Chronologie van de geschiedenis van de kapel en van de voorchristelijke legende van de drie Maagden te Kaaster

Kaaster819 : kerstening van de heidense site ter ere van de Drie Nornen in de Karolingische tijd. Oprichting van de eerste kapel. Ontstaan van de huidige legende.

1142 : de kapel wordt vanaf dat jaar tot aan de Franse Revolutie eigendom van de Tempeliers en hun opvolgers, de commanderij van de Ridders van Malta.

13e eeuw : vermoedelijke periode van de bouw van de eerste toren.

Voor 1450 : melding van het bestaan van een codex aanwezig in de kapel en bron van alle latere geschriften over de kapel en de legende van de Drie Maagden. Bestaan van een beeld van O.L. Vrouw op de maansikkel, beschreven in het handschrift van rector Neufville. Dit beeld is later met de Beeldenstorm door de Geuzen vernield.

15e eeuw : bouw van de huidige middenbeuk (oudste gedeelte van de huidige kapel).

1475 : oudste geschreven en nog bestaande bron over de kapel (wordt bewaard in het departementaal archief te Rijsel).

1493, 5 juli : het kindje van Achilles Quabeur wordt zonder leven in de kapel binnengebracht en komt weer tot leven om te kunnen gedoopt worden. In de periode 1493-1498, melding van elf soortgelijke "mirakels".

1567, 18 september : de Geuzen liggen in een hinderlaag op het kerkhof met de bedoeling de kapel te plunderen. De "Torrewachter" slaat alarm en de Geuzen worden afgeweerd. Enkele dagen later worden de kapel en de mausoleum van de Drie Maagden totaal verwoest door de Geuzen. Volgens de overlevering was het in de middeleeuwen de gewoonte dat men al biddend tussen de 3 graven van het mausoleum rondging. De schilderijen over de legende worden evenwel gered. Volgens de overlevering was het in de middeleeuwen de gewoonte dat men al biddend tussen de drie graven van het mausoleum rondging.

1576 : nieuwe beeld van O. L. Vrouw met melding van dit jaartal onderaan de sokkel.

1635 en volgende jaren : onder het bewind van Albrecht en Isabella worden er voortaan Mariadagen gehouden in Kaaster, dit gedurende 60 jaar. Aflaatbrieven van de Jezuïeten.

1636 : kaart "Comitatus Flandriae" (Mercator-Hondiusatlas) van Hendrik Hondius met melding van "de 3 Maegdekens kapp."

1638 : de kapel wordt een eerste maal door de Fransen verwoest. Wordt meermaals beschadigd tussen 1638 en 1677. "In’t jaert 1638 hebben onderstaen d’invasie van de Fransen viant enten dien opgheve hebben, ook de landen eigendom van de kapel quytscheld ghehadt van impositien competerende ’t Hof van Cassel, van den Sesten-deel". (J. Diegerick in la Chatellenie de Cassel en 1638 et 1639, in Bulletin du Comité Flamand de France 1860-1862).

1639 : Kaaster "gheabandoneert van de inwoonders en de pachters" (J. Diegerick).

1646 : publicatie van de Verheerlijkt Vlaandre door A. Sanderus met melding van "De 3 Maegden Capp(el)".

1647, 1657 en 1658 : de godsdienstige plechtigheden worden in de Kapel geschorst wegens de voortdurende invallen van de Franse troepen.

1647 : oudste melding over de kapel en de legende van de Drie Maagden van Kaaster in het boek van J. Malbrancq De Morinis et Morinorum rebus.

1657 : melding over de kapel en de legende in het boek van Guillielmus Gumppenberg Atla Marianus sive de imaginibus Deiparae per orbem christianum miraculosis

1662 : kaart "Iprensis Episcopatus" van Joan Blaeu met melding van "de 3 Maegden cap"

ca 1666 : kaart "Comitatus Flandriae" van Pierre Mariette de Jonge met melding van "Drie Maegdekens capp."

1667 : de schilderijen van de kapel worden voor de eerste keer beschreven door pater Malbrancq. De Drie Maagden zouden naakt zijn voorgesteld op deze schilderijen die later in de Geuzentijd werden vernield.

1684 : kaart "Flandriae Comitatus" van Nicolaes Visscher II met melding van de kapel van Kaaster.

1692 : kaart "le Comté de Flandre" van Guillaume Sanson met melding van de kapel van Kaaster.

1705 : kaart "Comitatus Flandriae" van Carel Allard met melding van de kapel van Kaaster.

1710 : er wordt een nieuwe reeks schilderijen over de legende van de Drie Maagden geschilderd.

Na 1720 : kaart "le Comté de Flandres" (uit Atlas nouveau) van Hubert Jaillot met melding van "Maechden".

Na 1730 : kaart "Comitatus Flandriae" (uit Atlas) van Reinier en Josua Ottens met melding van "3 Maegden".

1731 : kaart "Comitatus Flandriae (uit Grosser Atlas) van Johan Baptist Homann met melding van de kapel van Kaaster.

Ca 1745 : kaart "carte du Comté de Flandre" (uit Atlas nouveau ) van Guillaume Delisle met melding van "Machden ".

Ca 1760 : kaart "Comté de Flandre" (uit Atlas universel ) van Didier Robert de Vaugondy met melding van "Maechden".

1790: De redekijkerskamer van Kaaster speelt " De Drie Maegden van Kaaster", een toneelstuk geschreven door Pastoor Witsoet.

1792, 23 juli : Alle ornamenten en zilverwerk uit de kapel worden in beslag genomen en naar Rijsel verstuurd. Dit zilverwerk is beschreven door de toenmalige pastoor G. P.Witsoet in zijn Algemeyne Bewysbouck: "een vergulden ciborie wegend 54 ¾ oncen / een vergulden zilveren kelk wegend 21 ¾ oncen / een niet vergulden kelk wegend 9 oncen / vier kronen wegend samen 16 ¼ oncen / een plateel en 2 kannetjes wegend 21 ¼ oncen / een plateel en 2 kannetjes wegen 21 ¼ oncen / 2 platelen wegend 8 oncen / 1 groot pendule wegend 55 ¾ oncen / 2 kleine lepeltjes en vele zilveren hertjes wegend 26 ¼ oncen."

1794 : de kapel wordt geplunderd door de aanhangers van de Franse Revolutie. Op 5 juli (17 messidor van het jaar II) wordt de kapel officieel gesloten nadat ze gediend had als kerk, na de brand van de parochiekerk. Ze dient verder als legerhospitaal, en als legerpaardenstaal. Vanaf dat jaar is de kapel eigendom van de gemeente.

Na het concordaat tussen Napoleon en de Paus werd de kapel weer even gebruikt als parochiekerk tot 18 december 1803, datum van ingebruikname van de herstelde kerk.

1827 : tekening van de kapel en van de processie (Ommegang). Men merkt op deze tekening de oude toren geflankeerd door het oud portaalgebouw dat nu verdwenen is. In hetzelfde jaar worden de schilderijen vernieuwd.

1851 : Bouw van een nieuwe altaar, tot vandaag nog steeds in de kapel aanwezig.

1853 In de processie dragen kinderen kooien met vogels (beeld uit de legende). De bisschop van Kamerijk verbiedt alle (heidense) personages in de processie. De bevolking is geschokt.

1860 : de schilderijen worden hersteld. Opgravingen n.a.v. de vernieuwing van de vloer in de kapel o.l.v. Pastoor Goris. Vondst van menselijke geraamte en gebeente van dierlijke oorsprong, alsook een gesp en het gevest van een dolk dat van de roest uit elkaar viel. De meest merkwaardigste vondst was een soort taartje, in de streek "anyskoeke" genaamd dat een zoete geur verspreidde, onderaan doorprikt en volledig door vocht doordrengt.

1887, 25 juli : de toren uit de XIII e eeuw wordt bijna tot de grond afgebroken. Alleen een Romaans basiskapiteel bleef bewaard. Tijdens de werkzaamheden werd het skelet van een "man van grote gestalte" onder de toren ontdekt, volgens de volksvertelling "de blinde ridder" uit de legende. Wellicht gaat het om een vooraanstaande persoon van de Commanderij van Kaaster die de eerste toren van de kapel uit de XIII e eeuw liet bouwen.

1888, 13 april : de bisschop geeft opnieuw de toelating om een processie met (heidense) personages te houden na herhaalde aandringen van de pastoor en zijn boze parochianen.

1889 : nieuwe toren gebouwd uit gele baksteen volgens de plannen van architect Croen.

1895 : schilderijen nagetekend door S. Orange, tekenleraar uit Duinkerke. Gravures van deze tekeningen worden gemaakt door H. Raymond uit Parijs.

1896 : verkoop van een medaille uit de collectie Danscoine met afbeelding van de oude kapel en van beelden uit de legende voor 25.000 Franse goudfrank (uniek stuk).

Na 1964 : het mooie blauw geschilderd houten gewelf, wellicht met ornamenten uit de 15e eeuw, wordt op ongelukkige wijze overgeschilderd. Ook de Vlaamse opschriften "Morgen ster" en "Deur des hemels" verdwijnen onder een nieuwe laag vernis.

1972 : nieuwe glasramen met scènes uit de legende ontworpen door R. Brouchard uit Ronchin.

 

 

randomness