WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 34, 2025

Simone Weil: ‘de verworteling is wellicht de belangrijkste en meest onderkende behoefte van de menselijke ziel’

Op 24 augustus 1943 overlijdt de Franse-Joodse marxistische schrijfster en filosofe Simone Weil op 34-jarige leeftijd aan tuberculose, in Ashford, Kent.

Weil studeerde aan de École Normale Supérieure bij de filosoof Alain en bekeerde zich later tot het christendom. In 1935 wilde ze het lot van de arbeiders delen en werkte enkele tijd in een fabriek.

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog vocht ze mee in de rangen van de anarchisten, waar ze bij een ongeluk zware brandwonden opliep.

Haar bekendste werk, L’Enracinement, schreef ze in 1943, vlak voor haar overlijden. Pas in 2022 werd het in het Nederlands vertaald onder de titel Verworteling. Wat we de mens verplicht zijn, uitgegeven door Uitgeverij IJzer in Utrecht.

In dit boek bekritiseert ze op scherpe wijze de kwalen van de Franse staat. Ze schrijft:

“Als de staat moreel alles heeft vernietigd wat, territoriaal gesproken, kleiner was dan hijzelf, heeft hij ook de territoriale grenzen veranderd in gevangenismuren om de gedachten op te sluiten.” De ontworteling die het gevolg was, heeft Frankrijk veranderd in een soort culturele woestenij, en de Franse “bla bla” made in Paris heeft deze armoede nooit echt kunnen compenseren.

Gepubliceerd

24.08.2025

Kernwoorden
Reacties

Gas als oorlogswapen: wie gebruikte het als eerste?

Op 23 augustus 1914 gebruikten de Fransen voor het eerst gasgranaten als wapen in een oorlogsconflict. De beslissing om gas als wapen in te zetten, werd genomen door de Franse generaal, later Maarschalk Joseph Joffre. Gas werd ook effectief ingezet tijdens de tweede slag om de stad Mülhausen (Mulhouse) in de Elzas. Reeds in 1905 was een Franse geheime commissie opgericht om te bepalen welke chemische stoffen geschikt waren voor gebruik in een militair kader.

De Duitsers waren verrast door deze aanval. Als reactie gaven ze de Duitse-Joodse chemicus Fritz Haber de opdracht om gifgas te ontwikkelen. Haber ontwikkelde eerst chloorgas, dat al in april 1915 in Ieper werd ingezet. Volgens de fel overdreven cijfers van de geallieerde propaganda stierven bij die eerste gasaanval 5.000 soldaten onmiddellijk, en nog eens 10.000 werden getroffen door het chloorgas. Tegenwoordig worden deze cijfers door onderzoekers genuanceerder weergegeven: ongeveer 1.000 tot 1.200 doden en 2.500 tot 3.000 gewonden. Hoe dan ook, het waren duizenden doden en gewonden te veel.

Haber was ook verantwoordelijk voor de productie van mosterdgas (Yperiet), dat vanaf 1917 in de Westhoek werd ingezet. Hij werd door de geallieerden als oorlogsmisdadiger beschouwd, volgens de afspraken tijdens de Vredesconferentie van Den Haag. Haber vluchtte tijdelijk naar Zwitserland, maar werd verder nooit vervolgd.

Opmerkelijk is dat zijn oorlogsactiviteiten geen obstakel vormden om in 1918 de Nobelprijs voor chemie voor zijn onderzoek rond de synthese van ammoniak in ontvangst te nemen. Haber overleed in 1934.

Joffre, de pionier van de inzet van gas aan het front, werd uiteraard nooit als potentiële oorlogsmisdadiger genoemd, maar beschouwd als een held van de Franse geschiedenis. Hij overleed in 1931. ‘De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars’ is volgens sommigen een bekende uitspraak van Georges Orwell, terwijl anderen die toeschrijven aan Winston Churchill.

Gepubliceerd

23.08.2025

Kernwoorden
Reacties

Taal en identiteit

De belangstelling voor de streektaal heb ik overgenomen van Cyriel Moeyaert, die nochtans een vurige verdediger was van het Algemeen Nederlands. Dr. Frans Debrabandere, specialist in het West-Vlaams en nog steeds actief op het gebied van de Frans-Vlaamse toponymie, bevestigt dat er geen oppositie bestaat tussen de belangstelling voor streektalen en die voor het Algemeen Nederlands.

De discussie over het onderwijs in de streektaal versus de standaardtaal bestaat sinds de negentiende eeuw in Frans-Vlaanderen. Na de Franse Revolutie heeft Frans-Vlaanderen geleidelijk de geschreven taal losgelaten, onder andere door gebrek aan onderwijsmogelijkheden, en daarmee ook het Nederlands. De orale traditie is blijven bestaan, met alle voor- en nadelen van dien. Het mondeling doorgeven van een taal verschilt natuurlijk van het leren lezen en schrijven, en van het bestuderen van de grammatica.

Dit is de feitelijke situatie die we de afgelopen vijftig jaar hebben meegemaakt: de streektaal wordt niet meer doorgegeven aan de jongere generaties; de generatie van onze ouders die streektaal nog sprak, is overleden of stervende. De streek is nu feitelijk verfranst. De laatste Vlaamssprekende Frans-Vlamingen veranderen niets aan deze algemene vaststelling. Het correct analyseren van de huidige toestand vormt daarom een belangrijke stap om de juiste conclusies te trekken.

Ik deel uiteraard de stelling van Dr. Debrabandere dat Frans-Vlaanderen, onder de gegeven omstandigheden, het beste voor het Nederlands kan kiezen. Deze stelling is, nogmaals, geen afwijzing van de streektaal, maar een pragmatische en noodzakelijke keuze voor de toekomst.

Wat ook niet klopt, is dat de aanhangers van elke strekking niet met elkaar spreken. Persoonlijk onderhoud ik nog steeds contacten met mensen die de voorkeur geven aan de streektaal. De voorkeur voor de streektaal betekent niet, in tegenstelling tot wat sommigen ons willen doen geloven, dat er geen plaats zou zijn voor het Nederlands.

Zelf geloof ik niet in een redding van het gesproken Frans-Vlaams, tenzij de geschreven taal, die altijd het Nederlands is geweest, wordt aangeleerd. Prof. Pekelder, die niet volledig op de hoogte was van de situatie ter plekke, zag de Frans-Vlaamse wereld verdeeld in ‘particularisten’ en verdedigers van het Nederlands; deze laatste verdeeld in ‘heel-Nederlanders’ en ‘neutralen’. Dat klopt uiteraard niet. Er bestaat niet zozeer een duidelijke scheidslijn tussen streektaal en standaardtaal, maar eerder tussen degenen die het Nederlands een plaats geven in Frans-Vlaanderen en degenen die het beschouwen als een vreemde taal. Alleen met deze laatsten is elk gesprek inderdaad zinloos.

Gepubliceerd

22.08.2025

Kernwoorden
Reacties

Mercure de Flandre, een tijdschrift in het interbellum

Wie mij kent, weet dat ik plezier haal uit boeken. Door gebrek aan ruimte heb ik thuis, in een verdwaald moment, beloofd om voor elk nieuw boek een oud exemplaar weg te doen. Makkelijk gezegd dan gedaan.

Ik ben niet de enige in deze situatie. Deze week kreeg ik een bericht: een kennis was verhuisd en deed boeken weg. Hij stuurde een lijst met titels over de Franse Nederlanden en vroeg of ik interesse had. Ik had ze allemaal al in mijn bibliotheek, op enkele titels na: gebonden jaargangen van het Frans-Vlaamse tijdschrift ‘Mercure de Flandre’ (zie foto’s).

Dit kon ik niet laten passeren, en het zou zonde zijn als een unieke verzameling bij het oud-papier zou belanden. Dus, stuur het maar op!

De ‘Mercure de Flandre’ werd tijdens het interbellum uitgegeven door een bijna vergeten figuur, Valentin Bresle (1892-1978). Hij was een non-conformistische boekhandelaar, uitgever en schrijver. Zijn boekenantiquariaat in de rue Solferino in Rijsel heette ‘La Bouquinerie des Trois Rois Mages’.

Regionalistische figuren van allerlei slag waren er vaak te gast. Zowel de gematigde leden van ‘Les Amis de Lille’ als de meest radicale activisten van het Vlaams Verbond van Frankrijk, onder leiding van Jean-Marie Gantois, vonden er een plek. Bresle was politiek ongebonden en gebruikte zijn publicaties om een brug te slaan tussen de regionalisten, de federalisten en de Heel-Nederlanders.

Vergis u niet: de ‘Mercure de Flandre’ was grotendeels gewijd aan literatuur en kunst, en slechts sporadisch aan metapolitiek. Maar als verbindende figuur tussen verschillende sociale, politieke en religieuze stromingen slaagde Bresle er steeds in zijn verzoenende rol te vervullen, ten gunste van de regionalistische en federalistische bewegingen. Jean-Marie Gantois, onder diverse schuilnamen, en ook schrijvers als Nicolas Bourgeois en Jules Van Driessche publiceerden enkele teksten in de ‘Mercure de Flandre’.

Valentin Bresle was dus een brugfiguur, maar daarom nog geen gematigde. Hier zijn nog twee uitspraken van hem:

“Wij gebruiken de naam Frans-Vlaanderen om het hele Noord-Frankrijk aan te duiden: Vlaanderen, Artesië en Picardië.”

En ook de volgende uitspraak, dat vaak verkeerd wordt toegeschreven aan Gantois, maar door Bresle werd uitgesproken:

“Vlaanderen is één en driedelig: één in haar cultuur en in haar volk. Driedelig door haar verdeling in drie staten, een werk van de politiek en diplomatie.”

Dank voor de boeken aan de gulle schenker…

Gepubliceerd

21.08.2025

Kernwoorden
Reacties

Nogmaals over taal en identiteit

Het debat over streektaal en standaardtaal leeft al lang in Frans-Vlaanderen. In tegenstelling met wat sommigen ons vandaag willen doen geloven – recent nog de Nederlandse prof. Jan Pekelder – waren er altijd stemmen om de twee visies te verzoenen zonder aan het essentiële te raken, namelijk de functie van de standaardtaal in twijfel te trekken. Hier volgt de mening van een ‘grijze eminentie’, de Frans-Vlaamse schrijver Nicolas Bourgeois (1896-1982), uit een brief gedateerd in augustus 1976:

‘Het is ongetwijfeld zo dat de streektaal, de volkstaal dus, in haar rijkdom oorspronkelijker, levendiger en smakelijker klinkt dan de standaardtaal van de zogenaamde verfijnde samenleving. Dit is geen specifiek Vlaams of Nederlands fenomeen, maar een universeel verschijnsel. Praktisch gezien is het echter niet te ontkennen dat de eenwording van onze taal door de eeuwen heen noodzakelijk werd gemaakt door spelling, scholing en de opkomst en ontwikkeling van geschreven- en audiovisuele media. Dit was nodig om een oneindige fragmentatie en uiteindelijk onbegrijpelijkheid te voorkomen. Het Vlaamse volk heeft te veel geleden onder de verfransing en de achterliggende gedachten van zijn ‘voogden’, waardoor het zich onder welk voorwendsel dan ook niet wil laten meeslepen in een strijd tussen volkstaal en standaardtaal.’

Een gelijkaardig standpunt publiceerde Nicolas ook in het KFV-mededelingen van maart 1977.

Gepubliceerd

20.08.2025

Kernwoorden
Reacties

De nieuwe ijzertoren

Op 19 augustus 1951 vond de 24ste IJzerbedevaart plaats, met als motto: ‘Vlaanderen herbouwt zijn toren.’ Tijdens deze gebeurtenis plaatste prof. Fransen symbolisch de eerste paal op de plek waar de nieuwe toren moest komen.

Het zou nog tot 1965 duren voordat de toren van 84 meter hoog voltooid was. De tweede IJzertoren werd officieel ingehuldigd tijdens de IJzerbedevaart van 22 augustus 1965.

Gepubliceerd

19.08.2025

Kernwoorden
Reacties