Het legendarisch leven van Tisje Tasje

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verscheen in een Noord-Franse weekblad een vervolgverhaal met de titel La vie légendaire et véridique de Tisje Tasje. Het raakte vrijwel in de vergetelheid tot de auteur het volledig werk opnieuw samenbracht met de hulp van enkele vrienden.

Dit boeiend volksverhaal werd in boekvorm opnieuw uitgegeven door de uitgeverij Westhoek Editions in Duinkerke. Het is het meesterwerk van Nicolas Bourgeois, en van de meest talentvolle schrijvers in de Franse Nederlanden.

Het legendarisch en waarachtige leven van Tisje Tasje verscheen oorspronkelijk als vervolgverhaal in 1944 in het regionalistisch weekblad La Vie du Nord dat op een voor die tijd hoge oplage van 50.000 exemplaren verscheen.

Straatventer

Maar wie was deze Tisje Tasje? Op het kerkhof van Noordpeene, een dorpje in de Westhoek van de Franse Nederlanden, op enkele kilometers van de Kasselberg, bevindt zich nog steeds het mooi smeedijzeren grafkruis van Tisje Tasje, met zijn echte naam Jan Baptist van Grevelynghe. Een Nederlands opschrift vermeldt dat hij geboren werd in Buysscheure in 1767 en stierf in Noordpeene in 1842.

Tisje Tasje oefende het zeer actieve beroep uit van straatventer. Het hele jaar door doorkruiste hij de Westhoek, van boerderij tot boerderij en van dorp tot dorp, om zijn waar te verkopen, voornamelijk pijpen en "tassen". Jan Baptist, Tisje dus, de man die "tassen" verkoopt, werd door de volksmond herdoopt tot Tisje Tasje.

Om zijn klanten aan te trekken vertelde en zong Tisje Tasje in een bijzonder sappig West-Vlaams zijn grappige verhalen, spreuken en liedjes die hij dikwijls zelf schreef of componeerde.

Onze held bleek een waar schrijftalent te bezitten. In de meest zuivere traditie van de oude rederijkers was hij tevens de auteur van een "Toneelstuk die vermeld den ondergang van Bonaparte als ook de stantvastige liefde van Constantinus ende Fidélia" waarvan het manuscript - van de hand van Tisje Tasje zelf - bewaard bleef.

In een tijd waar kranten zeldzaam waren was Tisje, steeds op de baan en van alles op de hoogte, een levende gazet, waarvan de komst steeds een hele gebeurtenis betekende. Het zal niemand verwonderen dat Tisje Tasje vlug gekend was in de hele Westhoek. Des te meer daar hij een goede raadgever was en zijn wijsheid spreekwoordelijk werd. Zonder twijfel verdiende Tisje Tasje op het einde van zijn leven meer geld als raadgever voor zijn streekgenoten met erfenis- en andere problemen dan met zijn bescheiden handel.

Bij zijn dood in Noordpeene op 25 november 1842 was Tisje Tasje reeds een legende geworden, een toonbeeld van volkswijsheid en trouw aan zijn steek. Velen Frans-Vlaamse publicaties zullen zich door hem laten inspireren, denken we bijvoorbeeld aan de vooroorlogse Tisje Tasje almanak.

Pierlala

In dit boek komt het groot talent van de schrijver Nicolas Bourgeois als verteller, heemkundige en historicus duidelijk tot uiting. Hij laat Tisje Tasje herleven, sinds zijn prille jeugd ingeworteld in de geschiedenis van zijn voorouders, vergroeid met hun legenden, en voorzanger van een eeuwige wijsheid die haar oorsprong vindt in het verste verleden van zijn volk.

Bourgeois brengt Tisje Tasje tevens in verband met de grote politieke beroeringen van zijn tijd : de Franse Revolutie, het Keizerrijk en nadien, de val van Napoleon.

Tisje Tasje zag ongetwijfeld met tegenzin de komst van die revolutionairen "de vreemdelingen" zoals hij ze noemde, "die zelfs geen Nederlands spraken zoals normale mensen".

Volgens Nicolas Bourgeois was Tisje Tasje zelfs de schrijver van een nieuwe versie van het lied Pierlala dat genoteerd werd door Edmond de Coussemaker en gepubliceerd in zijn boek Chants populaires des Flamands de France

Als dit juist is, laat dit weinig twijfel over de houding van Tisje Tasje tegenover de plaatselijke vertegenwoordigers van de Franse Revolutie. Antwoord zijn Pierlala niet " ’k gaan weg" op de revolutionair die hem roept: "Ja, wij zijn al Franschen te gaer" en "Geen Vlaemsch kon hier te pas. Gij moet hier roepen, par peloton/ met ons Viva la nation!"

Enkele jaren later wierp de militaire conscriptie van Napoleon weer olie op het vuur in de Franse Nederlanden. De hele bevolking, met Fruchard als leider, kwam in opstand.

Was Tisje Tasje hier ook de grijze eminentie van de opstand zoals de auteur het schreef? Waar eindigt de werkelijkheid en waar begint de mythe in het leven van Tisje Tasje? Nicolas Bourgeois zou zeker Jean Cocteau hebben beaamd die schreef: " Ik heb steeds de mythe verkozen boven de geschiedenis omdat de geschiedenis van mond tot mond vervormt en een leugen wordt, terwijl de mythe van mond tot mond meer kracht krijgt en erin slaagt werkelijkheid te worden".

Dit artikel verscheen in Gazet van Antwerpen van 29 maart 1983.


Het boek "La vie légendaire et véridique de Tisje Tasje" verscheen bij uitgeverij Westhoek Editions, in 1982, enkele weken na de dood van Nicolas Bourgeois.

Een website over het geboortedorp van Tisje Tasje : www.noordpeene.com