Op 8 juni 1903 werd de Frans-Vlaamse romanschrijfster Marguerite Yourcenar in Brussel, Louisalaan 193,geboren. Haar moeder Fernande de Cartier de Marchienne, 31 jaar oud, overlijdt tien dagen na de geboorte van Marguerite. Tot in 1912 leeft Marguerite met haar vader Michel Cleenewerck de Crayencour op het domein van haar grootmoeder langs vaderskant, op de Zwartberg. De familie Cleenewerck behoorde tot de patriciërs van Kaaster en van het Belleambacht in de zestiende eeuw.
Twee citaten van Marguerite Yourcenar:
Het geheugen van de meeste mensen is een verlaten kerkhof, waar zonder eer doden liggen die ze niet meer liefhebben.
De ware geboorteplaats is die waar men voor het eerst een slimme blik op zichzelf heeft geworpen: mijn eerste thuis waren de boeken.
08.06.2025
Op 7 juni 2004 overlijdt in Gooreind de Vlaamse striptekenaar Karel Biddeloo. Biddeloo kwam in 1966 in dienst bij studio Vandersteen en tekende voor de series Biggles, Karl May en Safari.
Hij maakte vooral naam als de tekenaar van de Rode Ridder, waaraan hij vanaf nummer 37 van 1968 “De wilde jacht” werkte. Een jaar later nam hij de volledige reeks van De Rode Ridder over en werkte hij voortaan niet alleen aan de tekeningen, maar ook aan de scenario’s.
07.06.2025
Op 6 juni 1251 overleed Willem III van Dampierre, ook bekend als Willem II van Vlaanderen. Tijdens een riddertornooi in Trazegnies (Henegouwen) werd hij dodelijk vertrapt door de paarden van een groep ruiters. De nabestaanden van Willem waren van mening dat dit geen ongeluk was, maar een aanslag die kaderde in de familiale twisten tussen de Dampierres en de Avesnes, rond de Vlaams-Henegouwse successieoorlog.
Jan van Avesnes en Willem van Dampierre, kinderen uit respectievelijk haar eerste en tweede huwelijk, waren de twee kemphanen in een verschrikkelijk en ingewikkeld conflict. Vanaf juli 1246 werd Willem mederegent over het graafschap Vlaanderen, samen met zijn moeder Margaretha van Constantinopel.
Jan van Avesnes zou zes jaar na zijn halfbroer overlijden.
Margaretha, die de sleutel van het verhaal in handen had, overleefde haar zonen en stierf in 1280. Ze werd begraven in het klooster van Flines, bij Rijsel, dar ze had laten bouwen.
Willem van Dampierre was geboren in 1225, dit jaar precies 800 jaar geleden.
06.06.2025
In wat volgt gaat het niet over Pollinkhove als deelgemeente van Lo-Reninge in West-Vlaanderen. Het gaat om Polincove (Pollinkhove), een dorpje met amper 700 inwoners, tegenwoordig in het departement Pas-de-Calais.
Polincove behoorde historisch tot Artesië, en meer bepaald tot het land van Bredenaarde. Andere gemeenten in de omgeving zijn het stadje Audruicq (Ouderwijk), Nortkerque (Noordkerke) en Zutkerque (Zuidkerke).
Daar in Polincove en omgeving hebben de bewoners heel lang hun Oudvlaams blijven spreken.
Een bewijs? De klerk van het dorp gebruikte in 1612 nog onze taal voor een kwitantie uit de stadsrekening. De tekst zegt dat:
Jehan de Malynnes den Ouden een zekere somme gelds heeft ontvangen van Andries Loete vor te hebben ghetymmert den tore vande de proche (parochie) van Pollynchove.
Ik lees dit in het boek Het verhaal van een taal. Negen eeuwen Nederlands, uitgegeven in 2003 bij Prometheus Amsterdam door Jan W. de Vries, Roland Willemyns en Peter Burger.
Polincove sprak inderdaad nog onze taal in de zeventiende eeuw, en is pas twee eeuwen later geleidelijk aan verfranst. In zijn boek ‘De Nederlanden in Frankrijk’ schrijft Jozef van Overstraeten dat Polincove ‘het laatste Vlaamssprekende dorp bezuiden de A was’? en dit tot in het begin de twintigste eeuw.
Men weet verder van negentiende-eeuwse reizigers dat er nog Vlaamssprekende mensen voorkwamen in het Land van Bredenaarde in die tijd.
De gesproken Vlaamse taal van het Land van Bredenaarde was wellicht nog meer beïnvloed door het Noordzee-Germaans of Ingveoons dan de andere gebieden die West-Vlaams spraken.
Ik hoop dat al die oude teksten ergens in archieven veilig zijn bewaard. Maar ik stel me veel vragen bij het bijhouden van oude teksten in een taal die men niet meer beheerst in een land als Frankrijk.
05.06.2025
Op 4 juni 1794 (16 prairial van het jaar II) hield de revolutionaire priester en politicus Henri Grégoire (1750-1831), bekend als abbé Grégoire, een brandrede in het Franse revolutionaire parlement tegen de vele talen en streektalen die Frankrijk rijk is. Zijn rede droeg de veelzeggende titel:
“Rapport sur la nécessité et les moyens d’anéantir les patois et d’universaliser la langue française “(Rapport over de noodzaak en de middelen om de dialecten uit te roeien en de Franse taal te universaliser)
Let op het woord ‘anéantir’: Grégoire wilde de talen die op het Franse grondgebied werden gesproken ‘uitroeien’, dus.
In zijn beruchte rapport somt Grégoire dertig ‘patois’ op die in het land worden gesproken. Ik som ze in het Frans even op:
« bas-breton, normand, picard, rouchi ou wallon, flamand, champenois, messin, lorrain, franc-comtois, bourguignon, bressan, dauphinois, auvergnat, poitevin, limousin, provençal, languedocien, velayen, catalan, béarnais, basque, rouergat, gascon ».
En hij voegt het Italiaans gesproken in Corsica en het Duits in de Elzas nog toe. Ook deze zijn volgens hem geen “talen” maar “patois”. Voor Grégoire is blijkbaar alleen het Frans een taal.
Opmerkelijk maar al lang vergeten: in Frankrijk sprak men, in de tijd van de Franse Revolutie, vlot Frans in amper 15 van de 83 departementen die het land op dat moment telde. Op een bevolking van toen 28 miljoen inwoners konden 6 miljoen Franse staatsburgers geen Frans spreken, en nog eens 6 miljoen Fransen konden het Frans alleen maar begrijpen maar niet spreken. In totaal waren dat 12 miljoen Fransen die in de tijd van de Franse Revolutie geen of onvoldoende kennis hadden van de Franse taal. Dat is meer dan 42% van de bevolking.
Onbegrijpelijk maar waar: in 1989 werd de beruchte jakobijn abbé Grégoire, op initiatief van de socialistische president François Mitterrand, bijgezet in het Franse Panthéon. De hoogste eer die een overledene kan krijgen in de Franse Republiek, voor een rabiate jakobijn en de initiatiefnemer van de Franse linguicide.
04.06.2025
In 1586 “Den derde wedermaent (3 juni) hevet gemaect te Hazebroek een groot tempeest van donder, en daer vielen haghelsteenen van de grote van henne eyeren die bedorven alle de coornen rugghe en de boomen.”
Spijtig genoeg ben ik vergeten de bron van dit citaat te noteren. Weet iemand van mijn lezers vanwaar die tekst komt?
WEDDERMAAND of WEDERMAAND is een andere naam voor juni. De naam zou wijzen naar de vaststelling dat in juni en ook in juli de meeste onweren voorkomen.
Dit citaat bevestigt de zienswijze van de Zuid-Nederlands taalgeleerde en dichter Kiliaan (ca 1529 – 1607), die schrijft dat de wedermaand of weddermaand zo is genoemd omdat juni samen met juli de maand is waarin de meeste onweders ontstaan.
Er is ook een andere mogelijke betekenis voor de naam: het kan gaan over de ‘wede’ of het gras of grasveld dat gemaaid wordt.
Andere namen voor juni zijn zomermaand, wiedemaand, gerstmaand, hoeimaand, braakmaand, rozenmaand en doolmaand.
En nog twee Frans-Vlaamse spreekwoorden die bij juni passen:
Juni koud en nat,
wenig koorn in ’t vat,
wenig zeem in de korven,
’t hele jaar is bedorven.
En bij droog weer:
Juni meer droge of nat
Vult met goên wyn het vat
03.06.2025
Begin juni 1914, geen twee maanden voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, verscheen in de Britse krant The Times een overzicht van de troepensterkte van de verschillende Europese landen.
Het Duitse leger voorzag dat het tegen 1915 over ongeveer 5,4 miljoen soldaten zou beschikken. Frankrijk had de driejarige dienstplicht ingevoerd en telde 3,5 miljoen manschappen. Parijs geloofde nog steeds in negentiende-eeuwse verdedigingstechnieken en versterkte de grenzen met Duitsland. Dat de Duitsers ook via België zouden kunnen en willen binnenvallen was bij de Franse militaire leiding geen optie.
Rusland kon in 1914 ‘maar’ 1,7 miljoen eenheden mobiliseren, maar het maakte zich sterk dat dit snel kon groeien tot ongeveer 6,5 miljoen manschappen. Oostenrijk-Hongarije en Italië waren bezig met het versterken van hun militaire vloot. Zweden, Nederland, België en de Balkanlanden gaven meer geld uit aan militaire zaken.
De redacteur van The Times was vooral bezorgd omdat Groot-Brittannië zelf geen bijkomende initiatieven nam en de Britse landmacht aan de kant bleef staan. De Britten genoten blijkbaar van de voordelen van de Entente met grote militaire mogendheden, maar waren (nog) niet van plan extra inspanningen te leveren. Het was nog allemaal in de beginfase.
Elke gelijkenis met de huidige situatie in Europa is geen louter toeval.
02.06.2025