De opwarming van de aarde en de geschiedenis van de Noordzee

Persmededeling 1/2009

Opwarming van de aarde

Welke gevaren brengt de opwarming van de aarde mee voor de Noordzeekust ?

De geschiedenis van de Noordzee en de evolutie van de kusstreek doorheen de eeuwen kunnen ons helpen inschatten wat de gevolgen kunnen zijn van een stijging van de zeespiegel.

Rond het jaar 1000 lag de kust vlak voor Sint-Omaars en Sint-Winoksbergen in Zuid-Vlaanderen en liep zo naar Oudenburg en Brugge. De stad Sint-Winoksbergen was met een landtong verbonden met het "vasteland" en langs drie kanten door de zee omringd.

Voor de kust was de gehele vlakte van het Blootland bedekt met slijk en stroomde ze bij elke hoge water weer onder. Bij de vloedtij van de lente- en herfstevening verdween ze volledig in de baren, op enkele eilandjes na. Dit woeste landschap was toch al bewoond in prehistorische tijden, o.m. bij De Panne en Brayduinen, en kan best worden vergeleken met de huidige Waddenzee, langsheen de kust van de Noord-Nederlandse provincies Friesland en Groningen.

De kust was dooraderd met vele inhammen en kreken, waarvan sommige diep in het land drongen. Een van die kreken werd gebruikt door het grote Vikingleger dat uit Engeland kwam en onze streken verwoestte in 879. Toponymische en geografische studies hebben uitgewezen dat het bruggenhoofd van de Vikings naar alle waarschijnlijkheid in ... De Walle (La Motte-aux-Bois) was gelegen, op de plaats van het oude kasteel van de graven van Vlaanderen.

Dankzij hun drakars, die door hun geringe diepgang ook in ondiep water konden varen, bereikten de Vikings De Walle (La Motte-au-Bois), waar ze een eerste kamp oprichtten. Dit kamp was toen rechtstreeks met de Noordzee verbonden en daarom voor hen zeer veilig. Van hieruit trokken ze midden juli 879 op verkenning en verwoestten te vuur en te zwaard de Leievallei en Terwaan. Op 28 juli, volgens de oude kronieken, plunderden en verwoestten ze de Sint-Bertijnsabdij te Sint-Omaars (Sithiu). Over de Leie drongen ze dan door tot Gent, waar ze een nieuw winterkamp betrokken, om nadien de Schelde weer op te varen.

De geografische toestand die we hier beschrijven ten tijde van de Vikings was ongeveer dezelfde in de derde eeuw en waarschijnlijk niet ouder. De invasie van de zee in een zo uitgestrekt territorium zou langzaam en geleidelijk zijn verlopen en dus zonder grote menselijke catastrofen.

Volgens de Gentse professor AdriaanVerhulst bleef het waterpeil van de Noordzee nagenoeg stabiel vanaf de Romeinse tijd. Maar vóór die periode en teruggaand tot 3000 jaar voor onze jaartelling steeg het waterpeil met ongeveer 15 cm per eeuw. De stijging tussen 7000 en 3000 v.o.j. wordt op 50 cm geschat en die daarvoor, tussen 9000 en 7000 v.o.j. zelfs op volle twee meter per honderd jaar..

Naar de huidige tijd toe kost het enige moeite om zich dat in te beelden: de Noordzee die over het Blootland zou stromen, zoals duizend jaar geleden, Sint-Winoksbergen opnieuw een kuststadje en kreken die landinwaarts reiken tot Moerbeke en Sint-Omaars... Toch is dat het beeld dat we ons moeten vormen van een stijgend waterpeil in onze streken. Zonder een menselijke ingreep zou de zee erg snel opnieuw de ruimte innemen die ze in de Middeleeuwen heeft moeten prijsgeven.

Alleen is de menselijke situatie niet meer dezelfde: al deze laaggelegen vlakten van Zee-Vlaanderen zijn nu dicht bevolkt en omvatten tientallen gemeenten. Bovendien liggen de haven van Duinkerke, die een vitale economische troef van deze streek is, en ook de kerncentrale van Grevelingen, vlak in de zone die wordt bedreigd door een stijging van het waterpeil.

Wat stelt de overheid voor om Zee-Vlaanderen en zijn bevolking te beschermen ? In Nederland heeft men een masterplan dat investeringen van vele miljoenen euro voorziet om het land voor te bereiden en te beschermen tegen deze dreiging. Hoe ver staan wij met een masterplan voor Vlaanderen ? Wat stellen onze verkozenen voor ? Moeten we misschien wachten op de eerste rampen vooraleer er iets in gang wordt gezet ?

Wido van Kaaster