Michiel de Swaen

Wij schrijven 1971. Ik was 15 jaar en las in de plaatselijke krant van de nakende oprichting van ene "Michiel de Swaenkring". Schande : ik had nog nooit gehoord van deze Michiel de Swaen. Wie kon dat toch zijn ? Maar de bijgevoegde melding "regionalistische beweging van de Vlamingen in Frankrijk" was geruststellend. Wij waren dus niet alleen, er waren nog mensen die iets wilden doen voor de taal en cultuur van onze streek! Mijn vriend Stefaan en ik namen onze fietsen en reden op de afgesproken dag naar Kassel, op zoek naar de initiatiefnemers. Er stond geen adres vermeld in dit korte artikel en dus zochten wij de hele namiddag van café tot café, en op de lange duur van huis tot huis naar de heer ... de Swaen. Maar niemand had weet van deze bijeenkomst en bij nacht werd onze zoektocht opgegeven. Anders hadden wij wellicht tot de stichtende leden behoord van de Michiel de Swaenkring!

Aen den Heer Van Heel

Wat claegt gy, heer van Heel, wat doet gy Hollant treuren,
Omdat een wilde Swaen syn kust verlaten heeft?
De Swaen, met een meerder recht, tot rouwe sigh begeeft,
Nu een soo soet verblyf niet meer hem magh gebeuren.


O Hollant ! vreedsaem lant, waerin de vryheyt leeft,
Wat socht ik die vergeefs by uwe nagebueren,
Waer Frans en Castiliaen de rust en vrede schueren,
Waar't hooft der borgery voor vreemde heeren beeft...


O had ik, lieve Lant, in uw begryp gebleven,
Hoe vroylyk wiert myn stem tot singen voorts gedreven,
Of aen de Rotte-stroom, of midden op de Maes!


Nu leef ik in een oort waer vreughde is uytgeweken;
Myn spys is bittre gal, myn sang... Eylaes! Eylaes!
Och! Och! waer heb ik my, misleyde Swaen, versteken!’


Michiel de Swaen