WIDOPEDIA
Een blog over Frans-Vlaanderen, de Nederlanden en Europa
Wido Bourel

Meest recente berichten
Archieven
Kernwoorden

Archieven voor week 27, 2025

De Franse revolutionairen en de Joden

Op 5 juli 1794 liet de revolutionair Laurent, volkscommissaris bij het Leger van het Noorden, in Bergen, Henegouwen, dit bevel uitgaan:

Het is Joden verboden het leger te volgen, op straffe van de dood. De generaals, commandanten van legerposten en de Commissie van Toezicht van Bergen staan klaar om overtredingen te melden en zullen de overtreders onmiddellijk arresteren en binnen 24 uur terechtstellen.

Volgens de officiële geschiedschrijving heeft de Franse Revolutie de “Joden in Frankrijk geëmancipeerd en gelijke rechten gegeven.”

Mijn voorbeeld toont aan dat niet alle revolutionairen deze visie deelden.

Gepubliceerd

05.07.2025

Kernwoorden
Reacties

Volgens vive le velo passeerde de tour de France vandaag op de Mont-Cassel

Op zondag 5 juli werd ons de eerste rit van de Tour de France geserveerd. Karl Vannieuwkerke, Vlaamse sportverslaggever van dienst, is goed geplaatst om de juiste dingen te vertellen als de Ronde van Frankrijk in de Westhoek passeert. Je zou dit tenminste veronderstellen van iemand die in Ieper is geboren.

Maar Karl kwam vandaag moeilijk los van het Franse programma made in Parijs. Hij had het dus niet alleen over Rijsel, en ook niet over Lille en Flandre (de officiële naam) of Lille Flandres (volgens de Franse spoorwegen) maar over de platte ‘Lille Métropole’.

Vive le vélo werd uitgezonden vanuit de tuin van de villa Cavois in ‘Roubaix’. Karl, die nochtans alles weet over de wielrennerij, is blijkbaar vergeten dat zijn illustere voorganger, de sportreporter Karel van Wijnendale, in de jaren 1930-40 steevast sprak over de wielerwedstrijd ‘Parijs-Robaais’.

Het straffe was die twee renners die vielen bij de sprint op de ‘Mont-Cassel’, op de kasseien van de ‘Kasselberg’ dus. En, niet te geloven, kreeg Karl zelf even de ‘Mont-Noir’ over de lippen. Vive Charlot de Neuvéglise et pour les Flamands la même chose.

Ps: ik vergat nog even de vaststelling dat de overwinnaars van een wedstrijd voor de Vlaamse Radio en Televisie sportredactie zelden ‘Vlaamse’ overwinnaars mogen zijn maar ‘Belgische’.Voor andere sporten maakt ze ook gretig gebruik van een inflatie aan Engelse benamingen, soms door sponsors gedicteerd, als er zijn: de Red Flames, de Belgian Cats, de Red Panthers, de Red Dragons, de Yellow Tigers, de Belgian Barbarians (mijn favoriete), de Belgian Tornadoes, de Belgian Cheetahs, de Belgian Rockets, de Belgian Falcons, de Belgian Ice Bears, de Belgian Lynxes, en gaat zo maar door. De mening van Gaya over al dat dierenleed is niet bekend.

Gepubliceerd

05.07.2025

Kernwoorden
Reacties

Over archieven en hun bewakers  

Mijn betreurde Nederlandse vriend, Marten Heida, vertrouwde me kort voor zijn dood persoonlijk archiefmateriaal toe met betrekking tot de Nederlanden in Frankrijk. Hij zei me letterlijk: “Mijn kinderen hebben geen belangstelling voor alles wat ik heb verzameld. Het zal verloren gaan. Jij bent de enige die ik nog ken die daar iets mee kan doen.”

Dat is ook, samengevat, wat me te wachten staat. De waarde van mijn archief is trouwens voor derden relatief. Stukken over Frans-Vlaamse verenigingen en tijdschriften die ik heb opgericht, zoals Hekkerschreeuwen, Michiel de Swaenkring, Tijl, nieuwsbrief De Lage Landen, enzovoort. Daarnaast persoonlijke briefwisseling met vooraanstaande figuren: Nicolaas Bourgeois, André Demedts, Cyriel Moeyaert, enzovoort. Ook omvat het een vrij volledig archief van alle publicaties van de Vlaamse Volkspartij van Lode Claes, toen ik vrijgesteld was van de VVP; diverse items uit de oprichtingsjaren van het tijdschrift TeKos. Verder papierendocumentatie over de Nederlanden in Frankrijk en de totstandkoming van mijn boeken, ooit alfabetisch geordend, maar sinds het internettijdperk traag maar zeker uitgegroeid tot stapels papieren waar ik geen begin meer in zie.

Wat me ook te wachten staat als ik niet ga opruimen: een late scheiding😉

Kinderen of kleinkinderen, stel dat ze interesse zouden tonen, leven in het digitale tijdperk. Officiële instellingen zijn niet altijd meer te vertrouwen. In Frans-Vlaanderen heb je het CFF, maar daar is er een ‘F’ te veel aan. Aan de Kulak in Kortrijk is de bibliotheek De Franse Nederlanden het toonbeeld van totaal desinteresse voor het onderwerp waarvan ze de naam dragen. In Antwerpen heb je het ADVN. Daar stel ik me veel vragen over het woke wetenschappelijke comité dat in de schaduw van deze instelling opereert. Neem eens het verwante blad Wetenschappelijke Tijdingen in handen. Big brothers Bruno, Nico en hun vrienden woken er graag op los. Ze bepalen met universitaire diploma’s en wetenschappelijke ernst de nieuwe, eenzijdige koers van de geschiedschrijving. Ze noemen dat demythologiseren. Een minimum aan empathie voor de gulle gevers en voor de mensen en feiten uit het verleden lijkt niet meer op het programma.

Ik wil zeker niet veralgemenen, en de ADVN beschikt ook over waardevolle mensen. Maar er ontstaat toch een vertrouwensprobleem wanneer elk vorm van fair play in de geschriften van sommigen ontbreekt.

Voor mezelf ben ik er nog niet uit. Maar als mijn kinderen of kleinkinderen niet geïnteresseerd blijken te zijn, zal ik bij mijn overlijden wellicht mijn persoonlijke archief in een groot vreugdevuur laten verdwijnen. Het belang hiervan voor het nageslacht hangt af van de mate van empathie voor de gedachten en context van uw dienaar.

Nietzsche zei: alles vergaat, alles keert weer”. Een definitie van decadentie is ook wanneer het ‘weerkeren’ onmogelijk wordt gemaakt.

Mijn vriend Marten Heida dacht er niet anders over.

Gepubliceerd

04.07.2025

Kernwoorden
Reacties

Over taal en identiteit (2)

In de zomer begon ik met het schrijven aan mijn nieuwe boek over taal en identiteit. De warme overpeinzingen die zo’n onderneming meebrengt, wil ik graag regelmatig met mijn lezers delen.

Ze kunnen zowel historisch als actueel van aard zijn. Hier gaan we:

Bewonderenswaardig zijn de mensen die de Frans-Vlaamse streektaal willen leren. Het is geen eenvoudige oefening als je de taal van je ouders niet meer spreekt. Of alleen passief meekreeg.

Als niemand in je omgeving de taal nog spreekt, kunnen alleen talent en volharding je redden. Ik ken mensen die dat al jaren proberen, met vallen en opstaan. Na decennia slagen ze niet altijd in zelfstandig een pint te bestellen in de taal die ze zo graag willen leren. Hoe komt dat?

Ik herhaal: het is bewonderenswaardig om de streektaal te leren spreken. Het is nog sterker om ook standaard Nederlands te leren. Sommige mensen vinden dat je alle verschillen met het Nederlands moet oplijsten en cultiveren om Frans-Vlaams te leren. Het koesteren van een schrijftaal in archaïsche spelling hoort daarbij. Onwetend zijn ze dat de geschreven taal van de Westhoek al 500 jaar het Nederlands is. Zelfs Guido Gezelle schreef niet dialectisch, tenzij om klanken na te bootsen.

Ik wil geen eminente Frans-Vlaamse professoren tegenspreken, maar ik wil mijn persoonlijke ervaring delen.

Ik leerde eerst Nederlands op basis van passieve kennis van de streektaal. Uit natuurlijke luiheid, eigen aan de mens, lijstte ik eerst alle gemeenschappelijke woorden en uitdrukkingen op. Pas daarna interesseerde ik me voor de verschillen, niet andersom. Dat is het bekende verhaal van het halfvolle versus het halflege glas, toegepast op taal.

Het verschil ligt eerst in de denkwijze, maar ook in het resultaat. Met mijn aanpak leerde ik een taal in al haar facetten en diversiteit spreken. Maar ik leerde de taal vanuit wat ons verbindt, niet vanuit wat ons scheidt. Mijn doel was kunnen communiceren van Sint-Omaars tot in Delfzijl. Daarvoor ben ik uit mijn comfortzone gestapt en heb ik de Nederlandssprekenden opgezocht.

De verschillen opzoeken en vastleggen is een leuke bezigheid op zich, maar ook een bijzonder vakgebied. Noem het taalgeschiedenis of etymologie. Daarmee kan je in Frans-Vlaanderen praten over de taal en toponiemen ontcijferen. Maar dat is niet hetzelfde als ‘een taal leren’ en spreken.

Gepubliceerd

03.07.2025

Kernwoorden
Reacties

Bert Decorte, het wonderkind van de Vlaamse poëzie

Op 2 Juli 1915 werd in het Kempens Retie de dichter Bert Decorte geboren. Marnix Gijsen noemde hem ooit het “wonderkind in de Vlaamse poëzie.”

Hier een kort gedicht van Bert Decorte:

NON-CONFORM

Aan elke lering heb ik lak;
in elk systeem vind ik een lek;
omdat ik niemands zolen lik
en met gevlei geen machtigen lok,
is ’t dat ik niet als andren luk.

Gepubliceerd

02.07.2025

Kernwoorden
Reacties

De maand juli is een heidense maand

In zijn boek “Van simpele menschen”, met naturalistische verhalen over het proletariaat in de streek van Gent, noteert Gustaaf D’Hondt een volksrijmpje uit Deinze:

In juli komt meestal
De duivel van de zolder
En brengt hij in de stal
Het schurft en de kolder.

(Kolder is een paardenziekte die, volgens het bijgeloof, aan de duivel wordt toegeschreven).

Ook John Flanders schrijft in zijn boek “Over folklore” dat ‘juli een heidense maand is’. Hij citeert de Antwerpse schrijver Lebret, die vertelde dat Lange Wapper in de warme julinachten met maneschijn met kinderen op de Paardenmarkt schuilevinkje speelde. Kiliaan noemt dat ‘schuylwinckelspel’.

Natuurlijk won Lange Wapper altijd het spel, totdat de medespelers door hadden dat hij geen schaduw had en dus met Lange Wapper te maken hadden. Gauw zetten de kleuters het op een lopen, maar dan werd het spook woedend en haalde allerlei boevenstreken uit, zolang de nacht duurde.

Na juli verliet het spook de volksbuurten en ging tijdens de oogstmaand op het platteland feestvieren. Ook in Württemberg bestaat het verhaal van mensen die in de zevende maand van het jaar zeven dagen lang zonder schaduw rondlopen.

Juli wordt vaak gezien als de maand van de oogst- en vruchtbaarheidsduivels. Denk aan de ‘korenmoeders’ of ‘korenwuven’, die soms ook zonder schaduw voorkomen.

Ook dieren spelen een rol, zoals de ‘roggewolf’ of de ‘roggebok’. Ook honden, hanen en hazen worden erbij betrokken.

Gepubliceerd

02.07.2025

Kernwoorden
Reacties

Een vergeten tijdschrift: Le Beffroi de Flandre

Op 1 juli 1919 werd het Frans-Vlaams tijdschrift ‘Le Beffroi de Flandre’ gelanceerd. Het zou zeven jaar lang maandelijks verschijnen onder de hoofdredactie van de Duinkerkse journalist en historicus Gaspard Van den Bussche.

De Duinkerse Van den Bussche startte met dit blad op de dag van zijn verjaardag – hij was geboren op 1 juli 1880. Het was voor zichzelf niet alleen een mooie verjaardaggeschenk, maar ook voor de hele Frans-Vlaamse gemeenschap. Het blad zorgde nl.voor de eerste pennenvruchten van een nieuwe generatie jonge regionalisten. Hun namen zullen later in het verenigingsleven zullen opduiken.

De West-Vlaming uit Kortrijk, Edmond Gijselinck, was in die jaren met Van den Bussche in contact. Hij schreef: “ Dat maandschrift verschijnt te Duinkerke onder leiding van Gaspard Van den Buscche, lid van het Comité Flamand de France, een gewaardeerd journalist en voordrachtgever, een nederige, welke boven ijdele plechtigheden en krachtdadige, doeltreffende werking verkiest. Reeds twintig jaar schrijft hij, apostel van het regionalisme, steeds eenvoudig maar diep doordacht rn fijn gevoeld, over zijn klein vaderland.”*

En Gijselinck voegt er nog aan toe dat Van den Bussche verdedigt in dagbladen en tijdschriften:

  1. De administratieve, sociale, literaire en artistieke decentralisatie ;
  2. De restauratie van de natuurlijke en historische provincies, aangepast aan de hedendaagse situatie en het nationale kader.

Gaspard Van den Busche schreef ook onder pseudoniem, onder meer als Jan des Dunes in het weekblad ‘La Vie du Nord’. Hij overleed in Armentiers op 19 december 1961.

Gepubliceerd

01.07.2025

Kernwoorden
Reacties