In de "Auberge Flamande" te Waten spreekt men Vlaams

De weinig gekende charme van de Nederlanden in Frankrijk

Voor veel mensen zijn de Nederlanden in Frankrijk nog onbekend gebied. Spijtig, want de aparte schoonheid van dit heerlijke land is zeker de moeite om te leren kennen. Zowel met de wagen als op de fiets of te voet kan je deze gevarieerde streek ontdekken, met zijn onmiskenbare Bokrijk-trekjes. Ze staan er nog, de gezellige warme huisjes, omringd door meidoornhagen, en met een strodak, waarop de "donderbaard" bloeit.

De velden van het Blootland, lijken ongemerkt over te lopen in de eindeloze zee. Langs de grachten en kanalen, de "watergangen", op de hoger gelegen gronden van het Houtland leeft en werkt een rustig volk. Je ziet er nog ongestoord kinderen spelen rondom gezellige kerktorens of in de schaduw van het belfort dat ze "steetorre" noemen, de stadstoren. Je kan er hem nog écht tegenkomen, de Vlaamse boer, van ’s ochtends tot ’s avonds tussen z’n kleigrond en de weidse hemel. En de mannen die ’s zondags de handboog spannen of een oeroude, meer atletische vorm van pétanque spelen, de West-Vlaamse bolletra met zijn zware, notenhouten bollen, afgeplat als grote kazen.

Een paradox voor vele onvoorbereide bezoekers, deze eenvoudige Vlaamse mensen in het meest noordelijke hoekje van Frankrijk. Je ziet ze zo typisch altijd druk in de weer rondom hun huis en je merkt ook meteen aan de taal die ze spreken, dat dit "mensen van ons" zijn, apart gebleven door een arbitraire staatsgrens. Hun taal lijkt helemaal op het West-Vlaams, maar is verbazend schilderachtig en ook meer humoristisch dan naar het noorden toe ... precies omdat ze door en door oorspronkelijk is gebleven.

Waten aan de A

Doorheen de eeuwen hebben die zuidelijkste Nederlanden omwille van hun geografische ligging meer onder oorlogen geleden, onder plunderingen, moorden en verwoestingen als waar anders in de Lage Landen ook. Er is in Frans-Vlaanderen geen heuvel of beek, zelfs geen weg te vinden die niet het oude verleden oproept, met zwaar geweld, soms met roem, altijd met littekens.

Dit stukje verloren Vlaanderen valt makkelijk te ontdekken, omdat het zo dicht bij ons gelegen is. De moeite wordt ook grandioos beloond met een heerlijk landschap en de kennismaking met boeiende, vergeten geschiedenis en tradities van bij ons.

Uitstekend geschikt voor een eerste kennismaking is het kleine stadje Waten, gelegen in het hart van de Nederlanden in Frankrijk, dat men bereikt via Ieper, Steenvoorde en Kassel. Waten aan de A mogen we niet verwarren met het West-Vlaamse grensdorp Watou "bij de schreve".

Waten aan de A ligt gevat in een van de mooiste landschapen van de zuidelijkste Lage Landen. Hier eindigt op de Watenberg (Waten-boven), de keten van de Vlaamse bergen. Aan de voet van deze heuvel (72 m) vloeien de A, de Kolme en de Holne (Houle). De andere waterweg, het Monsterleet, vormt volgens Blanchard (*) met de oude Kolme, nu deels Broekburgse vaart, de twee takken waarlangs de oude A in vroegere tijden de zee bereikte. Dat staat al beschreven in een keure van Filips van de Elzas uit 1172. De benaming "Monsterleet" overleefde ook als famlienaam in de omgeving van Waten. Aan de overkant van de A beginnen de Artesische heuvels met de Sperlekeberg die prachtig bebost is.

Blootland en Houtland

Hier ontdekken we ook een uitzonderlijk contrast tussen de twee landschappen : het Blootland dat ongelofelijk vlak is tot aan de zee, en het Houtland, een gloeiend landschap met bosjes en hagen. Tot de 7e eeuw bedekte de zee het hele Blootland. De kust liep tegen de Artesische heuvels langs Giezene en Aarde tot aan Sint-Omaars die het eind vormde van een baai. Vandaar keerde de kustlijn weer voorwaarts terug langs Oudemunster (Sint-Mommelins, dat de mensen nu De Bakke noemen), kwam heel dicht bij Waten dat een smalle geul vormde, en liep dan naar Sint-Winoksbergen via Millam, Merkegem en Bollezeele.

De dorpen Millam, Drinkham en Pitgam verwijzen in hun naam nu nog op die "in-ham" (b.v. Millam = middel-ham). Precies die versmalling van de baai tussen de Sperlekeberg en Watenberg heeft aan Waten, door de eeuwen heen, z’n strategisch belang gegeven. De naam Watten (wadde = doorwaadbare plaats) is ervan afgeleid. Enerzijds was de weg over het water bijna de enige vanwege de talrijke bossen die de streek bedekten. Anderzijds liep de aloude Romeinse heerweg van Kassel naar Bonen via deze "wadde".

Vergeet ook niet van het stuk moerenland te genieten dat aan de overzijde van de A ligt, en doorsneden is met talloze watergangen en riviertjes "die als zwaarden blinken in de avondzon" (Jean-Marie Gantois). Niet te verwonderen dat Albrecht Rodenbach bij dit grootse uitzicht inspiratie kwam zoeken voor zijn Gudrun dat ook André Demedts’Lied van Wate inspireerde.

Evoluerend verleden

Graaf Dirk van de Elzas, die in 1168 bij Grevelingen sneuvelde, verkoos de beroemde abdij van Watten om er begraven te worden. Erasmus, die in de buurt verbleef, kwam hier de rijke abdijbibliotheek raadplegen. Ook de molen is nu een beschermd monument, gebouwd in 1731 op een laatste bult van de heuvelrug, en enkele jaren geleden prachtig gerestaureerd. Hij is achthoekig, van het stenen, Artesische type, uniek in de Westhoek.

Op de flank van de Sperlekeberg, midden in het bos, merk je een bunker die de grootste van de wereld genoemd wordt, opgetrokken door de Duitsers om er V2’s te bouwen en richting Engeland te lanceren. Naar St-Omaars toe, waarvan je de witte torens in de verte ontwaart, staat een "pannerie", zoals hier de pannenfabriek wordt genoemd, met gebouwen en schoorstenen die de schoonheid van het landschap gelukkig minimaal verstoren.

Met zijn rijk gevulde geschiedenis kan het niet anders dat Waten in de loop van de eeuwen vaak van uitzicht wijzigde. In de 20ste eeuw veranderde het voorkomen van de stad vooral door de omlegging van de loop van de A die nu meer westerwaarts, achter de huizen vloeit.

De Sint-Gilliskerk domineert het stadje. De eerste melding over deze kerk dagtekent van 1336, maar al een eeuw eerder in 1228, werd hier eerste parochiekerk gebouwd. Voordien stond er alleen op Waten-boven een kerk die van 1150 dateert.

De slanke torenspits van de Sint-Gilliskerk waaide om op 19 december 1800. Het kerkschip is in de 19de eeuw helemaal gewijzigd in een niet erg mooie neo-gotiek. Rechts van de ingang kun je een Vlaams opschrift zien in steen gebeiteld dat door de tijd werd uitgewist. Je leest alleen nog: IN ’T JAER ONS HEEREN M...

Op het kerkhof naast de kerk, rust de grootste zoon van Waten : Jean-Marie Gantois (1904-1968), historicus, schrijver en voorman van de Vlaamse Beweging in Frankrijk.

Een bezoek aan Waten is zeker aanbevolen voor al wie houdt van mooie historische landschappen kort bij huis. En voor wie er dorst van krijgt : in de "Auberge Flamande" of "A la Tête d’Or" spreekt men Vlaams.

(*) Meer details bij Karel de Flou, Woordenboek der toponymie van Westelijk Vlaanderen, Vlaams Artesië het Land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, 1914-1938, blz. 977, en bij Raoul Blanchard, La Flandre, 1906, blz. 277.

 

 

randomness