Stop de tijd

(Naar aanleiding van het thema van de Vlaamse Erfgoeddag 2013)

Erfgoeddag Stop De TijdGrootvader werd wakker met de haan die kraaide, met de geluiden van de dieren in de stal en met het gezang van de vogels die het ochtendgloren begroetten. Een wekker bezaten mijn grootouders wel, maar nooit heeft iemand het ding horen rinkelen.

Van zonsopgang tot zonsondergang werkte hij op de boerderij. Hij droeg een ouderwets zakhorloge met een zilveren kast, maar, om te weten hoe laat het was, keek hij naar de stand van de zon, of naar de dieren die naar de poel kwamen om te drinken. De schaduw van een boom of van een paal in de weide of, bij gebrek, zijn eigen schaduw, gebruikte hij als zonnewijzer. Zijn zakhorloge raadpleegde hij bedenkelijk een keer op de middag, louter ter bevestiging van de natuurelementen.

‘s Nachts behielp hij zich dan weer van de sterren en de maan, alsook van de temperatuur, de geur en de klanken van de duisternis om te weten hoe laat het was en wat voor weer op komst was.

‘t Was de tijd dat de Frans-Vlaamse boeren niet om 12 u., maar wel een uur later, met de hoogste zon pauzeerden voor het middagmaal. ‘t Was de tijd dat minuten en seconden van geen tel waren: grootvader sprak bij voorkeur in volle uren. ‘t Was de tijd toen haast en stress onbekende begrippen waren.

Bij mijn grootvader stopte de tijd en voelde ik me verbonden met de oerkrachten van het leven.

 

Arrêter le temps

(écrit à l’occasion de la journée du patrimoine 2013 en Flandre)

Mon grand-père se réveillait avec le chant du coq, les bruits des animaux dans l’étable et le cri des oiseaux saluant l’aurore. Mes grands-parents possédaient bien un réveil-matin mais personne ne l’avait jamais entendu sonner.

Grand-père travaillait à la ferme de l’aube au couchant. Il portait sur lui sa vieille montre dans un boitier argenté mais, pour connaitre l’heure, il observait d’abord la position du soleil ou guettait le moment où les animaux venaient s’abreuver dans la mare. Il se servait de l’ombre d’un arbre, d’un piquet dans la prairie ou, à défaut, de son ombre comme d’un cadran solaire. Sa montre ne lui servait pas à grand-chose sinon qu’à confirmer ce qu’il lisait dans la nature.

La nuit, la lune et les étoiles, mais aussi la température, les odeurs et les sons de l’obscurité lui dictaient l’heure et le temps à venir.

C’était au temps où les "boers" de Flandre ne s’arrêtaient pas à 12 h pour la pause de midi mais une heure plus tard, lorsque le soleil est au zénith. C’était au temps où les minutes et les secondes ne comptaient pas : grand-père parlait de préférence le langage des heures. C’était au temps ou hâte et stress ne figuraient pas encore au vocabulaire des gens de la terre.

Auprès de mon grand-père le temps s’arrêtait, pour laisser place aux forces premières de la vie.

 

 

randomness