De voorbije dagen schaam ik mij diep voor het cultuurbeleid van de huidige Vlaamse regering — en voor de N-VA in het bijzonder.
Professor Jan Demolin, bekend voor zijn marxistische sympathieën, vatte het in De Standaard (14 november 2025) perfect samen:
“Met die kortzichtigheid ondergraaft Vlaanderen niet alleen zijn taal-, cultuur- en wetenschapsbeleid, maar ook een deel van de intellectuele infrastructuur waarop dat beleid generaties lang steunde. Voor het grote publiek zijn ze misschien onbekend of stoffig, maar academies voor taal, kunst en wetenschap gaat terug tot de 17de eeuw, toen Europa kennis en cultuur begon te organiseren in instellingen als de Académie française en de Royal Society.”
De N-VA en co schuiven intussen de verantwoordelijkheid voor de recente “dronesaanvallen” op cultuursubsidies door naar coalitiepartner en minister Caroline Gennez. “Samen uit, samen thuis” lijkt geen leidraad voor deze regering.
Opmerkelijk is hoe de voormalige kameraden van de Vlaamse Volksbeweging — Jan Jambon, Matthias Diependaele en Peter De Roover — nu frontaal uithalen naar organisaties uit dezelfde historische achterban. De financiële vendetta die ze onderschrijven tegen de eigen oude Vlaamse familie zegt veel over de soms zielige arrogantie van politieke arrivisten.
Pieter Bauwens, hoofdredacteur van Doorbraak en uitgesproken conservatief, ziet vooral “linkse cultuurstrijd”. Volgens hem is “de experten commissie” — nota bene opgericht door toenmalig minister-president Jan Jambon — het probleem. Jambon zou, aldus Bauwens, “alle beslissingsmacht uit handen hebben gegeven” en zo “het perfecte recept voor een succesvolle linkse cultuurstrijd tegen al wat Vlaams is” hebben gecreëerd.
De conclusie luidt: de N-VA was slechts naïef, de schuld ligt bij links. Zo valt Bauwens zachtjes terug op zijn pootjes en spaart hij een deel van zijn lezerspubliek.
De waarheid is dat de Vlaamse partijen én de Vlaamse elite — in alle kleuren en schakeringen — aan hetzelfde euvel lijden. Ze zijn vergeten dat de Vlaamse beweging in de 19de eeuw een culturele emancipatiebeweging was.
Die culturele wortels zijn intussen verwaarloosd. Macht draait vandaag rond economie, geldstromen en de bijbehorende vriendjespolitiek. Het zegt genoeg dat de N-VA cultuur in twee opeenvolgende regeringen herleidde tot bijzaak: in de vorige legislatuur maakte Jambon van cultuur een nevenpost onder zijn functie als minister-president; in de huidige regering is de bevoegdheid simpelweg uit handen gegeven en mag “sosse Caroline” het oplossen.
Tussen vendetta’s en onbekwaamheid is het makkelijk om naar “linkse schuldigen” te wijzen. Misschien kan de N-VA er baat bij hebben professor Jan Demolin, als volleerd marxist, uit te nodigen voor een spoedcursus over de Italiaanse denker Antonio Gramsci.
Gramsci beschreef hoe politieke macht pas kan worden veroverd als eerst de culturele macht wordt gewonnen. Zijn bekende inzicht blijft vandaag relevant:
“De strijd om culturele hegemonie gaat vooraf aan en bereidt de verovering van de staatsmacht voor.”
Wie de publieke opinie in Vlaanderen wil herwinnen, moet dus beginnen bij cultuur.
Daarom pleit ik voor een nieuwe culturele strategie — met of zonder Vlaamse centen — maar wel in de geest van Antonio Gramsci.
16.11.2025