De Britse diensten gaan uit van meer dan 60.000 migranten die de overtocht zullen maken in 2022. Wie in de illegaliteit blijft aan beide kanten, zit niet in deze cijfers. De slachtoffers al evenmin: weet dat in juli jl. 170 mensen in één nacht gered zijn door de Franse autoriteiten. Het geeft zo een idee welke drama’s zich ‘s nachts voor onze kust afspelen terwijl de brave burgers lekker slapen. Mijn inschatting gaat uit van 100.000 tot 120.000 illegale vluchtelingen die dit jaar in de streek van Kales zullen neerstrijken.’

Wie zijn de mensensmokkelaars? 

‘Het is een goed georganiseerde maffia geworden, voornamelijk van Iraaks-Koerdische afkomst. We bevinden ons op amper 57 km van de Frans-Belgische grens en deze organisaties hebben ook steunpunten over de schreve. En uiteraard ook een uitgebreid netwerk in Engeland.

Men spreekt van een prijs van 3.000 tot 6.000 euro per persoon om de oversteek naar Engeland te wagen

Er is geld, veel geld mee gemoeid. Men spreekt van een prijs van 3.000 tot 6.000 euro per persoon om de oversteek naar Engeland te wagen. Wie niet betalen kan, krijgt het nodige krediet. Voor deze laatsten wacht aan de overkant gedwongen werk of prostitutie tot de schuld is betaald, want de mensenhandelaars laten ze niet los’.

Is mensenhandel big business geworden? 

‘Zeg dat wel. In heel Europa is dat een miljarden business. Voor Kales en omgeving wordt de opbrengst van de oversteek dit jaar op meer dan 300 miljoen euro geschat. Ik bespaar je de nevenactiviteiten als wapenhandel, valse papieren, prostitutie, zwartwerk, enz. Naast het illegale circuit zie je ook een legaal netwerk dat zich heeft georganiseerd en veel geld verdient op de rug van deze arme mensen: advocaten en juridische associaties, sociologen, vertalers, tolken, bedrijven op zoek naar goedkope arbeidskrachten. Ook de rol van bepaalde hulpverleners is soms dubieus.’

Sociologen?

Als er incidenten zijn tussen migranten en de plaatselijke bevolking wordt er niet meer gezocht naar de bron van het probleem, nl. de illegale migratie, maar naar de sociologische achtergrond van zogenaamde ruziezoekende calaisiens, om ze in diskrediet te brengen. Oorzaak en gevolg: nooit van gehoord zeggen deze sociologen in hun universitaire ivoren toren. Het komt er op neer de lokale, boosaardige subculturen en hun leiders te duiden, en in vakjes te classificeren volgens de laatste wetenschappelijke studies van deskundige confraters, om dan “objectief” de boerenpummels aan te wijzen die de trein van de diversiteit hebben gemist. En klaar is Kees.’

En wat met de hulpverlening?

‘De grens tussen échte humane ondersteuning en strafbare praktijken vernauwt. Ik herinner me nog een ware processie aan Belgische hulpverleners. Op de lange duur wist men geen blijf meer met al de nutteloze spullen, vervallen voeding en medicamenten die ze brachten. Vandaag zijn leveringen uit België meer aangepast aan de vraag. Ik las in de krant Le Parisien dat de mensensmokkelaars grotere boten voor de overtocht gewoon via containers vanuit China laten komen. Ook zulke operaties lopen via België.’

De Franse minister van Binnenlandse Zaken Darmanin heeft België al met de vinger gewezen. Terecht volgens u?

‘Sinds de honderdjarige oorlog is het voor een Franse minister bon ton om, bij problemen met Engeland, te wijzen naar het “perfide Albion”. Vervolgens rolt Parijs de spieren richting kleine buren om de Engelsen te laten voelen hoe hard Frankrijk werkt aan de vluchtelingenproblematiek.’

Welke rol speelt België volgens jou?

‘Een grotere rol dan je zou denken. Brussel is zowel lokaal als in Europees verband een professionele draaischijf voor juridische bijstand aan de illegale migratie. De aanwezigheid van de grens faciliteert het circuleren van vluchtelingen onder de radar met Kales als poort naar Engeland.’

Blijf je in Kales wonen?

‘Ik ben in Kales geboren en ga hier niet weg. Onze mensen hebben hulp nodig nu de overheden het laten afweten.  Een meerderheid van de Calaisiens staat achter ons en wij zullen ons blijven inzetten om Kales opnieuw leefbaar te maken voor zijn inwoners.’

Gepubliceerd

15.08.2022

Kernwoorden
Reacties

Oud-burgemeester Lode Craeybeckx: ‘Wij laten Frans-Vlaanderen niet los’

Wat kan Vlaanderen nog doen voor Frans-Vlaanderen?

Sticker in Frans-Vlaanderen

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/frans-vlaanderen-2/

Op 25 juli 1948 wordt door de West-Vlaamse letterkundigen Luc Verbeke en André Demedts, het Komitee voor Frans-Vlaanderen (KFV) opgericht. Het is de start van een heuse werking, decennialang motor van alle aandacht op – en steun aan Frans-Vlaanderen.

Deze voor Frans-Vlaanderen onmisbare hulp verdween geleidelijk, samen met de generaties die het in het leven hadden geroepen. Alleen de taalwerking bleef bestaan. Is aandacht voor – en hulp aan Frans-Vlaanderen anno 2022 tot nostalgische folklore of irredentisme te reduceren? Of moet Vlaanderen opnieuw in de voetsporen van deze pioniers treden?

Meer dan lekkere picon?

Als ik de officiële Franse cijfers mag geloven, bezoeken 1,5 miljoen Vlamingen jaarlijks Frans-Vlaanderen. Het aantal Nederlanders ken ik niet, maar die mag je er bovenop tellen. Belangstelling voor Frans-Vlaanderen is er dus genoeg. Maar voor wat de doorsnee Vlaming al lang ontdekte hebben onze politieke, sociale en economische instanties geen oog.

Of het is om er een lekkere picon te drinken, de vele Vlaamse dorpen te ontdekken, te fietsen op de flanken van de Kats- of Kasselberg, of simpelweg om even langs de supermarkt te gaan omdat de prijzen van basisproducten in Frankrijk 1/3 goedkoper zijn geworden dan bij ons. Alle redenen zijn goed om even over de schreve te springen. De vraag is of de Vlamingen ook nog voor iets anders over de schreve willen kijken.

Schoon volk op de Cultuurdag

Jaarlijks organiseerde het KFV één grote Frans-Vlaamse cultuurdag in Waregem, waar Nederlanders, Vlamingen en Frans-Vlamingen elkaar ontmoetten. Je trof er een bonte waaier van persoonlijkheden uit de Vlaamse Beweging, de culturele wereld en de Vlaamse politiek.

Ik maakte er kennis met mensen als historicus Eric Defoort, Ons Erfdeel-uitgever en publicist Jozef Deleu, Dr. Daniel Merlevede, pilaar van de ‘héél-Nederlandse gedachte’ Marten Heida, Nederlander en voorzitter van de vereniging Zannekin, minister van Nederlandse cultuur Rika De Backer, CVP-senator en latere gouverneur Leo Vanackere, Volksunie verkozenen Walter Luyten en Willy Kuijpers, de Nieuwpoortse socialistische burgemeester Georges Montmorency en organisator van de Frans-Vlaamse veertiendaagse in zijn stad. Bruggen bouwen met andersdenkenden  kon toen beter dan nu.

Wat doet tegenwoordig ’t stad, met haar Vlaamsgezinde meerderheid, om de streek te helpen waar de bron van de Schelde ligt?

Het was in die tijd dat de socialistische burgemeester van Antwerpen, Lode Craeybeckx – namens zijn stad – financiële steun toekende aan een Frans-Vlaamse vereniging onder het aangepaste motto ‘wij laten Frans-Vlaanderen niet los’. En dat de provincie Antwerpen onmiddellijk volgde op initiatief van de Volksunie. Wat doet tegenwoordig ’t stad, met haar Vlaamsgezinde meerderheid, om de streek te helpen waar de bron van de Schelde ligt?

Activiteiten

KFV-bezieler Luc Verbeke was een dichter én een man van de daad. Even kort terugblikken op de activiteiten van het Komitee voor Frans-Vlaanderen leert ons dat ze werden georganiseerd in werkgroepen. Kernthema’s waren literatuur, cultuurbeleid, onderwijs, geschiedenis, heemkunde en volkskunde, economie, grenscontacten en toerisme, overheidspersonen, familiekunde en jeugdwerking.

Een apart verhaal was uiteraard de onderwijspoot met de organisatie van vrije cursussen Nederlands, een beetje overal in de Franse Westhoek. Op zo’n vrije cursus heb ik mijn eerste lessen Nederlands gevolgd. En ja, het is met mijn Nederlands goedgekomen!

Taalvragen

Laat ons even naar het onderwijs van de Nederlandse taal kijken. Wat doen de Vlaamse instellingen vandaag concreet voor de promotie van de  Nederlandse taal en de redding van het Vlaemsch in Frans-Vlaanderen? En wat met de nieuwe ontwikkelingen? Het West-Vlaams dialect wordt zonder het Nederlands erkend als regionale taal in Frans-Vlaanderen, maar Vlaanderen zegt niets. Zijn de Vlaamse instanties – al was het maar informatief – tussengekomen om aan de Hauts-de-France uit te leggen dat het West-Vlaams één van de dialecten van het Nederlands is en geen aparte taal zoals men daar orakelt?

Al iemand nagedacht over welke rol de Vlaamse basis- en secundaire scholen in de grensstreek kunnen spelen om immersieonderwijs te bieden en zijn die scholen daarop voorzien? Hoe kan men de studie van Frans-Vlamingen aan de Vlaamse universiteiten faciliteren? Hoe kunnen Vlaanderen én Nederland wetenschappelijke hulp bieden om het spanningsveld tussen dialect en standaardtaal te helpen begeleiden? Ik stel me vele vragen over het verdwijnen van het departement dialectologie aan de universiteit Gent ten voordele van de zogenaamde ‘variatielinguïstiek’. En wat kan het Nederlands Mertens Instituut betekenen in dit verhaal?

Wat doen de Vlaamse verkozenen als morgen Frans-Vlaanderen een klacht indient bij Europa om Frankrijk te dwingen het onderwijs van het Nederlands als tweede taal te verplichten in de Frans-Vlaamse scholen? Kan Frans-Vlaanderen hiervoor rekenen op de steun van de Vlaamse Europese afgevaardigden?

Projecten genoeg

Midden-Vlaanderen kan ook hulp bieden rond allerlei grensoverschrijdende activiteiten. Ik geef er enkele bij wijze van voorsmaak:

  • Wegeninfrastructuur en vervoer van personen: er is een grote vraag naar meer grensoverschrijdende fietspaden, herinvoering van bus, tram en/ of treinlijnen die in de laatste vijftig jaar allemaal zijn afgeschaft.
  • Rekrutering en werkgelegenheid: de West-Vlaamse bedrijven kampen met personeelstekort. In dat kader is een aangepaste informatie nodig vanuit de werkgevers- en sociale organisaties om duidelijk te maken dat de officiële voertaal in Vlaanderen het Nederlands is en niet het West-Vlaams.
  • Tweetalige horeca: vele cafés en restaurants zijn vragende partij om het tweetalig maken van hun communicatie, bewegwijzering, menukaarten, enzovoort. Een leuk project dat nog niet van de grond  kwam door gebrek aan vrijwilligers voor het vertaalwerk.
  • Media/netwerk: op het vlak van de media is er nood aan een eigen webstek of blog die over alle activiteiten inzake Frans-Vlaanderen informeert. Sinds de verdwijning van de Duinkerkse uitgeverij ‘Westhoek uitgaven’ is er behoefte aan een dynamische militante uitgeverij gespecialiseerd in Frans-Vlaamse  en grensoverschrijdende thema’s. En ga zo maar verder.

Een nieuwe wind?

Dat brengt me tot de slotvraag: moet men in midden-Vlaanderen de vele individuele initiatieven en projecten ten bate van Frans-Vlaanderen niet opnieuw samenbrengen en coördineren in een overkoepelend project zoals het KFV dat deed? En opnieuw jaarlijks een Frans-Vlaamse dag of cultuurdag organiseren?

Deze groep zou een nieuwe wind kunnen doen waaien, de druk op de Vlaamse regering kunnen opvoeren,  de culturele, economische en sociale wereld ondersteunen en Frans-Vlaanderen binnen de Vlaamse Beweging opnieuw een plaats geven. 

Gepubliceerd

23.07.2022

Kernwoorden
Reacties

Jean-Paul Sepieter: ‘Wij moeten elkaar nog kunnen verstaan, van Duinkerke tot Delfzijl.’

Een interview met de Frans-Vlaming Jean-Paul Sepieter

Boeschepe, Frans-Vlaams grensdorp en geboorteplek van Jean-Paul Sepieter

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/jean-paul-sepieter-wij-moeten-elkaar-nog-kunnen-verstaan-van-duinkerke-tot-delfzijl/

De naam Jean-Paul Sepieter, militant actief tussen de jaren ‘70 en ’90 van de vorige eeuw, zindert in Frans-Vlaanderen nog na. In die jaren bracht hij er een nieuw geluid dat richtinggevend werd voor alle verdere acties. Ik sprak met hem op het zomerse terras van estaminet het Kerelshof in Kassel terwijl het stadje zich voorbereidde op de komst van de Ronde van Frankrijk. Een gesprek in het Nederlands want Jean-Paul spreekt vlot onze taal.

Jean-Paul Sepieter

In Nederland en Vlaanderen

Je spreekt Nederlands met een zacht Hollands accent.

‘Op achttienjarige leeftijd ontdekte ik als Frans-Vlaming Nederland. Ik voelde me er onmiddellijk thuis. Door er zoveel als mogelijk te komen, en ook in Vlaanderen, leerde ik autodidactisch de Nederlandse taal. Nu weet je waarom mijn taal zacht “Hollands” kleurt. Zo kreeg ik ook de smaak te pakken om kennis te maken met de taal van mijn voorouders.’

Het Vlaams gevoel

Je bedoelt het Vlaemsch van Frans-Vlaanderen?

‘Klopt. In de jaren ’70 kon je nog overal in de Westhoek in Frankrijk Vlaemsch op straat horen. Het was de moedertaal van mijn ouders en mijn grootouders. Ik ben in het grensdorp Boeschepe geboren maar, een beetje per toeval, in Robeke bij Rijsel geland. Hierdoor werd het taalbad van de streektaal me ontnomen. Het voelde niet alleen als een gemis, maar nog meer als een ontworteling.’

Je leerde dus eerst Nederlands, dan de streektaal, en niet omgekeerd?

‘Inderdaad, het is mijn studie van het Nederlands die mijn interesse aanwakkerde om het Vlaemsch van de streek te leren. Via deze weg heb ik ook mijn wortels herontdekt en kreeg ik een Vlaams gevoel.’

Aanleren van de streektaal

Je schreef later een methode om de streektaal te leren.

‘Ziedaar mijn bescheiden aandeel in de taalkundige heropbloei in Frans-Vlaanderen. Dat was het eerste succesvolle leerboek sinds generaties om het Vlaemsch van de Westhoek te leren. De Franse staat had, na de verschijning van mijn boek, nog bijna een halve eeuw nodig om onze streektaal te erkennen. Dat gebeurde vorig jaar, nu er bijna niemand meer is om de taal te doceren, laat staan te spreken. Veel te laat, maar je mag nooit wanhopen, ook niet met jakobijnse domkoppen.’

Hekkerschreeuwen

Over taal straks nog meer. In de jaren ’70 nam je het initiatief voor de oprichting van Hekkerschreeuwen, een drukkingsgroep die een pioniersrol speelde in de vernieuwing van dat Vlaams gevoel. Wat was er vernieuwend aan?

‘Wij zochten nieuwe inspiratie, niet alleen in Vlaanderen en Nederland, maar ook bij andere Franse minderheden als Bretagne, Occitanië, Corsica, enz. Wij wilden vanuit het volk dat nog door- en door-Vlaams was, de volkscultuur, de streektaal, de volksspelen en de volksmuziek nieuw leven inblazen. Thema’s als localisme, ecologie, bescherming en bevordering van de regionale architectuur. Dat was voor Frans-Vlaanderen nogal vernieuwend. Vandaag zijn die thema’s een eigen leven gaan leiden en dat geeft een goed gevoel.’

Bij welke denkers en auteurs vond je inspiratie?

‘Van de filosofen had ik toen zeker Pierre-Joseph Proudhon met zijn Du principe fédératif al gelezen. Ook L’enracinement  (Verworteling) van Simone Weil. Verder de bestsellers van het moment: La révolution régionaliste van de Occitaan Robert Laffont; Comment être Breton van Morvan Lebesque; de werken van Guy Héraud zoals L’Europe des ethnies, en ga zo maar verder.’

Wat heeft de actie van Hekkerschreeuwen blijvend voortgebracht?

‘Wij noemden Hekkerschreeuwen een vereniging voor opbouwwerk en volkscultuur. Dat opbouwwerk stond naar analogie met wat Jan Hardeman en zijn ploeg in het nabije Heuvelland op gang hadden gebracht.

Belangrijk was onze bekommernis voor een Vlaamse, regionale architectuur en over het milieu

Het heeft zeker de bloei van Vlaamse en volkse cafés bevorderd en de heropleving van de volksspelen. Ook de volksmuziek met de steun van pioniers als Alfred den Ouden. Over de Vlaamse volksmuziek schreef ik een boek en kwam ik in Vlaanderen in contact met mensen als Wannes Vandevelde, Herman de Wit van ‘t Kliekske. Belangrijk was onze bekommernis voor een Vlaamse, regionale architectuur en over het milieu.’

Vlaams karakter

Wat heeft architectuur met de Vlaamse identiteit te maken?

‘Na de Eerste Wereldoorlog was de Westhoek helemaal verwoest. De heropbouw in regionale stijl met architecten rond een bezige bij als Cordonnier waren bepalend voor het blijvend Vlaams karakter van vele steden en gemeenten, tot vandaag.

Voor deze activiteiten hadden wij de steun van de betreurde architect Dieudonné Coppin uit Belle, zelf heel creatief de regionale bouwstijl. Ook vroegen we aandacht voor het bedreigd patrimonium zoals de Noordmeulen in Steenvoorde. Vandaag is de molen gerestaureerd en een van de parels van het historisch bouwkundig patrimonium in de streek.’

En waren er ook politieke eisen?

‘Ik zou eerder spreken over metapolitiek. Tegenover de verstikkende, centraliserende politiek made in Parijs brachten wij lokaal een debat op gang rond de eisen ‘leven, werken en zelf beslissen in eigen streek’. Zelf heb ik nog, zonder geldmiddelen of financiële steun, deelgenomen aan de gemeenteverkiezingen in Steenvoorde. Ik haalde toen vanuit het niets meer dan 7% van de stemmen. Maar het bleef door omstandigheden bij deze eenmalige poging.’

Vlaemsch versus Nederlands?

Jij, als kenner van het Nederlands en voorvechter van de streektaal, hoe sta je tegenover diegenen die vandaag in Frans-Vlaanderen het Vlaams en het Nederlands als twee verschillende talen bekijken?

‘Ik ben het bescheiden maar levend voorbeeld van de onwrikbare banden tussen het Vlaemsch en de taal van Vondel en van Michiel de Swaen. In mijn boek Vlaemsch leren kan je lezen dat de door mij gekozen spelling voor het schrijven van de streektaal kort bij de Nederlandse schrijfwijze is gehouden, maar dan doorspekt met wat Saksische en Friese, zeg maar Ingweoonse klemtonen. Het heeft geen zin het Vlaemsch los te willen koppelen van het Nederlands met een schrijfwijze die archaïsch is of nooit heeft bestaan.’

Je leerde eerst Nederlands en dan de streektaal. Is dat niet de juiste weg, de dag van vandaag?

‘Dat is me door omstandigheden overkomen. Dat viel best mee want de Nederlandse spraakkunst gaf me een goede basis. Nederlands studeren en vervolgens streektalen van het Nederlands is, gezien de verfransing van Frans-Vlaanderen, zeker aan te raden. Omgekeerd, wie Vlaemsch leert is een uitstekend kandidaat om vervolgens Nederlands te leren. Dit is geen eenrichtingsverkeer.’

De voorzitter van de ANVT (Academie voor nuuze Vlaemsche taele) refereert wel eens naar je boek als inspiratiebron voor zijn activiteiten.

‘Ik heb met die kringen geen contact. Als je mijn mening vraagt, heeft het verder geen zin om frontaal Vlaemsch en Nederlands met elkaar te laten botsen.

Wij hebben geen tijd te verliezen! Het Nederlands en zijn streektalen vormen samen één bandbreedte en al de rest is van geen belang.’

Onderwijs

Heeft het Vlaemsch een plaats in de scholen? En wat dan met het Nederlands?

‘Nu de Vlaemsche streektaal door Frankrijk is erkend benut men best de hierdoor ontstane ruimte en mogelijkheden overal waar het maar kan. Hoe sneller hoe beter, vooraleer de Franse Republiek opnieuw van gedachte verandert. Men moet aan de slag in de scholen, de media en de openbare ruimte.

Het ene gaat het andere nooit overschaduwen. Wij moeten elkaar nog kunnen verstaan, van Duinkerke tot Delfzijl

Ik kom regelmatig in Duitsland en andere Germaanse landen. Ik zie overal dat streektalen worden gebruikt in de publiciteit, in bordcommunicatie van steden en gemeenten. De Duitse standaardtaal is daardoor nog niet in gevaar gebracht! Hoe zou het? Het Vlaemsch van de streek is, net als de dialecten van andere talen, historisch gezien ouder dan de standaardtaal. Ze verrijken de standaardtaal. Verder zou ik zeggen: leven en laten leven. Het ene gaat het andere nooit overschaduwen. Wij moeten elkaar nog kunnen verstaan, van Duinkerke tot Delfzijl.’

Met een link naar het Nederlands, toch?

‘Jazeker, en wie die link ontkent is al even dwaas als de jakobijnen die wij bestrijden. Ook in de tweetalige communicatie van de gemeentenamen ben ik het met je eens dat, naast de orale traditie, uiteraard ook de historische bronnen dienen te worden geraadpleegd. De naamtoekenning aan gemeenten en straten is een werk van specialisten. Vertegenwoordigers van de lokale geschiedenis, specialisten in plaatsnamen én taalkundigen moeten hiervoor samenwerken. De mensen die daar nu in Frans-Vlaanderen alleen over beslissen zijn eigenlijk niet bevoegd.’

Hoe kan men de brug maken tussen Vlaemsch en Nederlands?

‘Ik doe een oproep aan de taalkundigen en de studenten aan de Vlaamse en Nederlandse universiteiten. Er is een grote behoefte om een vergelijkend leerboek Vlaemsch-Nederlands samen te stellen. Het zou ons helpen om de historische en etnoculturele brug te maken tussen streektaal en Standaardnederlands. Taalwetenschappers kunnen het spanningsveld tussen Vlaemsch en Nederlands in Frans-Vlaanderen in positieve zin beïnvloeden. Wij verlangen naar een initiatief van de universitaire wereld.’

De Taalunie

Akkoord met de eis om het Nederlands ook te erkennen als regionale taal zoals het geval is in de Elzas met het Elzassich én het Duits?

‘Ik steun alle voorstellen om meer plaats te geven én aan het Vlaemsch én aan het Nederlands. Maar het Nederlands benut mijns inziens niet alle mogelijkheden. De Taalunie moet namens de Vlaamse en Nederlandse regeringen duidelijke afspraken gaan maken met het onderwijs en de politieke instanties van de Hauts-de-France.

Men zou ook een initiatief kunnen nemen bij de Europese instanties om te bekomen dat in, elke grensstreek, het onderwijs van de taal van de buur veralgemeend en zelfs verplicht wordt. In Vlaanderen leert men verplicht Frans op school, al kan het kwalitatief beter. Maar waarom kan dat niet met het Nederlands in Noord-Frankrijk naast het Engels? Drietaligheid in een grensgebied is een absoluut minimum. De druk van Europa kan onze politici, die het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen aan zijn lot overlaat, wakker schudden! Ook Vlaanderen heeft er baat bij, was het maar om de o zo moeizame rekrutering van personeel te faciliteren!’

Gepubliceerd

10.07.2022

Kernwoorden
Reacties

Het geheim van het Canadees Memorial van Vimy

De zon als verbinding tussen hemel en aarde

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/het-geheim-van-het-canadees-memorial-van-vimy/

Het Canadees Memorial van Vimy in Artesië is een van de meest indrukwekkende monumenten ter nagedachtenis van de gesneuvelde Canadese soldaten van wereldoorlog I. Het monument werd sinds zijn onthulling in 1936  door miljoenen mensen bezocht. Maar bijna niemand weet dat enkele jaren geleden werd ontdekt dat het monument zo ontworpen is dat het de schijnbare baan van de zon weergeeft op bijzondere momenten van het jaar.

Vimy in Artesië

Het Canadese memorial staat op de heuvelrug van Vimy in Artesië , ongeveer 145 meter boven de zeespiegel. Deze plaats is voor altijd verbonden met de vreselijke bloedbaden van de eerste wereldoorlog. We bevinden ons op het grondgebied van de gemeente Givenchy en Gohelle, tussen de steden Lens  en Atrecht, aan de westelijke kant van de vlakte van Dowaai. Hier werd van 9 tot  12 april 1917 de slag bij Vimy uitgevochten.

Het was de eerste keer dat vier Canadese divisies samen deelnamen aan een veldslag. Een overwinning voor de Canadezen, dat wel. De Duitsers werden teruggedrongen en één dag later werden de meeste Duitse posities op de heuvelrug veroverd. Maar dit gebeurde ten koste van  enorm veel mensenleed. Bijna 4.000 Canadese soldaten verloren er het leven en nog  7.000 soldaten moesten gewond het slagveld achterlaten.

Toen de Canadese autoriteiten deze, voor hen, zeer symbolische plaats kozen voor het bouwen van het Memorial, schonk Frankrijk in 1922  de heuvelrug en het hele slagveld van 100 ha rondom. Vandaag lijkt de omgeving op een ruw golfterrein, maar het is nog  bezaaid met loopgraven, tunnels, kraters en mijnenvelden. Het grootste deel is nog steeds ontoegankelijk voor bezoekers wegens ontploffingsgevaar.

Beeldhouwer van monumentale beelden

In 1920 besloot Canada om een memorial te bouwen voor al haar gesneuvelde soldaten in Frankrijk. De  ontwerpwedstrijd stond  open voor alle Canadezen en inspireerde  architecten, beeldhouwers, ontwerpers  en kunstenaars. De jury ontving 160 ontwerpen  en 17 ervan werden weerhouden.

Dit resulteerde in oktober 1921  tot de keuze van het winnend project ingediend door Walter Seymour Allward, een beeldhouwer van monumentale beelden uit Toronto. Allward had al heel wat monumentale beelden op zijn actief,  onder meer de  Boer War Memorial in Toronto en  de Alexander Graham Bell Memorial in Brantford. Nog een tweede ontwerp, nl dat van Frederick Chapman Clemesha werd eveneens weerhouden.

Steen uit Kroatië

In 1922 verhuisde Allward naar Londen. Van daar uit begon zijn moeilijke zoektocht naar de juiste steen met de juiste kleur, structuur en helderheid. Zijn dure, maar schitterende keuze viel uiteindelijk op witte steen uit het paleis van Diocletianus in Kroatië en afkomstig uit een Romeinse steengroeve nabij Seget. 6.000 ton steen werd per schip naar Frankrijk getransporteerd en vervolgens per spoor en per vrachtwagen tot de site van Vimy.  Men kon pas in 1925 aanvangen  met de bouw van het monument die elf jaar zou duren.

Monumentale kunst

Het voetstuk  van het memorial symboliseert een onneembare verdedigingsmuur van zeven meter hoog en  is uit 11.000 ton beton vervaardigd. Aan de uiteinden van het voetstuk staan twee beelden: ze symboliseren het breken van het zwaard en  de sympathie voor de hulp vanwege de Canadese natie.  In het midden ziet men de afbeelding van een vrouw gehuld in een mantel. Ze is de verpersoonlijking van  Canada Berett of Moeder Canada, de jonge natie  die treurt om haar doden.

Aan de achterzijde, aan weerszijden van de trappen, staan de beelden van een treurende vader en moeder. Op de buitenmuur van het monument zijn de namen van 11.285 Canadezen gegraveerd die in Frankrijk sneuvelden en van wie het graf onbekend bleef.

Centraal op het voetstuk staan twee reuze zuilen van zo’n dertig meter hoog, reikend naar de hemel. Een pijler draagt het blad van een esdoorn, nationaal embleem van Canada; en de andere de lelie die Frankrijk symboliseert. Boven op de zuilen zijn symbolische figuren in de steen gebeiteld. Ze staan voor recht, vrede, liefdadigheid, vertrouwen, eer en ook waarheid, kennis en opofferingsgeest.

Het geheim

Er is veel symboliek verwerkt in het beeldhouwwerk. Maar dat is niet alles. Vreemd genoeg is de waarnemers iets ontsnapt dat pas enkele jaren geleden werd ontdekt of, moet ik schrijven, herontdekt. Philipe Boukni, een plaatselijke geneesheer en amateur historicus uit de streek, geraakte geïntrigeerd door de oriëntatie van het memorial en de open ruimte tussen de twee zuilen. Na allerlei metingen gaf het monument zijn laatste geheim prijs: in de periode van de zomer- en  van de winterzonnewende komt de zon precies in de as van het memoriaal tevoorschijn.

In de periode van 21-23 juni  is het alsof de zon uit het monument wordt geboren en perfect de as gevormd door de opening tussen  de twee zuilen volgt.  Zelfde natuurspektakel in de winter, bij de winterzonnewende rond 21 december,  wanneer de zon gaat verdwijnen precies aan de voet van het monument.

Natuurlijke symboliek

Het fenomeen staat nergens in de toeristische en historische gidsen beschreven. Het is moeilijk te begrijpen hoe het komt dat, bij  een internationaal project van zulke omvang, men vergeten is wat schuilt achter de zuilen van het Canadees Memorial van Vimy. De jaarlijkse waarnemingen zijn maar van korte duur en dat is wellicht de reden dat het zolang aan de aandacht van iedereen kon ontsnappen. Onderzoek in het archief van Walter Seymour Allward bewijst nochtans dat het fenomeen gewild was. Verschillende, voorafgaande schetsen van de kunstenaar tonen dit aan.

Het  is overduidelijk dat Walter Seymour Allward  de natuurlijke symboliek van de zon als verbinding tussen hemel en aarde heeft verwerkt in de symboliek en de architectuur van het memorial. Dat de Franse en Canadese autoriteiten weinig weerklank hebben gegeven aan deze ontdekking heeft misschien te maken met het feit dat men rond een gedenkteken voor slachtoffers van de oorlog als Vimy geen heidense bedevaarten wil aantrekken in de stijl van wat zich jaarlijks op plaatsen als Stonehenge voordoet.

Gepubliceerd

23.06.2022

Kernwoorden
Reacties