Over identiteit

Over het begrip identiteit wordt in de laatste tijden veel geschreven. Zie hier enkele bedenkingen.

Identiteit als paradox

Als een persoon aan identiteitsverlies lijdt komt er een psychiater aan te pas. Men vindt hem heel erg gestoord. Als een groep, een gemeenschap, een volk aan identiteitsverlies lijdt zou dat "vooruitgang" betekenen, "opengaan voor de wereld" enz. Hoe vallen die twee te rijmen?

Een andere merkwaardige paradox vindt men in een bepaald ecologisch discours. Leve de biodiversiteit voor de vogeltjes, de dieren, de planten. En terecht. Maar hebben de volkeren en de talen van deze aarde dan niet dezelfde rechten als de bloempjes en de bijtjes? En waarom is verscheidenheid alleen wenselijk voor het ecologische - en niet voor het culturele erfgoed? Albert Einstein schreef : "Ik ken enkel twee zaken die oneindig zijn : het universum en de menselijke domheid. Alhoewel voor het universum ben ik niet absoluut zeker."

De identiteit als problematiek

De identiteit is een complexe maar boeiende materie : de Franse historicus Fernand Braudel had meer dan duizend blz. nodig en drie dikke boekdelen om de identiteit van Frankrijk te definiëren. Frans-Vlamingen weten waarom. En de Duitsers zoeken al eeuwen een antwoord op de vraag :Was ist Deutsch? Wat is Duits?

De objectieve identiteit is het rustig aanvaarden van een zekere mate van determinisme: "'t es ezo" zeggen ze hier in de Westhoek. Ze staat noch de vrijheid noch de evolutie in de weg, maar ze negeren leidt tot een pathologische toestand van ontworteling. Tegenover de postmoderne mythe van de "keuze" staan de feiten: niemand kiest zijn ouders en zijn voorouders, niemand kiest zijn genetisch erfgoed, niemand kiest de plaats en het ogenblik van zijn geboorte, niemand kiest zelf zijn eerste school, zijn culturele basis, enz.

Men kan later zijn ouders verloochenen, zijn volk, zijn cultuur, en een andere taal gaan spreken. Maar daarmee is een identiteit niet zo maar uitgewist. Men kan ook verbieden of verboden worden. Maar een verbod versterkt meestal het identiteitsgevoel.

En nog dit: wie zijn eigen identiteit opgeeft vervalt noodzakelijkerwijze in het slecht kopiëren van de identiteit van een andere. Wie zei ook weer : "Qui pourrais-je imiter pour être original ?" ...

De subjectieve identiteit is het aanvaarden van, het zich herkennen in en het beleven van de eigen identiteit. Zeker niet kritiekloos: right of wrong, my country/mijn volk.

Het is niet het miskennen of het niet accepteren van de andere. Integendeel: het is door het bestaan van de andere dat mijn eigen identiteit ontstaat.

Identiteit maakt het leven zinvol, want ze is de brug van verleden naar heden en van heden naar de toekomst. Het verleden in de betekenis die Johan Huizinga er aan geeft : Het is de oorsprong van het ’t nieuwe wat onze geest in ’t verleden zoekt.

Heliotropisme en identiteit

Het heliotropisme is door mijn goede en betreurde Frans-Vlaamse vriend Nicolas Bourgeois ooit gedefinieerd als 'het fenomeen waardoor mensen, zoals planten, zich naar de zon draaien.' Het is, bij extrapolatie, thuis de neus ophalen voor eigen identiteit om zich dan als toerist te vergapen aan de meest markante uitingen van de identiteit van andere volkeren.

Hoe exotisch hoe liever: veehoendende Maasai zien, carnaval vierende Brazilianen, waterpijprokende Turken, kameeldrijvende Arabieren, batikkende Javanen, keteltrommelende Antilianen , voodoo, sirtaki, jodelende Tirolers in lederhosen.. Ai, bij “lederhosen” treedt geneerde stilte in en bij “vendelzwaaien” moet men braken.

Dienen de culturele tradities van volkeren enkel nog opdat wij ons als toerist niet zouden vervelen? Of is traditie enkel nog wat de andere ons meebrengt, als toerist of vluchteling? Hebben onze kinderen nog wel recht op hun identiteit?

Wie ben ik, vrij en vrank

Wie ben ik - en in welke volgorde: een Fransman? Een Europeaan? Een wereldburger? Een Frans-Vlaming? Een Vlaming?

In Frankrijk en België leven wij in landen waar we verplicht zijn onze identiteitskaart altijd op zak hebben en onze identiteit altijd thuis te laten. Mijn identiteitskaart is Frans maar daarom is dat mijn identiteit nog niet. En ondanks het feit dat ik jaren in België woon heb ik de ene niet-identiteit - met name de Franse - niet willen ruilen voor een andere niet-identiteit - te weten de Belgische.

Wereldburger, dat wil ik ook niet zijn. Ik voel niets voor de "global village", een contradictio in terminis, waar de diversiteit elke dag een beetje meer uit verdwijnt. Het klinkt me ook net iets te veel als de totalitaire "brave new world" van Huxley.

Een Europeaan voel ik me wel, maar ik spreek dan over het échte Europa, erfenis van het rijk van Karel de Grote. Niet het Europa van kolen en tomaten, dat asociaal, ultraliberaal en ondemocratische zootje onder Franco-Duits bevel dat ons vandaag de dag wordt geserveerd.

Ik kom, om te concluderen, stilaan dichter bij huis en hou van de symboliek in de uitspraak van de Frans-Engelse schrijver Hilaire Belloc "mijn vaderland is de Noordzee" waarmee ik hier die landen rond de Noordzee wil aanduiden waarmee ik de meeste affiniteiten heb en ook waarlangs mijn venster op de wereld openzwaait. In die landen en meer bepaald in de gebieden van de oude 17 provinciën kan ik overal wonen. In Vlaanderen, aan weerskanten van de Schreve, voel ik me helemaal thuis.

Mijn identiteit is dus Vlaams. Maar trouw aan mijn engagementen van gisteren, vandaag en morgen verkies ik een hogere dimensie om mijn identiteit te definiëren. Ik ben een Vlaamse Nederlander. En dit zal ik handhaven.

 

 

randomness