Kaaster in de XVIIe en XVIIIe eeuw

Toponymie volgens de toenmalige bronnen

KaasterNiet alleen het zacht glooiende landschap van Kaaster is aantrekkelijk, maar de toponiemen die de vroegere geslachten aan wegen en velden, beken en boerderijen gegeven hebben zijn er al even kleurig en plastisch als overal in het oude West-Vlaanderen. Ze roepen met hun klank de sfeer op waarin iemand als Karel Lodewijk Grimminck dit dorp en zijn bewoners benaderd heeft.

Kaaster ligt langs de heerweg die van Kassel kom en even verder bij ’t Roo Cruuce, zich splitst in een scherpe hoek: de eigenlijke heerweg loopt over Strazele door naar Atrecht, terwijl een zijtak over Belle en Wervik de richting Doornik uitgaat. De rechte weg werd in vroegere eeuwen doorgaans (Cassel-) Steenstraete genoemd terwijl de zijtak veelal de Ste Omaers straete heette.

Sanderus die de rechte weg ook Groote Steenstraete noemt op zijn kaart van de kasselrij van Kassel, vermeldt o.m. ook Oudeneem, Caester Meulen, Tempel Meulen en Cruispopelier Meulen. Vreemd dat Sanderus de Kaasterse Rederijkerskamer het Knaapgilde noemt, onder de bescherming van de H. Nikolaas (van Tolentijn, gevierd op de 9e van Bloeimaand, d.i. mei) terwijl iedereen in het spoor van Carnel deze Kamer als de Libertijnen vermeldt, opgericht in 1540 met als leuze "Wij leven door victorie". Opvallend ook dat deze Libertijnen de H. Nikolaas als patroon hadden.

Pastoor Witsoet is zoals bekend de auteur van twee toneelstukken, het ene over de Drie Maagden, het andere over Grimminck. Maar over die Witsoet verder meer.

1. Register van 1633: bezittingen van kerk, kapel, school en "disch"

Dit is een van de drie archiefstukken uit de Kaasterse pastorie die ons een schat aan oude toponiemen meedelen. Vooreerst worden de drie heerlijkheden aangehaald: Oudeneem, Noortover en Cruucepopeliere.

De molens die ter sprake komen zijn: de Hillemeulens (ook op de vermelde kaart van Sanderus afgebeeld), Moorbergs Meulen, de Popeliere Meulen, Oudenems Meulewalle.

De vermelde wijken hebben natuur- of persoonsverbonden namen: de Daegeraert met de Daegeraerts brugghe, het Biestierveld, de Esch, de Thieushouck. Een brug in de Ste Omaers straete heet vreemd genoeg Steenen oftte Houten Brugghe. Waarom bestond er een Cappelle Kerckhof? De pastorie heet er priestraige en er blijkt een schuur bij te horen.

Boerderijen met eigen naam zijn o.m. Stamers stede en de Ghersbrander. Sommige velden en weiden hebben veelbetekenende namen als : het Noortrat ("bil"), Pieres land (eigenaar was Pieres), de Wercman, de Hollemeersch, de Gilthalle ...

Hier volgen dan de wegnamen:

  • Vontestraetkin
  • Popelierestraete
  • Casselsteenstraete ofte Steenstraete
  • Ste Omaers straete ofte Hellestraete
  • ’t Nieuwstraetgen ofte Nieuwestraetgen
  • Lappelinus straete
  • Haesebrouckstraete
  • ’t Serincstraetkin (bij " ’t gescheet tusschen Vleteren en Caestre" : "grens’)
  • Lappelant straete
  • Holstraete (loopt over de Plaetse)
  • Poperynckwech (een voetweg)
  • Sperweg (id.)
  • Casberchstraete
  • Mermesstraetkin
  • Meerins straetkin (hetzelfde?)

Straten zonder naam heten dan : de straete loopende van Vleteren ten Thieushoucke, een straetgen commende van de dreven van Oudenem en loopende naer ’t goed van Heere Walrand vanden Coorenhuuse.

Dit landboek verwijdt geregeld naar de Ouden Slaper, d.i. het vroegere landboek dat niet meer gebruikt wordt en dus "slaapt". Hij werd in 1533 opgemaakt door Pieter Quaclays, erfachtich prochiepape ("pastoor’). De oorsprong van Cappelrie en Schoole staat hierin opgetekend, dit wordt "ter memorie" aangehaald ...

2. Register van Erfvenissen en Onterfvenissen creaties van reten ende verbanden der prochie ende heerlijkh. Van Caestre, beginnende julij 1684

Dit deerlijk gehavend register van zowat 8 cm dikte is lastig om te lezen, maar bevat op zijn beurt veel plaatsnamen en andere boeiende gegevens. Nog niet vermelde wijknamen zijn : de Galge, ’t Abbelgheemse In Caestre, (misschien een heerlijkheid), de Cuere van Caestre, Oostlynde, (Baeckhouck dat ook voorkomt zal wel in Eke liggen). Dit keer wordt ook de Tempel Meulen ( van de Commanderie ) vermeld en de Caester Meulen Wal.

Er zijn drie soorten paadjes : de jockwegh, de voetwegh en de dossewegh : het verschil zal wel niet groot geweest zijn. Wegen en straten niet in 1633 vermeld zijn:

  • Groenestraete (betaat nog)
  • Het Ste Andries stratje (stratge)
  • Vleterstraete
  • Bellestraete
  • Bammaert straete
  • Wallestraetee
  • Schepper straete
  • ’t Warande stratgen
  • Booterstraete
  • Mauwestraete
  • Paradys straete
  • Haesebrouck voetwegh
  • ’t Veurne stratge
  • Bellewegh
  • Caester Meulen dreeve (sic)
  • Cappelledreve (bij de kapel)

De kapel wordt uitvoerig aangehaald als: cappelle van de Drie Maegden, gheseyt Onse Lieve Vrouwe van Gratien (1688)

3. Algemeyne Bewijsboek der goederen, Reghten ende onderrichtingen aengaende de pastorie van Caester, gestight door Gabriël Petrus Witsoet, beginnende van syne aenkomste tot de selve op den VII junii MDCCLXVIII (1768)

Dit boek is kostelijk in perkament gebonden en de voorpagina is door de auteur in sierschrift met rode, groene, gele inkt en met goud verlucht.

Het bevat het verhaal van Witsoets belevenissen ten gevolge van de "verschrikkelijke veranderingen en vervolgingen" onder de Franse Revolutie, een stuk dagboek dat zeker gepubliceerd verdiend te worden. Een afschrift van zijn overlijdensakte in de gevangenis van Dowaai sluit ontroerend aan bij het relaas van z’n lijdensweg en verbanning ( overleden in 1795, hij was 75 jaar oud). Op blz. 79 kopieert in dit boek een opvolger van hem, pastoor Staelens, alle goederen van kerk, kapel, pastorie en"disch" uit het landboek van 1748.

Het eerste vermelde goed van de pastorie is "een grondeken met huys daerop gesticht dienende tot zondagschoole gefondeerd door d’Hr. Grimminck ende geannexeert aen de Cure deser prochie 30 R (oeden)".

In vorige registers niet vermelde wijken zijn: het Hondenest, de Roode Cruuce (of Roo Cruuce), de Toulifant (in de buurt van de Thieushouck en Oostlynde), de Doorne (niet ver van het Hondenest), de Paradys beken en de Daegeraet (moderne vorm voor Daegeraert). Een straete of jockweg wordt zo beschreven : leedende al drayende van de Daegeraet naer ’t Bystiervelt ende vandaer voorts tot de voorschreven Steenstraete. Twee niet vermelde straten of wegen : de Zevenstraete en ’t Clytstraetken.

4. Hedendaagse bronnen, bestaande opschriften, kadaster en stafkaarten

Enkele decennia geleden droegen twee herbergen in Kaaster nog Vlaamse namen: Caester Linden en Au Roosendael, niet ver van de kapel. "Au driehoek" bestaat nog steeds. ’t Wit Huis was de Nederlandse naam van een huis in de buurt van de kerk. Aan het kruispunt tussen de groene straete en de Haesebrouckstraete stond er vroeger een in een huis ingebouwde kapel met het volgende mooie opschrift : "O mensch en stelt hier niet een voet of weest maria gegroet".

De stafkaarten bevatten volgende Vlaamse toponiemen: Eger nest, Moere Houck Veld, Bieswal, Foene Becque, Noord Becque, Hondsteen (beek) en Galge (beek).

Op het kadaster ontdekte ik o.m. Schaep dreve, Lusberg, Fontaine du Lusberg, en Oosten Lynde (hetzelfde als Oostlinde). De Franse toponiemen op de stafkaarten en veel straatnamen zijn klakkeloze vertalingen. Rouge croix (Roo Cruuce); Nid de Chien (Hondenest), Peuplier (Popeliere), enz.

5. En de namen van de mensen zelf?

De achternamen zijn doorgaans nog de hedendaagse namen van de Westhoek : Harnoets, Rondeel, Landuut, Emerwyn, Vanden Wyngaeerde, Kerfyser, Trioen, Terninck, Paeschesoonen Wecxsteen, Cartoen, Lantschout, Van Graevelynghe, Waghemaker, enz. Nog boeiender zijn de voornamen, vooral nu er in Zuid-Vlaanderen weer belangstelling groeit voor eigen namen.

Jongensnamen:

  • Adelsoen
  • Adolph
  • Antheunis
  • Bernaerd
  • Boudewijn (Bouden)
  • Christiaen
  • Clais (Nicolais)
  • Colaert
  • Daniël
  • Frans
  • Geraerd (Gheraert)
  • Hend(e)ryck (Hendrick)
  • Ingel
  • Jan (heel veel)
  • Joos
  • Kaerel (Caerel)
  • Lambrecht
  • Laureins
  • Maetys
  • Michiel (veel)
  • Nicases
  • Pieter (heel veel)
  • Piet Jacob
  • Robert
  • Stasen
  • Thomaes
  • Walrand
  • Willem (Guilliaeme)
  • Wouter (Woulter)

Meisjesnamen:

  • Agate
  • Anneke
  • Anne Marye
  • Cathelyne
  • Claereken
  • Claercken
  • Christiene (Chriestiene)
  • Francijneken
  • Gileine
  • Helene
  • Isabelle
  • Jaecquemyncke
  • Janneken
  • Maeyken
  • Margeriete
  • Phlipote
  • Pieternelle
  • Thereese
  • Willemyncken

Een van de schenkers krijgt de eer van een indrukwekkende aanhaling: Bernaert van Caestre, ruddere en broedere vanden Hospitaele van Ste Jans te Hierusalem over zee. En op een andere plaats: Bernaert van Caestre, ruddere en broedere vanden Hospitaele ordine van Hierusalem van St Jans te Roodes (1633). Een andere heer wordt aangeduid als de Heer Grave van Ruimbeecke ( de Heer van kaaster)

6. Naschrift

Proeve tot verklaring van enkele toponiemen.

  • Abbelgheemse: het Ebblingemse (Appelgem is de volksnaam voor Ebblingem).
  • Baeckhouck: bake is varken of baken.
  • Bammaertstraete: Bammaert is waarschijnlijk een persoonsnaam.
  • Biestiervelt (Bystierveld): biestier betekent "arm" (verwant met bijster).
  • Bieswal: wal met veel biezen, ook persoonsnaam.
  • Busselboom: buksboom.
  • Daegeraert of Daegeraet: "dageraad", misschien in het oosten gelegen. Vermoedelijk is "Point du jour" een latere vertaling hiervan.
  • Foene Becque: ik vind geen verklaring, misschien verschrijving op stafkaart?
  • Ghersbrander: waar gras verbrand werd?
  • Ghilthalle: gildehal, lakenhal.
  • Hellestraete: erg slechte straat?
  • Hille: heuvel.
  • Hollemeersch: uitgeholde, ingezakte weigrond.
  • Holstraete: uitgeholde staat, holle weg.
  • Hondsteen: steenachtige grond (bij Hondenest)?
  • Lappelinus: waarschijnlijk hetzelfde als Lappeland : een lap land?
  • Lusberg: ofwel vervorming van kluisberg, ofwel luizige (slechte) berg (veld).
  • Mauwestraete: in de vorm van een mouw?
  • Meulewal: verhevenheid waarop een molen staat.
  • Moere houcke: veengrond.
  • Oudeneem (Oudenem): vervorming van oude heem of hem?
  • Roelcruuce: Roel is waarschijnlijk een persoonsnaam, misschien is Roelcruuce tot Roo cruuce vervormd.
  • Roo Cruuce: rood kruis of vervorming van Roelcruuce (volksetymologie). Lans de Sint-Omaerstraete liggen ook Corte Cruuce en Lange Cruuce, die waarschijnlijk alleen kruispunt betekenen (er staan geen kruisen).
  • Schepper straete: Schepper kan persoonsnaam zijn.
  • Serinckstraetkin: siringe is een buisje, of iets anders? Bloemnaam?
  • Stamer stede: waarschijnlijk Sint-Omaars stede, verkorting van de volksuitspraak Sint Ammers?
  • Sperwegh: die wel eens versperd was?
  • Thieushouck: persoonsnaam Thieu of Mathieu (als tieuw uitgesproken zoals Mahieu ook als Ma-hieuw uitgesproken wordt).
  • Toulifant: vreemde naam, waarschijnlijk olifant "toethoorn"?
  • Vontestraete: vonte is het gevondene, straat waar iets bijzonders gevonden is? Hoogstwaarschijnlijk niet "doopvont".

De besproken documenten bevatten natuurlijk nog heel wat meer wetenswaardigheden, namen van pastoors en kapelaans, gebruiken bij verkopingen, erfenissen, jaargetijden, betaling van pacht, en vooral in het jongste: een stuk geschiedenis van de merkwaardige pastoor Witsoet.

Cyriel Moeyaert (verschenen in Iepers Kwartier, 1978, nr. 2)