Munitie voor een canon

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/munitie-voor-een-canon

Herinnert u zich nog de aankondiging dat er een Vlaamse canon zou komen? Ik schrok me toen een aap bij de overtrokken reacties van een handvol universitaire historici.  ‘Er is in Vlaanderen geen enkele professionele historicus  voorstander van een canon’, zongen Bruno De Wever en confraters in koor. Inmiddels loopt een commissie van een tiental specialisten zich warm om er  aan te werken. Met tien geven ze zich twee jaar tijd om de canon te schrijven, stel je voor. Ook schrijver Stefan Hertmans verklaart onbevreesd in Knack (23 december) dat hij  ‘niet ziet wat het probleem is met die veelbesproken canon’.

Met de aanvang van het nieuwe jaar neem ik steeds enkele goede voornemens. Bij vrienden is dat meer sporten. Ik ga voor het samenstellen van een Frans-Vlaamse canon.

Geschiedenis: het geheugen van een volk

Wat moet er komen in mijn Frans-Vlaamse canon?

Voorafgaand wil ik het bekende citaat van de dissident Milan Hübl in herinnering brengen: ‘Om een volk te doen verdwijnen begint men met zijn geheugen af te nemen. Men  vernietigt zijn boeken, zijn cultuur, zijn geschiedenis. Vervolgens schrijft iemand anders andere boeken, vanuit een andere cultuur en verzint een andere geschiedenis. Het volk vergeet dan langzaam wie het is en wie het was. En de wereld rondom hem vergeet nog sneller.’

Maar dat  leerden ze in de Franse kolonies ook, al waren vele ‘Fransen’ aldaar van een prachtige ebbehouten kleur.

Op de Franse schoolbanken  leerde ik nog, eerste paragraaf van mijn boek geschiedenis, en ik citeer: ‘Onze voorouders waren de Galliërs. Ze hadden blond haar en blauwe ogen.’ Maar dat  leerden ze in de Franse kolonies ook, al waren vele ‘Fransen’ aldaar van een prachtige ebbehouten kleur.

Onze Togolese, Marokkaanse en Algerijnse ex-Franse lotgenoten hebben uiteraard recht op hun geschiedenis. En evenzeer de Frans-Vlamingen. Onze canon voorziet vrij en vrank in de restitutie van wat ons is ontnomen: onze identiteit als Vlaming.

Een canon zonder grenzen?

Minister van onderwijs Ben Weyts liet in de Financieel Economische Tijd opschrijven (18 september 2020): ‘Ook moet de canon respect tonen voor de territoriale verscheidenheid en de verschuivende grenzen die voorafgingen  aan onze huidige natievorming’. Kom dat wel goed Ben? Moet men zich herinneren  aan de verschuivende grenzen om wat er nu buiten valt te vergeten… of te verbinden? Zijn Komen en Moeskroen, bijvoorbeeld, historisch minder Vlaams omdat Belgische politici ze ooit voor een bord linzensoep hebben geruild?

De Frans-Vlaamse canon volgt : ‘La Flandre une et triple’  van Valentin Bresle, een  Vlaamsgezinde Rijselnaar, actief tijdens het interbellum. Vlaanderen zonder grenzen, van Breskens in Zeeuws-Vlaanderen  tot Grevelingen in Frans-Vlaanderen. Klinkt dat niet mooi hedendaags?  In een historische vogelvlucht zijn of waren wij ooit Nederlands, Diets, Grootnederlands, Bourgondisch, Frankisch of Germaans. Dat laat sporen na, ook extra muros. Maar Vlaanderen blijft voor de Vlamingen de erkenbare, kleinste gemene deler. Terloops, een vraag aan Ben: Stopt jullie Vlaamse canon echt aan de Belgische grenzen?

De Guldensporenslag, een mythe?

Met Hendrik Conscience hebben sommige universiteitsprofessoren blijkbaar niet leren lezen. Historici zonder gevoel voor romantiek: saai. Dat het Nederlands van Conscience  niet je dat was, dat Jan  Breydel niet deelnam aan de strijd, dat de Brabanders tot het vijandige kamp behoorden en Namen onze bondgenoten waren…  En dan?

Het zegt alles over wie  Vlaanderen wou inpalmen, over de krachts- en sociale verhoudingen tussen de machthebbers, de steden en de burgers.

Deze slag blijft toch ‘zowel politiek als militair een erg interessante veldslag’ vond ook prof. Luc de Vos in zijn boek Veldslagen in de Lage Landen. Het zegt alles over wie  Vlaanderen wou inpalmen, over de krachts- en sociale verhoudingen tussen de machthebbers, de steden en de burgers. Als symbool van onze ontwakende vrijheden en als overwinning van de underdog kan dat tellen.

Over de mythevorming schreef de Franse dichter en theatermaker Jean Cocteau:  ‘Mijn voorkeur ging altijd naar de mythologie boven de geschiedenis omdat de geschiedenis een waarheid is die van mond tot mond vervormd wordt tot leugens, terwijl de mythe van mond tot mond in kracht toeneemt en écht wordt.’

Eén zaak is zeker: talloze strijders in de Vlaamse gelederen waren afkomstig uit mijn geboortestreek. De Guldensporenslag zal dus een ereplaats krijgen in een Frans-Vlaamse canon. Mijn hoed af voor Hendrik Conscience.

De taal

Naast de geschiedenis wil ik graag in een Frans-Vlaamse canon ook plaats geven aan de taal als geheugen van een volk.

George Steiner, Frans-Amerikaanse literatuurwetenschapper en cultuurfilosoof schreef:  ‘De dood van een taal, ook al wordt ze nog maar gefluisterd door een handjevol mensen op een perceel geteisterde aarde, is de dood van een wereld’.

Voor onze voorouders, gestraft met het signum en met tikken op de vingers omdat ze Vlaamsch spraken, gaat de Frans-Vlaamse canon de linguicide die zich momenteel in Frans-Vlaanderen voltrekt, met data en feiten benoemen.

Collaboratie

Volgens een onderzoek van Arnaut Van Vlierden gemaakt voor de VRT antwoorden de Vlamingen dat de collaboratie het eerste is wat in zo’n Vlaamse canon moet komen.

Zijn punt was dat ze de lading niet dekken om iemand aan te klagen en te veroordelen die het Belgische feit niet erkent.

Lode Claes, bij leven Vlaamse senator en voorzitter van de Vlaamse Volkspartij, nodigde me ooit uit na te denken over de begrippen ‘verrader’, ‘vijand’ en ‘collaboratie met’.  Niet omdat hij zijn verleden wou witwassen. Zijn punt was dat ze de lading niet dekken om iemand aan te klagen en te veroordelen die het Belgische feit niet erkent.


Hij citeerde graag  Edward Hallett Carr, auteur van What is history? : ‘De verliezer betaalt. Het lijden is eigen aan de geschiedenis. Elke grote periode heeft haar slachtoffers en overwinnaars.’

En Friedrich Nietzsche voegde er aan toe : ‘De geschiedenis wordt altijd geschreven vanuit het standpunt van de overwinnaar.’

De opmerking van Lode Claes geldt ook voor sommige Bretoenen, Elzassers en Frans-Vlamingen in die periode die zich enkel als  geografische Fransen erkenden. In een Frans-Vlaamse canon breng ik deze periode rustig onder de noemer ‘Tweede Wereldoorlog, winnaars en verliezers’.

Konijn met pruimen

Wat nog in een Frans-Vlaamse canon? Vlaanderen overweegt mijn lievelingsgerecht op te nemen: konijn met pruimen. Lekker! Maar is dat geen discriminatie van de vegetariërs? Gaat Vlaanderen een konijn uit de lege doos toveren uit angst voor kritiek?

Een Frans-Vlaamse canon zal rustig onze identiteit als Vlaming benadrukken en de ‘eigen aard’, van onze gemeenschap, spijts jakobijnen en mondialisten van allerlei slag, trachten weer te geven met voorbeelden uit de kunsten, de wetenschappen en het volksleven. Munitie genoeg voor mijn canon.

randomness