Vlaamsgezinde Fransman was 20 jaar lang "baas van Parijs"

Nicolas Bourgeois, raadsman van de regionalisten

Ondanks zijn rijkgevulde carrière als jurist, schrijver en voorman van de Vlaamse Beweging in Frans-Vlaanderen was Nicolas Bourgeois niet zo bekend aan deze kant van de "schreve". In de vele boeken en encyclopedieën die over Frans-Vlaanderen en de Vlaamse Beweging verschenen komt zijn naam niet veel voor. Eigenaardig toch als men weet dat deze Vlaamsgezinde "Fransman" niet minder dan de "baas" van de stad Parijs is geweest.

Nicolas Bourgeois werd op 4 september 1896 te Rijsel geboren in een familie die stamt uit de Leievallei (de streek van Armentiers, Waasten, Komen). Zijn grootvader was eigenaar van de "marktskeppe", een schip dat de goederendienst verzekerde tussen de markten van Ariën aan de Leie, Menen en de tussengelegen gemeenten. Zijn vader was dirigent van militaire muziekkorpsen, en zijn moeder stamde uit een boerenfamilie.

Nicolas bracht zijn eerste levensjaren door in Zuid-Frankrijk, in de Occitaanse stad Béziers, waar zijn vader in het plaatselijke garnizoen dienst deed.

Elite

In 1905 verhuisde Nicolas naar Parijs waar zijn vader tot dirigent van het beroemde muziekkorps van de "Garde Républicaine" was benoemd.

In de Franse hoofdstad deed de jonge Bourgeois zijn middelbare studies in een der bekendste gymnasia van Frankrijk, nl. het Lycée Charlemagne. Daar ontmoette hij knappe koppen als schoolmakkers: acht toekomstige studenten aan de Polytechnische Hogeschool en twee latere leerlingen aan de Ecole Normale Supérieure.

Daarna trok hij naar het lyceum Louis le Grand om de ingangsexamen voor de Ecole Normale Supérieure voor te bereiden. Hij behaalde er zijn diploma in 1916.

Deze school vormt in Frankrijk de elite van het land. Daar leerde Nicolas Bourgeois mensen kennen die later beroemd werden, o.m. Georges Dumézil en Pierre Gaxotte, beiden nadien lid van Académie Française, en ook Alfred Kastler, fysicus en Nobelprijswinnaar in 1966, die allen met hem bevriend bleven en met wie hij nog tot aan zijn dood regelmatig correspondeerde.

In deze bijzondere sfeer behaalde Bourgeois zijn diploma van doctor in de politieke en economische wetenschappen. Zijn thesis handelde over Proudhon en het federalisme en werd later in boekvorm gepubliceerd.

Na zijn studies volgde zijn legerdienst als reserveofficier bij de zeemacht en studeerde hij Nederlands bij het Franse leger.

In 1919 werd Meester Bourgeois benoemd tot secretaris en even later tot kabinetschef van de voorzitter van de Parijse gemeenteraad.

In deze functie zou hij als "papegaai van de stad Parijs" zoals hij zichzelf noemde, tussen 1919 en 1939, meer dan de helft van de redevoeringen schrijven die door de gemeenteraadsleden, de burgemeester en de plaatselijke volksvertegenwoordigers werden gehouden.

In 1941 werd deze topfunctie door maarschalk Pétain afgeschaft en moest Nicolas Bourgeois met vervroegd pensioen. Hij keerde definitief terug naar Frans-Vlaanderen en werd er een bekende advocaat, later stafhouder, aan de balie van Duinkerke-Hazebroek.

Schrijver

In 1973, hij was toen 77 jaar oud, stopte hij definitief met zijn drukke beroepsactiviteiten. Hij bleef echter zeer actief, met het schrijven van boeken en artikels. Want Meester Bourgeois was zijn leven lang en begenadigde en vruchtbare schrijver.

In 1920 publiceerde hij zijn eerste boek le Nord dévasté en in 1927 verscheen van zijn hand Proudhon, le fédéralisme, et la paix. In 1935 ontving hij met zijn roman le berceau sous le beffroi de literaire prijs van de stad Rijsel. Dit boek, uitgegeven bij Plon, werd in Frankrijk een bestseller.

In 1943 verzorgde hij voor het Frans-Vlaamse tijdschrift La Vie du Nord een vervolgroman over het legendarische leven van Tisje-Tasje. In dezelfde periode publiceerde hij ook een vervolgverhaal in de Franstalige krant Le Soir onder de naam "les rescapés de la visschersbende".

Hij werkte mee met de redactie van talrijke kranten en tijdschriften zoals o.m. Le beffroi de Flandre, Le Lion de Flandre, en de Torrewachter. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij ook de schrijver van een rubriek "brief uit Parijs" voor de krant De Standaard.

In 1970 verscheen Les Hexagons. De la Gaule à la France et de la France à l’hexagone een van zijn beste boeken dat de geschiedenis van Frankrijk op humoristische wijze samenvat, onder de bescherming van de Franse academie voor geschiedenis.

In 1979 publiceerde hij nog zijn mémoires Comment avoir une patrie à aimer.

Raadsman

Bourgeois was ook tijdens zijn leven lang actief voor en in de Vlaamse Beweging in Frankrijk. Tijdens het interbellum was hij o.m. secretaris van de Franse Federalistische Partij .

Hij speelde een belangrijke rol in de Vlaamse beweging in Frankrijk, behoorde tot de leiding van het Vlaams Verbond van Frankrijk naast Jean-Marie Gantois, en was ook later lid van talrijke Vlaamse verenigingen en o.m. erevoorzitter van de Michiel de Swaenkring.

Tot op het eind van zijn leven was Nicolas Bourgeois de veel gevraagde raadsman van de jonge regionalisten in Frankrijk . In zijn prachtige domein het "Olmkasteel" in Hazebroek ontving hij, tot kort voor zijn dood, en met veel hartelijkheid en enthousiasme al wie zich wou inzetten voor de Vlaamse zaak in Frans-Vlaanderen.

Na een rijkgevuld leven overleed Nicolas Bourgeois in Hazebroek op 28 maart 1982 . Enkele weken later verscheen postuum, en als eerbetoon voor de grote Vlaming die hij was, zijn vervolgroman La vie légendaire et véridique de Tisje Tasje in boekvorm.

 

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in Gazet van Antwerpen van 21.02.1976

 

 

randomness