André Belmans, Frankrijk en de boodschap van de vrijheid

Ik koester de herinneringen aan mijn bezoeken aan André Belmans (1915-2008) in de jaren 90. Een tekst van hem is me bijgebleven over Frankrijk en de boodschap van de vrijheid.

"Zoals gezegd stellende Fransen met aandrang de zaken voor alsof de wereld de boodschap van de vrijheid hebben gebracht. Niets in minder waar! In feite waren zij op het einde van de XVIII de eeuw politiek zodanig achterop geraakt en was de vrijheidsgedachte voor hen zo nieuw dat zij moeilijk beseffen kunnen dat andere volkeren reeds sedert eeuwen een flink pak vrijheden en rechten bezaten.

Sedert de Middeleeuwen is de staatkundige ontwikkeling in Frankrijk een totaal andere richting uitgegaan dan in de Nederlanden en in de Angelsaksische wereld. Dit is te verklaren doordat Frankrijk zeer vroeg onder invloed gekomen is van de "school der legisten", die met Romeinse politieke denkbeelden behept waren.

Deze legisten stelden zich op als de verdedigers van de gedachte van de ene en ondeelbare soevereiniteit. Onder de invloed van deze denkrichting heet men in Frankrijk een gezagsstructuur ontwikkeld, die geleid heeft tot de afbouw van de feodale rechten en de regionale vrijheden en die uiteindelijk is uitgemond in de absolute monarchie en het "Verlicht Despotisme".

Zelfs na de Franse Revolutie werd de lijn doorgetrokken. In de plaats van de soevereine vorst kwam de soevereine natie, die een volkomen gelijkgeschakeld, welafgerond en gesloten geheel vormde. De streng gecentraliseerde jacobijnse staatstructuur ligt duidelijk in het verlengde van die van de monarchie.

De tegenzin van de huidige Franse politieke klasse voor een opdeling van de soevereiniteit en voor en onvoorwaardelijke medewerking aan de opbouw van een Europees Gemenebest is een andere nasleep van de leer der legisten.

Het is niet onbelangrijk ten overstaan van bepaalde aanspraken de historische waarheid in ere te herstellen. De rechten van de mens zijn hoegenaamd geen Franse uitvinding. Bij de totstandkoming van de Verenigde Staten van Amerika, enkele jaren voor het uitbreken van de Franse Revolutie, werden reeds dergelijke verklaringen afgelegd. Deze verklaringen van rechten waren tenslotte niets anders dan een systematische formulering van rechten en vrijheden, die sedert lang erkend en effectief uitgeoefend werden, voornamelijk in de nederzettingen van Nieuw-Engeland.

In Engeland zelf had Stadhouder Willem III (in 1689), nadat hij aldaar koning was geworden, de fameuse "Declaration of Rights" laten uitvaardigen. Sedert de Middeleeuwen bezaten de Britten een rechtsstelsel, de "common law", dat reeds heel wat garanties hield tegen willekeur.

Toen de Britse kolonisten naar Amerika overstaken werden zij geacht, deze "common law" als hun meest kostbaar goed mee te nemen. Men vertelt dat aan boord van de "Mayflower", die in 1620 de eerste kolonisten naar de Baai van Massachusetts voer , de Pilgrimfathers onder elkaar een convenant opstelden waarin zij, als vrije burgers, zelf bepaalden hoe zij de nieuwe te stichten nederzetting zouden inrichten. Hier vindt men heel in concreto een manifestatie van de verdragsmatige conceptie van staat en maatschappij waar we het aanstonds zullen over hebben."

Uit het boekje "Federalisme" in 1988 uitgeven door de werkgroep "E Diversitate Unitas"

 

 

randomness