Nerthus, een godin aan de Noordzee

Omstreeks 98 na onze jaartelling schreef de Romeinse geschiedschrijver Tacitus in zijn Germania (hoofdstuk 40) dat de Langobarden (tussen Elbe en Weser), de Awionen (inwoners van de Noordzeeeilanden en Ditmarschen), de Angeln (inwoners van Jutland en Schleswig) en andere kleine Noordzeevolkeren ieder voorjaar een ommegang voor de Germaanse godin Nerthus hielden.

"Een groep volkeren, die aan de Noordzee wonen, vereren samen Nerthus, dit is de Moeder Aarde. Ze geloven dat Nerthus deze volkeren bezoekt . In de oceaan ligt een eiland met een heilig bos. Daar bevindt zich een wagen met een doek bedekt . Alleen een priester mag hem aanraken. Hij stelt vast wanneer de godin in haar heiligdom aanwezig is, spant koeien aan de wagen, en begeleidt haar met bijzondere eerbied. Het zijn dan dagen van feest en vreugde op alle plaatsen die zij met haar komst en verblijf vereert. De wapens zwijgen : in die periode wordt er geen oorlog gevoerd. Alleen dan weet men wat rust en vrede is. Dit duurt zolang tot de priester de godin, die het contact met stervelingen stilaan moe wordt, terug naar haar heiligdom brengt. Geholpen door slaven verdwijnt de godin dan, met wagen en doek, in de eindeloze zee .(...)".

Tacitus vereenzelvigt de naam Nerthus met Terra Mater, moeder aarde. Het Griekse nerteroj dat "onderaardse" betekent, kan ook een verklaring zijn. Volgens Aat van Gilst was Nerthus "misschien evenals Holda, godin van de onderwereld en de vruchtbaarheid.". *

* Aat van Gilst, Wijze vrouwen en godinnen, Uitgeverij Aspekt, 2001.

 

 

randomness