Noordzee

Ik hou niet van die zinderende hitte van ’t Zuiden
Van die indringende zon die alles ontdekt
Ik hou niet van die glasharde staalblauwe hemel
Van dat grasloze land dat zich lusteloos stekt.

Ik hou niet van die luie en stoffige middag
Waarin alles wat leeft voor de zon is gevlucht
Ik hou niet van die barsten in de keiharde bodem
En ik word nerveus van die trillende lucht.

Ik hou van de donkere kleuren van ’t Noorden
Van het grijs en het groen en hun veilige rust
Ik hou van ’t voorzichtige licht van de morgen
Op de knisprende duinen van de Hollandse kust.
Ik hou van de adem die je ziet in de kilte
Van de zwiepende striemende regen op zee
Ik hou van de nevel en zijn beschermende stilte
Van de inktzwarte nacht van november-aan-zee.

Ik hou van de kust waar het water kan kolken
De schelpen en het hout voor het spelende kind
Ik hou van de schuimende zee en de wolken
Met krijsende meeuwen die dansen in de wind.

Ik hou van de wieren die de pieren begroeien
Van de bruisende branding in de zakkende zon
Ik hou van de kleuren die zachtjes vervloeien
Aan de kust van mijn jeugd
Waar alles begon.

En met nieuwe muziek en met andere woorden
Zal ik hier altijd verwonderd weer staan
En zingen over de zee van het noorden
Daar voel ik me thuis want
Daar kom ik vandaan.

Paul van Vliet/ vrij naar H. Knef/ 1974

 

 

randomness