Carolus Clusius

400 jaar geleden, op 4 april 1609, overleed te Leiden de beroemde humanist en plantkundige Carolus Clusius. Hij was op 19 februari 1526 in Atrecht geboren als Charles de l’Escluse .

Clusius was de afstammeling van een adellijke familie uit de Zuidelijkste Nederlanden. Zijn vader, Michel de l’Escluse, was heer van Watènes en raadslid aan het provinciale hof van Artesië.

Briljante student

Carolus Clusius studeert aanvankelijk rechten bij Gabriel Mudaeus in Gent. In 1546 begint hij met de studie klassieke talen en letteren aan het befaamde Collegium Trilingue te Leuven. Twee jaren later vinden we hem terug in Marburg an der Lahn waar hij zich verder in de rechten bekwaamt.

In 1549 gaat hij als aanhanger van het protestantisme naar de Lutherstad Wittenberg in Saksen-Anhalt om er zich in de theologie te verdiepen. Op aanraden van de hervormer Philip Melanchton schakelt hij over naar geneeskunde en plantkunde. In 1550 bezoekt hij Zwitserland waar hij in Genève een ontmoeting heeft met Calvijn.

In 1551 gaat hij, weer op advies van Philip Melanchton, naar Montpellier om er geneeskunde en plantkunde te studeren bij de befaamde professor in de medicijnen Guillaume Rondelet. Drie jaar lang zal hij hem secretaris als bijstaan. Door de rijkdom aan planten in de omgeving van Montpellier groeit zijn belangstelling voor de studie van de botanica.

Gedurende al zijn studiejaren leert Clusius acht talen, waaronder het Nederlands, en bouwt een encyclopedische kennis op in verschillende vakken.

In 1554 keert Clusius terug naar de Nederlanden waar hij de steun geniet van invloedrijke personen als Guido en Marcus Laurinus van Brugge. Hij maakt er ook kennis met de befaamde stadsgeneesheer en plantkundige Rembert Dodoens (Dodaneus) uit Mechelen. In 1557 geeft hij in Antwerpen zijn eerste publicatie uit, nl. een Franse vertaling van het Cruydtboek van dezelfde Dodoens.

Andere bekende contacten zijn zijn streekgenoot, de grote botanicus Mathias de L’Obel (Lobelius) uit Rijsel, en de boekdrukker Christoffel Plantijn. Hij correspondeert ook met een andere bekende humanist en diplomaat uit de Zuidelijke Nederlanden, Ogier Ghisleen van Busbeke, ambassadeur van de keizer van Oostenrijk in Turkije.

In 1561 begint Clusius als raadgever op te treden voor adellijke jongelui. Zo wordt hij adviseur en leermeester van de zonen van Anton Funger. Met zijn leerlingen reist hij door heel Europa wat hem de gelegenheid geeft op vele plaatsen de flora te verzamelen en te bestuderen.

In die jaren verblijft hij in Parijs en Londen en vertaalt hij een Italiaanse farmacognosie. Hij is ook nauw betrokken bij de uitgave van de reeks "libri picturali", een honderdtal gekleurde tekeningen over waterplanten- en dieren die zich vandaag in de Bibliotheca Jagiellonski te Krakau bevindt.

In 1564 start Clusius een eerste plantenexpeditie en doorkruist hij gedurende twee jaren Spanje en Portugal. Hij ontdekt er meer dan 200 nieuwe plantensoorten.

In 1571, tijdens een lange reis doorheen Engeland, ontdekt hij een Spaans boek over de flora van de Nieuwe Wereld en werkt hij drie jaren lang aan een Latijnse vertaling ervan.

Hofbotanicus van Keizer Maximiliaan II van Oostenrijk

In de jaren 1573 tot 1577 wordt Carolus Clusius als geneesheer en hofbotanicus van keizer Maximiliaan II in Wenen benoemd. In de Oostenrijkse hoofdstad richt hij een medicinale kruidentuin in. Hij brengt een unieke collectie zeldzame alpenplanten en exotische gewassen bijeen.

Clusius geldt als de eerste geleerde die botanische excursies organiseert op de Otscher en de Sneeberg en de Oostenrijkse alpenflora in kaart brengt. Later, in 1583, zal hij zijn kennis van de Oostenrijkse flora publiceren in zijn boek Rariorum aliquot stirpium, per Pannoniam, Austria, & vicinas quasdam provincias observatarum historia (1583).

Na de dood van Maximiliaan wordt hij door zijn opvolger Rudolf II ontslagen. Maar hij blijft tot 1588 in Wenen om zo de plaatselijke flora nog beter te kunnen bestuderen. Na zijn Weense tijd vestigt hij zich in Frankfurt am Main en houdt zich vooral bezig met vertalingen.

Van Philippe de Sivry, heer van Walhain en gouverneur van Bergen in Henegouwen ontvangt hij in 1588 twee knollen en enkele zaden van de aardappelplant. De aardappel was door de Spaanse kolonisatoren uit Zuid Amerika meegebracht en werd dankzij Clusius in Europa algemeen bekend.

Zijn levenswerk : de hortus botanicus in Leiden

Carolus Clusius is 67 jaar als hij in 1593 benoemd wordt tot professor aan de universiteit Leiden. Met Dirck Outgaertsz. Cluyt (Theodorus Clutius) als uitvoerder zorgt hij voor de aanleg van een hortus medicus of medicinale tuin.

Dit type tuinen werd voor de eerste keer aangelegd aan de Universiteit van Pisa in Italië, enkele decennia voordien. Ze dienden als lesmateriaal en referentieverzameling voor de studenten in de geneeskunde.

In zijn beroemde hortus in Leiden introduceert hij verschillende bolgewassen, planten en bomen die hij kreeg van zijn vriend en streekgenoot Ogier Gisleen van Busbeke, ambassadeur van Maximiliaan II bij de Sultan van Turkije. Beiden zorgen er voor dat deze tot dan toe onbekende planten via de Nederlanden in Europa worden geïntroduceerd. De lijst is lang: de tulp, de hyacint , de jasmijn, de keizerskroon, de narcis, de ranunculus, de anemoon, de iris, de sering, de snijboon, de schorseneer, de paardekastanje. De tulpomanie die in Nederland woedt in de jaren die volgen, met exorbitante prijzen tot gevolg, start dus vanuit de eerste tulpbollen die Busbequius stuurde aan zijn vriend Clusius en die hij in zijn tuin plantte.

In 1932 werd besloten de hortus botanicus in Leiden opnieuw op te bouwen, op basis van de oorspronkelijke plattegrond en beplantingen, en niet zover van de originele plaats die volgebouwd was. Deze is nog steeds een bezoek waard. Voor meer info kan u ook terecht op : www.clusiusstichting.nl

Carolus Clusius bleef tot aan zij dood in Leiden actief als beroemde hoogleraar die steeds verder werkte aan de ontwikkeling van zijn hortus botanicus. Hij stierft op 4 april 1609, dit jaar 400 jaar geleden, en wordt begraven in de Pieterskerk in Leiden.

Enkele planten naar Clusius genoemd

Achillea clusiana
Doronicum clusii
Gentana clusii
Potentilla clusiana
Primula clusiana
Rubus clusii
Tulipa clusiana

Ook is een tropisch geslacht Clusia en de Clusiafamilie nl. Clusiaceae naar hem genoemd.

Enkele boeken van Clusius

Rariorum aliquot stirpium per Hispanias observatarum historia (1576), over de flora van Spanje en Portugal met illustraties van Pieter van der Bocht.

Rariorum aliquot stirpium, per Pannoniam, Austria, & vicinas quasdam provincias observatarum historia (1583), over de planten van Oostenrijk en de Balkan.

Rariorum plantarum historia (1601), over 100 nieuwe plantensoorten.

Exoticorum libri decem : quibus animalium, plantarum aromatum, aliorumque peregrinorum fructuum historiae describuntur:Item Petri Bellonis observationibus (1605), over de exotische flora.

Fungorum in Pannoni observa historia, over paddenstoelen in de Balkan.

Wido van Kaaster